Op naar een actueel beroepsprofiel po

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 22 september
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Wat kenmerkt een goede kunstvakdocent, nu en in de toekomst? Samen met het veld werkt LKCA aan actuele beroepsprofielen. Tijdens dit LKCAtelier brainstormden kunstvakdocenten samen over wat er nodig is om het primair onderwijs goed te bedienen.

In 2015-2016 zijn voor het eerst beroepsprofielen voor kunstvakdocenten gemaakt. Om bij de tijd te blijven werkt LKCA, samen met Sardes, aan nieuwe, toekomstgerichte profielen. De bestaande vijf profielen (po, vmbo, onderbouw havo/vwo, bovenbouw havo/vwo, actieve cultuurparticipatie) worden bovendien verfijnd tot in totaal negen à tien profielen, ook voor het speciaal en praktijkonderwijs, mbo en hbo.

Tijdens deze bijeenkomst ligt een conceptprofiel voor het po op tafel. Sardes ontwikkelde dit op basis van literatuuronderzoek en interviews met professionals. Herkennen de aanwezige kunstvakdocenten zich daarin en welke aanvullingen hebben ze?

Kennen en kunnen

Karin Hoogeveen en Carlijn Waaijer van Sardes lichten het profiel kort toe en lokken vervolgens via stellingen reacties uit. Eerste onderdeel van het profiel gaat over de kenmerken van een goede kunstvakdocent, oftewel wat je moet kennen en kunnen.
Het concept noemt creativiteit, kennis van ontwikkeling van kinderen, klassenmanagement (‘het mag best eens chaos zijn, maar je moet wel een groep in bedwang kunnen houden’), kunnen samenwerken en flexibel en innovatief zijn.

De vraag ligt voor hoe al die kenmerken zich tot elkaar verhouden. Weegt je authenticiteit als kunstenaar bijvoorbeeld zwaarder dan je rol als docent? De meningen wisselen. Juist je nieuwe inbreng vanuit de kunsten is waardevol, vinden sommigen. Anderen vinden leerlingen iets leren het belangrijkste. ‘Ik hoef me in de klas geen kunstenaar te voelen.’

Of je een superspecialist moet zijn of juist uit diverse kunstdisciplines weet te putten, hangt af van de wensen van de school. Al vinden de meesten dat juist het po zich leent voor brede kennismaking met de kunsten. Een muziekdocent zal bijvoorbeeld ook bezig zijn met dans en theater.

En inderdaad moet je weten wat kinderen van een bepaalde leeftijd wel en niet (aan)kunnen. Al maakt het daarbij wel uit of je een eenmalige gastles komt geven of structureel meedraait in het team. In het eerste geval kun je varen op informatie van de groepsleerkracht, maar in het laatste geval moet je zelf kennis over ontwikkelingsstadia paraat hebben. ‘Je moet echt weten wat kinderen in groep 3 kunnen en wat het verschil is met zeg groep 1 of groep 7.’  

We merken dat kinderen vastlopen in het creatieve proces, omdat ze de vaardigheden missen.

Doelen en ambities

Een tweede thema in het profiel zijn doelen en ambities. In de interviews noemden kunstvakdocenten hierbij vooral wat ze voor leerlingen nastreven: een veilige leeromgeving, zelfvertrouwen, durf om te experimenteren en een bredere horizon.

Dit bereik je vooral door procesgericht werken, poneren Hoogeveen en Waaijer als stelling, het eindproduct is van ondergeschikt belang. De meeste aanwezigen beamen dat: die nadruk op het proces kenmerkt onze aanpak. Zo leer je kinderen bovendien dat een product niet zomaar uit het niets ontstaat, juist door uitproberen en dingen opnieuw (moeten) doen, ontstaan er mooie dingen.

Ze leren inderdaad van het proces, maar vergeet ook het eindproduct niet, waarschuwt iemand. ‘Anders kunnen leerlingen erg teleurgesteld raken.’ Bovendien willen ouders graag iets tastbaars zien. Al smeekt dat laatste ook om de beeldvorming bij te stellen en ouders duidelijk te maken wat kunstonderwijs is en kan betekenen voor hun kind. Geen uniforme paashazen en kerstballen, maar meer creatieve (denk)vaardigheden.

Tijdens de kunstles kunnen leerlingen andere talenten tonen dan bij de ‘cognitieve vakken’. Maar of talentontwikkeling nou een expliciet doel moet zijn, betwijfelen de meesten. Anderzijds: voor andere vakken bestaan ook plusprogramma’s en verrijkte lesstof. ‘Waarom zouden leerlingen in de kunstvakken niet mogen excelleren?’

Toekomstbestendig

Vakintegratie lijkt hét sleutelwoord te zijn voor de toekomst. Binnen de kunstwereld zelf is dat al realiteit, maar ook in het onderwijs zal multidisciplinair werken toenemen. Het zou mooi zijn als pabostudenten daar beter op worden voorbereid. ‘De kunstenaarsmindset is belangrijk voor de toekomst.’  

Maar we moeten kunstlessen niet louter reduceren tot een oefening in creativiteit. Ook kunstzinnige vaardigheden blijven belangrijk, vinden de aanwezigen. ‘We merken dat kinderen vastlopen in het creatieve proces, omdat ze de vaardigheden missen. Dan haken ze af. Dus beide zijn belangrijk.’ Al was het maar om je eigen vak niet overbodig te maken: ‘Wij bieden inhoud die leerlingen niet bij een ander vak leren. Die moeten we bewaken.’

In de toekomst zal het draaien om een juiste balans tussen artistieke eigenheid en integratie (in vakken én in het schoolteam). Scholen ervaren met dank aan de NPO-gelden de waarde van kunstvakdocenten die een jaar rondlopen in school. ‘Die specifieke waarde moeten we goed neerzetten en dan kan de kunstvakdocent integraal onderdeel van het team worden.’ 

Wil je ook input leveren voor het beroepsprofiel po? Mail naar k.hoogeveen@sardes.nl of c.waaijer@sardes.nl.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.7 / 5. totaal 3

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (1)
Ino de Groot 25-10-2022

In het onderwijs gaat het over leren. Reproduceren is het kunstje nadoen. reproduceren is 'heerlijk' controleerbaar. Diepleren gaat over het toe-eigenen van de leerstof, het je eigen maken. Diepere gebeurt als iets je raakt, als het over jezelf gaat, als het gaat over wat je zelf interessant vindt. Verbeelden gaat over eigen gedachten, eigen gevoelens en eigen ervaringen. Het kan niet anders dat verbeelden dus interessant is voor kinderen! Het gesprek na afloop met het kind moet duidelijk maken of het verhaal van het kind (gevoelens, gedachten, ervaring) klopt met wat is gemaakt; vorm en inhoud moeten kloppen.
Binnen de lessen moet er aandacht zijn voor cultuur; in ons nieuwe boek 'Zoek het uit. Kijken Maken Spelen' pleiten we om te beginnen bij de familiecultuur. uit te bouwen naar schoolcultuur, wijkcultuur, stads etc tot wereldcultuur. Verbeelden en aan de eisen van de cultuur voldoen kunnen spanningen opleveren; leer de leerlingen de randen op te zoeken... lessen voor het leven!

reageer
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Chantal de Bonth-Vromans (zij/haar/haar)
Chantal de Bonth-Vromans (zij/haar/haar)
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: primair onderwijs
chantaldebonth@lkca.nl
030 - 711 51 64
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Functie: Leidinggevende Cultuureducatie
Expertise: curriculumontwikkeling
ronaldkox@lkca.nl
030 - 711 51 42
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel