Onderzoek naar erfgoededucatie in het onderwijs

Onderzoek

Jacquelien Vroemen
auteur
Jacquelien Vroemen
datum
9 januari 2017

Hoe wordt erfgoed gebruikt in het Nederlandse onderwijs? Deze vraag wil Jacquelien Vroemen, masterstudent Museologie aan de Reinwardt Academie, beantwoorden in haar masterscriptie. Voor het LKCA doet Jacquelien verslag van het proces, haar uitgebreide inventarisatie en bevindingen tot zover. Ook zoekt ze aanbieders en ontwikkelaars die willen helpen bij haar zoektocht naar nog meer erfgoededucatieprojecten.

Ik ben mijn onderzoek begonnen met een brede inventarisatie van bestaande erfgoededucatieprojecten. Ik heb er tot dusverre ruim 1200 gevonden. Dit aantal zal nog wat veranderen, want al inventariserend moest ik sommige criteria bijstellen. Wat bijvoorbeeld te doen met de –soms– vele ‘vertalingen’ van plaatselijke erfgoedprojecten? Denk aan ‘Stad in de middeleeuwen’ en ‘Jet en Jan – Jong in 1910’. Die laatste ben ik tegengekomen in vijftien verschillende gedaanten: Jet en Jan, Karel en Kaatje, Luit en Lammegien, Hidde en Hiske, Graads en Gerdien, Jan en Janneke, Jans en Da, Truike en Graedske, Annechien en Anne, Bregtje en Berend, Hedde en Gepke, Leuntje en Leen, Geessie en Geert, Theet en Doortje, Aaltje en Bort.

Bij zulke vertalingen veranderen niet alleen de namen van de twee hoofdrolspelers: het te bezoeken museum, dus ook de voorwerpen die bestudeerd worden, het werk dat de ouders en oudere kinderen in het verhaal doen, en soms ook de tijd waarin het speelt: alles wordt aangepast aan de lokale situatie. Ik heb dus besloten dat ik deze allemaal apart moet gaan tellen.

Ook al is mijn inventarisatie nog niet helemaal af, toch kan ik al wel wat opmerkelijke dingen noemen. Zo heb ik tot nu toe slechts 62 projecten gevonden die immaterieel erfgoed behandelen; dat betekent dat wij in Nederland vooral lesprojecten maken met materieel erfgoed als onderwerp.

Ook interessant is te kijken naar welke onderwerpen vaak aan de orde komen. De Tweede Wereldoorlog staat, misschien niet verrassend, op nummer één (112 projecten), de middeleeuwen op de tweede plaats met 83 projecten.

Lesdoelen

Van een groot aantal projecten heb ik de lesdoelen bekeken. Op basis daarvan heb ik een driedeling gemaakt van manieren waarop erfgoed kan worden gebruikt in de les.

Als het doel is dat leerlingen zich inleven in het verleden om zo meer (historisch) begrip en kennis op te doen, dan gebruik je erfgoed als bron bij de geschiedenisles. Wil je daarbij ook dat de leerlingen waardering krijgen voor het erfgoed, omdat je meent dat dat goed is voor hun persoonlijke ontwikkeling; en wil je dat deze waardering de leerlingen ertoe aan zal zetten dat ze zelf later voor het erfgoed willen zorgen en het willen bewaren; dan zet je het erfgoed in als erfstuk. Wil je, ten slotte, vooral duidelijk maken dat erfgoed het resultaat is van een onderhandelingsproces, en wil je die processen onderzoeken, dan zet je erfgoed in als verschijnsel.

Erfgoededucatie op school

Klik op de afbeelding voor printbaar A4-formaat

Erfgoedwijsheid

Hester Dibbits heeft voor onderwijs over erfgoed als verschijnsel de term ‘erfgoedwijsheid’ gemunt. Als je erfgoed in het onderwijs gebruikt ‘als verschijnsel’, dan zeg je daarmee dat erfgoed geen vast, historisch gegeven is, maar dat het dynamisch is, dat het bestaat als resultaat van een onderhandelingsproces dat gevoerd wordt door mensen; en dat het dus verandert in de tijd, en per land of cultuur.

Met mijn vraag: hoe wordt erfgoed gebruikt in het onderwijs in Nederland, wil ik (ook) een antwoord vinden op de achterliggende vraag, hoe vaak en hoe we in bestaande erfgoededucatieprojecten terugzien dat erfgoed (inderdaad) dynamisch is. Mijn voorlopige conclusie is, dat dit niet erg vaak gebeurt. Opvallend vind ik, dat deze benadering in het Primair Onderwijs het vaakst voorkomt bij de allerkleinsten: juist in groep 1 tot en met 4 wordt aandacht besteed aan ‘wat is een verzameling’, ‘wat is een museum’, ‘wat bewaren we daar’ en vooral ook: waarom. Vanaf groep 5 zie je dat erfgoed meer en meer wordt ingezet als bron bij de geschiedenisles – en sluit daarmee aan bij de reguliere geschiedenislesstof die veelal vanaf groep 5 begint.

Tot slot

Begeleider van de scriptie is prof. dr. Hester Dibbits. Het onderzoek valt binnen het brede onderzoeksprogramma dat Hester Dibbits uitvoert in het kader van haar LKCA-leerstoel aan de Erasmus Universiteit, en in het kader van het onderzoeksprogramma waar zij met Riemer Knoop en de onderzoeksgroep – het lectoraat – van de  Reinwardt Academie aan werkt. 

Heb je vragen, opmerkingen of suggesties? Neem dan contact met me op via jacquelienvroemen@gmail.com.