Kunst en technologie – Kim Eijkelhof

In gesprek met Kim Eijkelhof, docent Innovatie & Prototyping (I&P) bij X11
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

‘Voor mij als docent is het prettig dat ik op een hele vrije manier kan werken in de les’, vertelt Kim Eijkelhof, docent Innovatie & Prototyping (I&P) bij X11. ‘Het coachen van leerlingen vind ik fijn om te doen. Ruimte bieden aan de leerling om op zijn eigen manier iets aan te vliegen en zo te leren leren.’

Kim Eijkelhof

‘We stimuleren leerlingen om te leren door doen en maken, door ze aan te zetten tot zelf onderzoeken en uitproberen. We maken nooit met de hele klas hetzelfde. De leerlingen kiezen binnen een thema zelf en starten vanuit hun eigen leervraag. De uitwerking is persoonlijk en ze mogen samenwerken. Daardoor worden er in de klas hele verschillende dingen gedaan. Er zijn clubjes die bezig zijn met de 3D printer, clubjes die met microbits programmeren, clubjes die werken met karton en tape. Wat belangrijk is, is dat ze gewoon van start gaan en niet wachten tot ze uitgelegd krijgen hoe het moet. Als het niet lukt, probeer je het nog een keer om te onderzoeken wat wel of niet werkt. Juist door dat proberen en testen krijgen ze vertrouwen. Doordat je gewoon mag doen, dat het mis mag gaan en dat je daar juist veel van leert. Je laat ze als docent niet zwemmen, maar geeft ze als het nodig is een zetje in de goeie richting. Maar ze doen het zelf. Reflecteren is essentieel in de lessen. “Wat heb ik gedaan en wat had ik anders kunnen doen?” Wij noemen alles een prototype, het kan altijd beter. Dat vinden leerlingen soms wel lastig, want als iets af is, is het af. Dan krijg je een cijfer. Als bij ons een project is afgelopen, kan je altijd nog verder werken aan je prototype.’

Innovatie

Kim: ‘Voor I&P hebben we vier innovatiegebieden beschreven: Digitale Fabricage, Robotica, Interactieve Technologie en Mixed Reality. Overal maken ze prototypes, indien nodig eerst met fysieke materialen. Er wordt hier veel hout, karton en tape gebruikt. We stimuleren de leerlingen om schetsjes te maken en kleine proefjes. Daarna gaan ze programmeren voor de 3D printer of de lasersnijder. De 3D printer is een tool, je gebruikt hem alleen als het de beste manier is om iets te maken.’

‘Veel docenten hebben het gevoel dat ze iets pas kunnen aanbieden als ze het zelf ook goed beheersen. Maar de ontwikkelingen gaan zo snel, dat lukt gewoon niet. Dat hoeft geen belemmering te zijn om nieuwe technieken in je les te gebruiken. Voor de leerlingen zijn ze ook nieuw, maar meestal kom je er samen wel uit. Het gaat om aandurven ze er mee aan de slag te zetten. Er staan zoveel voorbeelden en instructies op youtube en kinderen zijn gewend daar instructables te kijken. En ze helpen elkaar, wie iets het beste kan helpt een ander, steeds vaker is dat een andere leerling. Er ontstaat een hele informele manier van leren. Wat maakt het uit dat een leerling meer van iets afweet dan een docent?’

Kunst of creatief?

‘Bij zoveel mogelijk vakken wordt aandacht besteed aan het ontwerpproces’, vertelt Kim. ‘Je weet niet welke vormgeeftechnieken er in de toekomst gebruikt worden, dus we geven ze veel tools in handen om dat proces te oefenen. Dat doe je zowel bij het vak drama als bij het maken van een website. De kunstvakken en de technisch-creatieve richting worden wel gescheiden aangeboden. De kunstvakken hebben een eigen programma en zijn op TL en GL als examenvak te kiezen. De insteek is meer ambachtelijk, de thema’s zijn geordend rondom technieken en materialen. Bij de kunstvakken is het proces meer dan bij I&P gericht op een eindproduct. Wanneer ze een periode werken aan het portret, is het aan het einde de bedoeling dat je een portret hebt gemaakt. Is dat niet gelukt, dan heb je wel iets in te halen. Dat eindproduct is voor kinderen belangrijk. Het is heel feestelijk als je hier op een open dag met je ouders rondloopt en alles kunt laten zien wat je hebt gemaakt.’

‘Waar bij de kunstvakken de uitvoering belangrijk is, gaat het bij I&P meer over ‘gek denken’ en is het eindproduct minder belangrijk. Wat wij willen is dat ze allemaal een eigen proces doorlopen en dat ze dat proces kunnen laten zien en toelichten. Maar hoe dat eruit ziet of in welke volgorde je de stappen zet, dat is aan de leerling. Wanneer leerlingen in 3D schetsen, dan moet dat wel worden vastgelegd, bijvoorbeeld met een filmpje. Schetsen doe je voor jezelf, want als je iets wil maken met de 3D printer of lasersnijder is het belangrijk dat je weet hoe het eruit komt te zien. Wanneer bij I&P een leerling een supergoed proces heeft doorgemaakt en het eindresultaat is uiteindelijk niet goed, dan wil dat niet zeggen dat hij een onvoldoende heeft. Integendeel.’

Coachen

Kim: ‘Voor mij als docent is het prettig dat ik op een hele vrije manier kan werken in de les. Ik ben niet gebonden aan een vaste planning en hoef niet achter de leerlingen aan te zitten. Het coachen van leerlingen bij hun proces vind ik fijn om te doen. Iedereen kan iets kiezen dat past bij zijn eigen interessegebied. Voor de leerling vind ik het fijn dat er veel ruimte is en dat er mogelijkheden zijn om op je eigen manier iets aan te vliegen. Dat is voor sommigen ook het moeilijkste. Dan vinden ze het té vrij en moet je ze helpen. In zo’n gesprekje praten we over of ze een hobby hebben of aan sport doen. Welke spelletjes ze doen op de computer, welke series ze op Netflix kijken. Daar kunnen ze inspiratie uit halen. Zo leren ze vanuit hun eigen interesse en belevingswereld technologie en technieken in te zetten om dingen te maken.’

‘We zijn nog op zoek naar een goede manier om als leerling je eigen ontwikkeling zichtbaar te maken. Een portfolio waarmee ze hun ontwikkeling kunnen aantonen en zelf ook kunnen zien: wat heb ik gemaakt en hoe ben ik gegroeid. Daarnaast werken we toe naar het examenprogramma. Dat is nog een spanningsveld, die hele individuele ontwikkelpaden in relatie tot het programma van I&P.’

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4 / 5. totaal 1

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel