Hedendaagse kunst in het onderwijs

Interview met Marlijn Gelsing, adviseur Cultuureducatie bij Kunstloc Brabant
Veel kunstenaars hebben hun gereedschapskist uitgebreid met digitale technieken, combineren kunst en wetenschap of doen aan ‘toekomst denken’. Marlijn Gelsing ziet dat deze grote ontwikkelingen soms nog moeilijk zijn te bevatten voor het onderwijs.
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Daarom heeft Marlijn Gelsing samen met andere culturele partners een leerlijn kunst & technologie ontwikkeld voor het primair en voortgezet onderwijs. ‘De meerwaarde van de professionele kunstwereld doorvertalen naar het onderwijs, zie ik als mijn missie.’

‘Kritisch vragen stellen is ook kunsteducatie’

‘Kunst gaat niet meer altijd over esthetiek. Naast de meer autonome, op zichzelf staande kunst, vind je steeds vaker kunstwerken waarbij je je afvraagt wat de kunst is in het werk. Is het een installatie, een muziekstuk of een technologische toepassing? Technologie zie ik als een extra hedendaags middel in de gereedschapskist, waarmee een verhaal kan worden verteld.’

‘Door die ambivalentie in vormen en materialen is onderzoek nodig naar het verhaal achter het werk. Daarbij gaat het vooral om kritisch vragen stellen, een essentieel onderdeel van kunsteducatie. Dat spanningsveld, het ambivalente in de hedendaagse kunst, is ook mijn persoonlijke fascinatie.’

‘De wondere wereld van kunst en technologie’

‘Vanuit het onderwijs ontvingen wij regelmatig de vraag hoe je bijvoorbeeld virtual reality of sensoren kan inzetten in de klas. Ook ontstond er behoefte aan leerdoelen en gedragsindicatoren waarmee kunst en technologie een plek kunnen krijgen in het cultuuronderwijs.’

‘Door deze ontwikkelingen voelde ik, samen met Beppie Remmits van CultuurStation Eindhoven, de noodzaak om een leerlijn te ontwikkelen. De leerlijn is geen stapeling van activiteiten maar een taal waarmee school en aanbieder, aan de hand van leerlingengedrag, kunnen bespreken wat er ontwikkeld moet of kan worden. De leerlijn is gekoppeld aan de doelen binnen een onderwijssituatie.’

‘Waar Beppie zich heeft zich gericht op de grote lijnen, de tekst en de leerdoelen van verschillende organisaties, heb ik mij meer gericht op de inhoudelijke kant. Zo heb ik bijvoorbeeld een opsomming gemaakt van voorbeelden die je kunt gebruiken als uitgangspunt voor onderwijs. Een greep uit de wondere wereld van kunst en technologie.’

‘Maak- en kunstonderwijs kunnen elkaar verrijken’

‘Een school kan de leerlijn beschouwen als een werkdocument en, aan de hand van haar visie en ambities, een eigen invulling geven aan kunst en technologie. Bijvoorbeeld om leerlingen te laten onderzoeken of juist te maken. Een school die bijvoorbeeld maakonderwijs heeft geïntroduceerd, kan de leerlijn gebruiken om conceptueel denken en de reflectie erop toe te voegen. Maak- en kunstonderwijs kunnen elkaar zo verrijken en voor meer betekenis zorgen.’

‘Terecht wordt wel eens de vraag gesteld of de autonomie van het kunstvak niet in het geding komt als ook technologie of wetenschap bij het vak wordt betrokken. Bij betekenisvolle kunsteducatie kan een maatschappelijke of technologische kwestie juist het uitgangspunt zijn voor een kunstopdracht.’ ‘Dat betekent soms dat de werken die hieruit voortkomen niet altijd herkenbaar zijn als kunst in de traditionele zin van het woord. Wellicht moeten we de term kunst wat meer gaan oprekken. In de samenwerking tussen vakken en leergebieden is op dit moment veel in beweging. Dat is bijvoorbeeld ook zichtbaar in de ontwikkeling naar een nieuw curriculum voor het basis- en voortgezet onderwijs (Curriculum.nu). Daar staat de samenwerking tussen disciplines en  het werken in leergebieden centraal.’

’Je ziet leerlingen enthousiast reageren’

‘Het zou mooi zijn als de leerlijn wordt ingezet als inspiratiebron van waar kunstenaars op dit moment mee bezig zijn. Je kan daarbij denken aan gaming in combinatie met augmented reality, robots of interactieve belevingen. Je ziet leerlingen enthousiast reageren, vaak verwonderd of nieuwsgierig. Maar het kunstwerk kan ook kritische vragen oproepen.’

‘Ik zie, heel terecht, dat leraren het spannend vinden om met kunst en technologie aan de slag te gaan. Ze raken overrompeld door de gedachte aan wat ze allemaal moeten kunnen. Dat heb ik zelf toen ik nog docent was ook zo ervaren. Het gaat vooral om veel uitproberen en durven falen. Niet alleen met het verzamelen van materiaal of een gecrashte computer. Maar ook met kinderen die tegelijk veel aandacht van je vragen omdat ze niet zelf op onderzoek gaan. Al die praktische zaken moeten vertaald worden naar een klas van dertig leerlingen, waarbij bestaande middelen en methodieken niet altijd houvast geven.’

‘Als leraar naast de leerling staan’

‘Daarom is het belangrijk dat leraren onderzoeken en maken zelf ervaren. Als trainer in proeftuinen en co-creatie-trajecten met scholen heb ik dit proces begeleid. Ik neem dan een kunstwerk als centrale bron. Al kijkend naar dit werk bespreken we welk materiaal je nodig hebt en wat je denkt te moeten kunnen en kennen. De deelnemers onderzoeken dit in tweetallen en voeren een klein experiment uit.’

‘We hopen dat er dan een vlammetje gaat branden en dat iedereen zich zekerder gaat voelen. Het vraagt om een andere houding waarbij vragen aan bod komen over je bereidheid tot ontwikkeling, je iets eigen te maken en los te laten dat je alles moet kennen of weten. We leven in een tijd dat je als leraar ook naast de leerling kan staan, niet alleen omdat de ontwikkelingen heel hard gaan maar ook omdat leerlingen zelf al veel weten.’

‘Het aanleren van technische vaardigheden kun je makkelijk binnenhalen of door samen te werken. Er zijn veel partijen in Nederland waar je tegen relatief lage kosten apparatuur kunt gebruiken of aan middelen kunt komen. Als school is het natuurlijk prachtig als je een 3D-printer kunt aanschaffen, maar de investering is niet mis. Een investering in mensen vind ik belangrijker dan in apparatuur. In Technasia zien we wel eens een 3D-printer staan. Breng ‘m ook eens naar de kunstklas, denk ik dan.’

’Investering in mensen is belangrijker’

‘Veel scholen en aanbieders worstelen met de vertaalslag kunst en technologie naar een hele klas of heel leerjaar. Mijn advies is om te starten in kleine groepen, bijvoorbeeld in een pilotprogramma. De leerlijn kan als een onderlegger worden gebruikt om vanuit een andere houding de vertaalslag te maken kunst en technologie. Die aanpak kan gecombineerd worden met de ervaring vanuit de bestaande doorlopende leerlijnen als De CultuurLoper of de Culturele Ladekast.’

‘De leerlijn is een document waar scholen houvast aan kunnen hebben. Daarbij hopen we enthousiastelingen aan te spreken, de voorlopers die dit vanuit intrinsieke en persoonlijke motivatie op hun school in gang willen zetten. En dan rolt het wel verder.’

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 2

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert:
Eeke Wervers
Eeke Wervers
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: primair onderwijs,vakintegratie
eekewervers@lkca.nl
030 - 711 51 37
Bekijk alle experts