Verbeelding in het speciaal onderwijs

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 3 december
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Kan kunstonderwijs de ontwikkeling van de verbeelding bij leerlingen stimuleren? En zo ja, hoe? In dit LKCAtelier leerden deelnemers over de kracht van verbeelding in het speciaal onderwijs. En die kracht geldt ook zeker voor het reguliere basisonderwijs!

Een pot augurken. Zoë Zernitz, specialist onderzoek bij LKCA, opent het LKCAtelier met een opdracht van kunstdocent Saskia Pekelharing. ‘Stel, je bent een augurk en zit al heel lang in dit potje. En niet eens bij het raam. Teken je ideale dagje uit.’ Ideeën genoeg onder de deelnemers. Ze laten hun groene jongen naar het park gaan om van de zon te genieten, op de rug van een vogel klimmen om de wereld te verkennen, hun komkommerfamilie bezoeken in de moestuin of diepzeeduiken, verder dan de bodem van de pot ooit zou toelaten.

Onderzoek Speciaal Verbeeld

De augurkenopdracht komt uit een van de lessen van Saskia Pekelharing, docent beeldend, binnen het onderzoek Speciaal Verbeeld. Gedurende het schooljaar 2018-2019 kregen leerlingen van CSO de Zonnehoek en SO Olivijn wekelijks beeldende lessen en dramalessen van Saskia en Simone Roerig. Samen met mede-onderzoeker Theisje van Dorsten observeerde Zoë Zernitz de leerlingen. Betekent kunsteducatie iets voor de verbeeldingskracht van deze leerlingen en zo ja, wat dan? Uit divers onderzoek blijkt namelijk dat vooral leerlingen met een autismestoornis (ASS) een beperkt beeldend vermogen zouden hebben.

De definitie van verbeelding, zoals gebruikt in het onderzoek, legt de nadruk op iets nieuws maken. Het vermogen om je herinneringen (kennis, ervaringen, gevoelens) te manipuleren, te combineren en te bewerken en deze uit te drukken in (voor jou, de leerling) nieuwe, persoonlijke en concrete (fysiek waarneembare) vormen. Om dat nieuwe te bepalen, keken de onderzoekers naar drie dingen: het gekozen onderwerp, het gebruikte medium en de originaliteit (vergeleken met eigen werk of dat van klasgenoten).

Verbeelding maakt flexibel

Een aantal leerlingen zat in een groef. ‘Ze hebben een sterke voorkeur voor een bepaald onderwerp, stijl of materiaal’, vertelt Zernitz. ‘Die groef is een vast patroon dat de verbeelding belemmert.’ Het lukte vakdocenten wèl om leerlingen uit die groef te trekken. Zo tekende een leerling altijd dino’s. Toen hij een opdracht kreeg waarbij dat onmogelijk was, werd hij boos en gefrustreerd. Hij kraste het hele papier vol. Een week later hetzelfde liedje, totdat Saskia voor hem een dino tekende, waarop hij toch met de opdracht aan de slag kon.

En bij de dramalessen zagen de onderzoekers hoe een andere leerling telkens de meest wilde en originele ideeën had, van brandweerpaashaas tot rekenmonster. Maar hij wilde ze het liefst tekenen, en minder graag spelen. Door hem bijbehorende attributen te geven, haalde Simone hem toch over zijn bedenksels met zijn lichaam te verbeelden.

De conclusie van deze verkenning is dat alle leerlingen in dit onderzoek kunnen (leren) verbeelden. De kracht van kunsteducatie in het speciaal onderwijs, en dus óók bij leerlingen met ASS, is dat het helpt om uit de groef te komen en flexibeler te worden. Voorwaarde is wel dat de (vak)docent verbeelding tot hoofddoel van de lessen maakt. Variatie in medium en onderwerp is dan belangrijk, om de verbeelding van alle leerlingen aan te spreken.

Tips voor verbeelding in het speciaal onderwijs

‘Sommige leerlingen gaan helemaal los bij gekke materialen zoals schilderen met broccoli, andere juist bij potlood. Er is dus niet één recept dat alle leerlingen aanspreekt’, vertelt Zernitz. Daarom is het belangrijk te variëren in medium en onderwerp.

Ook belangrijk: geef leerlingen een probleem dat ze al verbeeldend moeten oplossen en werk met opwarmertjes voor opdrachten. Geef leerlingen ook de tijd om te prutsen en moedig hun verbeelding bewust aan. ‘Dat lijkt een open deur, maar soms moet je als docent echt even op je handen gaan zitten. ‘Dat is mooi’, kan je beter niet zeggen. Stel vragen, benoem hun maakproces en geef daar complimenten over.’

Niet accepteren dat het niet lukt

Heel herkenbaar die groef, vindt een van de deelnemers. ‘Bij de augurkenopdracht begon ik meteen enthousiast te schrijven, totdat ik hoorde dat ik een tekening moest maken. Toen blokkeerde ik even.’ Dat het onderzoek veel los maakt en deelnemers verrast, blijkt ook uit de vele geeltjes op de virtuele muur en de gesprekken in de break-outrooms. Hoe kun je bijvoorbeeld zorgen dat niet alleen vakdocenten, maar ook groepsleerkrachten de verbeelding omarmen? Coachen door vakdocenten is daarbij belangrijk. Om te zorgen dat lessen in verbeelding motiverend blijven, zo stellen deelnemers, moet je leerlingen niet ‘eindeloos in frustratie laten hangen’. Je moet ze dus helpen uit hun groef te komen. ‘Bij rekenen en taal accepteren we niet dat het een leerling niet lukt verder te komen’, zegt Zernitz. ‘Dat zou ook bij kunstonderwijs meer mogen.’ Iedereen is het erover eens dat verbeelding als lesdoel goed en belangrijk is. Sterker, het zou bij álle vakken een lesdoel moeten zijn. Tijd kortom dat in het onderwijs de verbeelding aan de macht komt.

Leestips

Over LKCAtelier

Iedere donderdag tussen 15.00 en 17.00 uur openen wij het online atelier om kennis op te doen, kennis te delen, te discussiëren over actuele issues. Check www.lkca.nl/lkcatelier voor alle data, thema’s en inhoudelijke terugkoppelingen.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.3 / 5. totaal 8

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Zoë Zernitz
Zoë Zernitz
Functie: Specialist Onderzoek
Expertise: onderzoek,primair onderwijs
zoezernitz@lkca.nl
030 - 711 51 87
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel