Onder de loep: de waarde van kunst voor kinderen en jongeren

Wat leer je als je door een filosofische én praktische bril kijkt naar de waarde van kunst en kunsteducatie voor jongeren? Deze vraag stond centraal in de netwerkbijeenkomst die wij 30 september 2021 organiseerden voor educatoren werkend in de podiumkunsten of musea. De belangrijkste opbrengsten, inzichten en tips delen we in dit artikel.
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Waarom is kunst belangrijk voor kinderen en jongeren? Wat is daarbij de rol van verbeelding en waarneming? Hoe versterk je waarnemende en verbeeldende vaardigheden? En hoe versterk je de waarde van kunst met kunsteducatief materiaal? Waar is kunst goed voor?

Eerst aan het woord is filosoof Onno Zijlstra, hij neemt je mee in het filosofisch gedachtegoed van Immanuel Kant. Aansluitend geven Fianne Konings en Nadieh Tigchelaar praktische tips over hoe je zelf de waarde van kunst versterkt.

De werking van verbeeldingskracht

Filosoof en schrijver van het boek Verbeelding: over waarneming en kunst Onno Zijlstra relativeert deze vraag. ‘Want dient kunst ergens goed voor te zijn? ‘Nee’, zegt hij. ‘Kunst heeft een waarde op zichzelf.’ Toch neemt hij ons mee in het filosofisch gedachtegoed van Immanuel Kant en laat hij zien hoe Kant naar de waarde verbeelding en kunst kijkt. Volgens Kant bestaat er überhaupt geen waarneming zonder verbeelding.

Onno Zijlstra: ‘Een empirist zou zeggen dat alle kennis te vergaren is door gewoon te kijken. Immanuel Kant zegt dat je je zintuigen wel nodig hebt, maar dat aanschouwingen zonder begrip leeg zijn. Hoe je komt van zintuigelijkheid tot een ervaring, een beeld, heeft te maken met verbeeldingskracht. Tussen zintuigelijke waarneming en denken vindt een synthese plaatst. Die synthese is de werking van de verbeeldingskracht en zorgt voor ervaring en kennis.’

Kijken naar kunst is vrij

‘In de alledaagse waarneming is sprake van praktische belangen. Als je de weg naar het station zoekt, dan kijk je om je heen met een bepaald doel. Daarin speelt verbeelding al een rol. Maar de verbeelding wordt vrij, kan veel meer haar eigen gang gaan, in de kunst. Die vrije verbeelding creëert schoonheid én betekenis. Schoonheid zit in de ervaring dat iets klopt, precies goed is. Kant spreekt dan van doelmatigheid zonder doel. Betekenis is niet dat wat je ziet, maar dat wat je ergens in ziet. Het kunstwerk is een symbool, de drager van een gelaagdheid van betekenissen. Het dwingt niet een bepaalde gedachte af maar laat ons vrij associëren. Kant spreekt dan van een belangeloze belangstelling.’

Vrije verbeelding is volgens Immanuel Kant van levensbelang, vertelt Onno. ‘Met verbeeldingskracht geven we de werkelijkheid vorm, vergroten we onze wereld met betekenis, verlevendigen we ons bestaan met een gevoel van vrijheid en geven we onszelf uitzicht en hoop.’ In het kader van het belang van kunst voor de mensheid verwijst Onno Zijlstra naar Yuval Noah Harari, die de verbeelding opvoert als het vermogen waarmee de mens zich als diersoort van andere diersoorten onderscheidt. Een vermogen dat we in de toekomst hard nodig hebben om te overleven.’

De waarde van kunst versterken

Met kunsteducatie kun je de waarneming en verbeelding stimuleren en ontwikkelen. Fianne Konings schreef het proefschrift Zitten we op één lijn? Een studie naar de bijdrage van culturele instellingen aan doorlopende leerlijnen cultuuronderwijs in de basisschool. Konings benadrukt dat waarnemen en verbeelden cognitieve vaardigheden zijn. Ze laat zien hoe je met een cognitief theoretisch kader je educatiemateriaal analyseert en aanpast om zo deze vaardigheden gericht te ontwikkelen.

Nadieh Tigchelaar deed onderzoek naar het nabespreken van theater met kinderen bij voorstellingen van theater Sonnevanck en schreef daar de publicatie Er liepen mieren in mijn buik over. Ze bespreekt het instrument dat zij ontwikkelde om, na het zien van een voorstelling, een open gesprek met diepte te creëren.  

Door je educatiemateriaal te analyseren met behulp van de theorie Cultuur in de Spiegel van Barend van Heusden, krijg je ook inzicht in wat je van je materiaal verwacht. Ook doe je zo op een gestructureerde manier nieuwe ideeën op voor het aanpassen of vernieuwen van je materiaal. Drie elementen uit het theoretisch kader waarop je je materiaal analyseert:

  1. Onderwerp
    Waar vragen we kinderen betekenis aan te geven?
  2. Vaardigheid
    Welke vaardigheden spreken we bij kinderen aan? Waarnemen, verbeelden, conceptualiseren, analyseren?
  3. Mediale vorm
    In welke vorm vragen we kinderen zich te uiten?

Welk onderwerp bespreek je, welke vaardigheden stimuleer je en welke mediale vorm gebruik je? Wil je je materiaal naar aanleiding van je analyse vernieuwen? Dan kun je aan deze drie ‘knoppen’ draaien. Wat ontstaat er als je een andere vaardigheid vooraan zet? Of als je de mediale vorm verandert?

De educatoren die bij deze bijeenkomst waren, vonden het prettig met elkaar uit te wisselen over hun materiaal. In de waan van de dag komen ze hier vaak weinig aan toe. Wat opviel is dat in educatief materiaal het onderwerp waarin in de theatervoorstelling of tentoonstelling betekenis aan wordt gegeven in het educatief materiaal naar de achtergrond verdwijnt.

Ervaring stimuleren en intensiveren

Waarom is het nuttig om receptieve kunst na te bespreken? En zorg je ervoor dat het gesprek dieper gaat? Het nabespreken van een voorstelling is een manier om de ervaring te stimuleren en intensiveren. Nabespreken versterkt de vorming van een eigen mening, laat zien dat niet iedereen hetzelfde ervaart en is een manier om te oefenen in het beschrijven van iets in plaats van te (ver)oordelen.

Met een gesprekstool zorg je ervoor dat je met je nabespreking de diepte in gaat. Nadieh Tigchelaar ontwikkelde een gesprekstool voor het nabespreken van theatervoorstellingen op basis van de methode van Barrett en de Socratische methode. Ook voegde ze vragen over emotie, herkenning en verbinding toe. De kern van de tool bestaat uit vijf vragen:  

  1. Wat zie je?
  2. Wat denk je?
  3. Wat voel je?
  4. Op wie of wat in de voorstelling lijk je?
  5. Wat betekent de voorstelling voor jou?

De gesprekstool is een manier om zo methodisch mogelijk een open gesprek te voeren en bevat een handleiding voor doorvragen. Docenten weten met de tool precies wat ze kunnen doen en vanuit de leerlingen komen er oneindig veel antwoorden. 

Uitdagingen in de praktijk

Als je educatiemateriaal ontwikkelt, zorgt de praktijk altijd voor uitdagingen. Zoals bijvoorbeeld het bepalen van de insteek van je educatiemateriaal als het zwaartepunt van een voorstelling nog kan veranderen? Tips om hiermee om te gaan:

  • ga naar repetities en runs om de essentie te vangen;
  • haak aan bij de marketingafdeling, zij verzamelen ook in een vroeg stadium materiaal;
  • betrek de maker bij wat jij doet, want sommigen van hen zien educatie als een mogelijkheid hun boodschap te versterken en worden daar enthousiast van;
  • kijk naar de de acteurs en de dansers, ook bij hen kun je betekenisvol materiaal ophalen.

Leestips

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 3.2 / 5. totaal 5

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Chantal de Bonth-Vromans
Chantal de Bonth-Vromans
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: primair onderwijs
chantaldebonth@lkca.nl
030 - 711 51 64
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel