Sport, natuur en cultuur horen juist op school thuis

Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Vakken als taal en rekenen kun je ook verbeteren door in te zetten op plezier en motivatie, betoogt Ronald Kox, leidinggevende cultuureducatie bij LKCA.

Dit opinieartikel verscheen op 10 oktober 2022 in Trouw als reactie op de lancering van het programma School en Omgeving (rijke schooldag) en de plannen voor curriculumvernieuwing.

Volgens de minister van onderwijs en de onderwijsinspectie moet er op school veel meer tijd worden besteed aan taal en rekenen. Deze basisvaardigheden zijn de afgelopen jaren schrikbarend achteruit gegaan.

De noodzaak van goede vaardigheden in taal en rekenen staat buiten kijf. Het gevaar dreigt echter dat we daarbij vergeten te kijken naar de kwaliteit van het (school)leven van kinderen, hun welbevinden en motivatie.

“Sport, natuur- en cultuureducatie stimuleren de motivatie om te leren.”

De resultaten op het gebied van taal en rekenen kunnen ook verbeterd worden door juist in te zetten op plezier en motivatie. Uit de vorderingen op het gebied van lezen in de ons omringende landen blijkt dat juist inzetten op leesplezier met behulp van meer culturele activiteiten helpt.

Nieuwsgierigheid stimuleren

Cultuur, sport en natuur spelen een essentiële rol in de persoonlijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en brengen hun vaardigheden bij voor het leven. Zij stimuleren de nieuwsgierigheid en motivatie om te leren. En dragen bij aan samenwerken en samenleven, in plaats van alleen maar uit te gaan van het eigenbelang.

En juist die aspecten dreigen onder te sneeuwen door de toenemende focus op kernvakken. Minister Wiersma probeert met het programma School en Omgeving weliswaar een model te ontwikkelen waardoor leerlingen meer toegang krijgen tot een buitenschools aanbod, ongeacht hun thuissituatie of omgeving. Maar de aanpak van dit programma leidt juist tot nieuwe kansenongelijkheid tussen kinderen.

De 45 voorloperscholen die zijn geselecteerd om School en Omgeving vorm te geven, bevinden zich allemaal in wijken met een lagere sociaaleconomische status. Dit moet leiden tot een model van aanpak voor alle scholen in Nederland. Maar een model dat op een beperkte groep in de samenleving gebaseerd is, is gedoemd te mislukken. Kansarme kinderen in de wat betere wijken worden nu uitgesloten, en lijken dat in de toekomst dan ook te blijven.

Bovendien worden leergebieden als cultuur, sport en natuur naar de randen van de dag verschoven om plaats te maken voor de kernvakken. Zo dreigen ze te verdwijnen uit het curriculum, in plaats van geïntegreerd te worden in de onderwijsdag.

Al te grote nadruk op buitenschools aanbod levert het risico op dat kunst en cultuur alleen toegankelijk worden voor kinderen in bepaalde gebieden, of uit gezinnen met voldoende middelen om de kosten voor kunst- en cultuuraanbod zelf op te brengen. Dit werkt verdere ongelijkheid – ook in het latere leven – in de hand en tast de sociale cohesie en het welbevinden van kinderen aan.

Niet verbannen, maar inpassen  

Om deze kansenongelijkheid terug te dringen is een andere aanpak nodig. Niet het verbannen van cultuur, sport en natuur naar de randen van de dag, maar een gelijkwaardige samenwerking met alle partners (zoals cultureel centrum en sportclub) rond het opgroeiende kind. In het hele land zijn al goede voorbeelden te vinden van Integrale Kindcentra waar gelijkwaardige samenwerkingen leiden tot een integrale aanpak tussen leer- en leefomgeving.

Kansenongelijkheid kunnen we alleen echt aanpakken als we ook de structuur van de schooldag durven aan te pakken.”

Maar de kansenongelijkheid kunnen we alleen echt aanpakken als we ook de structuur van de schooldag zelf durven aan te pakken. Door de scheiding tussen schoolactiviteiten en buitenschoolse activiteiten weg te halen, kunnen scholen en partners het maximale halen uit een rijke schooldag en uit de omgeving. Bovendien krijgen zo werkelijk alle kinderen dezelfde kans en gelegenheid om kennis te maken met een breed aanbod aan activiteiten.

Dit vraagt niet alleen om creatieve oplossingen, zoals de inzet van professionals met verschillende achtergronden in de klas, maar ook om aanpassing van wet- en regelgeving over onder meer schooltijden en inspectiekaders. De minister en de onderwijsinspectie hebben gelijk dat basisvaardigheden op orde moeten zijn, maar zonder volledige integratie met cultuur, sport en natuur gaan we als samenleving achterlopen.

Kunst en cultuur zijn onmisbaar voor de vorming van jonge mensen. Een samenleving die kinderen en jongeren serieus neemt, zorgt daarom voor goede cultuureducatie, die bereikbaar is voor alle leerlingen.

LKCA zet zich hier al heel lang voor in. Samen met de cultuursector, het onderwijs en overheden ontwikkelden we een aanpak die alle leerlingen gelijke toegang geeft tot kwalitatief goede cultuureducatie. In 2016 publiceerden we deze aanpak in Basis voor Cultuureducatie, een handreiking voor de toekomst van binnen- en buitenschoolse cultuureducatie, die nog altijd actueel is.

Lees meer

Meer informatie

Foto header: In Roermond krijgen leerlingen een dagdeel in de week les van iemand met een bijzonder beroep. Mark Boonstra geeft ‘schuiftrombone-les’ (foto ANP).

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 1

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Functie: Leidinggevende Cultuureducatie
Expertise: curriculumontwikkeling
ronaldkox@lkca.nl
030 - 711 51 42
Marlies Tal (zij/haar/haar)
Marlies Tal (zij/haar/haar)
Functie: Leidinggevende Cultuurparticipatie en Beleid
Expertise: overheidsbeleid,programma cultuurparticipatie
marliestal@lkca.nl
030 - 711 51 70
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel