Hoe kansen van kinderen verschillen

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 16 juni
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Van museumbezoek tot en met kinderboeken in huis: voor sommige kinderen is het vanzelfsprekend, andere maken het niet of nauwelijks mee. Deze verschillen in hulpbronnen vertalen zich ook in schoolprestaties, blijkt uit onderzoek van SEO.

Wie opgroeit in een rijkere buurt, heeft betere kansen op een succesvolle schoolloopbaan en een beter inkomen later. Oftewel, niet je talent of inspanningen bepalen (alleen) wat je bereikt in je leven, maar ook de plek waar je geboren en getogen bent. Dit inzicht kwam al vaker uit onderzoek naar voren, maar met hun Kansenatlas hebben onderzoekers van SEO Economisch Onderzoek haarscherp in kaart gebracht waar in Nederland je de beste en slechtste kansen hebt.  

Thuissituatie

Nieuw SEO-onderzoek, gedaan in opdracht van het Jeugdeducatiefonds en ABN AMRO Foundation, maakt duidelijk waar die kansenongelijkheid nou precies mee samenhangt. SEO-onderzoeker Henri Bussink licht de bevindingen toe.

Allereerst bleek uit literatuuronderzoek dat drie factoren schoolprestaties kunnen beïnvloeden: de thuissituatie, de fysieke omgeving (zie ook Leefbaarometer) en het onderwijs (grootte van klassen en de kwaliteit van docenten). Het onderzoek ‘Gevolgen van kansenongelijkheid in Nederland’ zoomt vooral in op de thuissituatie.

Als eerste is er een duidelijk verband tussen inkomen van ouders en de scores op de eindtoets in groep 8. Kinderen van ouders met een jaarinkomen van 20.000 euro of lager krijgen vaker als schooladvies vmbo-basis of -kader; bij 40.000 euro of hoger is dat vaker een havo-advies. ‘Met elke 10.000 euro extra stijgt de eindtoetsscore met drie punten’, vertelt Bussink. ‘Dat kan net een hoger advies betekenen en dat werkt leven lang door.’ Want een extra jaar onderwijs betekent later 6 tot 9% extra loon en een gezonder gedrag.   

Hulpbronnen

Verder blijken hulpbronnen thuis van belang. Daarbij gaat het om drie zaken. Als eerste de ontwikkelingsmogelijkheden die kinderen thuis krijgen, bijvoorbeeld het aantal kinderboeken thuis en bezoek met hun ouders aan musea. Als tweede de ontspanningsmogelijkheden, zoals lid van een sportclub, op vakantie gaan of logeren bij vriendjes. En ten slotte voorzieningen thuis, zoals een eigen slaapkamer, een eigen fiets en elke ochtend een ontbijt.

Met een enquête vroeg SEO scholen om in te schatten of hun leerlingen uit groep 5 deze hulpbronnen wel of niet hadden. In totaal vulden 351 leerkrachten de vragenlijst in. En wat bleek: hoe meer hulpbronnen, hoe hoger de eindtoetsscores. Kinderen met lagere scores hebben substantieel minder hulpbronnen thuis. Dat geldt vooral voor ontwikkelings- en ontspanningsmogelijkheden en minder voor de voorzieningen.

Goede investering

Nu kunnen rijkere ouders zich natuurlijk meer hulpbronnen veroorloven. En inderdaad, het inkomen verklaart voor een groot deel het resultaat. Maar niet helemaal, want ook nadat het ouderlijk inkomen en de leefbaarheid van de buurt eruit gefilterd is, blijft er een verband tussen hulpbronnen en leerprestaties.

En dat is goed nieuws. Want inkomen van ouders laat zich lastig sturen, maar hulpbronnen kun je ook buitenshuis aanbieden, bijvoorbeeld met cultureel aanbod op scholen of in wijkcentra. Mik je pijlen daarbij op die bronnen waar de meeste winst te behalen valt, adviseert Bussink. En dat zijn de ontwikkelingsmogelijkheden: de percentages kinderen die daarover kunnen beschikken liggen gemiddeld lager dan bij de andere twee soorten hulpbronnen. Bovendien zijn die eenvoudiger in het publieke domein te realiseren, een eigen bed of op vakantie gaan, blijft toch meer het terrein van ouders. 

Investeren in hulpbronnen voor alle kinderen kost uiteraard geld. ‘Maar het is een economisch efficiënte investering’, rekent Bussink voor. ‘Een betere eindtoetsscore betekent later jaarlijks 850 euro meer inkomen. En dus meer belasting voor de overheid.’  

Het SEO-onderzoek bevestigt het belang van cultuureducatie. Het bevat goede argumenten en aanknopingspunten om ons werk een steviger fundament te geven.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Ronald Kox (hij/hem/zijn)
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: curriculumontwikkeling
ronaldkox@lkca.nl
030 711 51 42
Bekijk alle experts
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel