Curriculum.nu: artistiek-creatief vermogen staat centraal

19 oktober 2019

Het voorstel van Curriculum.nu ligt inmiddels bij de minister en het is nu afwachten wat de politiek ermee doet. Maar wat is nu precies die inhoud en hoe kijken wij hier als LKCA tegenaan? Een bijdrage van Ronald Kox, die nauw betrokken is bij het proces en al eerder zijn licht liet schijnen over mogelijke scenario’s voor de toekomst.

Centraal in het advies voor het leergebied Kunst en Cultuur staat de ontwikkeling van het artistiek-creatief vermogen van de leerling. Een vermogen dat in alle kunst- en cultuurdisciplines de kern vormt en per discipline een andere uitwerking krijgt. Dit sluit aan bij onze visie op cultuureducatie die wij in 2016 in de Basis voor Cultuureducatie neergelegd hebben.

Vakintegratie en thematisch werken

Cultuureducatie gaat dan in de basis niet uit van specifieke vaardigheden bij een discipline, maar van de kern die kunst en cultuur bijzonder maakt. Uiteraard vraagt dat ook om het aanleren van specifieke vaardigheden en de mogelijkheid om in een of meer van de disciplines je verder te ontwikkelen en mogelijk te excelleren. Maar dat is pas in tweede instantie aan de orde.

Het advies gebruikt heel mooi de termen ‘maken en betekenis geven’ en ‘meemaken en betekenis geven’. Daarmee wordt de balans aangegeven die telkens gezocht moet worden tussen zelf doen en meemaken wat anderen doen, en daar in alle gevallen over na te denken en een (eigen) betekenis aan te geven.

Deze kern opent de mogelijkheden voor vakintegratie en thematisch werken, zonder daarbij de mogelijkheid van vakspecifiek werken te verliezen. Het belang van vakintegratie voor het toekomstige onderwijs is groot. Zowel vakintegratie binnen het leergebied Kunst & Cultuur als met andere vakken daarbuiten, zoals met STEAM (Science, Technology, Engineering, Arts, Maths) of andere vormen van thematisch of projectmatig werken.

Afzonderlijke vakken verdwijnen niet

We hebben hierover in de Basis voor Cultuureducatie al opgemerkt dat het integreren van vakken een oplossing kan zijn voor de overladenheid van het onderwijs. Ook biedt het de mogelijkheid om specifieker aan te sluiten bij de leef- en belevingswereld van leerlingen. Dat draagt bij aan een hogere motivatie van de leerling. Daarbij moet wel in de gaten gehouden worden dat vakintegratie wel degelijk om afzonderlijke vakkennis vraagt en het belang van afzonderlijke vakken niet verdwijnt.

De acht Grote Opdrachten zijn:
1) Artistiek-creatief vermogen (maak- en denkstrategieën);
2) Artistieke expressie;
3) Artistieke technieken en vaardigheden;
4) Artistieke innovatie;
5) Kunst- en cultuurhistorische contexten;
6) Functies van kunst;
7) Beleven van kunst;
8) Tonen en delen van eigen werk.
De kern van het leergebied vormt de eerste ‘Grote Opdracht’, zoals de belangrijkste aandachtsgebieden per leergebied genoemd worden. In totaal zijn er acht Grote Opdrachten, die een goed evenwichtige verdeling kennen vanuit de twee invalshoeken van maken en meemaken. De laatste Grote Opdracht is de presentatie, zowel het zelf presenteren als het bijwonen van een presentatie van anderen. Hier wordt nadrukkelijk ook de verbinding gemaakt met de presentatie van professionele beoefenaars, als voorbeeld en inspiratie voor leerlingen en als belangrijke belevenis in de opbouw van hun culturele vermogen. Professionele kunst is ook in het algemeen het uitgangspunt en vormt ook een inspiratiebron tijdens het maakproces.

Artistieke ontwikkeling en het creatieve proces

Om hun artistiek-creatief vermogen te kunnen ontwikkelen, moeten leerlingen verschillende maak- en denkstrategieën leren kennen en leren gebruiken. Dat vraagt om meer aandacht voor artistieke expressie en de ontwikkeling van creativiteit dan waar op dit moment sprake van is in het onderwijs. De artistieke ontwikkeling hangt direct samen met het creatieve proces dat de leerling telkens weer moet doorlopen. Met name de grotere nadruk op de ontwikkeling van creativiteit is belangrijk, voor de toekomst van de leerling maar ook voor de mogelijkheden van integratie en versterken van de positie van kunst en cultuur in het onderwijs. Creativiteit zal een van de kerncompetenties voor de toekomst zijn.

Dit creatieve proces vraagt vooral ook om te doen en tijdens het proces te reflecteren, te kijken en luisteren, te experimenteren met materialen en middelen, technieken en vaardigheden te ontwikkelen en verbeeldingskracht te gebruiken en hun werk en proces in een bredere maatschappelijke context te zien en te zetten. Daarmee wordt naadloos de aansluiting gemaakt naar het meemaken waardoor leerlingen ervaren dat kunst en cultuur overal is en onlosmakelijk verbonden is met ons leven en onze maatschappij, en vormt wie we zijn en wat onze persoonlijke en collectieve identiteit is.

De Grote Opdrachten die gericht zijn op meemaken zorgen er voor dat leerlingen in aanraking komen met de kunst- en cultuurhistorische context van verleden en heden. Ze maken ook kennis met de functies die kunst en cultuur in kunnen nemen en de beleving van kunst en cultuur binnen en buiten de school, zowel van professionals als van kunstzinnige en culturele activiteiten van amateurs. Daarmee leren leerlingen betekenis geven aan wat ze ervaren, leren ze dit ook te waarderen en hun eigen voorkeuren te ontwikkelen. In het meemaken zit veel ruimte voor de professionele voorstellingen, uitvoeringen en exposities. Culturele instellingen kunnen hier een belangrijke bijdrage leveren.

Erfgoed en de historische context

Hoewel minder zichtbaar, is er in het voorstel voor het leergebied Kunst en Cultuur ook veel ruimte voor erfgoed. Allereerst natuurlijk in het aanbrengen van de historische context van kunst en cultuur en het leren interpreteren van cultuurhistorisch materiaal. Maar ook waar het gaat om de ontwikkeling en gebruik van verschillende technieken, van verschillende opvattingen over ontwerp en proces en van het verbinden van de huidige context met de historische.

Dat zal niet altijd voor iedere leerkracht direct duidelijk en inzichtelijk zijn, maar erfgoedinstellingen kunnen het onderwijs daar zeker bij helpen. Moeilijker wordt het in de huidige vakkenstructuur van het voortgezet onderwijs om de verbinding met erfgoed aan te brengen en te behouden. Wanneer er meer sprake is van vakintegratie en een thematische aanpak zal dat eenvoudiger worden, maar dit vraagt dus zeker nog om extra aandacht in de verdere uitwerking van het nieuwe curriculum.

Meer ruimte voor kunst en cultuur

Wanneer we naar het advies kijken, kunnen we constateren dat deze geheel in lijn is wat de inhoudelijke opzet betreft met de visie die wij al eerder hebben neergelegd in de Basis voor Cultuureducatie. De wijze waarop de inhoud nu gepresenteerd is, opent de weg voor een andere aanpak in het onderwijs waarin meer ruimte ontstaan voor kunst en cultuur en meer belang wordt gehecht aan zowel de intrinsieke als de toegepaste waarde van kunst en cultuur.

Ook biedt dit advies een mooi en toegankelijk vocabulaire om over kunst en cultuur in het onderwijs te praten in bredere kring dan alleen de direct betrokkenen. Het advies voor het leergebied Kunst en Cultuur zien wij daarom als een waardevol advies en een mooie stap om kunst en cultuur beter in het curriculum te verankeren dan tot nu toe het geval is geweest.

Lees verder

Over het verleden, heden en de toekomst van Curriculum.nu 

Voorstel voor de basis van de herziening van de kerndoelen en eindtermen van de leraren en schoolleiders uit het ontwikkelteam Kunst & Cultuur 

Impressie van de uitreiking aan minister Slob op 10 oktober 2019

Die eigenwijze docenten die dagelijks voor de klas staan, dát zijn de ware onderwijsvernieuwers (bijdrage Henk Visscher op Cultureel Kapitaal) 

Basis voor Cultuureducatie

contact

Ronald
naamRonald KoxfunctieLeidinggevende Cultuureducatie telefoonnummer030 711 51 42e-mailronaldkox@lkca.nl