Ouderen en cultuurparticipatie: dehumaniseer het beleid niet!

Cultureel Kapitaal
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Op 4 april overleed econoom Arnold Heertje. In 2016 hield hij een bevlogen keynote over de doorgeslagen marktwerking in de ouderenzorg. Als eerbetoon aan Arnold Heertje én omdat zijn verhaal ook vandaag de dag nog grotendeels actueel is, zetten we het weer in de schijnwerpers op Cultureel Kapitaal.

oude dame

27-10-2016 | Beleid voor cultuurparticipatie door ouderen komt te veel tot stand zoals beleid voor een marktsector, waarschuwt econoom Arnold Heertje. Maar cultuurparticipatie is geen rendementsvraagstuk. Als beleidsmaker, zo betoogde hij, bent u niet bovengeschikt aan de ouderen, u bent ondergeschikt aan wat voor hen van belang is. En wat dat is, weten ze zelf toch echt het beste.

De directeur van een bedrijf had een vrijkaartje voor een uitvoering van Schuberts Unvollendente. Omdat hij verhinderd was, gaf hij het kaartje aan de manager van de organisatie. De volgende ochtend vroeg de directeur hem of het een mooi concert was geweest. In plaats van een antwoord, overhandigde de manager hem een memo:

  1. Gedurende lange periodes hadden de hoboïsten niets te doen. Hun aantal dient te worden verminderd, en hun werkzaamheden dienen over het hele orkest te worden verdeeld, teneinde ogenblikken van werkloosheid te vermijden;
  2. Alle twaalf eerste violen speelden precies dezelfde noten. Dat is een onnodige duplicatie, en het personeel in deze sectie dient drastisch te worden uitgedund. Indien een luider volume van de eerste violen is gewenst, wordt dat effect ook bereikt met een versterker.
  3. Er is veel energie gestoken in het spelen van 32ste noten. Dat is een veel te grote verfijning. Het verdient aanbeveling om alle noten zoveel mogelijk af te ronden tot hoogstens zestienden. Aldus kan ervaren personeel worden vervangen door goedkopere krachten, zoals bijvoorbeeld ook gebeurt in het onderwijs van uw gemeente.
  4. Het herhalen van passages door de hoorns die al eerder zijn gespeeld door de strijkers dient geen enkel doel. Als dergelijke overbodige delen worden geëlimineerd, kan het concert worden teruggebracht van twee uur tot twintig minuten.

Gelet op bovenstaande, zo rondt de organisatiemanager af, kan worden geconcludeerd dat Schubert, als hij aan deze punten aandacht had besteed, tijd had gehad om zijn symfonie af te maken.

Wat vinden ouderen belangrijk?

U ziet de absurditeit van deze reactie ongetwijfeld in. Maar ik zie kenmerken van een vergelijkbare absurditeit in het gemeentelijk beleid rond cultuurparticipatie voor ouderen, en voorbeelden van bureaucratie die vooral met rendement en efficiëntie hebben te maken en niet met het eigenlijke doel: het welzijn van de ouderen. Het gaat veel over ‘winst’, de voordelen van gemeentelijke coördinatie, optimale informatie-uitwisseling tussen instellingen, de kwaliteitsbewaking.

Maar… de mensen waar het om gaat, in dit geval de ouderen, zijn volledig uit beeld verdwenen. Dat is een algemeen fenomeen in de samenleving, de patiënten in de zorg, de studenten in het onderwijs, de mensen die huizen huren, ze lijken uit het zicht te verdwijnen en er ontstaat een soort dehumanisering. Het belangrijkste is niet of er onder beleidsmakers goede uitwisseling van informatie is, maar dat er informatie is over diegenen waar het om draait, de ouderen, over wat zij belangrijk vinden. Dat wordt niet bepaald door wat u, als beleidsmaker, het beste vindt, maar door de beleving van de ouderen.

Beleid maken begint niet met budgetten

Het gaat hier bovendien om beleid en besluitvorming in de publieke sector. Dat betekent ook dat als u projecten opzet, u dan niet begint met budgetten en budgetdiscussies over hoeveel er beschikbaar is van de afdeling kunst en hoeveel van de afdeling zorg. Het gaat om de vraag wat de gemeente ouderen kan aanreiken, waardoor het doel cultuurparticipatie zo goed mogelijk wordt bereikt. U bent niet bovengeschikt aan de ouderen, u bent ondergeschikt aan wat voor de ouderen van belang is.

Er moet eerst nagedacht worden over wat voor ouderen de beste invulling is. En daarna volgt pas de vraag hoeveel dat dan gaat kosten. Niet bij voorbaat allerlei mogelijkheden en ideeën afkappen omdat maar zoveel euro beschikbaar is. Dat is een heel foute benadering. Doe het andersom, en kijk dan waar je uitkomt. Dan zal het vaak zo zijn dat je aanvankelijke plannen moet corrigeren en bijstellen, maar dan blijven die aanvankelijke plannen wel op de agenda staan. Die zijn ook als het ware een baken naar de toekomst toe.

Ouderen willen juist af van rendementsdenken

Er was de afgelopen jaren, en voor een belangrijk deel is die er nog steeds, een sterke neiging om alles te benaderen als een marktsector. Ook als het gaat om de waarde van cultuurparticipatie kijkt men naar financiële posten, financieel rendement, naar markttransacties, naar de gedachte dat alles wat er in het leven gebeurt op de een of andere manier meetbaar moet zijn en het liefst ook in geld uit te drukken.

Hou daar mee op! Ouderen hebben aan al die verhalen volstrekt geen boodschap. Die hebben de levensfase waarin ze heel erg geconfronteerd werden met de nadelen van dat marktdenken, van dat zogenaamde rendementsdenken, achter zich gelaten. Ze willen daar nu van af. Cultuur gaat over ontroering, over bezieling en betekenis en niet over effectief functioneren.

Blijf de oudere dus centraal stellen. Ga de komende tijd maar na wat u doet in vergaderingen, wat u beslist over allerlei zaken. Ik raad u aan om aan het eind van een bijeenkomst, aan het eind van een vergadering, de vraag te stellen: en wat betekent wat we nu besloten hebben voor de ouderen. Dat is de vraag waar het om gaat.

Waar doen we het voor?

Kenmerkend voor bureaucratie is dat die bol staat van regelgeving, procedures en handhaving van regels. Eigenlijk is dit een uiting van een voortdurend wantrouwen in de mensen. Ik zeg: hou daarmee op. U weet helemaal niet of iemand integer of te vertrouwen is of niet. In de samenleving is alleen maar van belang dat mensen zich gedragen, alsof ze te vertrouwen zijn. We moeten naar een besluitvormingsstructuur, waarbij positieve prikkels werken waardoor mensen zich gaan gedragen alsof ze integer zijn.

Dat is wat we in de economische theorie tegenwoordig mechanism design noemen. Het ontwerpen van constructies die uitgaan van het belang van de finale afnemers. En daarin staat maar één vraagstuk centraal: Waar doen we het voor? We doen het voor de kwaliteit van het bestaan, voor de beleving van de mensen. Daar zit de waarde in. Wat wil je nu eigenlijk nog meer?

Dit is een ingekorte versie van de keynote van Arnold Heertje bij de Werkconferentie Lokaal Beleid en Praktijk Ouderen en Cultuur op 8 september 2016. De vraag die centraal stond tijdens deze LKCA-bijeenkomst was: Wat kunnen kunst en cultuur betekenen voor ouderen?

Foto: Roel Wijnants, Flickr.com

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 3

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)