Trompettist Eric Vloeimans: ‘Het is gelukkig niet meer hip om achter een idioot aan te lopen die zegt dat kunst een linkse hobby is’
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 9, maart 2019.
Ha, dacht Eric Vloeimans (Huizen, 1963) toen hij eind 2016 de gelegenheid kreeg een speech te houden bij het aanvaarden van de Muziekprijs Noord-Brabant van het Prins Claus Cultuurfonds. Een mooie gelegenheid om voor een gehoor van mensen die aan de knoppen draaien zijn ongenoegen te uiten over de manier waarop de laatste jaren met de culturele infrastructuur is omgegaan. Want zeker in Brabant is dat bar en boos.

‘Er is alle reden om pissig te zijn, maar ik wil graag vooruit kijken’, zegt hij bij wijze van prelude aan de telefoon. Vloeimans, een internationaal succesvol trompettist, is volledig ondergedompeld in zijn werk, maar heeft gelukkig tijd kunnen inruimen voor een interview-op-afstand. Het onderwerp gaat hem aan het hart, maar, voegt hij met klem toe: ‘Ik wil wel even gecommuniceerd hebben dat ik me positief gestemd voel door de initiatieven die ik de laatste tijd om me heen zie. Er is veel weggevallen, maar we moeten het nu doen met wat we hebben en kunnen.’
‘Als kind was ik helemaal niet met muziek bezig. Maar toen ik eenmaal die trompet had, was ik gegrepen’
Onsamenhangend geheel
Twee jaar geleden was zijn boosheid echter nog vers. In de stad van zijn jeugd, Den Bosch, ventileerde hij zijn onvrede voor een zaal vol bobo’s en collega-’Embosschadeurs’. ‘We hadden toen net het Jeroen Boschjaar achter de rug; ik kon die naam niet meer hóren. Mooi hoor, zo’n jaar, maar wat dan? De muziekschool waar ik alles had geleerd – zoals zovelen in Nederland – was wél voor elf miljoen euro verbouwd, maar toen de steigers weg waren, werd al het personeel ontslagen. Nu is het een onsamenhangend gebouw waar je als zzp’er een kamertje kunt huren om les te geven.’
Toen hij als getalenteerde knul met zijn trompet onder de snelbinder naar die muziekschool fietste, was er een strenge directeur, iemand die de zaak vanuit een visie runde. Er was een fanfare, een harmonieorkest, een big band. ‘Je kon van alles proeven. Door de bezuinigingen was het ineens ieder voor zich en god voor ons allen. Den Bosch, zo ongeveer de rijkste stad van Nederland, liep achter de populisten aan. Terwijl cultuur bij beschaving hoort. Het maakt je als mens rijker, draagt bij tot verbinding. Voorheen voelde je dat die blauwdruk onder de maatschappij lag. Die is nu weg.’
Muziekschool 3.0
Maar zoals gezegd; hij signaleert positieve ontwikkelingen. Niet alleen werd hij na zijn filippica door burgemeester Ton Rombouts van Den Bosch uitgenodigd voor overleg, maar ook zag hij tot zijn vreugde dat er vanuit de maatschappij een tegenbeweging op gang gekomen is. ‘Het is gelukkig niet meer hip om achter een idioot aan te lopen die zegt dat kunst een linkse hobby is.’
Zelf heeft hij met een brandbrief aan Rombouts bijgedragen aan de totstandkoming van de Muziekschool 3.0 in Den Bosch, waar gediplomeerde muziekdocenten samenwerken met instellingen in de stad. Daarmee is het hiaat ondervangen dat door de bezuinigingen ontstond in de mogelijkheden om (vervolg-)cursussen muziekonderwijs te volgen. ‘Een trompetmaat van weleer’, vertelt hij, ‘is verbonden aan een soortgelijk initiatief in Veghel, de CHV Academy – Circle of Talent.’
Maatschappelijk belang
Zelf met kunst bezig zijn, weet hij, opent nieuwe werelden. ‘Als kind was ik helemaal niet met muziek bezig. Maar toen ik eenmaal die trompet had, was ik gegrepen.’ In Den Bosch speelde hij onder andere bij de Heineken Fanfare. Die cultuur, van harmonie- en fanfareorkesten, staat onder druk. Door de aanvragen die hij binnenkrijgt, ziet Vloeimans dat sommige orkesten open staan voor broodnodige vernieuwing, maar dat andere ‘liggen te pitten, met hun operettemelodietjes’, waardoor jongeren wegblijven.
Een probleem met gevolgen: de ‘hafa’s’ zijn traditioneel van groot belang voor verse aanvoer van koper en slagwerk bij de grotere (symfonie-) orkesten. Doodzonde. Zelf vond hij samen spelen als jongen al heerlijk. ‘De sfeer, de samenspraak die ontstaat, met zijn allen iets moois maken. Je ontwikkelt ook sociale vaardigheden.’ Zijn verleden als fanfarejongen klinkt even door als hij samenvat wat hij de beste manier vindt om de aangerichte schade nu te lijf te gaan. ‘Niet achterom blijven kijken. Voorwaarts mars!’
Provincies met veel kleine kernen zijn kwetsbaar
‘Je ziet zelfstandige docenten afhaken’
Jan van den Eijnden heeft als specialist cultuureducatie van het LKCA een ‘helicopterview’ over de sector. Diverse onderzoeken, licht hij toe, ondersteunen de kritiek van Vloeimans.
Eric Vloeimans is optimistisch gestemd, maar wel degelijk kritisch over de toestand van de cultuureducatie in Noord-Brabant. Zijn die zorgen terecht, is de situatie zorgwekkend?
‘Landelijk is het aantal kunsteducatie-instellingen de afgelopen tien jaar met een derde afgenomen, blijkt uit onderzoek van branchevereniging Kunstconnectie. Als we specifiek kijken naar Brabant: daar zijn in de periode tussen 2013 en 2015 veel centra voor de kunsten opgedoekt door de bezuinigingen. Vooral centra die meerdere gemeenten bedienden vielen weg. Daardoor zijn nu veel gemeenten verstoken van kunstonderwijs. Met name in Midden- en West-Brabant zijn witte vlekken ontstaan; meer dan de helft van de centra is verdwenen.
Er komen bijvoorbeeld wel docentencollectieven voor in de plaats, maar door de bezuinigingen zijn niet alleen die oude structuren verdwenen. Je ziet ook dat docenten afhaken. Als zzp’er zijn je perspectieven, zonder pensioenvoorziening, arbeidsongeschiktheidsverzekering et cetera, niet erg aanlokkelijk. Een verbindende loketfunctie ontbreekt en op zekere leeftijd willen mensen ook meer zekerheid.’
Is de situatie in Noord-Brabant vergelijkbaar met andere provincies?
‘Ja, met Gelderland bijvoorbeeld, en Limburg; ook provincies met veel kleine kernen. Als daar een regionaal centrum verdwijnt, heeft dat gevolgen voor de wijde omgeving. In een grote stad is dat anders. In Den Haag is bijvoorbeeld Het Koorenhuis weggevallen. Hoe erg ook; het aanbod aan mogelijkheden is daar groter dan in, zeg, Oirschot. En zelfs áls er nog een muziekschool is, kunnen lagere subsidiebedragen tot verminderde toegankelijkheid leiden omdat de tarieven dan omhoog moeten. De participatiegraad in economisch zwakkere gebieden zal daardoor sneller dalen.’
Je signaleert, net als Vloeimans, nieuwe initiatieven van zelfstandige docenten. Is dat een landelijke trend en zijn er ook valkuilen?
‘Dergelijke initiatieven zie je overal. Vaak zijn er meerdere maatschappelijke partijen aan verbonden, naast gemeente en provincie ook onderwijs en bedrijfsleven. Een gevaar kan zijn dat de kloof tussen stad en platteland verder verdiept, want buiten het stedelijk gebied blijken dit soort initiatieven minder duurzaam en pluriform. De lage organisatiegraad van de zzp’ers maakt sommige projecten kwetsbaar; het hangt erg op individuen. Ook zou een effect kunnen zijn dat de overheden zich verder terugtrekken, terwijl bovenlokale samenwerking tussen gemeenten om een voorziening in stand te houden tot de mogelijkheden behoort.’
Hoe kan cultuureducatie voor kinderen en jongeren beter worden geborgd?
‘Buitenschoolse cultuureducatie door professionals zou – zeker in de beginfase – kunnen worden ingebed in met name primair maar ook voortgezet onderwijs. Als er inbedding ontstaat, dus als kunstdocenten niet alleen inhoudelijk, maar ook met betrekking tot enkele arbeidsvoorwaarden perspectief krijgen, vergroot je de effecten en bestaanszekerheid van cultuuronderwijs.
Kinderen krijgen dan regulier én cultuuronderwijs op één plaats, zonder dat ouders – met name in het PO – kinderen heen en weer moeten rijden. Bij leerlingen die een instrument spelen, theater maken of dansen zou dat ook moeten meetellen in het geheel van schoolresultaten. Voor toekomstige kunstvakdocenten wordt het vak weer aantrekkelijker qua bestaanszekerheid. Dan blijft er voor lesgeven aan volwassenen ook voldoende ruimte.’
Reageren? janvandeneijnden@lkca.nl
Verder lezen
- Buitenschoolse muziekeducatie is belangrijk voor een florerend muziekleven in Nederland. Maar hoe zorgen we dat de infrastructuur hiervoor overeind blijft en wat vraagt dit van opleidingen en overheid? Drie spelers uit het veld geven hun visie. ‘Het is hoog tijd dat er een Cultuurwet komt.’
- De handreiking Basis voor Cultuureducatie beschrijft wat nodig is om álle kinderen goede cultuureducatie te bieden.
- ‘Muziekeducatie vraagt om betrokken overheid’- over crossovers, marktwerking en een-op-een-contact.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)