Voorzieningen verdeeld

Profijt van de overheid

materiaal
digitale publicatie
auteur(s)
M. Olsthoorn; e.a.
plaats van uitgave
Den Haag
uitgever(s)
SCP
jaar van uitgave
2017
pagina's
258 p.
isbn
978 90 377 0821 9

Wie profiteert het meest van de publieke voorzieningen, zoals zorg, onderwijs, openbaar vervoer, sport, cultuur en recreatie? Is het de gepensioneerde met een laag inkomen of een gezin met veel kinderen en een hoog inkomen? Het SCP concludeert dat de huishoudens met een hoog inkomen meer aan cultuur deelnemen en daardoor meer voordeel hebben van voorzieningen van de overheid.

Investeren in cultuur en recreatie

Het SCP stelde vast dat Nederlandse huishoudens in 2014 circa 250 miljard euro aan de overheid aan premies en belastingen afdroegen. Zij ontvingen hetzelfde bedrag terug aan uitkeringen en voorzieningen. De vrijetijdssector is naar verhouding klein. In deze sector gaat slechts 5,1 miljard aan overheidsuitgaven om. 
De uitgaven aan cultuur gaan in Nederland naar openbare bibliotheken en musea, kunst en vorming. Hier vallen bijvoorbeeld bestedingen aan archieven, monumenten, bevordering van kunstbeoefening, podiumkunsten, filmkunsten en festivals onder. De uitgaven aan vorming hebben betrekking op muziek- en toneelscholen en dansonderwijs. 

Conclusies

• Het deelname-effect is sterk in de vrijetijdssector: alleen door deel te nemen, heb je profijt van de overheidsbestedingen.   
• Het profijt neemt toe met het huishoudinkomen.
• Profijt van de culturele vorming en openbare bibliotheken is vrij gelijk verdeeld over de inkomensgroepen.
• Bij de openbare bibliotheken spreekt het SCP over een volume-effect: mensen van 4 jaar en ouder maken gebruik van de bibliotheek, zowel de huishoudens met een laag als met een hoog inkomen. 
• Lagere inkomens dragen de lichtste lasten, maar maken daarnaast weinig gebruik van culturele voorzieningen.
• De situatie en het profijt verschillen wel sterk per huishouden. Bijvoorbeeld wanneer een gepensioneerde gebruik maakt van veel voorzieningen, is het profijt relatief groot. 
• Huishoudens met een hoger inkomen hebben het meest profijt van sport, cultuur en recreatie doordat zij ook daadwerkelijk gebruik maken van de voorzieningen.
• Middeninkomens maken relatief weinig gebruik van de voorzieningen in sport, cultuur en recreatie en profiteren daardoor er weinig van. SCP stelt dat het niet duidelijk is of dit gevolg is van financiële beperkingen of van persoonlijke voorkeuren.
• In het geval van de huishoudens met een laag inkomen kan beleid de financiële bereikbaarheid van sport, cultuur en recreatieve voorzieningen verhogen.
• Voor de middeninkomens geldt dat het aanbod van voorzieningen meer op die groep afgestemd zou kunnen worden. 

Methode

Het SCP heeft de gegevens over het jaar 2014 voor de studie als basis gekozen, omdat die gegevens naast recent ook nog volledig zijn. Voor het onderzoek zijn zowel administratieve gegevens als vragenlijsten uit 2014 gebruikt. In de analyse onderscheidt het SCP huishoudens op basis van vijf criteria: de samenstelling van het huishouden, de omvang van het huishouden, de leeftijd van de hoofdkostwinner, de migratie-achtergrond van de hoofdkostwinner en de voornaamste bron van inkomsten van het huishouden.

Voorzieningen verdeeld
Bijlage met databestanden

Trefwoorden

- onderzoek - onderzoek (vorm) - voorzieningen - inkomen - cultuurparticipatie - sociaal milieu - financiƫn - rijksoverheid - statistieken - kunst - subsidies