Participatieve kunst verdient een vaste positie in het kunstenveld

Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Participatieve kunstpraktijken zijn in opkomst, maar blijven schuren met het heersende kunstdiscours. Zo krijgen ze vaak het verwijt dat het artistieke ondergeschikt is aan het sociale effect (de impact). Hoe kunnen we komen tot een genuanceerder begrip van participatieve kunst? Sandra Trienekens onderzocht het.

Door Sandra Trienekens

Moeder en kinderen bij kunstproject in het park
Foto: Project Transtaalkinderen, ©Moving Arts Project

Sinds het begin van mijn onderzoek naar participatieve kunst, inmiddels meer dan twintig jaar geleden, verbaas ik me over de heftige reacties erop en het dedain erover vanuit het kunstenveld. Een vluchtig oordeel is snel gevormd, maar als je participatieve kunstpraktijken niet langere tijd van dichtbij volgt, blijft veel van hun kracht onzichtbaar.

Te snelle kritiek

Heftige reacties en snelle kritiek op community art en participatieve kunst kwam ik ook tegen in kunsthistorische of kunsttheoretische teksten van onderzoekers en kunstcritici. Ook hierin ontbrak gedegen kennis.  Ik wilde in mijn nieuwste publicatie daarom een dialoog tot stand brengen door kritische perspectieven van onder meer Claire Bishop en Pascal Gielen samen te brengen met inzichten uit onderzoek van internationaal bekende kunstenaars-academici van community theater zoals Jan Cohen-Cruz, François Matarasso, Tim Prentki en James Thompson. Ik wilde de smalle blik van de kunstgeschiedenis op participatie in avant-garde kunst verbreden door er de geschiedenis van ‘theater voor verandering’ naast te zetten. Beide tradities doen artistiek onderzoek naar de relatie tussen kunst en het dagelijkse leven, tussen kunstenaar en publiek. Vanuit deze brede blik op de kunstgeschiedenis is participatieve kunst gewoon kunst.

Ook wilde ik de complexiteit van het Nederlandse kunstenveld in kaart brengen en laten zien wat de nadelige gevolgen zijn van het heersende kunstdiscours voor de positie van participatieve kunst. Het is kunst in moeilijke omstandigheden.

Genuanceerde blik

Ik beschreef daartoe een aantal participatieve kunstpraktijken: Moving Arts Project, ZID Theater, MusicGenerations en Cascoland. Zij verschillen veel, maar lijken op elkaar in de manier waarop ze nadenken over de rol van kunst in de samenleving. Ze democratiseren kunst doordat ze kunstproductie en talentontwikkeling mogelijk maken dwars door de culturele keten heen. Andere overeenkomsten zijn hun inclusieve benadering, het non-hiërarchisch leren en de manier waarop zij misstanden in de samenleving zichtbaar en bespreekbaar maken. Ze lobbyen continu bij (lokale) overheden en sociale of maatschappelijke partijen voor verandering. En ze werken lange tijd op een bepaalde plek om daar betekenisvolle, duurzame verbindingen te bouwen.  

Deze kunstpraktijken lopen tegen dezelfde problemen aan. Ze laveren tussen opgenomen zijn in het kunstenveld en daarbuiten staan.

Naar een bredere duiding van participatieve kunst

Door dit onderzoek  kreeg ik handvatten om participatieve kunst beter te plaatsen en onterechte kritiek erop te pareren. Bij het bespreken en het beoordelen van participatieve kunst is het interessant om te kijken naar:

  • De sociaal-politieke intenties: welke collectieve inspanning en bredere beweging zet het project op om (democratiserende) verandering dichterbij te brengen? Hoe krijgen die inspanningen vorm? Gaan kunstenaars en deelnemers conflict(en) rondom de gekozen thematiek juist aan of vermijden ze die? 
  • Het proces: hoe geeft dit ruimte aan gezamenlijk onderzoek naar de esthetische aspecten van het proces en het eindresultaat? Ontstaan er nieuwe vormen van collectief auteurschap? Is er ruimte voor gezamenlijk, non-hiërarchisch leren? Voor de collectieve ervaring van kunstenaars, deelnemers en overige betrokkenen? Is er plaats voor (de ontwikkeling van) kritisch-reflectieve burgers?
  • Affect en effect: welk gevoel roept het project op bij kunstenaars, deelnemers en toeschouwers (affect) en hoe zet dit aan tot menselijkheid? In hoeverre ontstaat collectief empowerment waardoor mensen meer grip krijgen op het thema van het project en beter inzicht in conflicten binnen en buiten het project? Wat zijn de bescheiden, maar soms wezenlijke bijdragen aan sociaal-politieke veranderingen?
  • Artistiek resultaat: van welk vakmanschap getuigt het project? Welke artistieke keuzes zijn gemaakt om tot goed participatief werk te komen? Hoe origineel en ambitieus is de manier waarop het project thema’s aanboort en met de beperkingen van de context werkt? Heeft het werk zeggingskracht? Zijn participatie, democratie, collectiviteit en/of conflict niet alleen context (waarin het project plaatsvindt), en thematiek (waarover het kunstwerk handelt), maar ook verankerd in de artistieke vorm?
  • Artistieke waarde: Is er sprake van artistiek onderzoek naar participatie, collectief auteurschap en de esthetische en ethische waarden en criteria van participatieve kunst? Hoe verhoudt deze participatieve kunst zich tot ontwikkelingen in de rest van het hedendaagse kunstenveld? Draagt het zelfs bij aan de bredere hervorming van de kunsten?

Mijn pleidooi

Naar aanleiding van mijn verkenningen pleit ik voor een meer reflectieve praktijk met sterkere, kritisch-betrokken en ethisch-bewuste kunstenaars. Ik pleit voor kunstenaars die realistische, bescheiden doelen stellen en met hun kunstinterventies niet vastlopen in loze gebaren van symboolpolitiek of ‘changeless change’ of zelfs schade berokkenen met hun praktijken. Voor kunstenaars die de radicale potentie (de ware aard) van hun participatieve kunst sterker tot uitdrukking brengen en verbinding zoeken met sociaal-politieke en andere voorvechters van verandering, om gezamenlijk duidelijk te maken dat verandering echt nodig is.

Ook het kunstvakonderwijs zou zichzelf moeten doorlichten: is het voldoende ingericht op een steeds participatiever kunstenveld?

Daarnaast pleit ik voor een structurele (financiële) inbedding van participatieve kunst in de kunstsector. En voor een culturele infrastructuur met professionals die even kritisch-betrokken en ethisch-bewust handelen als de participatieve kunstenaars die ze ondersteunen. Met professionals die voorwaarden scheppen voor participatieve kunstpraktijken om te werken aan gezamenlijkheid, maar die ook de mogelijkheid voor kritiek en daarmee voor verandering open houden. Die onderkennen dat hoe instrumenteler de praktijk wordt, hoe meer de politiek-activistische ader wordt dichtgedrukt. Die participatieve kunst bevrijden uit de instrumentele klauwen, zodat niet opdrachtgevers of financiers, maar kunstenaars en deelnemers samen beslissen waar het werk over moet gaan en op welke manier.

Wat er nodig is voor eerlijke professionele ontwikkeling van de participatieve kunst, ten slotte, is gefundeerde ruggensteun vanuit structureel, consistent en kritisch-constructief theoretisch en empirisch onderzoek in academische onderzoeksprogramma’s in Nederland.


Publicatie

Sandra Trienekens schreef de publicatie: Participatieve kunst- gewoon kunst in moeilijke omstandigheden. Het is een pleidooi om te komen tot een meer genuanceerder begrip van participatieve kunst. Met vragen als: Hoe kunnen we de ontwikkelkansen voor participatieve kunst verbeteren? Wat is er nodig om deze effectiever te kunnen beoordelen? Hoe kan er structureel plaats gemaakt worden voor meer en andere vormen van toegang, deelname en kunstproductie (democratisering)?
Meer info en bestellen

Interactieve bijeenkomst

Op 8 juni organiseert LKCA in samenwerking met Sandra Trienekens een interactieve bijeenkomst over democratisering in de cultuursector van 14.30 tot 16.30. Voorwaarde voor deelname is dat je de publicatie hebt gelezen. Er is een beperkt aantal plekken. Opgeven kan bij Ingrid Docter: ingriddocter@lkca.nl.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.3 / 5. totaal 6

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel