Door andere ogen

Gepubliceerd:
Deel dit artikel
De herijkte canon heeft een meer maatschappelijke insteek, met extra aandacht voor het koloniale verleden, gastarbeiders en vrouwen. Wat voor aanknopingspunten biedt de vernieuwde canon voor (geschiedenis)docenten om inclusiever les te geven? En wat kunnen educatiemedewerkers van musea ermee?

‘Een aanknopingspunt voor mij biedt zeker het nieuwe venster van Anton de Kom’, zegt Aspha Bijnaar van EducatieStudio, die op basisscholen lessen verzorgt over ons koloniale verleden. Dat venster sluit volgens haar erg aan bij de lesbrief voor het basisonderwijs die EducatieStudio samen met Nederland Wordt Beter en IZI Solutions momenteel ontwikkelt, deels gesubsidieerd door de Afdeling mensenrechten van de Verenigde Naties. Een lesbrief die vooral ingaat op: wat is racisme, hoe kunnen we het herkennen, waar komt het vandaan? Hoe was het vroeger toen Europese reizigers de gebieden die we nu de West noemen bezochten? Hoe waren de contacten en hoe keken we naar elkaar? Maar ook: wat kunnen we er vandaag aan doen en hoe kunnen we het voor elkaar opnemen in de klas?

‘Het is de bedoeling dat we het racisme, het institutioneel racisme, in deze lesbrief breder trekken. We willen het probleem tackelen bij alle kinderen met roots in andere landen, dus ook Turkse en Marokkaanse kinderen, die racistisch bejegend worden. We gaan de kinderen trainen om het voor elkaar op te nemen als er iets speelt.’
Racisme is volgens Bijnaar de allergrootste erfenis van het slavernijverleden. Terwijl de EducatieStudio en partners samen met leraren van groep 7 en 8 bezig waren met het lesmateriaal, werd de wereld opgeschud door George Floyds gewelddadige dood en de daaropvolgende protesten van Black Lives Matter. ‘Dat versterkt bij ons de urgentie om door te pakken met de lesbrief, ook al is er weinig tijd en geld.’

Aspha Bijnaar verzorgt een les over slavernij.

Vrouwelijke helden

Ook voor musea biedt de canon nieuwe perspectieven, zegt Aspha Bijnaar, die ook algeheel coördinator is van Musea Bekennen Kleur, een netwerk van dertien Nederlandse musea dat zich inzet voor meer diversiteit en inclusie. Heel veel scholen gaan naar musea en het is belangrijk dat de kinderen zich er herkennen. Ze is dan ook blij dat er meer vrouwelijke helden in de canon zijn opgenomen. Want in de museale wereld wordt toch vooral werk van mannelijke kunstenaars gepresenteerd.

Een belangrijke held van het slavernijverleden is de Antilliaanse vrijheidsstrijder Tula. Maar er zijn ook vrouwelijke helden, ook vrouwen kwamen in verzet, vertelt Bijnaar. Klassiek is het verhaal van Jacqueline, waarmee zij de lagere scholen langsgaat. Over een verliefd jong meisje dat haar meester wil vergiftigen omdat deze haar verbiedt haar vriend te zien. Van veel vrouwelijke verzetsstrijders is alleen hun voornaam en plantage bekend. Zoals van Serafina en Jansie, die in het begin van de negentiende eeuw bij hun verzet – zo blijkt uit justitiële stukken – geweld niet uit de weg gingen.
Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de beschrijving van ons slavernijverleden, zegt Bijnaar, maar belangrijk vooral is dat de verhalen verteld worden, of dat nu vanuit een mannelijk of vrouwelijk perspectief gebeurt.

‘Je moet mensen de instrumenten geven om verhalen steeds opnieuw te vertellen in een veranderend Nederland.’

Storytelling

Verhalen vertellen is de core business van Raymond den Boestert, directeur van en docent bij de Vertelacademie en ontwerper van de workshop Inclusie door Storytelling.
Hij vindt de geschiedenis van Anton de Kom eigenlijk een heel Nederlands verhaal, heel dramatisch verhaal ook, niet alleen om wat hij voor Suriname heeft gedaan, maar ook hoe hij in Nederland zelf – waar hij eigenlijk banneling was – in verzet kwam tegen het fascisme en dat met de dood moest bekopen. ‘Het zit er allemaal in, wat geweldig, wat er in Suriname gebeurde, maar ook Nederland, de crisisjaren, de opkomst van het fascisme, allemaal in één verhaal. Ook de hele dekolonisatie die er nooit zo snel was gekomen als we de tweede wereldoorlog niet hadden gehad. Alleen al door zijn levensverhaal te vertellen, kun je daar maandenlang geschiedenisonderwijs aan vastknopen.’

Maar het verhaal van De Kom kan volgens Den Boestert evengoed ook door de ogen van zijn vrouw Petronella worden verteld. Hoe zij het opkomende fascisme beleefde en het gezin ondersteunde in crisistijd. Of door de ogen van zijn dochters. ‘In principe kun je elk venster ook door de ogen van een vrouw bekijken.’
In het licht van een veranderend Europa, kun je volgens Den Boestert ook het verhaal van de Romeinen meer inclusief vertellen. Door het oog van de mensen die hier al woonden en zich moesten aanpassen of verzetten. Velen hebben zich aangepast.

Vertaalslag

De canon en de nieuwe vensters nodigen weliswaar uit tot het vertellen van verhalen, zegt Den Boestert, over wie wij zijn, hoe we gevormd zijn en waar we vandaan komen. Maar de vaardigheid hoe je die verhalen op een inclusieve manier kunt vertellen, wordt er helaas niet bij geleverd. ‘Corona en Black Lives Matter zijn heel relevante verhalen nu, maar je moet er wel een draai aan geven. En dat leren docenten niet meer op de pabo, hoe je verhalen construeert en vertelt.’

Den Boestert pleit er dan ook voor om de komende vijf jaar alle geschiedenisdocenten en iedereen die zich bij een erfgoedinstelling of archief met geschiedenis bezighoudt, een dag daarin te gaan trainen. Zodat ze die vertaalslag leren maken: hoe vertel je een verhaal en vanuit welk perspectief, op een inclusieve manier en binnen de actualiteit van nu? ‘De geschiedenis verandert misschien niet, maar de manier waarop we ernaar kijken wel, zegt minister Ingrid van Engelshoven van OCW zo mooi.’

Minder elitair

Fleur Geenen, opleidingsdocent geschiedenis en aardrijkskunde aan de Fontys Hogeschool Kind en Educatie, vertelt dat ze pabo studenten vooral gevoelig probeert te maken voor wat actueel is. De canon, en het feit dat hij vernieuwd is, vindt ze een hele goede gelegenheid om te kijken naar wat je met elkaar wilt als land. ‘Hoe wil je met elkaar naar het verleden kijken, en in hoeverre moeten kinderen zich herkennen in de onderwerpen die aan bod komen?’ Het feit dat daar nu landelijk over gesproken wordt en dat je je daar als basisleraar toe moet verhouden, vindt zij heel interessant.

Ze is blij dat de commissie die zich over de canon heeft gebogen bij inclusie niet alleen gelet heeft op etniciteit en gender, maar ook op geografische spreiding.
Een mooi voorbeeld daarvan is volgens haar dat de gasbel als canonvenster verruimd is tot kolen en gas. Daarmee komen de Limburgse kolenmijnen veel meer naar voren.
‘Kennelijk heeft de commissie er ook voor gekozen om het wat minder elitair aan te vliegen en het thema gelijkheid meer naar voren te laten komen’, aldus Geenen. ‘Dat zie je gelijk aan zo’n plaatje met arbeiders bij dit venster.’ De tien nieuwe vensters lenen zich volgens haar heel goed voor docenten (in opleiding) om na te denken over: wat voor beeldvormers zet je in om het over het verleden te hebben?
‘Bij het venster Kolen en gas denk ik gelijk aan Limburgers en Groningers’, zegt Raymond den Boestert, ‘en dus aan mensen. Boven op die delfstoffen woonden en wonen ook mensen. Dat nodigt wel weer uit tot een inclusiever verhaal, over de mensen die ermee te maken hadden maar er vaak niet van hebben geprofiteerd.’

Zie ook:

Met dank aan Amalia Deekman en Mark Schep.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 4

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (2)
Shahaila Winklaar 15-09-2020

Het meer inclusief museaal presenteren en vertellen in het onderwijs is echt onontbeerlijk en wint elke dag aan urgentie. Een dag bijscholing is een héél goed idee...zou mooi meegenomen kunnen worden bij al die omscholingsprogramma's ivm Corona.

reageer
Joost Groeneboer 15-09-2020

Dat is een goed punt, Shahaila. Voor het meer inclusief aanbieden van kunst & cultuur biedt corona zeker ook kansen. Voor musea, maar ook voor theaters en andere culturele instellingen. Juist nu we als gevolg van de pandemie naar andere manieren van presenteren zoeken, kunnen inclusie & diversiteit daarin mooi worden meegenomen.

reageer
Dirk Monsma 02-09-2020

Mooi, eigenlijk zou iedere kunstdocent een verteller kunnen
zijn die dit thema in eigen lessen een plek geeft.

reageer
Gepubliceerd:
Deel dit artikel