Rijke Schooldag: voorwaarden zijn visie én continuïteit

Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 38, juni 2026.
De huidige premier was in 2020 zelf een van de architecten van de Rijke Schooldag, die op een centrale locatie sport, cultuur en huiswerkbegeleiding zou moeten bieden aan álle kinderen, ter uitbreiding van (of aanvulling op) de schooldag.
Het doel ervan is meervoudig, onder meer bestrijding van de kansenongelijkheid, ontlasting van de ouders die naschools minder voor hun kroost hoeven te regelen, ondersteuning van leerkrachten door kunstvakdocenten en versterking van de leesvaardigheid. Het zijn extra’s die de laatste jaren op en af en onder verschillende namen zijn gefinancierd uit landelijke en gemeentelijke potjes.
Zonder structurele ondersteuning wordt het realiseren van een goede invulling van de Rijke Schooldag des te ingewikkelder. Voorafgaand aan het oplossen van dat continuïteitsprobleem moet echter eerst een fundamentelere vraag worden gesteld, zegt Job van Velsen.

Discussie
Als oud-docent, directeur van Etuconsult (adviesbureau voor brede scholen en integrale kindcentra) en ooit mede-ontwerper van het brede schoolconcept kent hij het onderwijs van binnen en van buiten.
Wat hij in de discussie over de Rijke Schooldag vaak mist is: ‘Visie. Wat willen we met onderwijs, waar bestaat cultuur uit, waarom doen we dit, waarom vinden we cultuur belangrijk? Aan welke voorwaarden moet het voldoen, welke opbrengsten verwacht je? Een ‘clowntje’ inhuren na schooltijd is leuk natuurlijk, maar wat levert zo’n eenmalige activiteit op?’
Natuurlijk worden bepaalde doelen benoemd, maar of het hele idee ideologisch of economisch is ingestoken, is hem niet duidelijk. ‘Neem het idee dat het leerkrachten zou ontlasten. Op zich prima, maar ik vraag me af: is dat visie of nood? Gaat het over de lange termijn of is het om nu gaten te dempen?’
‘Met continuïteit van financiering kun je veel beter werken aan een visie en een fundament’
Personele problemen
Ineke van Enk weet uit de praktijk hoe belangrijk visie is voor het welslagen van de Rijke Schooldag en hoopt maar dat de aangekondigde investeringen van het kabinet overeind zullen blijven. Zij is manager Onderwijs & Samenleving bij De Kubus in Lelystad, dat kunst- en cultuurprogramma’s aanbiedt aan het onderwijs en in het sociale domein.
Een van de schoolbestuurders had bij De Kubus aangeklopt om samen een programma te ontwikkelen voor een Rijke, of Verlengde, Schooldag. Vanuit visie. Toen personele problemen hem dreigden te dwingen kinderen een dag naar huis te sturen, vroeg hij om directe actie.

‘Na twee weken’, vertelt Van Enk, ‘hadden we met stoom en kokend water een programma opgetuigd. Iedereen blij, ook de gemeente, en die schoolbestuurder vroeg zich af of die Vijfde Schooldag (zoals het door de gemeente financieel ondersteunde programma in Lelystad heet, red.) structureel kon worden aangepakt. De gemeente had er nog een potje voor en het geld werd geoormerkt, zodat het niet bij een workshopje bij lerarenuitval zou blijven, maar er vanuit visie gewerkt zou worden.’
Met continuïteit van financiering kun je veel beter werken aan een visie en een fundament in de schoolorganisatie, weet Van Velsen. Het maakt het afsluiten van contracten makkelijker en voor specialisten is het interessanter om mee te doen.
Het bijeenbrengen van een goede pool van aanbieders en docenten is echter een van de grootste organisatorische opdrachten bij het realiseren van een structurele Rijke Schooldag, waarin naast kunst en cultuur ook andere vakken vallen die buiten het kerncurriculum vallen, zoals Natuur & Milieu, Digitale geletterdheid, Wetenschap & Techniek, aldus Van Enk. In Lelystad zijn lerarentekort en zwakke beoordelingen door de Inspectie hardnekkige problemen. Dergelijke scholen liggen onder een vergrootglas; de criteria waaraan zij moeten voldoen zijn streng, onder andere ten aanzien van gekwalificeerd personeel.
‘Voor kunst en cultuur zijn die wel te vinden. Maar een boswachter heeft geen lesbevoegdheid. Gelukkig wil de inspectie coulant zijn met bevoegdheden wanneer een school vanuit visie met het hele team een Vijfde of Verrijkte Schooldag wil invoeren. Voorwaarde is dat altijd een bevoegd iemand ambulant en oproepbaar is.’
Sowieso is het zinvol de blik breder af te stellen, vindt Van Velsen, en verder te kijken dan alleen naar het onderwijs. ‘Ook de kinderopvang, welzijnsorganisaties, sportverenigingen, het hele maatschappelijke middenveld. Daar zit zoveel expertise. Dat is echt de bredeschool-gedachte, waar we enorm veel van hebben geleerd. De politiek helaas niet, die denkt aan de korte termijn, en lijkt een blinde vlek te hebben voor kennis en ervaring uit het verleden.’
Bovendien, vindt hij, zouden ook ouders juist moeten worden gestimuleerd om verantwoordelijkheid te nemen en te participeren in de Rijke Schooldag. Hij pleit ervoor ouders, zeker in ‘moeilijke’ wijken, meer te betrekken.
Ontlast
Ondanks alle complexiteiten zijn de effecten van het programma positief, ziet Van Enk in Lelystad. Leraren voelen zich ontlast, kunnen bijvoorbeeld nakijken, of een kind extra ondersteuning geven als de kunstdocent met de klas aan de slag gaat. ‘Vaak ontdekken ze nieuwe kanten van de kinderen. Sommigen komen echt uit hun schulp. Er zijn ook leerkrachten die meteen vertrekken als de kunstdocent binnen is.’
Inmiddels is het lerarentekort iets verbeterd en zijn vele scholen weer terug naar een reguliere leerkracht. Daar is de Vijfde Schooldag geschrapt. Teleurstellend, vind Van Enk. ‘Iets moois, wat vanuit visie is ontwikkeld om de zwakke scholen structureel te faciliteren, is kennelijk alleen interessant als er te weinig mankracht is. De bestuurders wilden de schoolleiders niet dwingen het programma blijvend af te nemen. Helaas vonden de leiders en hun teams een Vijfde Schooldag invoeren ingewikkeld.’
Het ‘Haagse’ School & Omgeving vindt zij ook een mooi programma, maar door het naschoolse, facultatieve karakter wordt niet de hele groep bereikt. ‘Als je ouders hebt die je verwaarlozen of die niet betrokken zijn, heb je pech. Daarom is die binnenschoolse Rijke, of Vijfde, Schooldag zo goed.’
‘Helaas zit het onderwijs in Nederland vast aan het idee van één of twee vaste leerkrachten voor de klas. Maar geen mens kan alle vakgebieden even goed en enthousiast overbrengen. Heb je dat wel in je team, dan komt dat het hele onderwijs ten goede. Maar zo denken scholen niet. Het is nog erg subsidiegedreven en komt niet vanuit de scholen zelf.’
Maatschappelijk middenveld
Laat het geld voor een Rijke Schooldag terechtkomen bij degene die het werk doet, vindt Walter Groenen, directeur van CJP. Hij ziet minder in precieze regelgeving en sturing van bovenaf, bijvoorbeeld vanuit een binnenschoolse coördinator (icc’er). ‘Dat kan ook goed werken, maar dat is iets anders dan een directe lijn naar degene die de activiteit aanbiedt aan de jongeren. Het gevaar van een ‘bovenliggende partij’ is dat die bepaalt wat er gebeurt, en dat hoeft niet aan te sluiten bij de wens of behoefte van de ouders of het kind. De voetbalclub kan dan buiten de boot vallen omdat een coördinator dat niet ziet zitten. Zo ontstaat geen dynamiek tussen wat mensen willen en wat wordt aangeboden.’
Daarom is het belangrijk, zegt Groenen, dat het hele maatschappelijk middenveld rond een kind wordt meegenomen in het ontwerp van een Rijke Schooldag. Dat bevordert een vrijere dynamiek. ‘In de ideale situatie wordt zo ook de lokale infrastructuur van muziekscholen, kunstdocenten, sportverenigingen et cetera versterkt. Om het bij de voetbalvereniging te houden: die kan dan bijvoorbeeld een professionele kracht inhuren in plaats van een vrijwilliger.’
‘Als een kind school verschrikkelijk vindt, wordt die Rijke Schooldag alleen maar een langere schooldag. Kijk dus ook buiten het gebouw’

Hoe dat georganiseerd zou moeten worden, daar waagt Groenen zich niet aan, maar open en laagdrempelig lijken hem wel basisvoorwaarden. ‘En beperk de Rijke Schooldag dus niet alleen tot het schoolgebouw, maar bouw een netwerk. Als een kind school verschrikkelijk vindt, wordt die Rijke Schooldag alleen maar een langere schooldag. Kijk dus ook buiten het gebouw.’
Zijn idee komt overeen met de lokale coalities waarover in de overheidsplannen voor een Rijke Schooldag wordt gesproken. Blijft de vraag, aldus Groenen, wie de regie heeft en hoe het kind het best gediend wordt. ‘De belangrijkste vraag bij de uitvoering is: hoe laat je vraag en aanbod aansluiten, zonder dat je het harnast in regelingen en criteria. Het financieringssysteem moet flexibel genoeg zijn om dat te kunnen ondersteunen.’
In wezen zouden dus de Rijke Schooldag en fondsen als Fonds Cultuur en Sport geïntegreerd moeten worden binnen een systematiek die (bijna) maatwerk kan bieden. Dat lijkt een illusie. Bovendien melden zich ook private partijen als aanbieder van buitenschoolse activiteiten. Of de belangen van het kind dáár centraal staan is de – retorische – vraag.
Verder lezen
- In 2024 publiceerden we ‘Fundamenten voor cultuureducatie’: een handreiking voor een duurzame inrichting voor cultuureducatie.
- In gesprek met Kamerlid Ilana Rooderkerk (D66): ‘Cultuur is een recht, geen gunst’.
- Bekijk hier de Beleidsbrief 2026-2030 van OCW.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)