Regionale musea en de kracht van kennisdeling

Bijgewerkt op:
Deel dit artikel
Op 16 mei kwamen vertegenwoordigers van een aantal musea die subsidie ontvangen vanuit de Basisinfrastructuur (BIS) bij elkaar om projectopbrengsten uit te wisselen. Aanleiding voor deze bijeenkomst was een inventarisatie door Petra Berghorst, student Master Kunsteducatie aan de HKU.

Petra inventariseerde de websites en beleidsplannen van twaalf regionale musea die een subsidie van € 250.000 kregen in het kader van deze BIS. De Raad voor Cultuur wil met meer geografische spreiding van de BIS-instellingen, de culturele infrastructuur over het hele land versterken.

De 12 regionale Musea die subsidie hebben ontvangen uit de basisinfrastructuur 2020-2024 zijn:

  • Centraal Museum     
  • Drents Museum
  • Frans Hals Museum
  • Fries Museum
  • Kunstmuseum Flevoland
  • Groninger Museum
  • Museum Arnhem
  • Museum de Fundatie
  • Noordbrabants Museum
  • Bonnefanten Museum
  • Stedelijk Museum Schiedam
  • Zeeuws Museum

Kennisdeling

Voor de nieuwe categorie van regionale musea was vooraf bepaald dat iedere provincie één museum kon voordragen. In iedere provincie van Nederland kreeg dus een museum de kans om een impuls te geven aan publieksactiviteiten. Bij de inventarisatie is gekeken naar de vier P’s uit de Code Diversiteit en Inclusie: Programma, Publiek, Partners en Personeel. Kennisdeling is een voorwaarde van deze subsidie. Dit sluit goed aan bij LKCA’s rol als aanjager van vernieuwingen en veranderingen in de museale sector.

De belangrijkste ontwikkelingen uit de inventarisatie:

  • Musea kijken nóg beter naar welke doelgroepen relevant voor hen zijn (bijvoorbeeld jongeren, ouderen, buurtbewoners), ook in de directe omgeving van het museum;
  • Om nieuw publiek te trekken werken musea samen met vertegenwoordigers uit dat publiek;
  • Het accent in educatie verschuift van kennisoverdracht naar beleven, ervaren en maken;
  • Activiteiten verschuiven steeds meer van binnen naar buiten het museum en naar andere tijdstippen (avondopenstelling).

Impactmeting

Tijdens de bijeenkomst besprak onderzoeker Amalia Deekman van LKCA de periodiek terugkerende stappen van impactmeting. De musea kregen extra budget voor hun activiteiten en een belangrijke vraag die volgt is dan: wat heb je met dat budget gedaan?

Vragen die in een meting ingebed moeten worden, zijn: wie zijn er niet, wie komen er niet, met wie werken we niet samen? En wat ga je vervolgens doen?

Het gaat dus niet alleen om harde cijfers, maar ook om inhoudelijke vragen. Wie wil je binnen hebben, hoe heb je dat aangepakt en welke aanpak werkt? Maar ook: wat heb je er zelf van geleerd en hoe kun je die kennis en ervaring implementeren in de organisatie?

Impactonderzoek stelt de relatie tussen de projectaanvraag, de onderzoeksvraag en de subsidieverantwoording centraal bij het in kaart brengen van concrete opbrengsten.

Tips van musea

Na de presentaties kwamen tijdens de uitwisseling de volgende tips naar voren:

  • Breng goed in kaart wie er betrokken zijn. Wie wordt betaald uit BIS-subsidie, wie uit reguliere personeelskosten en worden er zzp’ers ingehuurd? Hoe ziet het team eruit, wie wil je hebben om de opdracht goed uit te kunnen voeren? En hoe werk je met dit team aan de verankering van de opbrengsten binnen en buiten het museum?
  • Co-creatie is een kenmerk van alle projecten en blijkt veel meer tijd te kosten dan voorzien, mede vanwege de monitoring en de nazorg. Die investering is wel belangrijk, want je leert er als museum zelf ook veel van dat je toe kunt passen bij nieuwe activiteiten. Voorbeelden van opgedane kennis zijn: wat is echt belangrijk om te doen (in de wijk), wat betekent meerstemmigheid, hoe ontstaan langdurige samenwerkingen en vertrouwen, hoe creëer je partnerschappen?
  • Het duurt zeker vier jaar voor deze manier van werken doorsijpelt in de organisatie.
  • Wees je ervan bewust waar het eigenaarschap van de activiteiten ligt. Er zijn bij zowel scholen als bij (cultuur)instellingen veel personeelswisselingen. Hoe ga je dan om met borging? Betrek in ieder geval de directie of het bestuur.
  • Dan als de laatste tip: besteed meer tijd aan landelijke uitwisseling. De vragen rond het vastleggen van opbrengsten, het implementeren ervan (intern) en het uitrollen (extern) spelen op veel plaatsen. De ervaringen die tot nu toe zijn opgedaan zijn heel relevant voor andere musea.

Meer lezen

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 1 / 5. totaal 1

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Deel dit artikel