‘Kinderen hebben meer talenten dan taal en rekenen’

Cultuureducatie op de Dr. A. Kuyperschool in Hengelo
auteur
Melissa de Vreede
datum
2 november 2018

De Dr. A. Kuyperschool in Hengelo is sinds de start van Cultuureducatie met Kwaliteit een pilotschool voor kunst en cultuur. Met extra begeleiding, onder meer vanuit de pabo van Saxion Hogeschool, ontwikkelt het team zich en krijgt cultuuronderwijs een steeds belangrijkere plek binnen het curriculum waarbij verbinding wordt gezocht naar andere vakken. In gesprek met directeur Joyce van Binsbergen en cultuurcoördinator Jeannet Schrik.

Iedere vrijdagmiddag is het op de Kuyperschool Crea-middag. Dan krijgen de groepen 4 tot en met 8 cultuuronderwijs naar aanleiding van een gekozen thema. De onderbouw is vrij op vrijdagmiddag dus alle groepsleerkrachten die een fulltime aanstelling hebben kunnen zich vol overgave op de invulling van de Crea-middag storten. Voordat een nieuw thema start, hebben zij intensief overleg. welk thema kiezen we? Welke vakken kunnen daarbij worden geïntegreerd? Welke onderdelen van de methode Moet je doen kunnen we gebruiken? En welke kerndoelen van SLO en TULE doelen streven we na?

Cultuureducatie op de Dr. A. Kuyperschool in HengeloSterke punten van leerkrachten gebruiken

Elke leerkracht verzint een of meer lessen op een gebied waar hij of zij zich competent in acht. De een maakt een koppeling met techniek, de ander voelt zich sterk op taalgebied en weer een ander heeft veel affiniteit met de beeldende vakken. Hoe dan ook: voor alle te ontwerpen lessen moet creativiteit hoog in het vaandel staan. Voordeel van deze manier van werken is niet alleen dat de sterke punten van iedere leerkracht worden gebruikt, ook hoeft iedereen maar één les of subthema uit te werken. De leerlingen rouleren op de vrijdagmiddag. De leerkracht geeft dus vier keer dezelfde les(sen).

Onlangs werd als thema de Grieken en Romeinen gekozen. In de geschiedenislessen voorafgaand aan de vrijdag wordt daaraan in alle klassen van de bovenbouw aandacht besteed. Op de vrijdagmiddag gaan de leerlingen er op een creatieve manier mee aan de slag. In het ene klaslokaal worden strijdwagens gebouwd, in het andere verdiepen ze zich in het wapentuig of in mozaïeken en weer anderen houden zich bezig met de beroepen of kleding en schoeisel uit die tijd. Die wagens moeten wel echt kunnen rijden, dus dat vergt creativiteit en denkwerk. Op wat voor manier bevestigden de Romeinen hun kleding eigenlijk en hoe gebeurt dat nu? En passant komen tal van taal-, reken- en techniekkwesties aan de orde.

Werkstukken verdienen waardering

Wanneer aan het einde van een dergelijk themablok alle werkstukken klaar zijn, volgt een presentatie voor ouders en bekenden. Joyce hecht eraan dat zo’n presentatie er goed uitziet. ‘We ruimen dan bijvoorbeeld een lokaal helemaal uit en stallen de producten zorgvuldig uit. Mooie spots erop, passende muziek erbij. Daar steken we veel energie in. We zorgen echt voor spektakel. Je wil ook aan de ouders laten zien waar je mee bezig bent. Dus hangen we de uitgeschreven lessen erbij en dan zie je dat ouders daarover met elkaar in gesprek gaan.’

Presentatie is sowieso een aspect waaraan de school veel aandacht besteedt. Overal in het gebouw is te zien waar de leerlingen recentelijk mee bezig zijn of waren. Geen verstofte werkstukken. Jeannet, sinds een paar jaar als cultuurcoördinator en leerkracht aan de Kuyperschool verbonden, benadrukt het belang van een goede presentatie: ‘Ik heb scholen meegemaakt waar in februari nog half afgemaakte kerstballen liggen. Dat vind ik zó sneu voor die kinderen… Ik hecht eraan dat werkstukken áf komen en de waardering krijgen die ze verdienen. Dat betekent dus dat het niet ergens in een kastje komt te liggen, maar dat het heel mooi wordt neergezet of opgehangen, op een podium, in de hal of in een lokaal.’

