Stel een vraag

Heb je een vraag over cultuur op school of in de vrije tijd? Kijk bij de veelgestelde vragen (onder het formulier). Of stel je vraag in het formulier en je krijgt zo snel mogelijk antwoord.

Lees hieronder alle veelgestelde vragen

Verenigingen

Wat is de artiestenregeling?

Maak je gebruik van een artistiek professional dan ontstaat er een dienstbetrekking en krijg je te maken met een arbeidsovereenkomst, loonbelasting en een aantal andere verplichtingen. Bij een opdrachtovereenkomst hoeven geen belasting en premies te worden afgedragen, maar er geldt een belangrijke uitzondering voor personen die optreden. Kijk op belastingdienst.nl voor de artiestenregeling  en voor de loonheffing artiesten.

Wat betekent auteursrecht voor verenigingen?

Auteursrecht is het recht van een maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een kunstwerk is het wettelijke eigendom van de maker en blijft dat tot 70 jaar na diens overlijden. Auteursrecht is wettelijk vastgelegd.

Als je een werk (een kunstwerk, foto, toneeltekst, compositie, film, script, etcetera) wilt gebruiken waar auteursrecht op rust, heb je toestemming nodig van de maker. De maker heeft recht op betaling voor het gebruik van zijn prestatie. De maker kan een betaling vragen of een verbod tot openbaarmaking/uitvoering opleggen. Of de maker een professionele kunstenaar of een amateur is, is daarbij niet van belang. Verder kan een maker eisen dat bij openbaarmaking zijn/haar naam wordt vermeld. Ook kan hij/zij zich altijd verzetten tegen vervorming en verminking van het werk.

Overdracht van auteursrechten
In de praktijk maken veel makers gebruik van de mogelijkheid om hun auteursrechten geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een professionele beheerder, die namens de maker toestemming verleent om hun werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Vaak omdat die beheerder beschikt over een netwerk om het werk te promoten, zodat het vaker (en uiteraard tegen betaling) wordt gebruikt.
Beheerder muziek Buma/Stemra
Beheerder visuele producten

Creative Commons
Creative Commons is een platform dat auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid biedt om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit 6 standaardlicenties bepaalt de maker in welke mate zijn of haar werk verder verspreid en bewerkt mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag.

Meer informatie
Auteursrecht.nl

Hoe schrijf ik een beleidsplan?

Een beleidsplan schetst de koers, de doelstellingen van de vereniging of stichting, en de manier waarop je die doelstellingen wilt bereiken. Wat kenmerkt je organisatie? Waarin is je vereniging bijzonder? Welke artistiek product wil je presenteren? Hoe wil je je als organisatie de komende jaren ontwikkelen? Wat heb je daarvoor nodig? Op dit soort vragen geeft het beleidsplan antwoord. Aanvullend op je beleidsplan stel je per jaar een werkplan op met de concrete activiteiten.

Lees hier meer over het schrijven van een beleidsplan.

Hoe stel je statuten en regels op voor je vereniging of stichting?

Zowel voor verenigingen als stichtingen zijn statuten vereist waarin onder meer de doelstellingen en de organisatievorm zijn vastgelegd. Ook moet een vereniging of stichting zich aan een aantal regels houden.

Statuten opstellen
De statuten vormen de wettelijke basis van het gezelschap: elk lid is hieraan gebonden en mag zich hier niet aan onttrekken of ervan afwijken.
Een vereniging kan in principe zelf statuten opstellen. Statuten bij de notaris laten vastleggen kan ook.
Een stichting moet de statuten laten vastleggen bij de notaris.
De kosten voor de oprichtingsakte van een vereniging of stichting variëren van € 400 tot € 800.

Download
Voorbeeldstatuut

Huishoudelijk reglement
De praktische zaken en details kun je als bestuur vastleggen in een huishoudelijk reglement. Dit wordt door de algemene ledenvergadering vastgesteld zonder tussenkomst van een notaris. Het gaat dan om regels en afspraken over het lidmaatschap, de contributiebetaling, het gebruik van repetitieruimte, enzovoort.

Inschrijven bij Kamer van Koophandel
Je moet de vereniging of stichting inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Hier moet ook een notarieel afschrift van de statuten ter inzage liggen en moeten de namen van de bestuursleden zijn ingeschreven. Dit doet de notaris. Formulieren voor inschrijving kun je bij de Kamer van Koophandel aanvragen.

Privacywetgeving
Voor alle organisaties die gegevens van personen bewaren, dus ook verenigingen en stichtingen, geldt per 25 mei 2018 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Het gaat daarbij om gegevens van personen in digitale bestanden of op papier. Deze gegevens moeten veilig bewaard worden zonder dat vreemden erbij kunnen. Daarnaast regelt de AVG welke gegevens bewaard mogen worden. Deze privacywetgeving is voor de hele EU van toepassing. Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens kan je nalezen wat nodig is om jouw vereniging of organisatie AVG-bestendig te maken.

Wat zijn de richtlijnen voor btw?

Sociaal culturele instellingen, amateurmuziek- en amateurtoneelverenigingen hoeven geen btw af te dragen over de inkomsten uit uitvoeringen, sponsorbijdragen en advertenties. (zie website van de belastingdienst)
Val je buiten de genoemde categorieën, dan kun je vragen om vrijstelling van btw.

Je komt hiervoor in aanmerking als je

    • geen winstoogmerk hebt;
    • de concurrentiepositie van ondernemers die wel winst beogen niet ernstig verstoort.

Verder moet de organisatie gericht zijn op

    • maatschappelijk werk
    • sociale zekerheid
    • bescherming van kinderen en jongeren
    • het leveren van culturele diensten

9% tarief
Het is niet mogelijk om vrijstelling te krijgen voor diensten die belast zijn met 9% btw. Podiumoptreden valt onder 9% tarief btw. Voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s of culturele ANBI’s) en sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) gelden speciale belastingregels.
Meer informatie hierover op de website van de Belastingdienst.

Wat zijn de richtlijnen voor honoraria voor dirigenten, docenten en andere artistiek begeleiders?

Artistieke begeleiders hebben in principe recht op een vergoeding, maar er zijn ook onbetaalde begeleiders. De hoogte van het honorarium is niet aan regels gebonden en varieert nogal. De cao kunsteducatie geeft kaders, daarnaast zijn er richtlijnen voor met name de discipline muziek.

CAO kunsteducatie op cultuurconnectie.nl
Honorariumtabel

Wanneer richt je een culturele vereniging op, wanneer een stichting?

Als je met een groep mensen culturele projecten wilt gaan doen, een koor, dansgroep, schilderclub wilt beginnen, wat zijn dan de mogelijkheden? Wanneer richt je een culturele vereniging op, wanneer een stichting? Een belangrijk verschil is dat een vereniging leden kent en een stichting niet. Of is een informele club beter?

Vereniging
Een vereniging bestaat uit leden. Een aantal van hen vormt (meestal bij toerbeurt) het bestuur. Doordat mensen lid zijn van de vereniging is er meer betrokkenheid en binding. Je kunt een niet-officiële vereniging oprichten zonder tussenkomst van een notaris. In dat geval zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk, bijvoorbeeld bij vorderingen.

Je kunt een vereniging ook bij een notaris oprichten. De vereniging is dan rechtsbevoegd. Het bestuur kan verplichtingen aangaan zonder dat de bestuursleden aansprakelijk zijn. Verenigingen zijn verplicht statuten op te stellen. Je kunt alleen subsidie aanvragen bij overheden of fondsen als de vereniging een officiële rechtspersoon is. De subsidiegevers willen inzicht in de financiën van de vereniging.

Een vereniging oprichten heeft vooral voordelen als er een vaste groep deelnemers is, zoals bij een orkest. koor, fanfare of dansgroep. De artistiek leider (dirigent, regisseur etc.) is geen lid van de vereniging.

Stichting
Bij een stichting is er geen sprake van leden. Er is wel een bestuur dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de doelstellingen. Het bestuur kan betaalde en/of onbetaalde medewerkers aantrekken om die doelstellingen te bereiken. Het bestuur zorgt voor een sluitend project, al dan niet met behulp van subsidie. Een stichting mag niet gericht zijn op het maken van winst.

Een stichting kan bijvoorbeeld werken aan theaterproducties met wisselende acteurs. Vaak zijn er wel vaste artistiek begeleiders en/of is er technische ondersteuning. Omdat er geen vaste groep leden is, hoef je niet steeds voor iedereen een rol te vinden. Wel moet je voor elke muziek-, dans- of theaterproductie een nieuwe groep mensen werven. Meestal betalen zij voor deelname.

Een stichting kan ook exposites van beeldende kunst of fotografie organiseren of onderdak bieden aan kunstbeoefenaars die individueel of in groepsverband willen werken.

Club of informele organisatie
Bij een club of een ander type informele organisatie zijn er geen leden. Mensen kunnen vrijblijvend meedoen. Meestal maak je afspraken over bijvoorbeeld het delen van kosten en taakverdeling. Meedoen is heel laagdrempelig en er is geen administratieve romp-slomp. De huur gaat bijvoorbeeld op naam van een deelnemer die daarmee ook aansprakelijk is.

Handige links
Verschil vereniging of stichting
Vereniging of stichting oprichten bij de notaris 
Inschrijven bij de Kamer van Koophandel 
De vereniging bij de Kamer van Koophandel
Culturele stichting oprichten
Zelf een stichting oprichten?

Voortgezet onderwijs

Hoe zit het beroepsgerichte examenprogramma voor het vmbo in elkaar?

De beroepsgerichte examenprogramma’s voor de bovenbouw van het vmbo hebben bijbehorende profielen. Hiermee krijgen leerlingen inzicht in mbo-opleidingen en beroepen die bij hen passen. Bij de profielen hoort een centraal schriftelijk en praktisch examen. De vier leerwegen blijven bestaan: basisberoepsgericht (bb), kaderberoepsgericht (kb), gemengd (gl) en theoretisch (tl).

Scholen zijn verplicht minimaal één profiel aan te bieden. Ze zijn verder vrij in de keuze welke profielen. Die profielen bestaan uit een beroepsgerichte profielvak en beroepsgerichte keuzevakken. Het beroepsgerichte profielvak is een verplicht onderdeel van het profiel. Leerlingen krijgen basiskennis en basisvaardigheden aangeboden om in een beroep of werkveld goed te functioneren.

Scholen die vakken van het profiel Media, vormgeving en ict aanbieden, hebben zich verenigd.

 

 

Beroepsgerichte keuzevakken

Elk profiel heeft een aantal keuzevakken, met daarbij ook de mogelijkheid om een kunstvak te kiezen. Zo kan een leerling zijn programma verdiepen of verbreden. Afhankelijk van de leerweg kiest een leerling tenminste vier (bb en kb) of twee (gl) keuzevakken. Afhankelijk van het aanbod van de school, kunnen leerlingen keuzevakken binnen en buiten het profiel kiezen.

Algemeen deel en kunstvakken

Naast bovengenoemde onderdelen bevatten de profielen altijd de algemeen vormende vakken:

  • Nederlands;
  • Engels;
  • Maatschappijleer;
  • Lichamelijke opvoeding;
  • minimaal één kunstvak.

Voor Kunstvakken 1 (CKV) verandert er niets: het blijft een verplicht deel van het examenprogramma van het vmbo en wordt afgesloten met een schoolexamen dat ‘naar behoren’ moet worden afgerond.

LoopbaanOriëntatie en Begeleiding

Daarnaast kent elk profiel het onderdeel LoopbaanOriëntatie en Begeleiding (LOB). Hierin maken leerlingen kennis met de praktijk tijdens praktijkopdrachten, bedrijfsbezoeken en/of stages. De inhoud is deels gekoppeld aan het beroepsgerichte profielvak. Leerlingen sluit het LOB af met een loopbaandossier.

Lees verder

Website nieuw vmbo

Welke kerndoelen zijn er voor het leergebied kunst en cultuur in de onderbouw van havo/vwo?

Leerlingen verdiepen en verbreden hun kennismaking met kunstzinnige en andere culturele uitingen in het leergebied Kunst & Cultuur. Zij verkennen en onderzoeken daarbij hun eigen productieve mogelijkheden. Bovendien leren ze oog te krijgen voor kunstzinnige en culturele diversiteit in de Nederlandse samenleving en de diverse culturen in de wereld.

Kerndoelen leergebied Kunst & Cultuur

Het leergebied Kunst & Cultuur heeft vijf kerndoelen. Daarin is aandacht voor alle kunstdisciplines. Erfgoededucatie is verweven in de kerndoelen voor het leergebied Kunst & Cultuur, en valt verder onder het leergebied Mens & Maatschappij.

Kerndoel 48: Produceren van kunst

De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de ontzeggingskracht van verschillende kunstdisciplines te onderzoeken. En om die toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.

Kerndoel 49: Eigen kunstzinnig werk presenteren

De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of in groepsverband, aan derden te presenteren.

Kerndoel 50: Leren kijken en luisteren naar kunst

Op basis van enige achtergrondkennis leert de leerling te kijken en/of te luisteren naar beeldende kunst, muziek, film en theatervoorstellingen.

Kerndoel 51: Verslag doen van ervaringen

Met behulp van visuele of auditieve middelen leert de leerling verslag te doen van deelname aan kunstzinnige activiteiten (als toeschouwer en als deelnemer).

Kerndoel 52: Reflecteren op kunstzinnig werk

De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder kunstenaars.

Invulling leergebied Kunst en Cultuur

Scholen mogen zelf bepalen hoe ze het onderwijs inrichten en aanbieden. Dit kan in een samenhangend leergebied, in afzonderlijke vakken, als onderdeel van projecten of een combinatie van de genoemde opties.

Het aantal uren dat scholen aan de kunstvakken moeten besteden, is niet vastgelegd. Wel moet voldoende tijd ingepland worden om de algemene doelstelling en de kerndoelen te realiseren.

Lees verder

Leerlijn Kunst en cultuur (po-havo/vwo)

Hoe zit het leergebied Kunst & Cultuur in elkaar voor de onderbouw van het vmbo?

De onderbouw in het vmbo omvat de eerste twee jaren. Leerlingen verdiepen en verbreden in het leergebied Kunst & Cultuur hun kennismaking met kunstzinnige en culturele uitingen. Zij verkennen en ontdekken daarbij hun eigen productieve mogelijkheden. Bovendien leren ze oog te krijgen voor kunstzinnige en culturele diversiteit in de Nederlandse samenleving en de diverse culturen in de wereld.

Kerndoelen leergebied Kunst & Cultuur

Alle kunstdisciplines en erfgoededucatie komen terug in de vijf kerndoelen van het leergebied Kunst & Cultuur. Erfgoededucatie komt ook terug in het leergebied Mens & Maatschappij.

Kerndoel 48: Produceren van kunst

De leerling leert door het gebruik van elementaire vaardigheden de zeggingskracht van verschillende kunstzinnige disciplines te onderzoeken. Ook leert de leerling dit toe te passen om eigen gevoelens uit te drukken, ervaringen vast te leggen, verbeelding vorm te geven en communicatie te bewerkstelligen.

Kerndoel 49: Eigen kunstzinnig werk presenteren

De leerling leert eigen kunstzinnig werk, alleen of als deelnemer in een groep, aan derden te presenteren.

Kerndoel 50: Leren kijken en luisteren naar kunst

De leerling leert op basis van enige achtergrondkennis te kijken en/of te luisteren naar beeldende kunst, muziek, theater-, dans- of filmvoorstellingen.

Kerndoel 51: Verslag doen van ervaringen

De leerling leert, met behulp van visuele of auditieve middelen, verslag te doen van deelname aan kunstzinnige activiteiten (als toeschouwer en als deelnemer).

Kerndoel 52: Reflecteren op kunstzinnig werk

De leerling leert mondeling of schriftelijk te reflecteren op eigen werk en werk van anderen, waaronder kunstenaars.

Invulling leergebied Kunst & Cultuur

Scholen mogen zelf bepalen hoe ze het onderwijs inrichten en aanbieden. Dit kan zijn in een samenhangend leergebied of in afzonderlijke vakken. Maar ook als onderdeel van een project of een mengvorm van de genoemde opties.

Uren

Het aantal uren dat scholen aan de kunstvakken moeten besteden, is niet vastgelegd. Wel moet een school voldoende tijd inplannen om de algemene doelstelling en de kerndoelen te realiseren.

Meer informatie

Kunst & cultuur in het vmbo
Mens & Maatschappij in het vmbo

Welke kunstvakken kunnen leerlingen kiezen als examenvak in de bovenbouw havo/vwo?

Kunst algemeen en kunst beeldende vormgeving/dans/drama of muziek

Kunst algemeen behandelt de algemene theorie (cultuurgeschiedenis) van beeldende kunst en vormgeving, muziek, dans en theater. Aan de hand van zes invalshoeken bestudeert de leerling  zes onderwerpen. Deze invalshoeken en onderwerpen staan in het examenprogramma.

Leerlingen kunnen ook examen doen in één discipline. Dit onderdeel bestaat uit twee vakonderdelen: praktijk en vaktheorie. De praktische en vaktheoretische delen worden afgesloten met een schoolexamen.

Kunstvakken oude stijl

Een aantal scholen biedt kunstvakken ‘oude stijl’ aan als examenvak: handvaardigheid, tekenen, textiele vormgeving (tehatex) en muziek. Deze vakken worden afgesloten met een schoolexamen en een centraal examen.

Lees verder

Examenprogramma’s kunstvakken havo
Examenprogramma’s kunstvakken vwo

Kunnen vmbo-leerlingen ook examen doen in de kunstvakken?

Leerlingen van de theoretische en gemengde leerweg kunnen examen doen in dans, drama, muziek of beeldende vakken. Het examen bestaat uit een centraal schriftelijk examen en een praktijkexamen. In de kader- en beroepsgerichte leerweg kunnen leerlingen wel een kunstvak volgen, maar zij doen hier geen examen in.

Eindtermen kunstvakken

Eindtermen beeldende vorming
Eindtermen drama
Eindtermen dans
Eindtermen muziek

Handreiking schoolexamens

Beeldende vakken
Dans
Drama
Muziek

Cultuurparticipatie

Wat is een cultuurcoach?

De cultuurcoach stimuleert deelname aan cultuur en verbindt cultuur met andere sectoren in de gemeente. De cultuurcoach kan in dienst zijn bij de gemeente, maar bijvoorbeeld ook bij een culturele instelling. Het rijk en de gemeente financieren de cultuurcoach. Naast het primair onderwijs, kunnen cultuurcoaches vanaf 2019 ook aan de slag in andere sectoren zoals zorg, welzijn of het mbo.

Primair onderwijs

Wat zijn kerndoelen?

Kerndoelen zijn streefdoelen die aangeven wat leerlingen moeten kennen en kunnen aan het eind van de basisschool. Ze beschrijven de kern van de leerstof. Scholen zijn vrij om rond de kern leerstof aan te bieden die bijdraagt aan het bereiken van de kerndoelen. Er zijn 58 kerndoelen, verdeeld over zeven leergebieden. Een daarvan is het leergebied kunstzinnige oriëntatie. De kerndoelen worden voorgeschreven door het ministerie van OCW.

Welke kerndoelen gelden voor het leergebied Kunstzinnige oriëntatie?

In het leergebied Kunstzinnige oriëntatie maken kinderen kennis met kunst en cultuur. Bijvoorbeeld door musea en voorstellingen te bezoeken en literatuur te lezen. Ook doen kinderen zelf actief aan tekenen, handvaardigheid, muziek en beweging.

De kerndoelen van Kunstzinnige oriëntatie zijn:

  • 54. De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.
  • 55. De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren.
  • 56. De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

In welk leergebied is erfgoededucatie ondergebracht?

Erfgoed valt niet alleen onder het leergebied Kunstzinnige oriëntatie (kerndoel 55), maar ook onder het leergebied Oriëntatie op jezelf en de wereld. In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op hun omgeving. Op die manier worden zij zich bewust van het cultureel erfgoed om hen heen. Erfgoed is ook nauw verbonden met geschiedenis en het ontwikkelen van historisch besef.

De kerndoelen van Oriëntatie op jezelf en de wereld zijn:

  • 51. De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren.
  • 52. De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen en holocaust; televisie en computer.
  • 53. De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.

Waar staan de uitwerkingen van de leerlijnen en tussendoelen horend bij de kerndoelen?

Op de SLO-website TULE zijn de kerndoelen uitgewerkt in tussendoelen en leerlijnen. Hier vind je:

  • karakteristieken van de leergebieden;
  • toelichtingen per kerndoel;
  • een overzicht van tussendoelen voor groep 1/2; groep 3/4; groep 5/6; groep 7/8;
  • uitgewerkte voorbeelden van leerlijnen per discipline.

De SLO-website Leerplan in beeld geeft informatie over de inhoudelijke aansluiting van het primair onderwijs op het voortgezet onderwijs voor alle leergebieden.

Wat is een CultuurProfielSchool?

Op Cultuurprofielscholen staan kunst en cultuur prominent op het rooster, komen meerdere kunstdisciplines aan bod en sluit het kunstonderwijs zoveel mogelijk aan bij de andere vakken. Er is ook ruim tijd en aandacht voor buitenschoolse activiteiten in samenwerking met culturele instellingen.

Hoe word je een CultuurProfielSchool?

Als je als school herkent in de ambitie om kunst en cultuur prominent op het rooster te krijgen en graag wilt (door)groeien naar een CultuurProfielSchool, neem dan contact op met de VCPS-PO. Ook culturele instellingen die potentiële cultuurscholen kennen en/of zich graag in dienst willen stellen voor de VCPS-PO kunnen reageren.

Wat zijn de leereffecten van kunsteducatie?

Wat leerlingen leren van kunsteducatie, is niet eenduidig te benoemen. Het hangt af van allerlei factoren, met name van de didactisch aanpak. De ene keer leren leerlingen van kunst, de andere keer leren ze iets over kunst of juist met kunst.

Leereffecten kun je onderverdelen in:

  • kunstzinnige / intrinsieke effecten: opbrengsten met betrekking tot kunstzinnige kennis, vaardigheden en houdingen;
  • niet-kunstzinnige / extrinsieke effecten: andere opbrengsten van het leerproces, niet specifiek voor kunstonderwijs.

Deze grens is niet scherp te trekken. Effecten vloeien in elkaar over. Het ligt er bovendien aan hoe je een effect opvat. Je kunt creativiteit bijvoorbeeld zien als:

  • een vermogen in het domein van de kunsten;
  • een algemene gedraging om nieuwe, zinvolle ideeën en oplossingen te produceren;
  • kenmerk van een leeromgeving.

Welke factoren maken het verschil als het gaat om het vaststellen van de leereffecten?

Er is bij onderwijs in de kunsten niet één vaste route die voor alle leerlingen naar een en hetzelfde eindpunt leidt. Leereffecten zijn altijd afhankelijk van de (voor)kennis, mate van ervaring en achtergrond van je leerlingen. En van jouw doelen, methode of didactische aanpak. Wat jij gelooft dat goed of waardevol is voor je leerlingen – je opvattingen daarover – bepaalt welke kennis je overdraagt en welke niet.

Per kunstdiscipline (muziek, beeldende kunst, drama, dans) zijn leereffecten anders. Het maakt uit of er sprake is van een individuele of een collectieve leeractiviteit. En er is verschil tussen disciplines met een fysiek product of met uitvoering als doel. Naast discipline zijn ook de duur en intensiteit van een les of project van invloed op de te bereiken effecten. Werkelijk partnerschap tussen leerkrachten, kunstdocenten en makers vanuit allerlei disciplines leveren de rijkste effecten op.

Hoe kun je de leereffecten van kunsteducatie benutten ter legitimering van de kunstvakken?

Een legitimatie puur op extrinsieke effecten kan kunsteducatie in een zwakke positie brengen. Kunst wordt dan ‘hulpmiddel’ ter ondersteuning van wat ‘echt belangrijk’ is. Het is sterker om kunsteducatie te legitimeren vanuit de intrinsieke waarde van kunst als onderdeel van de menselijke ervaring. Kunsteducatie ondersteunt de ontwikkeling van het hele kind, en bereidt kinderen voor op een leven vol plezier en kansen om te leren. Natuurlijk kunnen kunstzinnige werkvormen ook als didactisch middel gebruikt worden, bijvoorbeeld om lesstof beter te onthouden.

Wat is een cultuurcoördinator?

De cultuurcoördinator (icc’er) op school is dé spil voor goed cultuuronderwijs voor ieder kind op school. In een cursus van acht dagdelen word je opgeleid tot officieel gecertificeerd cultuurcoördinator.

Is er een verdiepende opleiding na het afronden van de icc-cursus?

De post-hbo opleiding Cultuurbegeleider duurt anderhalf jaar en is ontwikkeld als vervolg op de cursus interne cultuurcoördinator (icc). Een Cultuurbegeleider is – net als een cultuurcoördinator – meestal een leerkracht met bijzondere taken. Cultuurbegeleider is dus geen functie.

Wat wordt bedoeld met buitenschoolse cultuureducatie?

Doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media via gerichte instructie in de vrije tijd. Bijvoorbeeld bij centra voor de kunsten, culturele instellingen, amateurkunstverenigingen, particuliere docenten.

Wat wordt bedoeld met cultuureducatie?

Doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media via gerichte instructie, zowel binnen- als buitenschools.

Wat wordt bedoeld met cultuuronderwijs (binnenschoolse cultuureducatie)?

Het algemeen vormend onderwijs in kunst, erfgoed en media.

Wat wordt bedoeld met erfgoededucatie?

Doelbewust leren over en met materieel en immaterieel erfgoed via gerichte instructie, zowel binnen- als buitenschools. Daarbij doen leerlingen aan de hand van sporen uit het verleden kennis en vaardigheden op en ontwikkelen zij inlevingsvermogen en persoonlijk, cultureel en historisch bewustzijn.

Wat wordt bedoeld met kunsteducatie?

Doelbewust leren over en met kunst via gerichte instructie, zowel binnen- als buitenschools. Kunsteducatie kent drie aspecten die al dan niet gezamenlijk voorkomen: productie (kunst maken), receptie (kunst beschouwen) en reflectie (nadenken over kunst).

Wat wordt bedoeld met kunstvakonderwijs?

Onderwijs tot uitvoerend, scheppend en toegepast werkend kunstenaar en tot kunstvakdocent aan erkende hbo-kunstopleidingen.

Wat wordt bedoeld met media-educatie?

Doelbewust leren over en met media, zowel binnen- als buitenschools. Media-educatie leert mensen kundig en kritisch omgaan met (massa)media.

Inclusie en diversiteit

Wat verstaan we onder inclusie en diversiteit?

Raadpleeg de Code Diversiteit & Inclusie

Lees de verklarende begrippenlijst &wat bedoelen wij nu eigenlijk?

Wat is de Code Diversiteit & Inclusie?

Dat lees je op de website codedi.nl

Of download de Code Diversiteit & Inclusie

Maakt jouw organisatie al structureel werk van diversiteit en inclusie?

Hoe maak je inclusie in jouw organisatie de vanzelfsprekende norm?

Speciaal onderwijs

Wat is de wet op het passend onderwijs?

Passend onderwijs beoogt dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen.

De wet op passend onderwijs ging op 1 augustus 2014 in. Scholen hebben sindsdien een zorgplicht. Dat betekent dat scholen ervoor verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Het speciaal onderwijs verdwijnt niet. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs.

Website passend onderwijs

Wat zijn de 4 clusters in het speciaal onderwijs?

Het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs zijn onderverdeeld in vier clusters. De clusters zijn ingedeeld op basis van de problematiek van de leerlingen.

Meer over de vier clusters op poraad.nl

Wat zijn de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie in het speciaal onderwijs?

Vanaf schooljaar 2009-2010 zijn voor het speciaal onderwijs kerndoelen van kracht, net als in het reguliere basisonderwijs. Deze kerndoelen beschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen aan het eind van hun schoolcarrière. Ze zijn ontwikkeld voor leerlingen met een enkelvoudige beperking en/of stoornis, en voor zeer moeilijk lerenden.

Leerlingen met enkelvoudige beperking/stoornis

Voor deze groep leerlingen omvat het leergebied kunstzinnige oriëntatie de domeinen tekenen en handvaardigheid, muziek, en spel en beweging.
Kerndoelen so leergebied kunstzinnige oriëntatie (pp. 36-41)

Zeer moeilijk lerenden
Voor deze groep leerlingen omvat het leergebied kunstzinnige oriëntatie de domeinen tekenen en handvaardigheid, muziek en dramatische vorming.
Kerndoelen so leergebied kunstzinnige oriëntatie (pp. 26-29)

Leerlingen met psychiatrische problematiek
Kerndoelen voor leerlingen met psychiatrische problematiek, dan wel ernstige leer- en/of gedragsproblemen, en voor het voortgezet speciaal onderwijs zijn nog in ontwikkeling.

Alle kerndoelen voor speciaal onderwijs
Kerndoelen speciaal (basis)onderwijs bij SLO

Wat zijn de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie in het speciaal basisonderwijs?

Sinds 1998 zijn er geen scholen meer voor moeilijk lerende kinderen (MLK), scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM) en afdelingen voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (IOBK).  In plaats daarvan is er het speciaal basisonderwijs (sbo). Sbo-scholen en reguliere basisscholen hebben dezelfde kerndoelen. Kinderen op sbo-scholen mogen langer over de basisschool doen, uiterlijk tot hun 14e jaar.

Voor het speciaal basisonderwijs gelden voor het leergebied kunstzinnige oriëntatie dezelfde kerndoelen als in het reguliere onderwijs.

Kerndoelen en leergebieden primair onderwijs

Wat zijn de de kerndoelen voor kunstzinnige oriëntatie in het voortgezet speciaal onderwijs (vso)?

Per 1 augustus 2013 gelden voor het vso 3 sets kerndoelen (voor drie uitstroomprofielen), uitgewerkt voor verschillende leergebieden. Daarnaast zijn er leergebiedoverstijgende kerndoelen.

De kerndoelen voor de leergebieden zijn gelijk aan die voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De kerndoelen kunnen worden afgestemd op de doelgroepen in het vso.

Kerndoelen voortgezet speciaal onderwijs (vso) bij SLO

Wat zijn de eindtermen en eindexamens in het voortgezet speciaal onderwijs?

Leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs kunnen (afhankelijk van hun school) eindexamen doen in de kunstvakken. De eindtermen voor de kunstvakken zijn hetzelfde als bij het reguliere onderwijs. Alleen de manier waarop de examens worden uitgevoerd verschilt.

Zijn er leerlijnen voor het speciaal onderwijs?

Leerlijnen CED-Groep
De CED-Groep ontwikkelde in samenwerking met het onderwijsveld leerlijnen voor alle clusterscholen. Deze zijn eind 2007 opgeleverd en in gebruik genomen.
De leerlijnen voor het speciaal onderwijs zijn ontwikkeld door eerst basisleerlijnen te maken per vakgebied vanuit de kerndoelen van SLO. De kerndoelen zijn opgedeeld in subdoelen. Deze subdoelen worden bereikt vanuit tussendoelen, van 1 tot 8, passend bij de ontwikkelingsleeftijd die leerlingen in de betreffende groep zouden hebben bij een reguliere ontwikkeling. Dit worden de basisleerlijnen genoemd.
De basisleerlijnen speciaal onderwijs zijn vervolgens per cluster aangepast aan clusterspecifieke afwijkingen van de basisleerlijn.

De CED-groep heeft de verschillende leerlijnen per leergebied en per cluster in een zip-bestand op de website staan. Daar zijn de leerlijnen te downloaden. Voor begeleiding bij de implementatie van de leerlijnen kunt u terecht bij CED-groep.
Leerlijnen CED-groep

Leerplankader SLO
Bij het Leerplankader ontwikkelde SLO een handreiking voor onderwijs aan leerlingen met een fysieke beperking of psychiatrische stoornis die normaal tot moeilijk leren.
Download de Handreiking bij Leerplankader voor leerlingen met een speciale onderwijsbehoefte

CKV

Wat zijn de vier (samenhangende) domeinen van het examenprogramma?

Verkennen

De leerling verkent welke ervaringen hij heeft, welke kunst hij kent, wat hem aanspreekt en welke opvattingen hij heeft over kunst. Hij beziet hoe zijn opvattingen zijn gevormd en vergelijkt deze met die van klasgenoten, leeftijdsgenoten en anderen zoals experts en kunstenaars.

Verbreden

De leerling begeeft zich buiten de eigen vertrouwde kunstwereld en stelt zich open voor uiteenlopen kunstuitingen in ‘levensechte professionele contexten’, zoals theater, bioscoop, atelier. De leerling beschouwt deze uitingen vanuit verschillende dimensies. Voorbeelden van dimensies zijn: ambachtelijk en industrieel, traditie en innovatie, lokaal en globaal.

Verdiepen

De leerling verdiept zich in het creatief artistiek proces, door een of meer aspecten te onderzoeken. Zoals: de productie van een kunstwerk. De leerling past daarbij onderzoeksvaardigheden toe.

Verbinden

De leerling legt verbanden tussen de drie domeinen, reflecteert hierop en licht deze toe in een gesprek, presentatie of dossier.

Wat is het doel van het examenprogramma?

‘Kunst actief meemaken’ is het doel van het vak. Kunst ervaren en beschouwen vraagt van leerlingen betrokkenheid, inzet, kennis en vaardigheden. En omdat de betekenis van kunst nooit vastligt, is een open en onderzoekende houding vereist.

Het nieuwe examenprogramma van CKV (Culturele en Kunstzinnige Vorming) is sinds schooljaar 2017-2018 van kracht. SLO maakte een handreiking CKV om docenten meer houvast te geven bij de vormgeving van het vak.

 

Is er een minimum aantal lesuren voor CKV?

Er bestaat geen wettelijk verplicht aantal lesuren voor vakken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, dus ook niet voor CKV. Bij het merendeel van de havo- en vwo-leerlingen staat CKV in het vierde leerjaar voor twee uur op het rooster.

Wat is de studielast en hoe wordt het vak getoetst?

De studielast is 120 uur voor havo en 160 uur voor vwo. CKV wordt afgesloten met een schoolexamen. De leerling sluit het vak met een cijfer af. Dit cijfer telt mee in het combinatiecijfer. Andere verplichte onderdelen van het combinatiecijfer zijn maatschappijleer en het profielwerkstuk.

CJP heeft een aantal tips verzameld voor het examenprogramma CKV.

Wat moet een school vastleggen over de examinering van CKV?

CKV is een schoolexamen, en daarom moet elke school een Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) opstellen. Het PTA is een formeel en wettelijk schooldocument waaraan door docenten en leerlingen rechten en plichten kunnen worden ontleend.

Verplichte onderdelen zijn:

  • alle onderdelen van het examenprogramma;
  • de wijze van examinering (mondeling, schriftelijk, praktisch) van de verschillende onderdelen;
  • de mogelijkheden tot herkansing van de verschillende onderdelen;
  • de weging van de verschillende onderdelen.

Waar kan een school terecht voor vragen over het examen?

Docenten en schoolleiders kunnen terecht bij het Examenloket met vragen over wet- en regelgeving voor examens in het voortgezet onderwijs. Het Examenloket is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 9.00 uur tot 17.00 uur via 070 757 51 77 of per mail examenloket@duo.nl.

Het Examenloket is een samenwerking van het ministerie van OCW, het College voor Toetsen en Examens (CvTE), de Inspectie van het Onderwijs en DUO.

Waar kunnen leerlingen en ouders terecht als zij vragen hebben over het examen?

Ouders en leerlingen kunnen terecht bij Ouders & Onderwijs, de landelijke organisatie voor alle ouders van schoolgaande kinderen. Telefoonnummer 0800 50 10 of vraag@oudersonderwijs.nl.

Hoe is het nieuwe examenprogramma tot stand gekomen?

CKV dreigde per schooljaar 2014-2015 te verdwijnen, maar staatssecretaris Dekker (OCW) handhaafde CKV als verplicht examenvak op havo en vwo. Wel stelde hij de Vernieuwingscommissie CKV (o.l.v. Antoine Gerrits, LKCA) in om het examenprogramma te ‘moderniseren’. De staatssecretaris nam het advies integraal over in juni 2015.

Zijn de kunstvakken en CKV verplicht voor leerlingen in de bovenbouw van het vmbo?

Kunstvakken inclusief CKV is een verplicht vak voor alle leerlingen in de bovenbouw van het vmbo. Leerlingen van de theoretische en gemengde leerweg kunnen ervoor kiezen examen te doen in een van de kunstvakken: dans, drama, muziek of beeldende vakken. Leerlingen in de kader- en beroepsgerichte leerweg kunnen wel een kunstvak volgen, maar hier geen examen in doen.

Handreiking SE kunstvakken inclusief CKV

Wat is de essentie van CKV in de bovenbouw van het vmbo?

De essentie van het vak is dat leerlingen culturele en kunstzinnige activiteiten meemaken en eigen werk produceren en presenteren. De leerlingen reflecteren op deze activiteiten met een vormvrij kunstdossier.

Uit welke onderdelen bestaat het examenprogramma?

Het examenprogramma bestaat uit vier domeinen:

Oriëntatie op leren en werken

De leerling kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van kunst en cultuur in de maatschappij.

Basisvaardigheden

De leerling kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerking en informatie verwerven en verwerken.

Culturele en kunstzinnige vorming en verdieping

De leerling kan zich een beeld vormen van het culturele en kunstzinnige veld door te kiezen voor en actief deel te nemen aan ten minste vier culturele en kunstzinnige activiteiten die gerelateerd zijn aan verschillende kunstvakken (zoals bijvoorbeeld beeldende vorming, muziek, dans en drama). Ten minste één kunstzinnige activiteit resulteert in de productie en presentatie van eigen werk.

Reflectie en kunstdossier

De leerling kan zijn culturele en kunstzinnige ontwikkeling inzichtelijk maken in een kunstdossier, waarvan de vorm door de school en de leerling tezamen bepaald wordt. Hij kan daarmee verslag doen van alle activiteiten die zijn ondernomen en hierop reflecteren.

Moeten de leerlingen ook examen doen in CKV?

Leerlingen sluiten het vak af met een schoolexamen, dat naar behoren moet worden afgerond. De school kan zelf beslissen of het in leerjaar drie of leerjaar vier wordt afgesloten, of verspreid over deze twee jaren.

Hoeveel uur wordt aan CKV besteed?

Scholen krijgen het advies om minimaal 40 uur te besteden aan het vak.

Cultuureducatie met kwaliteit

Wat doen wij als LKCA voor Cultuureducatie met Kwaliteit?

Een team van LKCA-medewerkers ondersteunt de landelijke leergemeenschap met een aantal activiteiten, zoals de Kennis Delen Festivals.

Ook ondersteunen wij de leergemeenschappen in de rol van moderator. Die rol is nodig om een leergemeenschap te helpen opstarten, begeleiden en ondersteunen met werkvormen. Een moderator stimuleert een lerende en onderzoekende manier van werken.

Wat gebeurt er met het subsidiegeld uit het programma?

Met het subsidiegeld van Cultuureducatie met Kwaliteit profiteren kinderen op de basisschool van goed cultuuronderwijs. Kinderen leren met plezier belangrijke vaardigheden en kunnen zich – dankzij goed cultuuronderwijs – ontwikkelen tot creatieve en kritische mensen die klaar zijn voor de uitdagingen in deze 21e eeuw.

Sinds 2013 zijn dankzij de subsidie in het hele land projecten gestart voor een periode van vier jaar. In deze projecten werkten scholen samen met culturele instellingen aan de ontwikkeling van doorlopende leerlijnen voor muziek, dans, tekenen, toneel en erfgoed. Ook zijn beoordelingsinstrumenten ontwikkeld, zorgden culturele instellingen voor aanbod dat gericht is op de vraag van de school en is de deskundigheid van leerkrachten vergroot.

In 2017 startte een nieuwe periode van vier jaar Cultuureducatie met Kwaliteit. Een groot aantal projecten heeft opnieuw subsidie aangevraagd en worden dus voortgezet. Sommige projecten zijn gestopt en er zijn ook nieuwe scholen verwelkomt. In totaal zijn in deze tweede periode 46 projecten die met Cultuureducatie met Kwaliteit aan de slag gaan.

Op de website van Cultuureducatie met Kwaliteit vind je alle informatie over het programma, de scholen die meedoen, de opbrengsten en praktijkverhalen.

Welke aanvullende projecten zijn gefinancierd uit Cultuureducatie met Kwaliteit?

Om de projecten verder te ondersteunen, heeft het ministerie van OCW extra geld voor aanvullende projecten en  beleid beschikbaar gesteld. Deze projecten werden uitgevoerd door culturele instellingen of pabo’s. Met dit geld zijn onder meer de kennisbasis kunstvakken op de pabo ontwikkeld en de post-hbo opleiding Cultuurbegeleider in het primair onderwijs.

Wat zijn de Kennis Delen Festivals?

Tijdens een serie Kennis Delen Festivals delen CmK-penvoerders hun kennis en ervaringen. Het zijn dagen waar collega’s in het netwerk van en met elkaar leren. Van iedere bijeenkomst verzamelen we inzichten, vragen, verhalen, analyses, beelden. Die verzameling vertalen we naar duurzame producten zoals online magazines, publicaties en verslagen.

Hoe kun je kennis delen op een manier die echt loont en hoe maak je gebruik van elkaars expertise?

In het online magazine CmK leert samen vind je inspiratie over samen leren als leergemeenschap én over de rol van moderator. Met inzichten en vragen uit de eerste editie van het Kennis Delen Festival (februari 2019).

Wat zijn de werkzame elementen in de manier waarop penvoerders vorm geven aan Cultuureducatie met Kwaliteit?

In de publicatie Niet bang zijn voor open deuren! lees je de elf projectoverstijgende succesfactoren die we uit gesprekken tijdens het tweede Kennis Delen Festival (juni 2019) met penvoerders hebben geformuleerd.

Wat is kwaliteit?

De term kwaliteit spreekt niet voor zichzelf. Het is een ambigu begrip. De betekenis ervan is nooit gegeven, maar wordt altijd bepaald door mensen. Iedereen vindt kwaliteit belangrijk, maar maatstaven kunnen verschillen. Kwaliteit vul je in al naar gelang je situatie, invalshoek, voorkeur, verantwoordelijkheid, handelingsperspectief of belangen. Het (waarde)oordeel over kwaliteit is kortom afhankelijk van wie het uitspreekt.

Kwaliteit is in iedere sector van belang, maar nog net iets meer in het onderwijs, omdat alle kinderen recht hebben op goed onderwijs. De rijksoverheid maakt daarom via basiseisen, in de vorm van kerndoelen, duidelijk wat zij verwacht. Bovendien stelt het ministerie van OCW aanvullende regels en verplichtingen op, zoals toetsen, een leerlingvolgsysteem, referentieniveaus en leerlijnen. Schoolbesturen zijn formeel verantwoordelijk voor onderwijskwaliteit. Zij sturen vooral op opbrengsten (Cito-scores).

Scholen hebben veel vrijheid om hun onderwijs naar eigen inzicht in te vullen. Die autonomie kan echter ingeperkt worden door mechanismen van verantwoording en toezicht. Besturen moeten leeropbrengsten verantwoorden aan het ministerie, individuele scholen aan hun bestuur. De Inspectie van het onderwijs beoordeelt scholen regelmatig (vierjaarlijks) op kwaliteit. Kwaliteit kan hierdoor gekwantificeerd raken; verworden tot een beleidstarget met meetbare prestatie indicatoren, met name gericht op effectiviteit.

Een smalle benadering van de definitie van kwaliteit, gereduceerd tot meetbare onderwijsopbrengsten, is een risico voor cultuureducatie. Wat gebeurt er met dit leergebied dat brede, persoonsvormende doelen heeft in een cultuur die meetbaarheid tot norm verheft?

De kans is groot dat er minder tijd en aandacht aan cultuuureducatie besteed wordt. Professionals zullen over het algemeen een veel bredere kwaliteitsopvatting hebben, die uitgaat van ontwikkeldoelen en van waarom ze in het onderwijs werken.

Uit een analyse van Frissen et al. (2015) van het discours over kwaliteit blijkt dat bestuurlijke partijen dominant zijn in het gesprek over onderwijskwaliteit. Het ministerie van OCW, de Inspectie van het onderwijs en de onderwijsbesturen verenigd in de PO-Raad voeren de boventoon, spelers in het primaire proces (schoolleiders en leraren) zijn ondervertegenwoordigd. Er is een brede dialoog tussen alle betrokkenen nodig om het kwaliteitsbegrip, ook van cultuureducatie, vanuit een variëteit aan perspectieven in te vullen.

Wat weten we over de kwaliteit van cultuureducatie?

Er is al veel kennis over de kwaliteit(en) van cultuureducatie. In de publicatie Elke school is uniek lees je welk effect de Regeling Versterking Cultuureducatie in het Primair Onderwijs heeft gehad op veertien scholen. Hoe basisscholen met kunst- en cultuureducatie werken aan 21e eeuwse vaardigheden, lees je in D:21 Kwalitatief Onderzoek.

Dan zijn er de laatste jaren ook verschillende handreikingen en kwaliteitskaders gemaakt. Ook zijn er tal van onderzoeken gedaan en onderzoeksartikelen geschreven over hoe het ervoor staat met de kwaliteit van cultuureducatie en hoe je die kwaliteit kunt stimuleren. De studies en artikelen geven een mooie beschrijving van hoe divers scholen werken aan cultuureducatie. Ze laten zien wat er mogelijk is. In de bronnen vind je een veelvoud aan factoren die van invloed zijn op kwaliteit. Kwaliteit wordt echter vrijwel nooit normatief ingevuld. Tussen de regels door lees je wel meer impliciete opvattingen over wat goed zou zijn, maar dit wordt nauwelijks expliciet gemaakt.

De rode draad door de geraadpleegde literatuur over kwaliteit is ‘keuzes maken’. Welke keuze je ook maakt, het is cruciaal om hier bewust mee om te gaan. Op keuzes, en onderliggende criteria en waarden kun je reflecteren en met elkaar in gesprek gaan. Reflectie en dialoog zijn belangrijk, op uitvoerend én bestuurlijk niveau. Kwaliteit wordt volgens Hooge et al. (2015) namelijk bepaald in de zone waar samenwerking tussen mensen tot stand komt. Professionals zitten niet zonder meer op één lijn. Ze zijn verwikkeld in micropolitieke processen van overleg, gezamenlijk visie en plannen maken, afstemming, onderhandeling, uitruil en machtsstrijd. Van belang voor gedeeld begrip is de uitoefening van gedeeld en gespreid leiderschap, en gezamenlijke of participatieve besluitvorming.

Voor cultuureducatie wordt het sturen op kwaliteit in het algemeen overgelaten aan de schoolleider en de cultuurcoördinator, ieder vanuit een eigen logica. Bij veranderingen of vernieuwingen in de schoolorganisatie speelt de schoolleider altijd een cruciale rol. Een schoolteam dat wil werken aan de kwaliteit van cultuureducatie zal oog moeten hebben voor de diversiteit in perspectieven, voorkeuren, waarden en opvattingen die er leven in de groep, en daarover in gesprek gaan. Dat kwaliteit geen gegeven is geldt namelijk zeker voor cultuureducatie dat een grote verscheidenheid kent in inhouden, didactieken en toetsvormen. Niet iedere leerkracht voelt zich ook even bekwaam om les te geven in de diverse disciplines.

Hoe werken schoolleiders en cultuurcoördinatoren aan de kwaliteit van cultuureducatie?

Voor cultuureducatie wordt het sturen op kwaliteit in het algemeen overgelaten aan de schoolleider en de cultuurcoördinator, ieder vanuit een eigen logica. Bij veranderingen of vernieuwingen in de schoolorganisatie speelt de schoolleider altijd een cruciale rol. Een schoolteam dat wil werken aan de kwaliteit van cultuureducatie zal oog moeten hebben voor de diversiteit in perspectieven, voorkeuren, waarden en opvattingen die er leven in de groep, en daarover in gesprek gaan. Dat kwaliteit geen gegeven is geldt namelijk zeker voor cultuureducatie dat een grote verscheidenheid kent in inhouden, didactieken en toetsvormen. Niet iedere leerkracht voelt zich ook even bekwaam om les te geven in de diverse disciplines.

Op vijf basisscholen vroegen we aan de schoolleider en de cultuurcoördinator hoe zij goede cultuureducatie realiseren. In de brochure Cultuureducatie op de basisschool – ‘In je fantasie kan alles… In werkelijkheid kan er meer dan je denkt!’ lees je wat er volgens hen – ondanks de beperkingen in tijd, geld en deskundigheid die er altijd zijn – wél kan als je kunst en cultuur belangrijk vindt voor je leerlingen.

Welke culturele instellingen doen mee aan Cultuureducatie met Kwaliteit?

In de eerste ronde (2013-2016) verstrekte het Fonds voor Cultuurparticipatie aan 54 projecten subsidie voor Cultuureducatie met Kwaliteit. In de tweede ronde (2017-2020) werden 46 projecten gehonoreerd. Instellingen, scholen en overheden werken samen aan de uitvoering van de plannen. Op de website van Cultuureducatie met Kwaliteit staat een overzicht van alle culturele instellingen die betrokken zijn bij een gehonoreerd project.

MBO

Hoe kunnen mbo-scholen en culturele instellingen een creatief keuzedeel ontwikkelen?

Mbo-opleidingen kunnen – onder begeleiding van het servicepunt voor Invoering Herziening Kwalificatie Structuur (IHKS) – zelf vrije keuzedelen ontwikkelen. Deze vrije keuzedelen worden opgenomen in een register van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Be-drijfsleven (SBB). Er liggen dus kansen voor mbo-opleidingen om samen met culturele instellingen een cultureel keuzedeel te ontwikkelen. Sommige mbo-opleidingen hebben dit ook al gedaan.

Zelf een creatief keuzedeel ontwikkelen? Lees deze tips!

Bekijk twee voorbeelden uit de praktijk

Hoeveel studenten, docenten en scholen doen mee met de MBO Card?

In 2017 had 87% van alle mbo-studenten een MBO Card voor korting op museumbezoek, concerten en andere culturele activiteiten. In totaal zijn dat 421.875 studenten, ten opzichte van 417.867 in 2016.

20% van alle mbo-docenten had in 2017 een docentpas. Dat zijn in totaal 5.495 docenten, ten opzichte van 4.181 in 2016.

Maar liefst 97% van alle mbo-scholen deed in 2017 mee met de MBO Card. In totaal zijn dat 66 scholen, ten opzichte van 60 in 2016.

Wat is burgerschapsonderwijs?

Burgerschap is een competentie die te maken heeft met de ontwikkeling van sociale vaardigheden, kritische denkvaardigheden, het opbouwen van normen en waarden en het verwerven van inzicht in maatschappelijke thema’s als duurzaamheid en multiculturaliteit.

Sinds 1996 is vastgelegd in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs dat het mbo zijn studenten niet alleen voorbereidt op het uitoefenen van een toekomstig beroep, maar ook op deelname aan de maatschappij. Dit gebeurt door het geven van burgerschapsonderwijs. In het mbo krijgt het vak burgerschap of burgerschapsvorming vaak een aparte plek binnen het onderwijs.

Voor culturele instellingen en kunstenaars liggen er tal van kansen om een bijdrage te leveren aan de inhoudelijke vormgeving van het burgerschapsonderwijs.

Wat is de MBO Card?

De MBO Card is een cultuurkaart en kortingspas voor studenten en docenten in het mbo. Het doel van de MBO Card is dat studenten meer culturele activiteiten ondernemen en dat culturele instellingen meer aanbod voor deze groep jongeren creëren.

Op 1 januari 2016 werd de MBO Card officieel gelanceerd in het mbo. De MBO Card is een initiatief van CJP in samenwerking met Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), ondersteund door het Ministerie van OCW. JOB is de belangenorganisatie voor en door mbo-studenten en geeft advies en ondersteuning aan studenten. Mbo-scholen kunnen deze gratis kortingspas aanvragen voor al hun studenten. De studenten krijgen bij meer dan 1000 locaties (o.a. bioscopen, theaters, festivals, musea en winkels) CJP-korting.

Na aanmelding gaan docenten met hun studenten op pad naar musea, films of andere culturele activiteiten die met een flinke korting bezocht kunnen worden. De culturele activiteiten variëren van rondleidingen, exposities en voorstellingen (receptief aanbod) tot workshops en masterclasses (actief aanbod). Docenten kunnen daarnaast in hun vrije tijd met CJP-korting culturele events bezoeken om inspiratie op te doen.

Wat zijn keuzedelen?

Het middelbaar beroepsonderwijs werkt met kwalificatiedossiers.
Hierin staan de eisen waaraan een student moet voldoen om het
diploma te behalen. Alle kwalificatiedossiers samen vormen de kwalificatiestructuur die bestaat uit beroepsgerichte vakken en keuzedelen. De beroepsgerichte vakken zijn verplichte onderdelen van de opleiding, de keuzedelen kiezen de studenten zelf op basis van hun
interesse en gekozen richting. Een keuzedeel maakt volwaardig deel uit van het curriculum van een bepaalde opleiding.

Scholen mogen de keuzedelen zelf invullen. Hier liggen kansen voor mbo-opleidingen om samen met lokale culturele instellingen een
keuzedeel te ontwikkelen waar kunst en cultuur als basis dient of onderdeel van is. De keuzedelen die scholen ontwikkelen komen in een register, zodat andere scholen er ook gebruik van kunnen maken.

Ga naar het register van keuzedelen

Overheid

Wat is de Jeugdwet?

De Jeugdwet ondersteunt kinderen en ouders bij het opgroeien en opvoeden. Sinds 1 januari 2015 valt iedereen tot 18 jaar die tijdelijk of langer hulp nodig heeft, onder deze wet. Ook jeugdigen met psychische problemen, stoornissen of een lichte verstandelijke beperking.

Wat kan cultuur betekenen voor de uitvoering van de Jeugdwet?

Gemeenten vullen de gehele jeugdzorg lokaal in en hebben daarvoor partners nodig met goede initiatieven. Dat biedt kansen, ook voor de cultuursector. Interessante vragen voor gemeenten zijn  ‘hoe houd je jeugdigen vitaal en betrokken om zorgvragen te voorkomen of uit te stellen?’. Of ‘hoe versterk je de eigen kracht van de jeugdige, zijn gezin en de sociale omgeving?’ .

De culturele sector kan bijdragen aan dergelijke vragen. Actieve deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten heeft een positief effect op mensen, waardoor ook culturele instellingen als partner kunnen optreden om de Jeugdwet uit te voeren.

Actieve cultuurparticipatie werkt preventief: hoe beter de jongere zich voelt en ruimte krijgt en hoe meer hij/zij over een informeel (zorg)netwerk beschikt, hoe minder de vraag naar zorg zal zijn. De handreiking vanuit de kunst kan ook concreet zijn: dans is bijvoorbeeld beweging en daarmee een manier om jonge mensen te mobiliseren en overgewicht te voorkomen.

Actieve cultuurparticipatie draagt bij aan een positief zelfbeeld, activeert deelnemers en kan een preventieve werking hebben vanwege de empowerment, beweging en de contacten die het oplevert. Dit sluit aan bij de belangrijkste aandachtspunten van de Jeugdwet: voorzieningen en hulpverleners moeten zich gaan richten op de versterking van de eigen kracht van jeugdigen en hun opvoeders.

Lees meer

Welke praktijkvoorbeelden laten zien hoe de cultuursector en de Jeugdwet goed samengaan?

Stut Theater in Utrecht en Stichting Formaat in Rotterdam maken theatervoorstellingen voor scholen en doen workshops met jongeren. Daarbij staan het eigen verhaal en de persoonlijke ervaringen van de jongeren centraal, en ‘repeteren’ de jongeren voor de werkelijkheid.
Website Stut Theater
Website Formaat

Een andere manier om kinderen in de jeugdzorg en jonge vluchtelingen te inspireren biedt Kunstkameraden van stichting de Cultuurkantine in Breda. De Cultuurkantine maakt koppels van kunstenaars en kinderen. Door kunst te maken krijgen kinderen de ruimte om hun verhaal te vertellen en te laten zien wie ze zijn. (Uit: Inspiratiegids voor lokaal beleid. Preventie, zelfregie en participatie met kunst en cultuur in het sociaal domein, van LKCA)

In 2017 startte RICK het project KunstWerk in Weert: een kleinschalig, maar uitdagend initiatief om WAJONGeren werkfit te maken. Door middel van kunst ontdekken WAJONGeren hun talenten en werven ze sociale skills die nodig zijn voor het zichzelf beter presenteren en handhaven in de arbeidsmarkt. RICK richt zich met name op het stimuleren van vaardigheden, zoals zelfverzekerder worden, het concentratievermogen vergroten, leren presenteren, feedback ontvangen en geven, en het beter formuleren van meningen.
RICK – Sociaal-maatschappelijk

Meer voorbeelden vind je in het onderzoek Buitengewoon, over de betekenis van kunst en cultuur voor veerkracht van jongeren.

Waarom zou je als gemeente cultuurparticipatie onder ouderen stimuleren?

Door te investeren in cultuurparticipatie kunnen gemeenten bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van ouderen. Hierdoor kan de zorgvraag afnemen. Cultuurparticipatie vermindert eenzaamheid en de kans op sociaal isolement of gezondheidsproblemen bij ouderen.

Er zijn geen wettelijke kaders die gemeenten verplichten om de cultuurdeelname van ouderen te bevorderen. Er liggen wel veel kansen als het gaat om integrale beleidsvorming.

Bij welke drempels voor cultuurdeelname van ouderen kan de gemeente een rol spelen?

Drempels voor ouderen om mee te doen aan cultuur zijn vaak van financiële of geografische aard. Bekendheid met het aanbod speelt ook een rol. De gemeente kan hier een faciliterende rol in spelen.

Meer weten

Nooit te oud voor cultuur. Handreiking lokaal beleid ouderen en cultuur (LKCA, 2016)

Hoe kun je met cultuurparticipatie voor ouderen aanhaken bij de WMO en WPG?

Cultuurparticipatie kan een middel zijn om de doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet publieke gezondheid (Wpg) te realiseren. De Wmo vraagt van gemeenten om de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid van hun burgers te stimuleren. Cultuurparticipatie hoort daarbij; als bezoeker, vrijwilliger of door actieve kunstbeoefening.

Samen met relevante partners kunnen gemeenten ouderen met een fysieke, mentale, sociale of financiële beperking daarbij over een drempel helpen. Dat vermindert eenzaamheid en de kans op sociaal isolement of gezondheidsproblemen, wat weer aanknopingspunten biedt bij de Wpg.

Meer weten

Cultuur en ouderen op LKCA.nl
Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)

Wat zijn Age Friendly Cities en wat kan ik daarmee als gemeente?

Een Age Friendly City is letterlijk een leeftijdsvriendelijke stad. Vergrijzing is één van de grote maatschappelijke uitdagingen voor gemeenten. Cultuurparticipatie heeft een belangrijk positief effect op de vitaliteit, de gezondheid en het welzijn van ouderen.

De steden Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht en het Fonds voor Cultuurparticipatie tekenden daarom in 2015 het convenant Lang Leve Kunst. Op weg naar Age Friendly Cities. Hiermee zetten ze zich in voor lokale verduurzaming van cultuurparticipatie door ouderen binnen zowel het cultuur- als Wmo-beleid. Met Cultuur+Ondernemen ontwikkelden ze strategieën voor een duurzame financiering om het draagvlak voor dit thema te vergroten.

Niet alleen grote steden staan voor een opgave als het gaat om vergrijzing. Op het platteland speelt dit net zo goed.

Meer informatie en inspiratie

Handreiking Age friendly financiering (Cultuur+Ondernemen, 2016)
Website Age-friendly Nederland
Subsidies Age Friendly Cultural Cities (Fonds voor Cultuurparticipatie)

Cultuur- en erfgoedinstellingen

Welke lokale en regionale leerlijnen voor erfgoededucatie zijn er?

Op allerlei plekken in Nederland worden doorgaande leerlijnen erfgoededucatie ontwikkeld – mede dankzij de regeling Cultuureducatie met Kwaliteit. Het LKCA ging op zoek naar deze leerlijnen en vond inspirerende voorbeelden! Ontbreekt een leerlijn? Meld het ons.

Bekijk de lokale en regionale leerlijnen hier.