Cultuurbeleid 2021-2024: Cultuur voor iedereen

11 juni 2019

Cultuur van en voor iedereen: het is een van de speerpunten van de uitgangspuntenbrief waarin minister Van Engelshoven de kaders schetst voor het nieuwe cultuurbeleid voor 2021-2024. En dat betekent volop aandacht voor cultuurparticipatie en cultuuronderwijs.

De minister pleit voor een sterke sector die er voor iedereen is met eerlijke beloning voor de culturele professionals. Ook schept ze ruimte voor meer genres en nieuwe spelers en daarmee voor meer inclusie en kansengelijkheid.

Een rode draad in de brief is de samenwerking tussen Rijk, gemeenten en provincies die de minister wil verstevigen. Dat doet ze onder andere door de matchingsregeling Cultuureducatie met kwaliteit voort te zetten en een matchingsregeling voor cultuurparticipatie in te stellen. Dat was een breed gedeelde wens uit het werkveld die we samen met de partners van het Platform Cultuurparticipatie aan de Raad voor Cultuur hadden voorgelegd. 

Wij zijn blij met deze gezamenlijke aanpak van verschillende overheden voor cultuureducatie en cultuurparticipatie.

Cultuurparticipatie

In het recente cultuurbeleid had cultuurparticipatie niet eerder zo’n prominente plek als in deze uitgangspuntenbrief. Extra goed nieuws is dat de minister daarin ook het verenigingsleven expliciet benoemt. Iets wat in de regioprofielen nog nauwelijks aan bod kwam.

Al in de inleiding van haar uitgangspuntenbrief benoemt de minister nu bijvoorbeeld het belang van samen muziek maken in een fanfare.

In de periode 2021 tot 2024 stelt de minister € 8,45 miljoen per jaar beschikbaar voor een nieuw programma cultuurparticipatie. Ook hierin werkt de minister samen met gemeenten en provincies. In de brief schetst de minister de hoofdlijnen voor het programma (dat later verder zal worden uitgewerkt):

  • Het programma legt een verbinding tussen zorg, sociaal werk en kunst en cultuur en erfgoed. Hierin is ruimte voor professionele aanbieders én voor het verenigingsleven.
  • Het programma biedt ruimte voor zowel grotere landelijke projecten als voor kleinere lokale initiatieven. Daarbij is er ruimte voor maatwerk in lokale uitvoering.
  • Het Fonds voor Cultuurparticipatie zal het programma uitvoeren met een matchingsregeling. Het LKCA ondersteunt het programma met expertise en kennisdeling.
  • Het programma levert inzichten op over de drempels voor de niet-bezoeker van cultuur.

Integraal cultuuronderwijs

De minister wil blijven investeren in goed cultuuronderwijs. Daarbij hebben vooral kansengelijkheid en integraal cultuuronderwijs de aandacht. Dat betekent dat de focus komt te liggen op een brede inzet van cultuureducatie en niet op aparte kunstdisciplines, in lijn met de vraag van scholen, de Raad voor Cultuur en andere overheden. Het tijdelijke programma Méér muziek in de klas eindigt eind 2020. En de regeling deskundigheidsbevordering muziek, nu bestemd voor de pabo’s, wordt ingezet voor cultuureducatie in brede zin. 

Ook zet de minister de Cultuurkaart voor het voortgezet onderwijs voort en is deze vanaf 2021 ook beschikbaar voor het VSO. Voor het mbo biedt de minister nog geen concrete aanpak. Maar wij zijn blij dat ze het belang ervan benoemt en met de MBO Raad in gesprek gaat om cultuuronderwijs ook daar te versterken.

Cultuureducatie met kwaliteit

Het programma Cultuureducatie met kwaliteit wordt voortgezet en verbreed:

  • Het nieuwe programma zal inspelen op het nieuwe curriculum.
  • De maatregelen voor afzonderlijke disciplines en onderwijsniveaus, zoals de VMBO-regeling, zullen opgaan in dit programma.
  • Penvoerders krijgen meer ruimte om in te spelen op lokale wensen.
  • Het bedrag dat andere gemeenten dan de G9 ontvangen wordt omhoog gelijk getrokken met de G9, namelijk € 0,79 per inwoner. Dat komt neer op een investering van €3,5 miljoen voor het programma Cultuureducatie met kwaliteit.
  • Het programma wordt toegankelijk voor aanvragers in Caribisch Nederland.

De verbreding van dit programma is echt een mooie uitbreiding die aansluit op de wensen van de huidige penvoerders.

Over de basisinfrastructuur

Op grond van de uitgangspunten schetst de minister de criteria voor de aanvragers in de culturele basisinfrastructuur. Hierin is opnieuw aandacht voor de bevordering van educatie en participatie. Maar de minister biedt meer ruimte aan instellingen om te bepalen hoe zij invulling geven aan cultuurparticipatie en of zij inzetten op cultuureducatie. 

Aanvragen met plannen voor cultuuronderwijs moeten echter wel van hoge kwaliteit zijn en aansluiten op het programma Cultuureducatie met kwaliteit in de regio. Op het gebied van educatie continueert zij de extra investering voor de ondersteunende instelling voor film ten behoeve van educatie. Ook maakt ze ruimte vrij voor leesbevordering en literatuureducatie.

Diversiteit

De aandacht voor eerlijke beloningen en voor diversiteit in de sector bekrachtigt de minister in de regeling voor de basisinfrastructuur. De Code Culturele Diversiteit wordt op dit moment door het Actieplan Cultuur & Creatief Inclusief geactualiseerd. Deze vernieuwde versie wordt, net als de Fair Practice Code en de Governance Cultuur, een subsidievoorwaarde in de basisinfrastructuur. 

LKCA

Het LKCA is als ondersteunende instelling onderdeel van deze culturele basisinfrastructuur. Wij zijn blij dat de minister het belang van onderzoek naar cultuureducatie en cultuurparticipatie in relatie tot de praktijk onderschrijft en ervoor kiest die onderzoekstaak voor het LKCA te behouden.

Lees de uitgangspuntenbrief en de bijbehorende stukken
Bekijk een korte animatie over het nieuwe cultuurbeleid