Cultuureducatie op de Dr. A. Kuyperschool in HengeloRijk zijn met een klein beetje

Hoewel cultuuronderwijs dus een speerpunt is van de Kuyperschool, heeft Joyce niet het idee dat ouders de school voor hun kinderen specifiek daarop selecteren. De school is klein (125 tot 130 leerlingen) en kent een zeer gemengde populatie leerlingen. ‘En dat is ook precies wat we willen’, zegt ze, ‘Iedereen hoort erbij en als je het per groep bekijkt, zie je dat ongeveer 1/3 nieuwe Nederlander is.’ Het is dus niet zo dat de school gemakkelijk een beroep kan doen op kunstzinnige ouders, al bestaat er wel een plan om in de nabije toekomst te onderzoeken welke talenten zich onder de ouders bevinden voor eventuele hulp bij bepaalde activiteiten.

Kunst en cultuur is voor de wijk waarin de Kuyperschool ligt en voor de leerlingen geen vanzelfsprekendheid. Toch heeft de school ervoor gekozen zich hiermee te profileren. Jeannet Schrik, vertelt waarom zij cultuuronderwijs zo belangrijk vindt, juist ook voor deze leerlingen. ‘Kinderen hebben meer talenten dan taal en rekenen. Leerlingen die niet goed zijn in de zaakvakken hebben hier de kans om te laten zien waar ze wél goed in zijn. Het gaat ons erom talenten naar boven te halen en creatief nadenken te bevorderen. Zelf ben ik opgegroeid met twee ouders die van niets iets konden maken. Dat heb ik een beetje meegekregen. Creatief omgaan met dingen. We hebben hier best veel kinderen die weinig hebben. Maar als je dan toch iets moois kan maken, kan je heel rijk zijn met een heel klein beetje. En dat gun ik ieder kind.’

Cultuureducatie op de Dr. A. Kuyperschool in HengeloSamenwerken in wijkteams

In Hengelo participeert bijna iedere basisschool in Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK). Sinds jaar en dag is er een kunstmenu voor alle basisscholen waardoor iedere leerling in Hengelo jaarlijks kennismaakt met een van de kunstdisciplines. Ze gaan naar het theater voor een concert of voorstelling of er komt een gezelschap op school. Sinds het programma CmK is geïntroduceerd zijn er daarnaast zogeheten wijkprojecten. De gemeente is opgedeeld in vier wijken. In iedere wijk bevinden zich ongeveer 8 scholen. De cultuurcoördinatoren van de scholen komen een aantal keren per jaar op de woensdagmiddag bij elkaar. Voor de aftrap van een dergelijke bijeenkomst wordt meestal een spreker uitgenodigd die een algemeen onderwerp op het gebied van cultuureducatie uitlicht.

Daarna gaan de cultuurcoördinatoren per wijk met elkaar in conclaaf. Ieder wijkteam kiest jaarlijks een discipline of thema waarop ze de focus willen leggen. Dat kan zijn architectuur of erfgoed, circus of mode. In gezamenlijkheid wordt een programma bedacht voor iedere groep. Culturele instellingen krijgen de vraag of zij een of meer activiteiten willen verzorgen die er goed bij passen. De cultuurcoördinatoren zorgen voor inbedding in hun eigen school en voor instructie aan hun collega’s.

Voorzitter van ieder ‘wijkteam’ is de directeur van een basisschool. Zo is Joyce voorzitter van een wijkteam. Er is bewust voor gekozen dat zij dat niet is van de wijk waar haar eigen school in is gelegen, maar juist van een andere wijk. Jeannet Schrik maakt als cultuurcoördinator deel uit van het wijkteam dat het programma voor o.a. de Kuyperschool ontwikkelt. De vier directeuren die de wijkteams voorzitten, zorgen ervoor dat het onderwerp CmK een plek heeft en houdt op de agenda van het directeurenoverleg.

De scholen, die – net als de Kuyperschool – fungeren als pilotschool, krijgen extra deskundigheidsbevordering en begeleiding. Het is de bedoeling dat zij de verworvenheden delen met andere scholen en als voorbeeld kunnen dienen. Aanvankelijk was het moeilijk scholen te vinden die bereid waren als pilotschool te fungeren. De Kuyperschool was een van de drie. Inmiddels zijn er zes scholen die hiervoor hebben gekozen.

Cultuureducatie op de Dr. A. Kuyperschool in HengeloCultuuronderwijs verbreden naar andere vakken

In de afgelopen jaren heeft de Kuyperschool naar eigen zeggen al een flinke kwaliteitsslag gemaakt, maar er zijn nog wensen en toekomst dromen. Zo constateert Joyce dat het team leerkrachten op het gebied van de podiumkunsten weinig ervaring heeft. Er is dan ook onlangs extra ingezet op drama. Maar ook dans en muziek kunnen nog een impuls gebruiken. Het inhuren van vakdocenten staat dan ook op het wensenlijstje, maar is financieel niet haalbaar.

Met de pabo van Saxion wordt goed gekeken naar mogelijkheden om het cultuuronderwijs te verbreden naar andere vakken. Ook het beoordelen van de creaties van de leerlingen is een onderwerp dat op een studiedag centraal heeft gestaan. En laatst moesten de leerkrachten een pitch houden over de activiteit die zij hadden bedacht. Leerlingen zouden dan niet meer automatisch per groep worden ingedeeld, maar hun eigen belangstelling volgen.

 ‘Dat was natuurlijk best een beetje spannend’, herinnert Joyce zich. ‘Je weet niet waar ze zich voor inschrijven. En je loopt dus het risico groepen te krijgen met heel wisselende aantallen. Maar daar moeten we dus mee leren omgaan. Wij zijn gewend alles tot in de puntjes te willen organiseren en in de hand te houden. Dat moeten we dus loslaten! Zo hadden we laatst een betrekkelijk klein groepje dat voor rap had gekozen. Dat was eigenlijk prima.’ Jeannet vult aan: ‘Als kinderen een activiteit mogen kiezen die goed bij hen past, zijn ze extra gemotiveerd. Dat merk je.’

Leerlingen laten meedenken

Een volgende stap die de school wil maken, is om de kinderen mee te laten denken over de invulling van het cultuuronderwijs. ‘We willen de creativiteit van kinderen er meer bij betrekken’, legt Joyce uit. ‘Nu wordt iedere activiteit strak voorbewerkt door ons als leerkrachten. Het is te veel bepalend van onze kant. We zijn erachter gekomen dat er heel veel mogelijkheden in de kinderen zelf zitten. We moeten ze laten meedenken en niet te veel opleggen. Maar ook dat is een leerproces. Dat is echt iets anders dan kinderen een werkje laten maken. Je betrekt leerlingen dan ook bij de beoordeling door te vragen hoe het gegaan is. Wat vind je er zelf van? En wat vinden de anderen? Een stukje reflectie.’

Op de vraag wanneer volgens Joyce cultuureducatie kwaliteit heeft, vat zij de aspecten die hierboven aan de orde kwamen nog eens samen. ‘Voor mij is het goed, als er in de les een duidelijke opbouw zit. Dat je voor een voorbeschouwing zorgt, waarin je de kinderen enthousiasmeert voordat ze aan het werk gaan. Het allermooiste is het wanneer er nog niet te veel vaststaat. Dat ze hun eigen creativiteit kunnen inzetten en dat er vervolgens ook een duidelijke afsluiting is. Een evaluatie hoe het proces is verlopen. Dan heeft het voor mij kwaliteit.’

Jeannet heeft nog een aanvulling. ‘Ik zou daar nog aan willen toevoegen dat het kwaliteit heeft als het kind zich er vol overgave in stort. Dat je de échte belangstelling weet te wekken en betrokkenheid hebt. Dat de leerling niet alleen op school ermee bezig is, maar er misschien thuis ook nog iets mee gaat doen. Ze moeten denken: hé, iets maken is mooi! En natuurlijk moet je eisen stellen aan het resultaat, maar wat een kind zelf uitdenkt, wat een kind zelf mooi vindt, dat ís eigenlijk per definitie mooi!’