Rijke schooldag biedt meer kansen voor álle kinderen

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 7 april
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Er valt meer uit een schooldag te halen dan momenteel gebeurt. Door de schooldag te verrijken stimuleer je dat alle kinderen hun talenten ten volle kunnen ontplooien. Wat is er nodig om te komen tot zo’n rijke schooldag?

Van ongeveer half negen tot drie uur zitten kinderen op school, al dan niet onderbroken door een middagpauze thuis, en daarvoor en daarna is het vrijetijd. Die schooldag mag er voor kinderen min of meer hetzelfde uitzien, hun buitenschoolse activiteiten – van sport en cultuur tot en met bijlessen – verschillen sterk. Die zijn in grote mate afhankelijk van wat er in hun buurt voorhanden is en van wat ouders kunnen en willen betalen. 

Daardoor ontstaan er verschillen tussen kinderen, verschillen in kansen om te groeien en zich te ontplooien. Dat kan ook anders. Door de schooldag te verbreden en te verdiepen wordt deze rijker. Niet alleen voor kinderen die van huis uit toch al veel meekrijgen of van wie de ouders extra activiteiten kunnen betalen, maar voor álle kinderen.

Regeerakkoord

Ook het nieuwe kabinet wil investeren in een rijke schooldag. In het regeerakkoord staat dit genoemd als middel om armoede te bestrijden en kansenongelijkheid te verkleinen. Het ziet ernaar uit dat er komend schooljaar al een speciale subsidieregeling komt waarmee scholen in achterstandswijken hun leerlingen iets extra’s kunnen bieden. ‘Te denken valt’, aldus de passage in het regeerakkoord, ‘aan begeleiding bij huiswerk, sport en cultuur, samenwerking met plaatselijke verenigingen en bibliotheken.’

Als LKCA zouden we de rijke schooldag graag breder en verstrekkender invullen. Daarom hebben we een notitie voor het ministerie geschreven over de huidige stand van zaken en infrastructuur en de kansen en belemmeringen voor werkelijke verrijking van de schooldag. Want wat ons betreft is een rijke schooldag meer dan een schooldag met wat extraatjes.

De tijd lijkt er rijp voor. Behalve het regeerakkoord zijn er meer ontwikkelingen die een bodem leggen voor een rijke schooldag. Zo heeft de toeslagenaffaire ertoe geleid dat het nieuwe kabinet toe wil naar een kinderopvangvergoeding van 95 procent voor werkende ouders. Verder kunnen de NPO-gelden, inmiddels met twee jaar verlengd, mogelijk stimulerend werken.

Anders denken

Het gaat bij een werkelijk rijke schooldag om fundamenteel anders denken over en inrichten van ons onderwijs. Bijvoorbeeld het loslaten van vaste schooltijden, vaste roosters en een vaste klassenstructuur. En het creëren van een rijk aanbod voor kinderen, waaronder kunst en cultuur, opdat alle talenten aangesproken worden.

Er zijn in het land al diverse aanzetten tot dergelijke rijke schooldagarrangementen. Een voorbeeld is integraal kindercentrum Mondomijn, waar kinderen van 0 tot13 jaar in één doorgaande lijn leren. Het centrum werkt nauw samen met organisaties voor sport en cultuur en biedt maatwerk in leerstof en leertijd. Een ander voorbeeld is De School in Zandvoort die werkt met flexibele onderwijstijden, persoonlijke leerplannen en externe vakdocenten.

Het zijn veelbelovende voorbeelden en ze laten zien wat de potentie van de rijke schooldag is. Maar een brede uitrol is niet zonder slag of stoot te realiseren. Er zijn nog wel enkele hordes te nemen.

Belemmeringen

Wat zijn dan die hordes? Ik noem hier de belangrijkste:

  • Verschillen tussen scholen
    Nederland kent grondwettelijke vrijheid van onderwijs. Het betekent dat scholen vrij zijn hun onderwijs inhoudelijk naar eigen visie en mogelijkheden in te richten. Dat is een groot goed, maar schaduwzijde is grote variatie tussen scholen en daarmee (grote) ongelijkheden in mogelijkheden voor kinderen.

  • Verschillen tussen gemeenten
    Ook tussen gemeenten bestaan grote verschillen, bijvoorbeeld in hun keuzes en mogelijkheden voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en schoolgebouwen. Dat betekent dat een kind in bijvoorbeeld Dordrecht meer kansen heeft dan in Lelystad.

  • Kinderopvang kan inhoudelijker
    Buitenschoolse kinderopvang geldt in Nederland primair als een faciliteit voor werkende ouders, niet als een pedagogische omgeving die een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van een kind. Het ontbreken van inhoudelijke vereisten voor BSO zorgen daarbij voor een heel divers aanbod.
  • Infrastructuur cultuureducatie
    De infrastructuur voor cultuureducatie is de laatste decennia verzwakt. Daardoor is er minder aanbod dat bovendien duurder is voor deelnemers. Een centralere (landelijke) verantwoordelijkheid voor een dergelijke structuur kan zorgen voor breed en laagdrempelig aanbod voor iedereen.
  • Betere integratie school en opvang
    De wetgeving voor onderwijs en kinderopvang is niet geharmoniseerd en staat daarmee samenwerking vaak in de weg. De verschillen in wettelijke vereisten voor gebouwen en inrichting maken integratie ook in praktisch opzicht vaak moeilijk. Het is daarbij nodig te kijken naar de omvang van de kindcentra, de fysieke plek en inrichting en de financiering.
  • Noodzaak flexibiliteit
    Gelijke kansen vragen om ongelijke leer- en opvangtrajecten. Meer flexibiliteit in onderwijstijden, vakanties en de indeling van een schooldag zijn daarom nodig. Daarnaast vraagt het om flexibiliteit van de betrokken professionals en organisaties.

Het oplossen van deze belemmeringen vraagt om andere regelgeving, maar bovenal om de wil om te investeren in kansen voor álle kinderen. Niet alleen in achterstandswijken, maar overal. Laat een rijke schooldag niet de uitzondering, maar de regel zijn.

Leestips

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.7 / 5. totaal 11

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Functie: Leidinggevende Cultuureducatie
Expertise: curriculumontwikkeling
ronaldkox@lkca.nl
030 - 711 51 42
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel