Oorlogsmuseum Overloon: van herinnering naar gesprek
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant , editie 38, juni 2026.

Voor Oorlogsmuseum Overloon ontwikkelde Critical Mass de interactieve installatie D-briefing. Bezoekers kunnen in een telefooncel spreken met vijf personen die een oorlog meemaakten, waaronder Luitenant Ray, een D-Day-veteraan, Lena, een kind dat op de vlucht is, en een nieuwkomer. Ze creëerden deze personages onder meer uit vele interviews met (ex-)militairen, mensen die als kind de Tweede Wereldoorlog meemaakten en uitspraken van verzetsstrijders uit het heden en het verleden, als Anton de Kom. Met behulp van een Language Model schreven ze het script voor een gesprek en met een lange prompt in AI werd het mogelijk om met deze karakters echt een gesprek te voeren.
Critical Mass richt zich vooral op onderwerpen waar we lastig over praten. Geldt dat ook voor de vraag waar de chatbot het gesprek mee eindigt, namelijk: ‘Hoe ervaar jij vrijheid?’
Sophia Hansen: ‘Het zal je verbazen dat dit een grote vraag is voor veel bezoekers. Zij staan in het museum tussen al dat oorlogsgeschut en hebben net in een 4D-filmervaring op de huid gezeten van een team dat D-Day meemaakt. Nu maken ze de stap naar reflectie op hun eigen normen en waarden. Het besef dat er altijd wel ergens oorlog is doet wat met je. Als je dan in gesprek gaat met een verzetsstrijder, een kind op de vlucht of een nieuwkomer, vindt er een perspectiefwisseling plaats, die je anders over dit onderwerp laat nadenken.’

‘Er vindt een perspectief-wisseling plaats, die je anders
over dit onderwerp laat nadenken’
Onder Spanning in Museum Rotterdam ’40-’45 NU koppelt historische verhalen aan hedendaagse thema’s om het gesprek over discriminatie te voeren. Hoe werkt dat?
Sophia: ‘Leerlingen zien eerst een film over het bombardement in Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog. In de ruimte liggen allemaal objecten die worden toegelicht. Denk aan porseleinen kopjes die het overleefd hebben. Of een trouwjurk. Daarna doen ze het dilemma-spel, dat het verleden aan een vraagstuk van nu koppelt, zoals de woningcrisis en de opvang van mensen uit oorlogsgebieden. Het dilemma licht toe dat mensen op de vlucht ook in Rotterdam terechtkomen. Sommige mensen demonstreren tegen hun komst omdat ze woningen toegewezen krijgen, terwijl anderen hen welkom heten en medemenselijkheid stimuleren. ‘Wat vinden jullie?’ wordt dan gevraagd. ‘Moet Rotterdam mensen uit oorlogsgebieden opvangen?’
‘Vaak leidt dit tot een pittige discussie, die een museumdocent begeleidt. Dan gaan we terug naar het bombardement waarbij 80.000 Rotterdammers hun woning verloren. ‘Waar moeten zij naartoe?’ vragen we, en: ‘Wat zou jij doen?’ Uiteindelijk sluiten we af met wat er daadwerkelijk gebeurde: alle 80.000 Rotterdammers zijn opgevangen bij mensen thuis.’
‘Leerlingen raken soms geïrriteerd omdat ze denken dat we ze op deze manier foppen. Maar wij creëren altijd eerst een ervaring, dan heb je een gezamenlijk vertrekpunt voor een gesprek. Praten met elkaar, over onze verschillen maar ook waarin we hetzelfde zijn, is essentieel om goed samen te kunnen leven.’

Na de gegunde aanbesteding ontwikkelden jullie met de Anne Frank Stichting en NewBees Inc. trainingen voor docenten middelbaar (beroeps)onderwijs en nieuwkomersonderwijs, zodat zij sterker staan in gesprekken over discriminatie. Waarom moesten deze trainingen er komen?
Diederik Wismans: ‘Overal waar wij komen zien wij tekenen van antisemitisme, (moslim)discriminatie en vooroordelen: een hakenkruis op een toiletdeur, de vraag: ‘Meneer, bent u gay?’ Of opmerkingen als: ‘Alle vluchtelingen zijn sprinkhanen, ze pikken onze banen in’. Docenten – druk bezig met leerdoelen – weten hier niet altijd mee om te gaan. Met meer kennis over polarisatie, gesprekstechnieken en sociale-vaardigheidsoefeningen staan ze sterker op het moment dat leerlingen een extreme uitlating doen.’

‘Overal waar wij komen zien wij tekenen van antisemitisme, (moslim)-discriminatie en vooroordelen’
‘Voordat de groepstraining begint, halen wij bij de school op met welke situaties docenten geen raad weten. Dit geeft input voor geanonimiseerde scenario’s voor rollenspelen, waarin docenten de geleerde methodieken toepassen in hun eigen taal. Wij trainen ze vooral om de leerlingen met elkaar in gesprek te laten gaan. Praten over overtuigingen en onderliggende emoties zorgt voor meer begrip voor elkaar.’
‘De training is ook een moment om stil te staan bij de aanpak van de school. In de visie staat vaak dat er geen ruimte is voor discriminatie en racisme, maar hoe ga je dat dan doen? Hoe wil je als klas met elkaar omgaan? Waar liggen grenzen en hoe bewaak je die? Benoem bijvoorbeeld dat iets een racistische uitspraak is, dat stelt een norm voor jezelf en leerlingen. De minisamenleving van een school houdt niet op bij de les burgerschap. Elke docent draagt verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid in de klas.’
Holocausteducatie
Vanaf 2026 investeert de overheid jaarlijks 750.000 euro in Holocausteducatie, omdat kennis hierover afneemt en desinformatie rondgaat die de vervolging en moord op Joden, Roma en Sinti bagatelliseert of ontkent. In 2024 initieerden de ministeries van VWS, SZW en OCW met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie. Hierdoor zijn nu extracurriculaire activiteiten mogelijk via de CJP Cultuurkaart, bijvoorbeeld om herinneringsinstellingen te bezoeken. Ook stimuleert het plan de verbinding met hedendaagse vraagstukken.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)