Kunst en technologie – Merit Tieman

In gesprek met Merit Tieman over de makerspace ARTSPACE!
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Merit Tieman was 20 jaar lang kunstdocent op het Kalsbeek College in Woerden. Samen met twee collega’s onderzocht zij hoe de kunstvakken kunnen samenwerken met andere vakgebieden, zoals techniek en natuurkunde. Deze inspanningen leidden tot een heuse makerspace: ARTSPACE!

Merit Tieman

Merit: ‘De raakvlakken tussen wetenschap en kunst zijn in de praktijk vaak groter dan je op grond van de reguliere schoolvakken zou denken. Ze hebben gemeen dat ze vanuit nieuwsgierigheid ontstaan. In de 21ste eeuw leidt deze nieuwsgierigheid tot samenwerken. Kunst kan ook gemaakt worden in laboratoria en onderzoek kan plaatsvinden in ateliers.’

ARTSPACE! is een open creatieve broedplaats in het Kalsbeek College in Woerden (tegenwoordig heet het KunstLab), waar leerlingen en medewerkers samen aan kunstprojecten werken. (Kunstvak)docenten krijgen de ruimte om te experimenteren, het onderwijsmateriaal te ontwerpen, ontwikkelen en implementeren in de context van kunst, technologie en wetenschap. Samen doen zij onderzoek naar kunst en creatieve technologie in een creatief artistiek maakproces.

Wat hoop je met deze makerspace te bereiken?

Merit: ‘We willen in het ‘traditionele’ kunstvak (tekenen, handvaardigheid, beeldende vorming) de oude technieken verbinden met nieuwe technieken. Op deze manier hopen we een betere aansluiting met het huidige professionele beroepenwereld en vervolgopleidingen te krijgen. Daarnaast hopen we meer jongens voor het kunstvak te interesseren en meisjes te leren dat creatieve technologie niet eng en ingewikkeld is. We willen een beweging in gang zetten, waarbij onderzoekend en samenwerkend leren verkend kan worden.’

Samenwerken met andere vakgebieden

Merit stond aan de wieg van de makerspace. In 2017 diende zij een subsidieaanvraag in bij het LerarenOntwikkelFonds (LOF) en ze ontving geld om haar plan uit te voeren. Merit: ‘Door deze aanvraag is de directie geïnteresseerd geraakt om te komen tot een ‘samenwerkingsvak’ techniek, natuurkunde en handvaardigheid. Het oude vak beeldende vorming is ook blijven bestaan. Dankzij de subsidie kregen docenten een middag in de week de tijd om te ‘klooien’, zowel met als zonder leerlingen. Het mooie is dat de makerspace ook ter beschikking is gesteld aan andere groepen, waaronder het basisonderwijs, zodat kennis, vaardigheden en lesontwerpen duurzaam gedeeld worden.’

Merit: ‘Ik ben van mening dat je in samenwerking met andere vakgebieden, zoals wetenschap, techniek, nieuwe technologie je eigen specifieke werkwijzen en visies goed moet benoemen en expliciet moet maken. Pas dan kan je tot betekenisvol onderwijs komen.’ Interdisciplinair samenwerken is een grote meerwaarde, vindt Merit, omdat je samen tot andere inzichten komt.

Merit: ‘In samenwerkingen met wetenschap en technologie is het van belang dat ieder vanuit zijn eigen professie kijkt naar wat er te leren valt. In de autonome kunsten staat de emotie en het esthetische centraal, terwijl het in de techniek veelal gaat om de functionaliteit van een ontwerp, dat in opdracht wordt uitgevoerd’.

Als voorbeeld noemt Merit een samenwerking tussen kunst, natuurkunde en nieuwe technologie met het overkoepelende thema ‘actie/reactie’. Via storytelling werd duidelijk gemaakt hoe je met een kettingreactie een verhaal kunt vertellen. Vanuit verschillende vakken gingen leerlingen aan de slag met de techniek van een kettingreactie. Vanuit de kunstvakken bekeken zij een (promotie)film van Unicef waarbij een witte duif uit de kooi kon ontsnappen doordat door verschillende acties het deurtje van de kooi geopend werd. Ook hier ging het om een kettingreactie, maar door dit werk kon er gesproken worden over hoe de makers die kettingreactie hadden vormgegeven. Wat de betekenis van kleur was in de film en de keuze voor bepaalde acties. Over hoe de beeldtaal van vrijheid van meningsuiting eruit ziet en hoe je daartoe komt door actie/reactie. Bij dit project konden leerlingen nog steeds lasercutten en 3D-printen, maar dan wel met een ‘visie’.

Welke visie heb jij zelf op kunst & technologie in het voortgezet onderwijs?

Merit: ‘Ik wil dat mensen door nieuwe technologie op zoek gaan naar een nieuwe beeldtaal. Er zijn nog te weinig goede voorbeelden in de kunst waarbij technologie als nieuwe beeldtaal wordt ingezet. Nieuwe technologie wordt te veel ingezet als doel en niet als middel.’ Huiverig is ze voor het ‘sleutelhangersyndroom’: 3D-printen om het 3D-printen, zonder dat er vragen bij worden gesteld. ‘Dan is er weer een nutteloos voorwerp gemaakt. We moeten leren om het als materiaal te zien en niet alleen als een middel om (nieuwe) producten te maken. Want dan zijn we net zo goed weer bezig met schoolkunst’. Zie het als gereedschap dat je naar je hand kunt zetten, dat je kunt manipuleren om jouw (maatschappelijke) verhaal mee te vertellen.’

Wie zijn je inspiratiebronnen?

Merit: ‘Twee grote inspiratoren zijn Per-Ivar Kloen en Arjan van der Meij, respectievelijk docent biologie en natuurkunde van De Populier in Den Haag. Zij hebben het maakonderwijs in Nederland op de kaart gezet. Het zijn echte kartrekkers en zoeken de verbinding. Bijzonder is dat deze docenten heel graag samenwerken met kunstvakdocenten.’ Merit vertelt hoe via social media het balletje is gaan rollen. ‘Ik zag wat er gebeurde in het land en welke bijeenkomsten er waren en kwam zo in contact met De Populier’. Zo volgt Merit het project Make! van Willem de Kooning Academie en het Art Technology Lab van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Wat heb je nodig voor de toekomst?

Merit: ‘Een platform om kennis te delen en met elkaar in contact te komen. Tijd en ruimte zijn noodzakelijk om onderzoek te kunnen doen. Het mooie aan de LOF-aanvraag was dat je het als docent zelf moest aanvragen en daarmee de zeggenschap hebt. Ik kreeg €22.000,- subsidie die ik voor het grootste deel moest spenderen aan uren voor de docenten en voor een kleiner deel aan inhuren van expertise (ca. 20%) en materiaal (ca. 10%). Allerlei dure technologische en oude apparaten hadden we al, dus eindelijk konden we bedenken wat we daarmee zouden gaan doen en konden we echte lessen ontwerpen.’

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel