Cultuurdag VO: Ruimte voor vernieuwing

datum:
26 januari 2016
partners:
VCPS en CJP

Zo'n 500 mensen uit het voortgezet onderwijs en culturele instellingen waren aanwezig in Theater Gooiland in Hilversum. 

Cultuuronderwijs in het VO bruist en borrelt

‘We vonden het hoog tijd om weer eens iets te doen voor het VO’, zei Melissa de Vreede die namens het LKCA de Cultuurdag VO organiseerde. De toeloop op 26 januari was groot en de verscheidenheid aan onderwerpen die werden besproken ook. Het was voor velen niet alleen een kwestie van halen, maar ook van brengen. Want er gebeurt van alles.


Midden boven het podium van Theater Gooiland in Hilversum hangen twee doeken. De zaal is goed gevuld en het licht dimt. Een jonge vrouw loopt het podium op en begint te dansen tussen de doeken. Ze trekt zich omhoog en haalt acrobatische toeren uit. Steeds hoger klimt ze en telkens draait ze met sierlijke bewegingen doeken om haar armen of benen. Ze laat los, maar blijft in balans. En ze valt niet, omdat ze zich geborgd weet door haar omwikkelde ledematen. Het is een vernuftig spel dat de kijker geboeid op het puntje van zijn stoel houdt. En daarmee een perfecte opmaat voor een dag die in het teken staat van cultuureducatie in het voortgezet onderwijs. Een dag ook waar het begrip borging in keynotes en workshops voortdurend langs zal komen. En uiteraard een dag die de bezoekers op het puntje van hun stoel wil houden.

Aftrap

‘Het voortgezet onderwijs is niet alleen de doelgroep’, zei LKCA-directeur Ocker van Munster in zijn openingswoord. ‘Het is ook de bron.’ Wat hij zijn toehoorders duidelijk maakte was dat cultuureducatie voor iedereen van belang is, maar juist op deze leeftijd cruciaal. Jongeren ontdekken wie ze zijn en wat ze willen. Begrip van cultuur helpt hen om die vragen te beantwoorden. Tegelijkertijd komen ze op een leeftijd waarin die zoektocht leidt tot experimenten die op allerlei terreinen kunnen leiden tot nieuwe impulsen. ‘Zij zijn de wegbereiders.’
Meer concreet wees hij op de transitie in het onderwijs, waar een vernieuwing van het vak CKV zit aan te komen. En het vmbo waar de profielen aan verandering onderhevig zijn. Iets verder in de toekomst krijgen we te maken met Onderwijs 2032, de schets van Paul Schnabel en het Cultureel Planbureau met ideeën waar tegen die tijd behoefte aan is.
‘Verwacht vandaag geen pasklare antwoorden’, waarschuwde Van Munster. ‘Maar ik hoop dat we vanmiddag allemaal naar huis gaan met het idee dat deze dag ons weer een stukje verder brengt.’

Iedereen is anders

Het zou fijn zijn als ieder mens zodanig onderwijs zou kunnen krijgen dat hij zijn eigen grenzen zou kunnen  bereiken. Misschien is dat in de toekomst ooit nog wel te verwezenlijken als er meer inzicht komt in de menselijke geest.’ Met die conclusie eindigde de 17-jarige Claire Boonstra een opstel op de middelbare school. Onlangs had ze het teruggevonden, met de feed-back van de docent. En die loog er niet om. Hij noemde het ‘een wat slappe conclusie zo’n vrome wens, gebaseerd op veel idealisme, maar met weinig realiteitszin’. Je kon de zaal zachtjes horen kreunen. Terugkijkend kan ze er om lachen. Maar tegelijk heeft het haar ook sindsdien beziggehouden, die oneindige diversiteit in mensen en die enorme hoeveelheid rollen die er nodig zijn om deze maatschappij te kunnen laten functioneren. En daarom begrijpt Boonstra niet dat het onderwijs aan kinderen en jongeren nog steeds uitgaat van één gemeenschappelijke norm. Dat er niet gekeken wordt naar waar elke individuele leerling behoefte aan heeft om zijn talenten optimaal te kunnen ontplooien, maar naar dat waarvan de samenleving, soms al heel erg lang geleden, heeft afgesproken wat die leerling moet weten. Als voorbeeld haalt ze het augmented reality-bedrijf Layar aan, waaraan zij mede aan de wieg stond. ‘Wij gingen iets maken dat niet bestond, waarvoor je niet opgeleid kon zijn. We hadden daarvoor mensen die nooit een vak geleerd hadden, maar die wel briljant waren. Nu noemen we dat 21st century skills. Maar dat is het niet. In de 4e eeuw voor Christus was dat niet anders.’   

Reset

Met haar Operation Education denkt Boonstra na over de toekomst van het onderwijs. Met gevoel voor realiteitszin weet ze dat het niet mogelijk is om met een druk op een knop het hele onderwijs te resetten, hoewel dat wel het makkelijkst zou zijn. In een maatschappij waarin binnen afzienbare tijd de artificiële reken- en denkkracht groter zal zijn dan de menselijke zijn begrippen als diversiteit, uniciteit, complexiteit en nabijheid van groot belang om succesvol te zijn. ‘We komen van een samenleving die grotendeels voorspelbaar was, maar gaan naar een samenleving die steeds meer onvoorspelbaar zal zijn. Waar we konden exploiteren, zullen we meer en meer moeten exploreren. Waar behoefte was aan management, zullen we steeds meer behoefte krijgen aan leiderschap.’ In een boek van de Australische Bronnie Ware kwam Boonstra een Top 5 van regrets tegen. Dingen die door stervenden het vaakst werden genoemd waar ze spijt van hadden. Dat ik mijn leven niet heb geleid zoals ik zelf wilde, maar zoals andere dat van mij verwachtten; dat ik zo hard gewerkt heb; dat ik niet de moed heb gehad om mijn gevoelens uit te drukken; dat ik het contact met mijn vrienden niet beter heb onderhouden; dat ik niet gelukkiger ben geweest.
Dat, vindt Boonstra, zou de kern moeten worden van ons toekomstig onderwijs, het voorkomen van die vijf regrets. Hoe dat kan? Simpel door met zijn allen na te denken over het onderwijs en steeds opnieuw te vragen waarom, waartoe, wat, hoe. Door telkens opnieuw die vragen te beantwoorden, waar, zo stelt Boonstra, verbeeldingskracht voor nodig is, kan het onderwijs aankomende generaties voorbereiden op een ongewisse toekomst. ‘Goed onderwijs is een voorwaarde voor vrede en duurzame ontwikkeling, maar leert ook om gezond en gelukkig te leven.’

Ochtendsessie

Na Boonstra’s keynote was er een eerste ronde van tien workshops over uiteenlopende onderwerpen als Cultuureducatie in het vmbo, Art Based Learning, het Rotterdams CKV-model en internationalisering. Alles bij elkaar leverde genoeg stof tot nadenken, maar vooral napraten tijdens de lunch, die door de manier van aanbieden lekker dynamisch was. Zo was docent Kyara van der Vegt van het Groene Hart Lyceum in Alphen aan de Rijn erg enthousiast over het verhaal van Claire Boonstra. Bij Art Based Learning heeft ze wat meer reserve. ‘Goed dat ik daar geweest ben, maar ik ben bang dat het vooral voor havo 4 toch wat te hoog gegrepen is.’ Van der Vegt die zowel beeldende vorming als CKV geeft  is naar Hilversum afgereisd om nieuwe ideeën op te doen. ‘Soms heb ik het gevoel wat stil te staan en dan inspireert zo’n dag je weer.’
Voor wie dat zeker opgaat is Richard Wering van het Valuascollege in Venlo. ‘Ik ga morgen direct beginnen’, steekt hij zijn enthousiasme over Art Based Learning niet onder stoelen of banken. ‘Je kunt op die manier met een kunstwerk in gesprek gaan en ervan leren, maar waarom zou dat niet ook met een gebouw gaan? Dat zat ook in het verhaal van Claire Boonstra, wat ik superinspirerend vond. Gewoon alle beperkingen weg.’
Ook oud-docent Els van Strien vertelt door een dag als vandaag nog steeds geïnspireerd te worden. Als lid van de visitatiecommissie van de Vereniging van Cultuurprofielscholen was ze gekomen met een boodschap. ‘Ik had een vraag van een school gekregen over internationalisering, hoe zet je dat op, hoe wissel je ideeën uit. Daarover ben ik bij de workshop over dat onderwerp weer wat wijzer geworden.’

Samenwerking


De school als nieuw te winnen gebied hadden de Rotterdamse gezelschappen Ro Theater en Maas theater en dans zichzelf als doel gesteld. Of dat als einddoel is geslaagd werd uit hun presentatie niet duidelijk. Maar de eerste stap was een geweldige. Als uitgangspunt kozen Dorien Folkers (Maas theater en dans) en Patrick van der Weijde (Ro), beiden verantwoordelijk voor educatie, het boek Dissus van Simon van der Geest. ‘Dat is de Odyssee in een nieuw jasje, een universeel verhaal over een tocht langs tal van onzekerheden, eigenlijk zoals het leven op deze leeftijd ook is.’ Hoe waar dit is, merkte de zaal bij het door Simon van der Geest voorgelezen fragment.
Samen met het Rotterdams Montessori Lyceum werkten Folkers en Van der Weijde vervolgens de plannen uit. Alles kwam samen in een dag van repeteren, aankleden en spelen op acht verschillende locaties binnen de school van ’s ochtends 9 tot ’s avonds 9. Of zoals conrector Florence Weytingh het verwoordt: ‘de school werd één dag compleet op zijn kop gezet.’ En natuurlijk ging daar een heel proces met gesprekken en afspraken tussen schoolleiding en gezelschappen aan vooraf. Maar daarvan hoeven de leerlingen niets te merken. Voor hen en voor hun ouders die ’s avonds de voorstellingen bijwoonden was het een groot feest. Dat bleek ook duidelijk uit de filmimpressie  die van de dag gemaakt was. Maar eigenlijk was dit slechts zaaien. Het oogsten moet nog gebeuren op het moment dat de samenwerking tussen school en gezelschappen meer structuur krijgt. ‘Vanuit het enthousiasme van alle betrokkenen kunnen we nu gaan nadenken over zoiets als doorgaande leerlijnen.’

Vernieuwing CKV

Na de dynamiek van een praktijkvoorbeeld van een schoolproject, moest de knop om voor een meer theoretisch verhaal. Gudrun Beckmann en Barend van Heusden, die beiden deel hadden uitgemaakt van de commissie die zich had gebogen over de herziening van het vak CKV gaven uitleg over hoe die herziening eruit gaat zien. Centraal in de nieuwe opzet staat het begrip meemaken, wat in deze context heel prettig, voor verschillende uitleg vatbaar is. ‘Het is bijwonen en ervaren, het is bijdragen, maar het is ook direct en zelf produceren.’
Meer specifiek wordt het vak, zo laat Beckmann zien, gekenmerkt door een cyclisch proces van verkennen, verbreden, verdiepen en verbinden. Leerlingen wordt gevraagd om vanuit hun eigen culturele biografie en hun opvattingen over kunst onbekende kunstuitingen te gaan leren kennen. Dit levert hen onderzoeksvaardigheden op waarmee zij een uitgebreidere culturele autobiografie kunnen opstellen.
Van Heusden wijst erop dat het hernieuwde programma gestroomlijnd klinkt, maar dat het op bepaalde momenten stevige discussies heeft gekost voor het zover was. ‘We focussen op maken en meemaken, van object tot proces. Niets materieels maakt iets immers tot kunst.’ Daarnaast is er de keuze voor kunst in plaats van cultuur. ‘Kunst is een specifiek onderdeel van cultuur. En door daar de nadruk op te leggen, wordt het makkelijker om te laten zien dat kunst en cultuur een functie hebben. Het is als eten, sporten of spelen.’ En ten slotte is er de koppeling onderzoek en onderwijs. ‘Er is in het onderwijs te weinig kennis over kunst. En daarom kunnen we niet vertellen wat we doen. Door deel te nemen aan het proces doe je kennis op en word je uitgedaagd om te onderzoeken.’
Afsluitend laat Beckmann zien wat deze verandering van CKV vraagt van de docent. ‘Kort samengevat komt het neer op focus en concentratie. Het gaat erom artistieke en creatieve processen te documenteren en zichtbaar te maken in school.’

Middagsessie

Waar de CKV-veranderingen voor diverse vmbo-docenten iets te ver van hun bed waren, kunnen zij in een tweede ronde van tien workshops opnieuw terecht voor inspirerende praktijkvoorbeelden, variërend van filmeducatie, een innovatief muziekproject tot een danstutorial. Zo verging het onder andere Margot van Neerven, docent beeldende vorming op het Montessori College in Nijmegen. ‘Sorry, maar dat verhaal vond ik veel te theoretisch. Ik ben meer van doen. Het verhaal van Claire Boonstra vanochtend vond ik heel inspirerend. Vooral waar je spijt van hebt dat je niet gedaan hebt vond ik mooi. Je passie zoeken. Het inspireert me om er met leerlingen op uit te gaan, bijvoorbeeld naar het Honigcomplex in Nijmegen waar veel creatieve ondernemers zitten.’
Voor Eske Scheele, educatief medewerker van Stichting Hart in Haarlem, was het een nuttige dag om weer eens te zien wat er allemaal voor aanbod is en waar scholen behoefte aan hebben. ‘Wij bieden zelf bijvoorbeeld drama- en dansprojecten aan, maar wij hebben ook een soort makelaarsfunctie. Een dag als deze is dan voor mij om allerlei redenen de moeite waard. Bijvoorbeeld om te zien wat die gezelschappen gedaan hebben met Dissus.’                

Lees meer

contact

Melissa de Vreede
naamMelissa de VreedefunctieSpecialist Cultuureducatietelefoonnummer030 711 51 76e-mailMelissadeVreede@lkca.nl
Desiree de Kreuk
naamDésirée de KreukfunctieEventcoördinator telefoonnummer030 711 51 53e-mailDesireedeKreuk@lkca.nl