Cultuureducatie evalueren met Evi
Evi 3.0 bestaat uit 26 vragen voor scholen over de huidige stand van zaken met betrekking tot het cultuuronderwijs. Daarbij gaat het vooral om de verankering van cultuuronderwijs; de vragenlijst vraagt niet naar de inhoud van de activiteiten of de ervaringen van de leerlingen. De vragen verwijzen naar de vier pijlers van Evi: visie, programma, deskundigheid en samenwerking. Op basis van de antwoorden wordt een school ingedeeld in één van de vier Evi-scenario’s.
Je vindt Evi hier: https://portaal.evi3.nl
Scenario 1
De school heeft (nog) geen visie op cultuuronderwijs vastgelegd. De school coördineert en bevordert de deskundigheid op het gebied van cultuuronderwijs (nog) niet, er is bijvoorbeeld nog geen ICC’er. Er zijn culturele programmaonderdelen die incidenteel worden ingezet en geen samenhang vertonen. De school werkt op ad-hoc basis samen met externe partners.
Scenario 2
De school heeft een eigen visie op cultuuronderwijs vastgelegd in een cultuurplan. De school coördineert en bevordert de deskundigheid: de directeur en de ICC’er stemmen de hoeveelheid tijd en middelen voor het afnemen van cultuuraanbod met elkaar af. De culturele programmaonderdelen zijn enigszins op elkaar afgestemd in bijvoorbeeld een methode, cultuurmenu of projectweek. Er zijn samenwerkingen met externe partners, de school laat zich voor de inhoudelijke keuzes leiden door deze externe partners.
Scenario 3
De school heeft met het gehele team een eigen visie op cultuuronderwijs uitgewerkt, als een opzichzelfstaand onderdeel van het schoolplan. De visie wordt jaarlijks geëvalueerd. De school bevordert deskundigheid bewust en gericht en kwaliteiten van teamleden worden gestimuleerd en ingezet. Tijd en middelen worden structureel gereserveerd. De school brengt vanuit zelfbenoemde doelen samenhang aan in de programmaonderdelen met andere vakken of in een leerlijn van groep 1 tot en met groep 8. De school werkt structureel samen en onderzoekt met externe partners hoe hun aanbod kan aansluiten bij wat de school de leerlingen wil meegeven.
Scenario 4
De school heeft cultuuronderwijs geïntegreerd in haar bredere onderwijsvisie. Het team voelt zich eigenaar van de visie en plannen. De school bevordert planmatig en structureel de deskundigheid van het team op gebied van cultuuronderwijs met tijd en middelen en is een lerende organisatie. De school brengt bewust samenhang aan in programmaonderdelen met andere vakken en een leerlijn cultuuronderwijs van groep 1 tot en met groep 8. Ook wordt verbinding gemaakt met buitenschoolse activiteiten, de voorschoolse educatie of het voortgezet onderwijs. De school voert de regie over de samenwerking. De structurele afspraken met externe partners legt de school vast en deze zijn gericht op een optimale aansluiting van het cultuuraanbod op wat de school teweeg wil brengen bij de leerlingen.
Wat meet Evi?
Evi schetst de huidige situatie van het cultuuronderwijs op een school en wie een rol spelen in de uitvoer hiervan . Voorbeelden van onderwerpen uit de vragenlijst zijn bijvoorbeeld: Hoeveel expertise is er in de school? Is er een opgeleide ICC-er? Heeft de school een visie opgesteld en is die dan verbonden met een brede schoolvisie? Werkt de school samen met externe culturele partijen? Op welke manier?
Evi dossier
Na het invullen van de vragenlijst krijgt de school een dossier. Evi zegt weinig over de inhoudelijke kwaliteit, maar focust op de mate van borging van cultuuronderwijs. Ook geeft de vragenlijst van Evi scholen een idee welke manieren er zijn voor het inzetten van cultuuronderwijs: van het ontwikkelen van creatief vermogen tot aan het stimuleren van een onderzoekende en open houding bij leerlingen. Daardoor kunnen scholen bewuster nadenken over wat ze precies willen bereiken met het cultuuronderwijs en wat ze daarin van belang vinden voor hun leerlingen.
Hoe kan Evi een school helpen bij het vormgeven van cultuuronderwijs?
Juist voor de scholen die nog geen cultuurvisie- en beleidsplan hebben maar wel gerichter aan hun cultuuronderwijs willen werken, kan het invullen van Evi een goede start zijn voor het vormgeven van hun cultuurvisie en -beleid. Het maakt cultuuronderwijs inzichtelijker en hanteerbaar. Aan het einde van het Evi-dossier krijgt een school stapsgewijze en praktische tips om zich verder te ontwikkelen en cultuuronderwijs (nog) meer te borgen op de school.
Een Evi dossier kan ook het geheugen van het cultuuronderwijs zijn. Het dossier kan fungeren als een overdrachtsdocument wanneer er een wisseling van ICC-ers is. Ook zien we de laatste tijd steeds vaker dat Evi wordt gebruikt binnen een ICC-cursus om de beginsituatie van de school op het gebied van cultuuronderwijs te kunnen inschatten. Juist het moeten beantwoorden van vragen helpt om bewust te worden van sterktes en zwaktes van het cultuuronderwijs. Evi is in die zin ook een agenderend instrument; door bijvoorbeeld vragen te stellen over het betrekken van leerlingen stimuleer je de discussie hierover in een school.
Evi is niet alleen voor de school interessant
Zoals eerder genoemd is Evi in eerste instantie bedoeld als zelfevaluatie-instrument voor het onderwijs, maar ook voor de penvoerder is het een handig instrument bij het voeren van een gesprek met een school.
Allereerst kan de adviseur van een penvoerder de school helpen met het duiden van de uitkomsten in het Evi-dossier. Deze uitkomsten kunnen leiden tot een ontwikkelwens bij de school. Ook daar kan een penvoerder bij helpen, bijvoorbeeld door de vraag verder te verhelderen en de school te koppelen aan een geschikte samenwerkingspartner. De penvoerder kan een school vervolgens begeleiden in het uitvoeren van de stappen om tot een volgend scenario te komen.
De penvoerder weet welke mogelijkheden er zijn om cultuuronderwijs in het curriculum op te nemen en kan daardoor goed meedenken over wat er bij de betreffende school past. Vooral met scholen die aan de start staan van hun cultuurvisie en -plan geeft Evi voor zowel school als penvoerder richting aan het gesprek om het cultuuronderwijs op de school verder vorm te geven. Voor de school maakt het cultuuronderwijs behapbaar en voor de penvoerder is er een startpunt om op verder te bouwen.
Evi als bron voor monitoring van cultuuronderwijs in regio
Naast een basis voor een gesprek met de school over het cultuuronderwijs, geven de ingevulde Evi-vragenlijsten een overzicht van de ontwikkelingen van het cultuuronderwijs in een gemeente wanneer ze regelmatig en door genoeg scholen worden ingevuld. De opbrengst daarvan kan door de penvoerder worden gebruikt bij bijvoorbeeld de verantwoording voor CMK. De wens is om de gegevens die uit Evi worden verkregen uiteindelijk in te zetten voor een landelijke monitoring zodat nieuw beleid ten aanzien van cultuureducatie beter kan worden onderbouwd.
Meer informatie of aanmelden?
Op dit moment is Evi beschikbaar voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Voor penvoerders is er een gratis training over het gebruik van Evi. Ook is er een gespreksinstrument beschikbaar.
Heb je interesse in het gebruiken van Evi? Mail dan naar evi@lkca.nl.
Wil je advies of een training over het gebruik van Evi? Neem dan contact op met Floortje Vinck of Max van Alphen (onderaan dit artikel).
Evi kennispartners
Een consortium van universiteiten is bij het project betrokken om in opdracht van penvoerders geanonimiseerde data-analyses uit te voeren. Gebruik van Evi is kosteloos, maar penvoerders betalen wel voor de data-analyse door een universiteit. De volgende universiteiten zijn Evi-kennispartner:
- Universiteit van Amsterdam (Cock Dieleman, c.dieleman@uva.nl)
- Rijksuniversiteit Groningen (Theisje van Dorsten, t.van.dorsten@rug.nl)
- Radboud Universiteit Nijmegen (Edwin van Meerkerk, e.vanmeerkerk@let.ru.nl)
- Universiteit Utrecht (Toine Minnaert, a.j.c.minnaert@uu.nl)

Evi (versie 3.0) is ontwikkeld door Stichting Kunst & Cultuur, Compenta, KCR Rotterdam, Kunstloc Brabant, Plein C en Vereniging CultuurProfielScholen PO en LKCA.
De volgende organisaties bieden Evi aan:

Meer informatie
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)