Monitor Amateurkunst 2015 | Kunstzinnig en creatief in de vrije tijd

Ongeveer 6,4 miljoen mensen in Nederland van zes jaar en ouder doen in hun vrije tijd af en toe tot bijna elke dag iets kunstzinnigs of creatiefs.
LKCA Publicatie
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Het percentage beoefenaars op de bevolking van zes jaar en ouder is met 41% gelijk gebleven sinds het vorige monitoronderzoek in 2013. Beeldende activiteiten (21%) en muziek (19%, inclusief zingen in een koor) worden het meest beoefend. Ruim een tiende doet iets aan (kunstzinnige) fotografie, video/film of computerkunst (samen kortheidshalve als media aangeduid), 8% aan dans, 7% aan creatief schrijven en 4% aan theater.

Trends in vrijetijdsbesteding

Resultaten van de Monitor Amateurkunst 2015 laten weinig verschillen zien ten opzichte van 2013. Het aandeel van vrouwen onder de beoefenaars is in 2015 iets hoger en de gemiddelde leeftijd van beoefenaars iets lager dan in 2013. Over de periode 2009-2013 is het percentage beoefenaars wel licht gedaald. Uit andere gegevens blijkt echter dat ook niet-culturele traditionele vormen van vrijetijdsbesteding sinds 2007 minder worden beoefend, terwijl mensen meer tijd zijn gaan besteden aan internet en sociale media. 
Werk- oefen- en lesruimte
Bijna 40% van de beoefenaars maakt wel eens gebruik van werk-, oefen- of lesruimte buiten de deur, buiten de eigen woning. Dat aandeel is een stuk hoger onder degenen die aan dans doen (84%), aan theater (67%) of aan muziek (45%) toneelspeelt of muziek maakt, dan onder de beoefenaars die schrijven (12%), iets beeldends (23%) of aan media doen (30%).

Lessen, workshops

Bijna een derde van de beoefenaars (omgerekend bijna twee miljoen personen) heeft les, volgt een cursus of doet wel eens mee aan een workshop van een docent of kunstenaar. Wie aan dans of theater doet, heeft vaker les dan wie schrijft of iets beeldends of aan media doet. De helft van de beoefenaars die les hebben of wel eens aan een workshop meedoen, is in de leer bij een zelfstandige docent of kunstenaar (ongeveer n miljoen mensen), een zesde bij een docent of kunstenaar die werkt bij een centrum voor de kunsten of muziekschool (ongeveer 350.000 mensen) en een derde bij een docent of kunstenaar die werkt bij een andere organisatie, bijvoorbeeld een dansschool, vereniging of een buurthuis (ongeveer 650.000 mensen).  

Podia

Ruim 30% van alle beoefenaars maakt wel eens gebruik van een podium (ook digitaal) om anderen te laten zien, horen of lezen wat hij of zij doet of maakt. Zalencentra, buurthuizen, kerken en dergelijke worden door die beoefenaars het meest als podia genoemd (40%), gevolgd door digitale podia (27%) en theater-, dans of concertzalen (25%).

Lidmaatschap vereniging

Bijna een kwart van de beoefenaars is voor zijn of haar kunstzinnige of creatieve activiteiten lid van een vereniging. Dat zijn bijna anderhalf miljoen mensen in Nederland. Een vijfde is lid van een informele groep. 

Minder beoefenaars door gemeentelijke bezuinigingen?

In veel gemeenten wordt bezuinigd op voorzieningen voor buitenschoolse kunsteducatie: muziekscholen en centra voor de kunsten. De vrees voor een negatief effect daarvan op de actieve cultuurdeelname wordt vooralsnog niet door de cijfers bevestigd. De doorwerking van gemeentelijke bezuinigingen op het totale aantal beoefenaars is beperkt omdat naar schatting niet meer dan 5% van alle beoefenaars in de leer is bij een gesubsidieerde instelling voor kunsteducatie. Het effect van gemeentelijke bezuinigingen zou bij het volgende onderzoek overigens wel iets sterker tot uiting kunnen komen omdat er in 2015 weer een aantal lokale en regionale centra voor de kunsten zijn opgeheven. Daarbij kunnen er knelpunten ontstaan in bepaalde regios waar geen alternatieve (particuliere) voorzieningen beschikbaar zijn.

Opzet

Het LKCA houdt om de twee jaar een grote enqute onder een representatieve steekproef van ongeveer 5.000 personen van zes jaar en ouder die in Nederland wonen, om gegevens te verzamelen over het beoefenen van kunstzinnige en creatieve activiteiten in de vrije tijd. De steekproef wordt aselect getrokken uit TNS NIPObase, een panel dat circa 160.000 in Nederland woonachtige personen telt. In het tussenliggende jaar worden respondenten die in de grote enqute te kennen gaven dat zij iets kunstzinnig of creatiefs doen, nog een keer bevraagd over specifieke onderwerpen. Resultaten van de enqute onder beoefenaars in april 2014 zijn te vinden in Zicht op actieve cultuurparticipatie 2014. De volgende beoefenaarsenqute wordt in april 2016 gehouden, de volgende grote enqute in april 2017.

Download het rapport
Auteur: Teunis IJdens, m.m.v. Hans Marin en Josefiene Poll

Download de Engelstalige publieksversie

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0