Cultuurreanimatie

Dit is een korte versie van een artikel uit de laatste Cultuurkrant NL (september 2020).
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Cultuureducatie en -participatie worden driedubbel geraakt door de coronacrisis. Inkomsten van professionals en organisaties vallen weg, gemeenten bezuinigen en er is te weinig toegang tot steunmaatregelen. Vallen we tussen wal en schip? Overheid, red de sector nu het nog kan.
ill Sjoukje Bierma
illustratie: Sjoukje Bierma

“We kunnen niet iedereen redden.” Die uitspraak hebben we menig bestuurder en politicus sinds de intelligente lockdown in maart 2020 horen doen. De samenleving als patiënt, getroffen door een virus. De overheid als chirurg die geen andere optie ziet dan delen te amputeren om de overlevingskans te vergroten. Maar als je goed kijkt kun je je afvragen wie het grootste gevaar is voor de patiënt: het virus, of de chirurg.

Steunpakketten

Om te voorkomen dat de economie zou omvallen trok het kabinet meermaals de portemonnee. In juni werd bekend dat het Rijk afstevent op een tekort van 68 miljard euro in 2020. De steun komt echter niet of nauwelijks terecht bij organisaties en professionals op het gebied van cultuureducatie en -participatie. De voorwaarden voor de regelingen voor zzp’ers, zoals de TOZO en de TOGS, sluiten grote groepen professionals binnen de culturele sector uit. Bijvoorbeeld door bepaalde registratiecodes bij de Kamer van Koophandel, of doordat er geen rekening gehouden wordt met seizoensgebonden werk, waarin het grootste deel van een jaarinkomen verdiend moet worden. Grotere organisaties en verenigingen komen op hun beurt niet of slechts deels in aanmerking voor de NOW.

Het eerste steunpakket van 300 miljoen voor de culturele sector kwam vrijwel geheel ten goede aan grote instellingen uit de landelijke BIS. Slechts 48,5 miljoen was beschikbaar voor gemeenten en provincies om lokale instellingen te ondersteunen. Voorwaarde was wel dat de gemeente en de provincie dan zelf evenveel middelen bijlegden. In totaal is er in alle steunpakketten bij elkaar €326,5 miljoen bedoeld voor het overeind houden van de lokale infrastructuur.

De regelingen voor zzp’ers sluiten grote groepen professionals uit.

De grote vraag blijft echter hoeveel van deze middelen terecht komen bij de cultuureducatie en -participatiesector. Zijn overheden verplicht de middelen te besteden aan cultuur? En wie gaat dat controleren?

Al met al worden organisaties en professionals binnen cultuureducatie en -participatie driedubbel geraakt door de coronacrisis. Ten eerste door het wegvallen van werk en inkomsten. Ten tweede door het risico op lokale bezuinigingen als gevolg van financiële problemen bij gemeenten. En ten derde door het gebrek aan toegang tot steunmaatregelen. Het nieuwe steunpakket van 482 miljoen biedt mogelijk verlichting, maar vooralsnog valt de sector tussen wal en schip.

Toename van de tweedeling

De coronacrisis heeft verschillen in de samenleving die er altijd al waren nog zichtbaarder gemaakt. Dat blijkt uit de uitkomsten van het LKCK-panel, een vast panel van circa 500 professionals die een afspiegeling zijn van de sector cultuureducatie en -participatie, van docent tot directeur, in verhouding tot de verdeling in de praktijk.

35 procent van het panel ziet dat de tweedeling in de samenleving door de crisis is vergroot. Zo komt een grote groep kinderen en jongeren van huis uit niet in aanraking met kunst en cultuur. 55 procent van het panel ziet dat er door de coronacrisis nog meer leerlingen buiten de boot vallen. 60 procent van het panel bereikt bovendien sinds de coronacrisis nog maar een deel van de leerlingen, of zelfs helemaal niemand meer.

Van de panelleden bereikt zestig procent nog maar een deel van de leerlingen, of niemand meer

In een rechtvaardige samenleving heeft eenieder het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap en om te genieten van kunst. Zo staat het letterlijk in artikel 27 van de rechten van de mens. Lokale culturele voorzieningen en activiteiten spelen een cruciale rol in het waarborgen van dit recht. Juist voor groepen die van huis uit niet vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst en cultuur. Toch zijn het juist deze voorzieningen die als eerst worden geslachtofferd. Dat is uiteindelijk niet zozeer een financiële, maar vooral een politieke overweging.

En als we het dan toch over tweedelingen hebben is er nog wel een andere tweedeling die door de coronacrisis zichtbaarder is geworden. Namelijk een tweedeling in de culturele sector zelf. Een tweedeling tussen de docenten, dirigenten, regisseurs en artistiek begeleiders aan de ene kant en beleidmakers, coördinatoren en directies aan de andere kant. Tussen de uitvoerende en de ondersteunende en beleidsmakende functies, zou je kunnen zeggen. Waar de uitvoerende professionals veelal zzp’er zijn, en als eerst geraakt worden door de crisis door het wegvallen van werk en inkomen, hebben de ondersteunende en beleidsmakende professionals vaak een dienstverband.

De verwachting die zij hebben van de overheid is dan ook heel anders. 45 procent van de zelfbenoemde uitvoerende professionals uit het panel zet het krijgen van opdrachten om weer aan de slag te komen op de eerste plaats, op de vraag wat voor een steun zij van de overheid nodig hebben. Bij de zelfbenoemde ondersteunende en beleidsmakende professionals komen waardering/aandacht en financiële ondersteuning op de eerste plaats.

De kunst van politiek

Uiteindelijk is het redden van sectoren een politieke exercitie en geen chirurgische. Kijk alleen al naar de wijze waarop wordt omgegaan met ‘vitale’ beroepen. Welke delen zuurstof krijgen (de horeca en KLM) en steunpakketten (economie en landbouw) zijn grotendeels politieke besluiten.

Gelukkig vergeet het kabinet de culturele sector niet, zo blijkt uit het nieuwste steunpakket van 482 miljoen, maar cultuur is meer dan alleen professionele podiumkunsten. In het politieke debat zijn cultuureducatie en amateurkunst vaak onderbelicht. 61 procent van het panel geeft dan ook aan de afgelopen periode een duidelijk herkenbare stem of een herkenbaar gezicht politiek gemist te hebben om de belangen van cultuureducatie en -participatie te verdedigen.

Cultuureducatie en -participatie blijken ondervertegen-woordigd in de politieke lobby

Maar de cultuursector zou de cultuursector niet zijn als zij niet dacht in oplossingen. Ruim een derde van het panel ziet zijn toekomst positief. Nog eens een derde gematigd positief. Toch zal het moeilijk worden om piano te spelen zonder vingers. Hoog tijd dat de chirurg deze vitale delen redt nu het nog kan.

Uit: LKCA-panel over beleving en gevolgen coronacrisis, Tangram advies & onderzoek, juli 2020


Dit is een korte versie van een artikel uit de laatste Cultuurkrant NL (september 2020). Neem hier een gratis abonnement.

Rapportage

LKCA Panel over beleving en gevolgen coronacrisis (Tangram, advies & onderzoek, 2020)

Oproep aan de overheid

Het LKCA-Panel

Het LKCA-panel is een vast panel van circa 500 professionals die een afspiegeling zijn van de sector cultuureducatie en -participatie, van docent tot directeur, in verhouding tot de verdeling in de praktijk. Je kunt je aanmelden via lkca.nl.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Bas Verberk
Bas Verberk
Functie: Specialist Beleid
Expertise: lobbyondersteuning,overheidsbeleid
basverberk@lkca.nl
030-71151 89
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel