Kennissynthese 2025: Cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd
Overheden en beleid
Overheden ondersteunen en sturen met hun beleid (wetgeving, beleidsprogramma’s en financiering) beoefenaars, aanbieders en ondersteuners aan. Zij maken hiermee cultuurbeoefening mede mogelijk. We bespreken vier niveaus: het Rijk, provincies, gemeenten en stedelijke cultuurregio’s.
In de kennissynthese kom je meer te weten over de overheidslagen. Hieronder vind je een beknopte beschrijving van enkele onderwerpen. Voor een uitgebreidere beschrijving van de onderzoeken over de overheden verwijzen we je naar de kennissynthese.
Inhoudsopgave
Gemeentelijk beleid
Gemeenten hebben geen wettelijke taak voor cultuurbeoefening (met uitzondering van de bibliotheekwet en enkele taken rondom erfgoed). Dat betekent niet dat gemeenten hierin geen rol spelen. De overgrote meerderheid van de gemeenten (88%) heeft beleid voor cultuurbeoefening, meestal voor zowel school als vrije tijd. Dat beleid bestaat uit meerdere beleidsinstrumenten, met als belangrijkste het verstrekken van subsidies en het aanstellen van cultuurcoaches. Daarna volgen het faciliteren van netwerken en platforms en aparte regelingen voor cultuurbeoefening door inwoners met lagere inkomens. De meeste gemeenten richten hun beleid op een groot aantal partijen, waarvan amateurkunstgroepen, scholen, bibliotheken, amateurkunstenaars, leerlingen, musea, archieven, erfgoedinstellingen, theaters, schouwburgen, centra voor de kunsten, muziekscholen en historische of archeologische verenigingen de belangrijkste zijn (Hageman et al., 2022; Goossens et al., 2026).
In 2022 en 2026 deed LKCA onderzoek naar gemeentelijk beleid voor cultuurbeoefening. In de kennissynthese beschrijven we de belangrijkste resultaten.
Provinciaal beleid
Per provincie zijn er grote verschillen in rollen en instrumentarium (Goossens & Neele, 2023; Wijn et al., 2022; Schouwenburg & Van den Brink, 2022). Daarnaast hebben provincies minder subsidierelaties met de culturele sector dan gemeenten of het Rijk. Er is ook minder budget beschikbaar. In provincies waarin cultuur veel eigen inkomsten genereert (zoals Noord-Holland en Zuid-Holland) geeft de provincie relatief weinig per inwoner uit aan cultuur (Veenstra et al., 2021). Een belangrijke bron voor informatie over de stand van cultuurbeoefening zijn de provinciale cultuurmonitors die diverse provincies hebben, zoals Noord-Brabant (Waarde van Cultuur), Zeeland, Friesland en Gelderland.
Cultuurparticipatie
Erfgoed
Rijksbeleid
De laatste decennia krijgt cultuuronderwijs landelijk toenemende beleidsaandacht, voor zowel de kunstvakken als het cultureel erfgoed. Meer recent zien we ook steeds meer aandacht voor de amateurkunstsector binnen onder meer de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening. Met de toenemende beleidsaandacht is, net als de behoefte aan wetgeving, de financiering voor kwalitatief cultuuronderwijs toegenomen. Zo is er meer aandacht voor kunstzinnige oriëntatie in het onderwijs en hebben (grote) culturele instellingen hier een steeds grotere rol in (Hagenaars, 2020). Recentelijk is er meer nadruk op bijvoorbeeld diversiteit en fair pay in het rijkscultuurbeleid. Maar, onderzoek toont aan dat er in de cultuursector nog steeds uitdagingen zijn met betrekking tot diversiteit en inclusie (Driebergen et al., 2022; Rana & De Koning, 2023; Van Haeren & Nadimi, 2023).
Cultuureducatie
Bestuurlijke kaders en regelingen
Gemeente, provincie en Rijk hebben elk hun eigen taken voor cultuurbeoefening, die gedeeltelijk in bestuurlijke kaders zijn vastgelegd. In de kennissynthese geven we een beknopt overzicht van de belangrijkste verdragen en akkoorden.
Navigeer naar een ander onderwerp