Verslag van de deelsessies

Conferentie CE in SO

Welke subsidieregelingen zijn er in het speciaal onderwijs? Hoe kun je de kunstdisciplines nou het beste integreren in je curriculum? Welke nascholing is geschikt voor educatiemedewerkers van culturele instellingen die willen samenwerking met een so-, sbo- of vso-school? En is er in de nationale dialoog #Onderwijs2032 voldoende aandacht voor de leerlingen in het speciaal onderwijs? Zomaar een greep uit de thema's die in dertien deelsessies zijn behandeld.

Sessie 1: Dans? Spelen met beweging, tijd, ruimte en kracht!

Hoe gaat dat, een dansles voor leerlingen in het speciaal onderwijs? Dat ervaren de deelnemers in deze workshop onder leiding van freelance dansdocent Renske Hoogervorst en Monique Rutgers, die als icc’er en groepsleerkracht werkt op de Heldringschool in Amsterdam. Van de zestien deelnemers zijn er veertien actief in het onderwijs, en dan voornamelijk in cluster 3. Twee deelnemers werken in de culturele sector. De opdrachten (uit de methode Dansspetters) die de deelnemers voorgeschoteld krijgen, hebben te maken met ruimte en kracht. Dat zijn twee van de vier kernprincipes van dans. Uiteraard wordt er ook bewogen, dat is het derde principe. Het laatste principe – tijd in de zin van langzaam en snel – komt niet aan bod omdat er ook nog ervaringen worden uitgewisseld.
Want hoe is die samenwerking tussen de Heldringschool en de dansdocent nou ontstaan? Monique vertelt over de pilot van Mocca en Tamino, waarmee ze de kans kregen om – naast de andere disciplines – ook dans aan te bieden. De groepsleerkracht stelt zich open en leert van de vakleerkracht en vice versa. De structuur en regels van de school staan op papier, net als hoe ze de kinderen aanspreken. Een houvast voor externe docenten die herkend wordt door de deelnemers aan workshops. Soortgelijke acties zijn het opschrijven van een aantal basisgebaren, of de observatieplicht in de groep voor externen. Ondanks twintig jaar ervaring met dans op school heeft Renske haar doelen flink moeten bijstellen toen ze begon met lesgeven op de speciale basisschool. Ze heeft vooral geleerd van de groepsleerkrachten hoe kinderen informatie verwerken. Zo werd het helder welke opdrachten ze wel en niet kon geven aan de kinderen, dat ze kort in haar instructies moest zijn en veel moest voordoen.
Wie dans wil inbouwen in het schoolprogramma, kan bijvoorbeeld beginnen met een keer per maand een gymles, een themamaand dans óf het koppelen aan bewegen of muziek. Voor de lessenopbouw voor bovenbouwleerlingen is het belangrijk dat het aansluit op hun belevingswereld (sport, games, urban, etc…). Ook moet je ervoor waken dat je het niet te kinderachtig maakt. Het is handig om te starten met thema’s maar met meer danservaring van de groep, kun je dat ook loslaten. Na afloop ontvangen zij allemaal een factsheet van Renske met daarop lessuggesties, literatuur en dansgroepen zodat niks ze meer in de weg staat om met dans aan de slag te gaan.

Meer informatie
Download de factsheet

Sessie 2: Drie scholen, drie verhalen en tips  

Alphons Laudy VSO, SBO Het Palet en de Spinaker VSO zijn drie SO-scholen die veel ruimte bieden aan kunst en cultuur in beleid en curriculum deelden hun tips onder leiding van Vibeke Roeper van Plein C. Gebeurt er op jouw school nog niet zoveel op cultureel vlak, houd je doelen dan klein en haalbaar. Durf je doelen te stellen en onderneem ook die actie! Samen met de expertise van je collega’s kun je vaak meer dan je zelf denkt. Als je eens per jaar een knalproject organiseert met kunstenaars, maak je gelijk iedereen in en om de school duidelijk wat je kunt bereiken met cultuur. Wil je draagvlak te krijgen bij je collega’s en hen structuur te bieden, verleid hen dan met workshops en laat zien dat jij als cultuurcoördinator het hen makkelijk kunt maken. Je collega’s willen kunst en cultuur echt wel een plek geven als ze zien dat leerlingen blij zijn én hard werken, kunnen excelleren en dat verschillen in cognitie wegvallen zodat het veilige wereldje groter wordt.
Kunst en cultuur kun je linken met andere vakken en verwerken in vakoverstijgende leerlijnen. Denk bijvoorbeeld aan leren leren of sociale vaardigheden. Kijk wel goed waar de leerlingen behoefte aan hebben. De leerling is je beste ambassadeur, hoe mooi is het om hun werk zichtbaar te maken in de hele school? Het ideale beleidsplan beschrijft een mix van praktijk en beleid. Alle plannen en doelstellingen kun je het beste over acht jaar uitsmeren. Sluit hierbij zoveel mogelijk aan bij de doelen van je directeur, bijvoorbeeld op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling. Een gezamenlijke visie en missie zijn onmisbaar, ook om kunst en cultuur een vaste plek te geven in de dagelijkse onderwijspraktijk.

Sessie 3: Het gedichtenlaboratorium in gebruik

Via welke stappen kom je op een laagdrempelige wijze tot een poëtische tekst en op welke manier  kan deze bijdragen aan taalontwikkeling? Deze vraag is het uitgangspunt van de werkwijze Taalvorming. Namoi Blindeman en Inge Raadsgelder van Special Arts vragen de deelnemers om een gebeurtenis van de dag te beschrijven vanuit een concrete waarneming en ervaring. In een paar stappen ontstaan er nieuwe woorden en andere vormen. Bij iedere deelnemer leidt het proces tot een gedicht. Deze werkwijze is goed toe te passen bij mensen met een beperking, ook als er sprake is van een taal- of spraakprobleem. Het doel van deze methode is om mensen te helpen zich te uiten met taal.

Meer informatie

Sessie 4: Aan de slag met nieuwe media

Het kan niet missen: in deze workshop gaat gecreëerd worden! Workshopleider en freelance docent audiovisueel Bas van Haren heeft op vijf plekken in het lokaal een installatie opgezet waarmee de deelnemers stop-motion filmpjes gaan maken. De iPad is het opnameapparaat en een handige app is al geïnstalleerd. Bas heeft kratjes vol met spullen mee waarmee de filmpjes kunnen worden opgebouwd. Een goede voorbereiding is het halve werk, zo ervaren de deelnemers. Met een korte levendige toelichting, een inspirerend voorbeeldfilmpje en techniek waar je snel mee uit te voeten komt, ervaart iedereen in krap uur de eenvoud van het filmpjes maken.
Dit is dus óók geschikt voor leerlingen in het speciaal onderwijs! De techniek is simpel en er moeten verschillende taken worden uitgevoerd. Zo kan iedere leerling iets passends kiezen. De een gaat gedreven en geconcentreerd tekenen, de ander bedient de iPad, iemand spreekt de geluiden in en weer iemand anders speelt een rol in het filmpje. Deze vorm van kunstonderwijs – zelf filmpjes maken – werkt heel goed in het speciaal onderwijs, zo vertelt Bas. In deze workshop kunnen de deelnemers, na krap een uur hard werken, elkaar een mooi eindresultaat laten zien. Dat is natuurlijk ook hartstikke leuk voor de leerlingen in het speciaal onderwijs!

Meer informatie

Sessie 5: Kundig voor de klas als aanbieder

Aanbod maken voor so-scholen vergt een precieze afstemming op de doelgroep. Leerkrachten in het speciaal onderwijs merken dat niet iedere aanbieder hier voldoende rekening mee houdt. Plein C ontwikkelde daarom – samen met Stichting Tamino – de hoofdmodule Speciaal Onderwijs als onderdeel van de nascholing Cultuurdocent Primair Onderwijs. In deze nascholing, die in heel Nederland wordt gegeven, krijgen cursisten in zes lessen van 2,5 uur inzicht in de leerlingen, structuur en organisatie van het speciaal onderwijs. Aan het einde van de nascholing heeft iedereen een lessenserie ontworpen. Ook wordt er stage gelopen in twee groepen. De cursisten werken in duo’s samen. Tijdens hun stages observeren en filmen ze bij elkaar. Een relevante opleiding dus voor ervaren cultuurdocenten met relevante opleiding en ruime ervaring in het regulier onderwijs.

Petra Veenstra is docent beeldende kunst en heeft de module gevolgd vanuit haar interesse voor en nieuwsgierigheid naar deze doelgroep. Ze begon ietwat onzeker aan de nascholing, zo vertelt ze in deze sessie. De gesprekken met de leerkracht en haar contactpersoon plus het observeren in de klas noemt Petra belangrijke startpunten omdat je hiermee veel kennis ontwikkelt over de doelgroep. In haar lessen is ze simpel begonnen, ze maakt bewust kleine stappen en laat de leerlingen onderzoekend leren. Petra vertelt dat veel complimenten geven erg belangrijk is, al gaat het over de kleinste dingen. Haar werkwijze is uitproberen, observeren, aanpassen en uitdagen. Voor wie geïnteresseerd is in deze module: bij voldoende belangstelling wordt de nascholing in het najaar aangeboden  bij Mocca in Amsterdam. Aanmeldingen verlopen via de website of per e-mail naar Ellie van den Bomen van Plein C.

Sessie 6: De leerkracht dirigeert, muziekspecialist in het s(b)o

Tien leerkrachten volgen de tweejarige opleiding tot 'Muziekspecialist in het s(b)o', ontwikkeld door het Prins Claus Conservatorium Groningen en Stichting Tamino. In deze sessie vertellen Marinus Verkuijl en Geke Slagman – verbonden aan de opleiding –over de aanpak en opzet van de opleiding. Leerkrachten Frederieke Boersma en Mirjam Prins delen hun ervaringen in de onderwijspraktijk. De kracht van het programma zijn de gezamenlijke lessen met veel lesideeën die meteen de volgende dag op school kunnen worden toegepast. Frederieke en Mirjam laten de deelnemers ter plekke een aantal eenvoudige klap- en andere muzikale spelletjes doen. Het is iedereen gelijk duidelijk leuk en simpel muzieklessen kunnen zijn. Door de opleiding hebben de leerkrachten meer zelfvertrouwen en een heel arsenaal van werkvormen voor zelfstandige muzieklessen én om muziek te verbinden met andere vakken.

Sessie 7: Museum maatwerk

Erfgoed en speciaal onderwijs: een prima combinatie. Daar zijn Olaf Peters (Openluchtmuseum) en Petra Roelofs (S.O. Lichtenbeek in Arnhem) het over eens. In hun sessie vertellen ze over de totstandkoming van speciale programma’s in het Openluchtmuseum voor het speciaal onderwijs. Het uitgangspunt in de ontwikkelingsfase was het bestaande aanbod voor het basisonderwijs. Samen met een klankbordgroep vol expert is gekeken naar de aanpassingen. Al snel werd duidelijk dat er flink geschrapt moest worden zodat letterlijk rust en ruimte zou ontstaan. Ook waren praktische aanpassingen noodzakelijk zodat de activiteiten ook toegankelijk zijn voor leerlingen met een fysieke beperking (bijvoorbeeld rolstoelgebruikers). De opdrachten zijn vereenvoudigd en soms is tekst vervangen door plaatjes. De museumdocenten zijn getraind in het omgaan met deze doelgroep: met gebaren kunnen ze gesproken woord ondersteunen of versterken. En als er leerlingen zijn die ogenschijnlijk niet meedoen aan de activiteit, dan weet de museumdocent toch een manier om ze erbij te betrekken. 
Voorbereiding op het museumbezoek is altijd belangrijk en voor het speciaal onderwijs geldt dat nog eens extra. Het Openluchtmuseum heeft een filmpje gemaakt dat vooraf op school wordt vertoond. De beelden in het filmpje zijn rustig: geen muziek of andere onnodige prikkels. De sessiedeelnemers zijn zich, na het kijken van dit filmpje, ineens heel erg bewust hoe gewoon het is dat beelden elkaar in snel tempo opvolgen en van tal van geluidsfragmenten worden voorzien.

Meer informatie

Sessie 8: Impuls muziekonderwijs en Cultuureducatie met Kwaliteit

Wil je als school in aanmerking komen voor subsidie om muziekonderwijs te verbeteren? Dan moet je bij het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) zijn. Femie Willems werkt bij het FCP en vertelt in deze sessie hoe scholen in het speciaal onderwijs óók aanvragen kunnen indienen. Bij het opstellen van de aanvraag is het belangrijk dat je als school nadenkt over de verankering van muziekonderwijs in het curriculum. Met welke externe partijen kun je samenwerken om je doel te bewerkstelligen? Hoe krijg je het hele schoolteam betrokken?

Op die vragen gaan Jan Otten (directeur) en Dianne van der Kruk (icc’er) van SBO Johan Seckel in Ommen dieper in. Hun school is een voorloper, de subsidieregeling loopt inmiddels alweer ruim een half jaar. Voor de school was de subsidie eerder een shock dan een impuls. De methode waarmee ze werkten, was verouderd en de school had een heel beperkt instrumentarium. Docenten die het leuk vonden om iets met muziek te doen, deden dat. De anderen deden dat eigenlijk niet, besteedden meer aandacht aan taal en rekenen. Dat kon niet langer, vonden ze. De school zocht samenwerking met Hafamo (Harmonie fanfare muziekonderwijs Ommen) en met de ontwikkelaars van een nieuwe muziekmethode Eigen-wijs. Alle leerkrachten hebben de eerste teamtrainingen achter de rug en iedereen is enthousiast. Het team was al wel gewend om veel samen te werken, maar samen zingen was wel echt iets anders. Op de ouderavond vond het eerste zangoptreden van alle leerlingen plaats. Het was wel lastig om de liedteksten aan te leren. Door plaatjes als geheugensteun bij de tekst te maken en door de taken goed te verdelen, werd het optreden een groot succes.

Scholen die een aanvraag willen doen: de volgende mogelijkheid start op 1 oktober. Meer informatie op website FCP.

Sessie 9: Speciaal Onderwijs 2032

De landelijke discussie Onderwijs2032 gaat niet over hoe het onderwijs er in 2032 uit moet zien, maar over welke vaardigheden en kennis een leerling dan heeft verworven. Hiermee is het advies een ontwikkeltraject, dat inmiddels is gestart en waarin nu al veel mogelijk is. Ronald Kox (LKCA) bespreekt in deze sessie de inhoud van en relatie tussen het Advies Onderwijs2032 en het speciaal onderwijs. In het advies wordt immers gesproken over onderwijs op maat voor iedereen. De landelijke discussie Onderwijs2032 gaat dus ook over het speciaal onderwijs. Interessant is dat het speciaal onderwijs al een voorsprong heeft, doordat het elementen bevat die in het advies beschreven worden. Onderwijs op maat per leerling is hier één van.
Het advies gaat over wat er in het onderwijs moet gebeuren, maar laat het ‘hoe’ open. Het onderwijs wordt onderverdeeld in een kerncurriculum en daarnaast krijgt de school ruimte voor verbreding en verdieping en dus voor profilering. Het samenhangend kerncurriculum moet een vaste basis van kennis en vaardigheden bevatten die iedere leerling moet leren beheersen. Dit wordt tewerkgesteld door landelijk vastgelegde kerndoelen, eindtermen en referentieniveaus die aangescherpt en verduidelijkt moeten worden. Het doel is te komen tot een doorlopende lijn in po en vo.
De kennis en vaardigheden uit het kerncurriculum worden in acht kennisdomeinen beschreven: taalvaardigheid, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid, burgerschap, mens & maatschappij, natuur & technologie, vakoverstijgende vaardigheden en taal & cultuur. Je hoeft vakken dus niet langer naast elkaar te geven, het kan ook in onderlinge samenhang. Hiermee kun je komen tot horizontaal, en dus thematisch onderwijs. Cultuur is in het kerncurriculum opgenomen en daarmee ontstaat er veel ruimte voor cultuuronderwijs door verbreding, verdieping en als verbinding met andere vakgebieden, culturele instellingen en andere aanbieders.

Meer informatie 

Sessie 10: De vloer op met Theaterwerkplaats Tiuri

Theaterwerkplaats Tiuri biedt dagbesteding, maar noemt dat niet zo. Liever praten ze over het opleiden van mensen met een beperking (zoals autisme of het syndroom van Down). De focus ligt dan ook niet op de beperking maar op de ambitie om theater te maken. Tiuri biedt ook cultuureducatie voor scholen, en stageplaatsen voor kunstvakstudenten. Sinds 2010 gaat Tiuri regelmatig bijzondere samenwerkingsprojecten aan met diverse groepen uit het onderwijs. Naast de respectvolle en soms ontroerende ontmoeting die dit oplevert, wil Tiuri op deze wijze een bijdrage leveren aan een positieve beeldvorming in de samenleving richting de talenten van mensen met een beperking. Anneleen Huysmans en Igor Memic werken bij Tiuri en ze vertellen in de workshop over het internationale samenwerkingsverband dat ze zijn aangegaan met Strana Idea uit Italië en theaterwerkplaatsen in Spanje en Portugal. Samen hebben ze het doel om een module te ontwikkelen dat mensen met een beperking zelf leren lesgeven. De zestien deelnemers aan deze workshop krijgen opdrachten van opwarming tot verbeelding. Het enthousiasme is groot, op de vso-scholen is het soms lastiger om de jongeren mee te krijgen in de opdrachten.

Meer informatie
Lees ook: De vloer op met Theaterwerkplaats Tiuri

Sessie 11: Doorstroom binnen- en buitenschools

Na het sportstimuleringsprogramma van Special Heroes wordt de methodiek – gericht op kinderen van 6-19 jaar in het speciaal onderwijs, ook ingezet voor kunst. Tijdens de conferentie is Special Heroes Arts gelanceerd! Special Heroes Spot is al jaren een succes op meer dan driehonderd scholen in het speciaal onderwijs. Nu ook het jongere zusje erbij is gekomen, zet Special Heroes zich breed in op de participatie van deze doelgroep in sport, kunst én cultuur.
Onderwijscentrum De Twijn in Zwolle is voorloper met Special Heroes Sports én Arts. De programma’s zijn ingebed en passen ook bij het beleid van de school, dat er volledig op gericht is om de kinderen voor te bereiden op hun toekomst ná hun twintigste verjaardag. Dat is de leeftijd waarop hun periode op De Twijn eindigt. Het opdoen van kennis en vaardigheden die de leerlingen kunnen toepassen in de praktijk is het hoofddoel. Toegepast in arbeid, maar ook in wonen, leven en -voor ieder op zijn eigen niveau- zelfstandigheid. Activiteiten in de vrije tijd, zoals sport en kunst maken, horen daarbij. De vaardigheden die kinderen opdoen zijn anders dan in de andere lessen, zoals het anders leren te kijken, te beschouwen wat je hebt gemaakt en iets mooi of minder mooi vinden.
Franceline van de Geer, coördinator bij Special Heroes en Rob Fransen projectleider, lichten het programma Special Heroes Art toe en gaan in gesprek met de belangstellenden in de zaal. De belangstelling groot, zo concluderen de presentatoren. Nu is het zaak de scholen en kunstaanbieders goed te begeleiden in het traject, want er kunnen ook subsidies aangevraagd worden bijvoorbeeld in het kader van de Impuls Muziekonderwijs en Cultuureducatie met Kwaliteit.

Meer informatie
Lees ook: Special Heroes in kunst en cultuur

Sessie 12: Muziek maken kan iedereen

Onder leiding van Peter Sambros van Stichting Tamino gaan deelnemers met muzikale oefeningen aan de slag die gemakkelijk met leerlingen in de klas uit te voeren zijn. Er wordt aandacht besteed aan differentiatie van muzikale oefeningen naar specifieke doelgroepen. De oefeningen zijn laagdrempelig, muzikale voorkennis is niet nodig. De groep deelnemers is gemêleerd, maar iedereen heeft ervaring en binding met muziek maken met kinderen in de klas. Peter gebruikt allerlei hulpmiddelen tijdens de workshop: iPad, andere digitale hulpmiddelen om klanken te maken en gebruiksvoorwerpen zoals stokjes om ritmes op te tikken. Hij laat de deelnemers ook hun stem en lichaam gebruiken. De opdrachten zijn makkelijk naar boven of beneden bij te stellen qua niveau.

Meer informatie

Sessie 13: Ik knutsel en kom boven

Ervaringsgericht leren in het speciaal onderwijs, wat houdt dat in? Kunstenaar Jaap Velserboer heeft veel ervaring met werken in het (speciaal) onderwijs. Terwijl hij de introductie op de workshop doet, worden achter hem foto’s met werk van leerlingen geprojecteerd. Prachtig werk van eenvoudige materialen zoals piepschuim, vershoudfolie, plastic draagtasjes, schuimrubber, kartonnen dozen en bruin plastic tape of elektriciteitsbuizen en duct tape. Materiaal dat je voor een klein bedrag bij de bouwmarkt kunt kopen. 

Zelf doen staat centraal in deze workshop: onderzoek, spelen. De deelnemers gaan aan de gang met twee centimer hardschuim, zagen en schroeven. Tijdens het werken komen er vanzelf vragen op. Of het materiaal wel geschikt is, hoe je differentiëren kunt in de les, wanneer een les geslaagd is en of er nog meer materialen zijn waarmee je zo’n lesopzet kunt bedenken. Aan de hand van de creatieve eindproducten worden de mogelijkheden in de eigen klas besproken. Marlies Levering werkt als groepsleerkracht en icc’er op Heliomare en laat twee boekjes zien over kunst in het speciaal onderwijs.