‘Bij veel vakken is 1 plus 1 gewoon 2, maar bij CKV kan er ook 34 of 188 uitkomen’

Het nieuwe CKV in de praktijk
Leerlingen hun eigen werk laten beoordelen en ze zoveel mogelijk in opdracht laten onderzoeken. Dat zijn de pijlers van het nieuwe CKV in de praktijk van Miranda van Bragt, docent op het Mgr. Frencken College in Oosterhout. ‘Leerlingen zeggen vaak dat ze iets mooi vinden. Maar dat is een hol vat. Hier op school leren we ze kritisch kijken, goed motiveren en omschrijven waarom ze iets mooi vinden.’
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

‘Ik vind wel dat ik een 10 verdiend heb’, zei niet zo lang geleden een leerling toen CKV-docent Miranda van Bragt haar leerlingen vroeg hun eigen werk te beoordelen. ‘Toen ik hem vroeg om dat te motiveren en zijn werk te vergelijken met een willekeurig werk van een klasgenoot, kwam hij daar heel snel op terug. Toen was het ineens nee, doe dan maar een 5. Dat vond ik heel bijzonder, van een 10 naar een 5, vertel maar.’

Van Bragt bespreekt voortdurend met haar leerlingen wat zij voor ogen heeft en wat de leerlingen voor ogen hebben. ‘Zo gaan leerlingen beter naar hun eigen werk kijken, maar worden ze bovendien kritischer, waardoor ze een volgende keer ook beter werk afleveren.’

Klassikaal evalueren

Van Bragt liet altijd al mondelinge presentaties klassikaal evalueren: Hoe vond je dat het ging? Wat had je eventueel beter kunnen doen? ‘Leerlingen zeggen bij dit vak heel vaak dat ze iets mooi vinden. Maar dat is een hol vat. Hier op school leren we ze kritisch kijken, goed motiveren en omschrijven waarom ze iets mooi vinden.’ En daar dragen de beoordelingsgesprekken volgens Van Bragt zeker aan bij. Pas moest de klas een enquête van een externe partij invullen, waarbij de leerlingen kanttekeningen hadden bij de vragen en bij wat de enquête eigenlijk wilde peilen. ‘Dan ben ik best trots dat mijn leerlingen vlijmscherp in de gaten hebben wat er wel en wat er niet toe doet.’

‘Dan ben ik best trots dat mijn leerlingen vlijmscherp in de gaten hebben wat er wel en wat er niet toe doet’

Van Bragt laat leerlingen ook elkaars werk beoordelen. ‘Dat hebben we dit jaar bijvoorbeeld gedaan bij de filmopdracht. Alle leerlingen hebben een filmpje gemaakt en die hebben we klassikaal bekeken. Elke leerling vulde een door mij en mijn collega’s ontwikkeld beoordelingsformulier in. Met die formulieren heb ik ze vervolgens in groepjes het werk laten beoordelen. Met hun eigen punt, dat uit de groepsbeoordeling en dat van mij kwam er uiteindelijk een gemiddelde uit.’

CKV een volwaardig vak

Van Bragt vindt het lastig om de criteria te benoemen waarmee zij zelf opdrachten beoordeelt. ‘Dat is per opdracht verschillend. Wat altijd meespeelt, is verbeeldingskracht en inzet, motivatie en originaliteit. Het heeft ook te maken met het kennen en kunnen van een leerling. Het is niet zo dat iemand die goed kan tekenen automatisch een 9 krijgt. Het is aftasten per persoon en per opdracht. Leerlingen weten wel ongeveer wat de richtlijnen zijn. Maar je hebt het over cultuur, dat is niet altijd gemakkelijk te omschrijven. Vandaar ook dat ik hen zichzelf laat beoordelen.’

In de nieuwe examenregeling kunnen leerlingen voor CKV een onvoldoende halen, waardoor ze in theorie bij het eindexamen in de knel zouden kunnen komen. Voor het Mgr. Frencken College is dat niet nieuw. ‘Wij werkten altijd al met cijfers, omdat we cultuur en CKV een volwaardig vak vinden’, zegt Van Bragt. ‘Maar leerlingen met een onvoldoende voor CKV, en zo heel veel zijn dat er niet, kunnen via een speciale herkansingsopdracht tijdens de zomervakantie hun cijfer alsnog ophalen. Iedereen moet het met voldoende inzet gewoon kunnen halen.’

‘Wij werkten altijd al met cijfers, omdat we cultuur en CKV een volwaardig vak vinden’

Beoordelen van het portfolio

Voor het bepalen van het eindcijfer toetst Van Bragt nooit kennis, wel is er een evenredige verdeling van schriftelijke verslagen, mondelinge presentaties en werkstukken. ‘Zo is er voor elke leerling iets waar ze goed in zijn. Daarnaast weegt creatief werk mee en beoordelen we het portfolio waarin de leerlingen alles wat ze bij dit vak doen bijhouden.’

Bij het bedenken van opdrachten laat Van Bragt zich vaak leiden door de actualiteit en de directe omgeving, zoals de nieuwbouw van de school. ‘Het oude gebouw wordt gesloopt. Om daar iets mee te doen heb ik 31 kleine opdrachten gemaakt om het gebouw met andere ogen te bekijken. Over geur, over patronen, over voetafdrukken, heel divers. Leerlingen kiezen daaruit wat hen interessant lijkt en zoeken daar een passende aanpak bij.’

Onderzoek naar culturele eigenwijsheid

Van Bragt is behalve docent CKV ook cultuurcoach in de gemeente Oosterhout. ‘Doordat ik nogal wat contacten heb bij de gemeente en de provincie, weet ik nog wel eens opdrachten voor mijn leerlingen los te krijgen. Zo werken we nu aan een onderzoek naar de culturele eigenwijsheid van Brabant. Dan beginnen we met verkennen: wat is nou eigenwijs? Ze kregen daarvoor zogenaamd een schriftelijke overhoring, waar ze van schrokken. Ik heb ze direct gerustgesteld dat alle antwoorden goed waren. Het gaat erom dat ze nadenken over wat wijsheid is en eigenwijs, wat is cultuur voor jou, wat vind je dat er bewaard moet blijven, staat de identiteit van de stad ook voor heel Brabant?’

‘Ik heb mijn leerlingen direct gerustgesteld dat alle antwoorden goed waren’

Met de uitkomsten daarvan gaat Van Bragt verder. ‘Ik schrijf op dit moment aan een plan voor een nieuw cultuurproductiehuis. Daarbij kan ik mijn leerlingen ook een rol laten spelen: Wat zouden zij daar willen zien. Meer urban of juist opera, dans of juist crossover? Daarmee gaan ze de diepte in en hun bevindingen presenteren ze aan elkaar. De producten die daar weer uitkomen, presenteren we vervolgens aan de gemeente en de provincie. Zo probeer ik ze steeds mee te nemen en is de stap om naar buiten te gaan niet al te groot.’

Omdat het over hun eigen omgeving gaat, raken haar leerlingen meer intrinsiek gemotiveerd. ‘En dat wordt nog versterkt doordat ik een link probeer te leggen met hun geplande vervolgopleiding. Daardoor zie ik dat ze meer persoonlijke keuzes gaan maken.’

Disciplines zijn leidend

Van Bragt probeert samen met haar vijf collega’s in elke opdracht de vier domeinen – verkennen, verbreden, verdiepen en verbinden – aan bod te laten komen, maar het lukt niet altijd. ‘We hebben dat wel afgesproken, maar de verschillende disciplines zijn voor ons toch leidend. Daarover hebben we afspraken hoeveel opdrachten je daarbij doet. En soms zijn die opdrachten in alle klassen hetzelfde, maar soms zijn we daar ook wat vrijer in.’

Voorbeeld van een opdracht die alle CKV-docenten geven is de filmopdracht bij de buitenlandse schoolreis. ‘Met hun groepje bedenken leerlingen zelf of het een documentaire, een reisverslag, een reclamefilmpje of iets anders gaat worden. Ze verdiepen zich in de filmgeschiedenis, de filmaspecten en monteren. Passende muziek en de vormgeving van een poster horen er ook bij, net als een filmbezoek met hetzelfde groepje. Daar maken ze dan weer veen filmverslag van. Zo komen in deze grote opdracht veel van de domeinen terug.’

Maatschappelijke thema’s

Van Bragt erkent dat CKV voor sommigen een lastig vak kan zijn, omdat het steeds in ontwikkeling is. ‘Je kan als docent niet voortborduren op lesmateriaal dat al jaren oud is. Maar het is wel een vak dat heel erg geschikt is om in te gaan op maatschappelijke thema’s. Daarom waren wij blij om te zien dat door de nieuwe richtlijnen het vak werd zoals het bij ons door de jaren heen al gegroeid was. Maar het blijft zeker ook voor leerlingen niet echt eenduidig. Bij heel veel vakken is 1 plus 1 gewoon 2. Maar bij CKV kan er ook 34 of 188 uitkomen. Je kunt niet zeggen, nu moet je dit doen en daarna dat. Dat varieert echt per opdracht en per leerling.’

‘CKV is een vak dat heel erg geschikt is om in te gaan op maatschappelijke thema’s’

Bij de opdracht over het oude schoolgebouw zag Van Bragt dat leerlingen zich bezighielden met kunstenaars die iets met herinnering doen. Anderen zochten naar gedichten of songteksten over herinnering. ‘En hoe ze daar vervolgens zelf mee omgaan, verschilt heel erg. Iemand maakte een kijkdoos, een ander ging docenten interviewen of maakte een maquette. Dan was er ook nog een leerling die geprobeerd heeft om met geluid dat oude gebouw vast te leggen. Heel divers dus. Daarom probeer ik altijd met een thema te werken en dat zo vrij mogelijk te houden. Uiteindelijk wil ik dat mijn leerlingen mij verrassen, maar vooral ook zichzelf.’  

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder