Monitor professionele podiumkunstgezelschappen en hun activiteiten voor cultuureducatie 2026
De monitor professionele podiumkunstgezelschappen, waarvan dit de eerste editie is, wil zicht geven op:
- Wat professionele podiumkunstgezelschappen doen aan educatie en voor welke doelgroepen.
- Onder welke randvoorwaarden zij dit soort activiteiten uitvoeren.
- De knelpunten die zij ervaren bij hun educatieactiviteiten
- Welke ondersteuning professionele podiumkunstgezelschappen ontvangen bij het uitvoeren van hun educatieactiviteiten
Dit monitoronderzoek bouwt voort op eerdere trendrapportages uit 2012 en 2019 over educatie door podiumkunstgezelschappen (Dieleman et al., 2012; Dieleman et al., 2019), maar is er geen voortzetting van.
Een verkorte samenvatting van de Monitor professionele podiumkunstgezelschappen en hun activiteiten voor cultuureducatie 2026 lees je hieronder, net als de onderzoeksrapportage. Meer informatie over ons onderzoeksprogramma vind je op deze pagina, en een overzicht van ons monitorprogramma en dashboard vind je hier.
Samenvatting
In april en mei 2026 zijn 1.281 professionele podiumkunstgezelschappen in Europees Nederland uitgenodigd om deel te nemen aan een online vragenlijstonderzoek naar hun educatieactiviteiten. Het leverde 161 respondenten op, waarvan 30 procent een (jeugd) theatergezelschap is. 26 procent bestaat uit een variëteit aan muziekgezelschappen. De overige zijn muziektheatergezelschappen (12%), (jeugd)dansgezelschappen (9%), circussen (6%) en andersoortige gezelschappen.
In hoeverre deze respondenten representatief zijn voor alle gezelschappen in Nederland, valt op basis van het onderzoek niet te zeggen. Daarom zijn de in dit rapport beschreven resultaten indicatief en beschrijvend.
Meerdere educatieactiviteiten
De meerderheid (89%; n=142) heeft een of meer educatieactiviteiten, gemiddeld worden vijf soorten activiteiten aangeboden. Het meest genoemd zijn:
- Lessen, workshops of masterclasses
- Concerten of voorstellingen op of voor scholen
- Talentontwikkeling
- Meet & greets, voor- en nagesprekken met makers/spelers
Doelgroepen: scholen belangrijkste afnemers
Scholen zijn bij de meeste gezelschappen die aan educatie doen de belangrijkste doelgroep (83%; n=126). Andere veelvoorkomende afnemers zijn professionele culturele aanbieders als theaters, muziekscholen en musea (57%), individuen (die dit niet vanuit school of als studieopdracht doen; 55%), zorg- en welzijnsinstellingen (30%), verenigingen of groepen voor amateurkunst of erfgoed (27%) en kinderopvang (18%). Daarnaast richt twee derde van de podiumkunstgezelschappen (66%) zich met hun educatieactiviteiten op specifieke doelgroepen, zoals mensen met een beperking (40%).
Financiering: vooral subsidies
De gezelschappen financieren hun educatieactiviteiten uit gemiddeld drie verschillende soorten inkomstenbronnen. Meest genoemd zijn:
- Bijdragen deelnemers/afnemers aan of opdrachtgevers van educatieactiviteiten
- Kaartverkoop voorstellingen
- Overheidssubsidie (meerjarig en/of eenmalig)
- Geld uit fondsen
Ongeveer de helft van de gezelschappen is voor de financiering van educatieactiviteiten afhankelijk van subsidie van fondsen en overheden. Bij overheidssubsidie gaat het bij 88 procent om subsidie van een gemeente, 64 procent van het Rijk en 33 procent van een provincie. Bij financiering uit fondsen gaat het om een grote variëteit aan lokale, regionale en landelijke fondsen: de categorie ‘ander fonds’ is goed voor 46 procent.
Personeel weinig ingezet voor educatieactiviteiten
Gezelschappen met en zonder educatieactiviteiten werken met een mix van zzp’ers, medewerkers in loondienst en vrijwilligers. Ruim de helft van de gezelschappen met educatieactiviteiten zet 15 procent of minder van hun personeel hiervoor in (mediaan). Het gemiddelde aantal zzp’ers is hierbij hoger dan het gemiddelde aantal medewerkers in loondienst en vrijwilligers.
Ontvangen ondersteuning
Ruim de helft van de gezelschappen (59%) doet een beroep op ondersteuning voor hun educatieactiviteiten. De belangrijkste partijen hierbij zijn lokale ondersteuners voor kunst en cultuur (35%), koepelorganisaties, bonden of brancheorganisaties voor kunst of erfgoed (25%), impresariaten voor boekingen door scholen (21%), cultuurcoaches/combinatiefunctionarissen (18%), provinciale ondersteuners (13%) en landelijke ondersteuners (11%).
Knelpunten: financiering, bereik en communicatie
Gezelschappen ervaren bij hun educatieactiviteiten het vaakst knelpunten rondom financiering (56%). Respondenten geven aan dat dit komt doordat educatieactiviteiten relatief veel menskracht, tijd en geld kosten, terwijl het bereik relatief beperkt is. De twee andere meest genoemde knelpunten zijn dan ook deelnemers en bereik (42%), zichtbaarheid en communicatie (38%). Gezelschappen ervaren vooral bij scholen onvoldoende vraag of budget. Van de gezelschappen die zich richten op talentontwikkeling, wijst een aantal op weinig aanwas door het wegvallen van muziekscholen en muziekdocenten.
Randvoorwaarden voor educatieactiviteiten ontbreken
Educatie is voor professionele podiumkunstgezelschappen geen kostendekkende of winstgevende activiteit. Van de gezelschappen die niet aan educatie doen (11%) noemt een derde als reden dat er geen of onvoldoende geld is. Reden om wel aan educatie te doen, is het belang dat gezelschappen eraan hechten. Wel zijn ze hierbij grotendeels afhankelijk van externe financiering, wat ook weer tijd, inzet en expertise vraagt.
Grootte gezelschap doet ertoe
De grootte van het gezelschap lijkt sterk van invloed op het wel of niet aanbieden van educatieactiviteiten. Hoe groter een gezelschap, hoe vaker het aan educatie doet en hoe meer soorten activiteiten het aanbiedt. Ook bereik, (soorten) inkomstenbronnen en gebruik van ondersteuning nemen toe met de grootte van een gezelschap. Gezelschappen met zes of meer werkenden ontvangen bijvoorbeeld vaker overheidssubsidie. Grotere gezelschappen hebben dus meer menskracht, budget en expertise; voorwaarden voor het kunnen organiseren, financieren en communiceren van educatieactiviteiten.
Locatie heeft ook invloed
Naast grootte lijkt ook locatie van belang. Het aandeel gezelschappen dat aan educatie doet, is groter naarmate de gemeente waar zij gevestigd zijn, meer inwoners heeft en sterker stedelijk is. Gezelschappen die hier gevestigd zijn bieden gemiddeld ook meer educatieactiviteiten aan. Dat locatie en afstand het bereik beïnvloeden, blijkt ook uit de ervaren knelpunten. Gezelschappen geven soms aan dat het vervoer naar locaties een probleem is voor bijvoorbeeld scholen.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)