Monitor cultuureducatie mbo 2025-2026

Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

De eerste landelijke Monitor cultuureducatie mbo 2025-2026 laat zien hoe mbo-opleidingen cultuureducatie binnen en buiten het curriculum vormgeven en organiseren.

Het onderzoek combineert een monitoringsvragenlijst met interviews met cultuurcoördinatoren en geeft hiermee voor het eerst een voorzichtig landelijk beeld. De monitor kijkt naar het aanbod, de doelen en visie, de organisatie en de belangrijkste knelpunten.

Hieronder staat een verkorte samenvatting van de Monitor cultuureducatie mbo 2025-2026. Je kunt ook het gehele onderzoeksrapport downloaden.


Samenvatting Monitor cultuureducatie mbo 2025-2026

Cultuureducatie draagt bij aan de persoonlijke en professionele ontwikkeling van mbo-studenten en vindt via burgerschap en Loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) al bij driekwart van de bevraagde opleidingen een plek. Uit gesprekken met cultuurcoördinatoren blijkt wel dat het aanbod nog te afhankelijk is van individuele inzet. Cultuurcoördinatie is in het mbo nog beperkt en zelden formeel georganiseerd: bij 21 procent van de opleidingen is een cultuurcoördinator aanwezig, tegenover 88 procent in het po en 65 procent in het vo. Door cultuureducatie structureel met burgerschap en LOB te verbinden en cultuurcoördinatoren vaste uren, mandaat en een duidelijke positie te geven, kan het mbo de stap maken van losse activiteiten naar duurzaam en toegankelijk aanbod voor alle studenten.

Educatief aanbod

Cultuureducatie vooral bij burgerschap en LOB
Bij 75 procent van de bevraagde opleidingen komt kunst en cultuur aan bod in het algemeen vormende deel, vooral bij burgerschap (85 procent) en loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB, 47 procent). Slechts bij 23 procent is dit een structureel onderdeel van burgerschap en/of LOB. Studenten maken vaker kunst en cultuur mee (86 procent) dan dat zij zelf actief kunst maken (30 procent). Alle kunstdisciplines komen aan bod tijdens de lessen, maar muziek en dans het minst. Het belangrijkste knelpunt: cultuureducatie is niet wettelijk verplicht en krijgt daardoor weinig tijd en prioriteit.

In het beroepsgerichte deel meer actieve deelname
Bij 48 procent van de opleidingen is er aandacht voor kunst en cultuur in het beroepsgerichte deel. Bij 32 procent daarvan is dit structureel opgenomen. Het aanbod is meestal receptief (83 procent), maar relatief vaak ook actief (66 procent) – veel vaker dan bij de algemeen vormende vakken. Beeldende kunst (74 procent) en foto/film (51 procent) komen het meest voor. 60 procent ervaart knelpunten als het gaat om kunst en cultuur in het beroepsgerichte deel integreren, zij benoemen vooral een tekort aan tijd, geld en prioriteit.

Buiten het curriculum: toegankelijk maar kwetsbaar
Bij 43 procent van de opleidingen zijn er culturele activiteiten buiten het curriculum, vooral centraal georganiseerde workshops/activiteiten (78 procent) en opleidingsoverstijgende projecten of thema’s (61 procent). De geïnterviewde cultuurcoördinatoren geven aan dat dit zij soort activiteiten vaak relatief eenvoudig kunnen organiseren, maar dat ze sterk afhankelijk van beschikbare tijd, organisatiekracht en individuele docenten zijn. 57 procent ervaart knelpunten, voornamelijk onvoldoende tijd, geld, organisatiekracht en draagvlak.

Persoonlijke ontwikkeling staat centraal
Bij 78 procent van de opleidingen wordt cultuureducatie ingezet voor de persoonlijke ontwikkeling van studenten, bijvoorbeeld voor het stimuleren van hun zelfbeeld en aanleren van sociale vaardigheden.

Organisatie en borging

Weinig opleidingen hebben een vastgelegde visie
Van de opleidingen heeft 18 procent een visie op cultuureducatie; bij 10 procent staat die op papier. Bij de meerderheid is echter geen visie op cultuureducatie vastgelegd (60 procent). Bij 19 procent is cultuureducatie een aparte begrotingspost. Ruim de helft gebruikt het budget van de MBO Cultuurkaart, 31 procent zet lumpsumgelden in en 16 procent rijkssubsidies. Hoewel geld het aanbod stimuleert, bemoeilijken beperkte capaciteit en organisatiekracht de uitvoering.

Cultuurcoördinator speelt een sleutelrol
Bij 21 procent van de opleidingen is een cultuurcoördinator aangesteld en bij 35 procent minimaal één kunstvakdocent. Cultuurcoördinatoren spelen een belangrijke rol in het vormgeven van cultuureducatie binnen mbo-instellingen. Ze verbinden opleidingen en culturele partners, organiseren activiteiten en creëren draagvlak. Hun rol is echter vaak informeel en afhankelijk van tijdelijke of beperkte uren. Uitvoering van de rol is daardoor vaak afhankelijk van eigen inzet en enthousiasme. Vaste uren, een duidelijke rolomschrijving en verankering in beleid en curriculum zijn nodig om cultuureducatie duurzaam te organiseren.

Onderzoeksverantwoording

Met het mbo-instellingsniveau bedoelen we in deze rapportage het niveau van de 55 instellingen die Nederland rijk is in 2025. Uiteindelijk hebben 133 respondenten van 26 verschillende mbo-instellingen een vragenlijst ingevuld over 303 opleidingen. Van deze 133 hebben 30 de vragenlijst niet volledig ingevuld. Daarom staat per vraag vermeld het aantal respondenten of opleidingen.

Van 192 opleidingen kennen we het crebonummer (code die aangeeft dat een opleiding wettelijk erkend is), waarvan er 109 uniek zijn. Dit betekent dat 83 crebo-nummers meer dan eens voorkomen in onze data. Van de overige 111 opleidingen weten we niet in hoeverre het om unieke opleidingen gaat. Er zitten dus tussen de 109 en 220 unieke opleidingen in onze dataset.

Bij de kwantitatieve monitoringsvragenlijst zijn aanvullend kwalitatieve interviews gehouden met veertien cultuurcoördinatoren van elf mbo-instellingen, ter verdieping en duiding van de resultaten uit de monitor.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel