Werken aan culturele kansen voor kinderen in het speciaal onderwijs

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier 28 februari 2024
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Voor kinderen in het speciaal onderwijs is actieve deelname aan kunst en cultuur cultuureducatie niet altijd vanzelfsprekend. LKCA bracht samen met het Amsterdamse lectoraat Kunsteducatie de belemmeringen, maar ook de kansen in het cultuureducatieve systeem in kaart.

Hoe een kind zich cultureel ontwikkelt, is sterk afhankelijk van de omgeving. De een groeit op in een gezin met kunstzinnige ouders en veel culturele uitjes, de ander komt pas op school in aanraking met muziek of drama. Weer een derde wil dolgraag op ballet, maar heeft geen dansschool in de buurt. ‘De kansen zijn nog steeds ongelijk verdeeld’, vat Marian van Miert (LKCA) samen.
En voor kinderen in het speciaal onderwijs lijken die kansen gemiddeld nog geringer. Bijvoorbeeld omdat ze nauwelijks vrije tijd hebben vanwege de grote afstand tussen school en thuis. Of omdat het theater of museum slecht toegankelijk is voor mensen in rolstoelen. Van Miert inventariseerde samen met Melissa Bremmer (lector Kunsteducatie, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten) de kansen en belemmeringen in de omgeving of, zoals zij het noemen, het cultuureducatieve systeem rondom deze kinderen.

Autonomie

Het cultuureducatieve systeem bestaat uit diverse domeinen die elk op hun eigen manier een bijdrage kunnen leveren aan de culturele ontwikkeling. Voor kinderen in het speciaal onderwijs gaat het bijvoorbeeld om de thuissituatie, het onderwijs, culturele instellingen, vrije tijd, zorg en welzijn, wet- en regelgeving en buitenschoolse opvang.
De onderzoekers ontwikkelden een systeemanalysetool en vroegen mensen uit al deze domeinen en ervaringsdeskundigen om eerst per domein en later tussen domeinen te vertellen over kansen en belemmeringen. Tijdens het LKCAtelier eind februari deelden de onderzoekers enkele bevindingen uit hun onderzoeksrapport ‘Kunst en Cultuur voor jou en mij?
Een thema dat in alle domeinen speelt, is dat de autonomie van het kind onder druk staat. Vaak is iedereen in het systeem gefocust op zorg en is er weinig ruimte en aandacht voor de culturele ontwikkeling. Zorgverleners vragen nooit wat een kind in de vrije tijd zou willen doen, sommige culturele instellingen verdiepen zich nog weinig in behoeften van deze doelgroep of komen soms met te kinderachtig aanbod. Op school gebeuren wel creatieve dingen, maar is het soms de groepsleerkracht die het uitvoert. En ouders ten slotte zijn vaak overbelast. Zoals een ervaringsdeskundige vertelde: ‘Ik vraag echt mijn moeder niet om me ’s avonds naar muziekles te brengen.’ Ontlasten van ouders is dan ook een aanbeveling van de onderzoekers.

Grote afstand

Een andere, veel genoemde belemmering, is de afstand tussen school en thuis. Kinderen worden met taxi’s of busjes gehaald en gebracht. Dat betekent onder meer dat ouders niet op het schoolplein staan en veel minder contact hebben met groepsleerkrachten. Het betekent ook dat veel kinderen pas laat thuis zijn en te moe kunnen zijn voor activiteiten in de vrije tijd. Of dat die activiteiten al gestart zijn, deze zijn immers afgestemd op de schooltijden in het reguliere onderwijs.
Dat het ook anders kan, bewijst een initiatief als de Samen naar School-klas. Daarbij kan een kind met een beperking in de eigen omgeving naar school. Daar krijgen ze deels apart les, maar bijvoorbeeld culturele activiteiten volgen ze samen met leerlingen zonder beperking. Ze hoeven dan niet meer te reizen en houden meer tijd en ruimte over voor andere activiteiten. Dergelijke good practices zijn ook in het onderzoeksrapport te vinden.

Door te kijken naar de relaties en mechanismen in het systeem wordt duidelijk dat het niet louter die lichamelijke of verstandelijke beperking is waardoor kinderen minder kansen hebben. Overbelasting van ouders, de afstand tussen school en thuis, vooroordelen (‘jij hebt een beperking en dus kun je geen instrument spelen’) en minder gezinsinkomen (bijvoorbeeld omdat ouders minder werken om meer thuis te kunnen zijn voor hun zorgintensieve kind) – dat grijpt allemaal in elkaar. ‘Er is niet één domein dat het kan oplossen’, stelt Bremmer. ‘Het systeem als geheel moet samen de schouders eronder zetten om de kansen voor deze kinderen te vergroten.’

Cultuurcoach

De aanbeveling van beide onderzoekers: denk niet vanuit de beperking, maar vanuit de mogelijkheden. Anders gezegd: het probleem ligt niet bij de leerling met een beperking, maar hoe we als samenleving naar die beperking kijken en ermee omgaan.  
Andere aanbevelingen zijn onder meer een vaste kunstvakdocent in het speciaal onderwijs die weet in te spelen op wat kinderen wél kunnen, en co-creatie tussen s(v)o-scholen en culturele instellingen. Verder is het zaak om over gemeentegrenzen heen te kijken (kinderen zitten zelden in hun eigen gemeente op school) en te werken met regionale cultuurcoaches.

De atelierdeelnemers herkenden de genoemde belemmeringen. Ook zij kwamen met aanbevelingen. Laat hen bijvoorbeeld tijdens ouderbijeenkomsten ervaren hoe leuk cultuur is en wat dat voor hun kind kan betekenen.
De cultuurcoach kan een belangrijke bemiddelende rol spelen, vertelt Maritza Rietdijk van VSO de Heldring. Ze werkt een-op-een met jongeren en neemt hen mee naar musea en theaters om hen te laten zien wat er allemaal mogelijk is. ‘Ik geef hen tips over hoe ze zelf dingen kunnen ondernemen. Mijn les was: neem hen niet voortdurend aan de hand, maar laat ze zelf ontdekken wat er bij komt kijken als je een cultureel uitje wilt regelen. En hoe je je CJP-pas kunt gebruiken.’

Kort samengevat: ken de doelgroep en lever, in het hele omringende cultuureducatieve systeem, maatwerk.

Verder lezen en luisteren

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (1)
Em 13-04-2024

Ik ben in mijn studietijd begonnen om theatervoorstellingen van een nonverbale soort naar instellingen/ internaten te brengen. Een enorme drempel voor die instellingen was en is het vervoer, en de tijd die nodig is voor het reguliere zorgprogramma. Dus kwamen de kids nooit in een theater en moesten wij naar hen. Later heb ik mijn best gedaan om kunsteducatie naar het SO te krijgen waar ook te weinig gebeurde. Een factor van belang is Geld. Vervoer kost geld. Extra begeleiding bij bezoeken aan museum of voorstelling kost geld.
Kunsteducatie in het SO kan prima mits er met kleinere groepjes wordt gewerkt maar dat kost geld.
Het is zeer goed besteed geld. Het is geweldig als leerlingen maar ook ouders en leerkrachten ervaren wat kinderen allemaal kunnen, en ook kunnen presteren op het gebied van cultuur. ‘Onze leerlingen zijn niet creatief’ kreeg ik wel te horen. Maar met een wat ander soort lesopbouw kwamen ze wel tot eigen keuzes en expressie. Wat goed werkt is- naar de mensen toe, overleggen voor maatwerk per situatie, en compact maar supergaaf aanbod, zodat je de gewone zorg niet stoort, maar iedereen wel onder de indruk is van wat de mensen kunnen. Mensen= so, vso, maar ook ouderen.

reageer
Marian 15-04-2024

Dank voor je heel herkenbare reactie en tips.

reageer
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Marian van Miert (zij/haar/haar)
Marian van Miert (zij/haar/haar)
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: primair onderwijs,speciaal onderwijs
marianvanmiert@lkca.nl
030 711 51 45
Bekijk alle experts
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel