Wat is de schade?

Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Het is te vroeg om de precieze impact van het coronavirus op de sector scherp in kaart te brengen. Arno Neele zet enkele belangrijke kwetsbaarheden en pijnpunten op een rij.

Door: Arno Neele

Het is opvallend hoeveel waarde we sinds de uitbraak van het coronavirus hechten aan cijfers. Het geeft ons het idee van controle in deze onzekere tijden. Iedere dag checkten we cijfers over het aantal besmettingen, IC-bedden en overledenen. Daarnaast is er de enorme behoefte aan cijfers die iets zeggen over de maatschappelijke gevolgen van het coronavirus. Zonder cijfers geen steunpakket en financiële regelingen. Maar wat toch vooral overheerst is wat we allemaal niet weten, met name over de gevolgen op de wat langere termijn. Wat zijn mogelijke gevaren voor de sectoren cultuureducatie en cultuurparticipatie?

ACO Virtual Orchestra Foto: Michela
ACO Virtual Orchestra – Foto: Michela, Flickr.com

Schade op korte termijn: krap 100 miljoen euro

Sinds 16 maart zijn ook de brancheorganisaties en kennisinstellingen van de culturele sector druk bezig om cijfers over de omvang en de aard van de noden te verzamelen. Dat is geen sinecure. Het culturele veld kent een enorme diversiteit aan partijen en activiteiten, waarvan een groot deel niet is georganiseerd. Het gaat in de praktijk dan ook om schattingen met grote marges die erop gericht zijn om de eerste financiële nood in kaart te brengen. Een schatting is dat de inkomstenderving voor het gehele culturele veld op bijna 1 miljard ligt voor de periode tot 1 juni. Voor de sectoren kunsteducatie en cultuurparticipatie wordt de schade geschat op een kleine 100 miljoen euro. Het zijn duizelingwekkende bedragen.

Cultuurbeleid: mogelijk minder cultuursubsidies

De verwachting is dat we in een economische recessie terechtkomen. Dat betekent minder inkomsten uit de markt en het risico op minder cultuursubsidies de komende jaren. Cultuureducatie is sterk subsidieafhankelijk. De trend van de laatste jaren was dat gemeenten de buitenschoolse cultuureducatie aan de markt overlaten. Dat kan kwetsbaar maken bij economische tegenwind.

Laten we er in ieder geval vanuit gaan dat de stimuleringsprogramma’s vanuit Rijk, provincie en gemeenten om kunsteducatie in het primair onderwijs te verankeren en te verbeteren, worden doorgezet. Het doel daarvan is om cultuuronderwijs tijdelijk een extra stimulans te geven, totdat het op eigen benen kan staan. Zover is het nog niet, ondanks de grote stappen die zijn gezet.

Cultuuronderwijs: mogelijk in de knel  

Zichtbaar werd dat kunst en cultuur op scholen snel dreigt weg te vallen wanneer er keuzes gemaakt moeten worden. Uit de COVID-19-monitor van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat de meerderheid van de scholen in hun afstandsonderwijs niet het reguliere curriculum hebben kunnen verzorgen. Bij veel basisscholen beperkte het afstandsonderwijs zich grotendeels tot de basisvakken taal, rekenen en lezen. Mogelijk blijft deze beperking in de nabije toekomst ook wel even gehandhaafd; scholen zullen vooral inzetten op het wegwerken van de leerachterstanden bij deze basisvakken. Ook bij middelbare scholen is die kans aanwezig, omdat zij voorlopig veel minder fysieke lessen kunnen verzorgen.

Ook de buitenschoolse kunsteducatie is kwetsbaar. Niet alleen vanwege het eventueel wegvallen van subsidie. Veel zelfstandige kunstdocenten en artistiek begeleiders moeten het doen met een laag inkomen en weinig arbeidszekerheid. Onderzoek van LKCA naar hun arbeidstevredenheid toonde aan dat een groot aantal van hen al voor de uitbraak van het coronavirus overwoog om te stoppen. Je kunt je afvragen of deze crisis bijdraagt aan de arbeidstevredenheid. Zo heeft mijn buurvrouw die haar brood verdient als dirigent en zangeres zich inmiddels ingeschreven voor de pabo.   

Verenigingen: veel oudere leden

Kwetsbaar zijn ook amateurkunstverenigingen. Niet zozeer vanwege de financiën, zo bleek uit de laatste VerenigingsMonitor, maar vanwege het ledenbestand. Er is gebrek aan ledenaanwas en sprake van vergrijzing. 40 procent van de leden is 65 jaar en ouder. Bij koren ligt dit percentage met 55 procent nog aanzienlijk hoger. Er lopen nu onderzoeken naar het risico van koorzang, en trouwens ook van blaasmuziek. Stel dat koren uiteindelijk weer gaan repeteren en optreden, zullen de oudere leden het dan aandurven? De meeste koren en andere amateurkunstverenigingen hebben niet de luxe om een aantal leden te missen – de bezetting was voor de coronacrisis vaak al krap.

Zoals veel andere maatschappelijke sectoren, is onze sector op een aantal punten kwetsbaar. Hopelijk valt het allemaal mee. Onze sector wordt gekenmerkt door een enorme creativiteit. We zien al veel inspirerende en effectieve manieren om kunsteducatie en kunstbeoefening voort te zetten in de 1,5 metersamenleving. Maar we moeten wel waakzaam zijn, cijfers en verhalen blijven verzamelen en op basis daarvan handelen. Waarbij ook bestuurders en beleidsmakers hopelijk creativiteit en daadkracht aan de dag durven te leggen. Want een eenmaal afgebroken infrastructuur van binnen- en buitenschools cultuuronderwijs, kunstdocenten, artistiek begeleiders en amateurkunstverenigingen bouw je niet zomaar weer op.   

Bronnen

Dit is een artikel uit de nieuwste Cultuurkrant NL (juni 2020).
Neem een kosteloos abonnement.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 3

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (1)
Ton Ursem 01-07-2020

BSO gaf altijd nog wel lucht, maar is nog maar de vraag of dit in september weer aan gaat trekken. Heb me gericht op regisseren amateur toneelvereniging. Veel voldoening, weinig geld.

reageer
Gepubliceerd:
Deel dit artikel