Welke rol spelen musea in de geschiedenisles?

Genomineerde Scriptieprijs 2019
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Welk verhaal vertel je in geschiedenislessen, het regionale of het nationale? En welke tools gebruik je daarvoor? Wat betekent de aanwezigheid van grote nationale musea in Leiden voor de lokale erfgoedprogramma’s van de musea?

Onderzoeksvraag

De hoofdvraag van dit onderzoek is: Vormt de aanwezigheid van grote nationale musea in Leiden een belemmering voor basisscholen om te focussen op de lokale erfgoededucatieprogramma’s? De verdiepende vragen zijn: Wat is de relatie tussen de musea en de overheid? Hoe kan men de huidige Nederlandse geschiedeniseducatie beschrijven? Welke elementen beïnvloeden de keuze van de scholen?

Achtergrond

Deze vraag vloeit voort uit recente beleidsontwikkelingen waarbij museumbezoek door schoolklassen aan nationale musea naar voren is gebracht. Geschiedenis wordt een belangrijke rol toegediend als drager van sociale cohesie, burgerschap en sociale identiteitsvorming. Als alle scholen het Rijksmuseum moeten bezoeken, heeft dat gevolgen voor de keuze van de scholen? Kiezen ze nog voor het lokale aanbod?

Invloed van de overheid

De overheid bepaalt welk ‘groot verhaal’ er over de nationale geschiedenis op school vertelt wordt en welke tools daarvoor gebruikt worden, zoals bij voorbeeld de Canon en de 10 Tijdvakken. Vogels laat in dit onderzoek zien dat de overheid veel invloed heeft: scholen werken binnen de kaders van het curriculum en vervolgens dienen de musea dezelfde kaders te volgen om aantrekkelijke educatieprogramma’s te ontwikkelen voor het onderwijs. In de praktijk heeft dit als gevolg dat scholen programma’s selecteren die met hun curriculum overlappen.

Case study Leiden: de conclusies

Het antwoord op de hoofdvraag is nee, de aanwezigheid van nationale musea is geen belemmering voor scholen om te focussen op lokale erfgoedprogramma’s. De invloed van de grote musea is wel voelbaar, maar niet als een belemmering. Vogels constateert dat de nationale musea wel het grootste percentage educatieprogramma’s in huis hebben. Verder hebben zij het voordeel dat ze educatieprogramma’s hebben kunnen ontwikkelen voor álle klassen in het primair onderwijs. Het is voor de regionale musea lastig om hiermee te concurreren en hebben zich daarom veelal op de programma’s binnen het project Museum en School geconcentreerd.

Vogels constateert ook dat de vraag van scholen en het aanbod van musea beter op elkaar afgestemd zouden kunnen worden. De musea in Leiden bieden in totaal 42 educatieprogramma’s aan. Het aanbod van regionaal erfgoed in vergelijking met nationaal erfgoed in de omgeving van Leiden is kleiner dan verwacht. Dit heeft als gevolg dat scholen moeten kiezen uit een onevenwichtig aanbod. Ondanks dat dat alle betrokkenen vinden dat lokaal erfgoed in het curriculum thuishoort, is er simpelweg minder belangstelling voor de representatie daarvan.

Aanbeveling

Als de musea meer basisscholen binnen willen halen met hun educatieprogramma’s, dienen ze programma’s te ontwikkelen die binnen de nationale ‘geschiedenissctructuur’ passen.

Methode

Dit onderzoek is verricht door middel van een literatuuronderzoek, een analyse van educatieprogramma’s van musea in Leiden en enquêtes die naar scholen, musea en de Cultuureducatiegoep Leiden (CEG) zijn gestuurd.

Download

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel