Gidsen zorgen in leerecosysteem voor gelijke kansen

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
In culturele leerecosystemen zijn goede gidsen essentieel. Zij helpen kinderen en jongeren om hun weg te vinden en bieden hen kansen om hun talenten te ontplooien. Wat is er nodig om een succesvol gids te zijn?

Teken jezelf als basisschoolleerling in het midden van een vel papier. Zet links daarvan welke kunstzinnige activiteiten je op of via de basisschool deed. En rechts alle kunstzinnige activiteiten in je vrije tijd. Noteer ook wie of wat daarbij betrokken waren, zoals vrienden, familie of docenten.

Dit papier toont je eigen culturele leerecosysteem: plekken waar je iets hebt geleerd en met hulp van wie. LKCA doet een meerjarig onderzoek naar culturele leerecosystemen om de optimale voorwaarden voor brede ontwikkeling van alle kinderen en jongeren in beeld te krijgen. Een zo’n voorwaarde zijn gidsen: mensen die je de weg wijzen en je met de juiste mensen in contact brengen om je talenten te ontwikkelen.

Hulpbronnen

Voor gelijke kansen, zo maakt socioloog Natascha Notten duidelijk, zijn dergelijke gidsen essentieel. Want nog steeds hebben kinderen ongelijke uitgangsposities. ‘Het klopt helaas niet dat als je maar goed je best doet, je alles kunt bereiken.’

Een van de verklaringen daarvoor is de reproductietheorie van Bourdieu: hoogopgeleide ouders geven hun kinderen meer sociaal en cultureel kapitaal mee dan laagopgeleide ouders. Denk aan boeken en computers thuis, uitjes naar musea, hulp bij huiswerk en kennis over maatschappelijke codes. Deze kinderen staan vanaf de start met 3-0 voor.

Een tweede verklaring biedt de ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner: er is een wisselwerking tussen gezin en omgeving. Hoe meer hulpbronnen die omgeving biedt, hoe gunstiger dat is voor de ontwikkeling en kansen van kinderen. Helaas versterken beide elkaar: lage-inkomensgezinnen wonen in mindere buurten met ongezondere leefomstandigheden en minder voorzieningen.

Gidsen kunnen dat doorbreken. Een gids, aldus Notten, ‘ziet wie jij bent, laat je dingen zien die je nog niet kende en geeft jou lef om iets te ondernemen’. Dat kan de ouder van een vriendje zijn, de voetbalcoach of een leerkracht. Iemand die het kind ziet staan en helpt om verder te komen. En dat reikt verder dan alleen maar zeggen ‘daar is de muziekschool’, een goede gids begeleidt kinderen (en hun ouders) om daadwerkelijk de handschoen op te pakken.

Speciaal onderwijs

Gidsen zijn ook onontbeerlijk voor leerlingen uit het speciaal onderwijs, bepleit psycholoog Dirk Monsma. Hij noemt Hendrick Avercamp (1585-1634) als voorbeeld. Zonder hulp van zijn moeder en een kunstenaar bij wie hij in de leer mocht, had deze ‘doofstomme van Kampen’ nooit een beroemd schilder kunnen worden.

Kunst, zo weet Monsma uit veel interviews met jongeren uit het speciaal onderwijs, is voor deze doelgroep heel belangrijk: het leert hen ‘zich te uiten, te verschijnen aan de ander en [leren] mee te doen, mens te zijn in de wereld zonder de belemmering van hun beperking.’

Maar dan moeten er wel gidsen en hulpbronnen aanwezig zijn. En daar schort het nogal eens aan. Monsma wijst op de Monitor Cultuureducatie (v)so waaruit onder meer blijkt dat deze scholen sterk naar binnen gericht zijn, minder netwerken hebben en minder vaak deelnemen aan Cultuureducatie met Kwaliteit. Deze leerlingen krijgen minder impulsen vanuit school en van vrienden of leeftijdgenoten. En mochten ze er al op uit willen trekken, dan kent de culturele omgeving veel (letterlijke) drempels en zijn er steeds nieuwe kortingen op deze doelgroep. 

Springplank

Om deze doelgroep beter te bedienen bedacht Monsma het project ‘School als springplank’. Hierbij fungeerden studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam als gids. Ze namen leerlingen mee in de bus naar een culturele instelling en lieten hen daarna een presentatie geven voor ouders en leraren. Bovendien ging de gids met leerling en ouders praten over vervolgmogelijkheden.

Dat vraagt om gidsen die de achtergrond van individuele kinderen heel goed kennen en daarop weten in te spelen. Het vraagt bovendien om een goed samenspel tussen school, gemeente en eventuele zorginstelling om telkens weer een volgende stap te zetten. ‘Uiteindelijk verandert een kind in een veilig functionerend ecosysteem zelf zijn sociale omgeving.’

Vervolgstap

Die gidsfunctie spreekt de deelnemers van het LKCAtelier zeer aan. ‘Het is belangrijk dat wij ons bewust worden van onze rol als gids en ook anderen daarvan bewust maken’, zegt iemand. En: ‘Je kunt een betere gids zijn als je weet wie je voor je hebt.’ Kijk daartoe breder dan alleen bezoekers van culturele instellingen. Trek ook de wijken, de scholen en de buurthuizen in.

Ook als je niet direct met kinderen werkt, kun je een gids zijn door dingen in gang te zetten en mensen te verbinden. Marianne Benning (projectleider leerecosystemen LKCA) vat samen: ‘Wat je baan ook is, een vraag die je altijd kunt stellen is: wat zou de volgende stap kunnen zijn voor iemand die in jouw museum of over jouw schoolproject enthousiast is?’ En dan uiteraard werk maken van die vervolgstap.  

Lees de essays van Natascha Notten en Dirk Monsma over gidsen in culturele leerecosystemen.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.7 / 5. totaal 10

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel