Cultuur+Educatie 40

Diverse landen werken aan leerplannen voor de kunstvakken. Deze Cultuur+Educatie beschrijft de aanpak daarvan in Nederland, Duitsland en Australië, en ook de supranationale trends.
Daarnaast bevat dit nummer een artikel over de nieuwe eisen voor docenten in de kunstvakken en een essay over valse claims over het lezen van literatuur.
LKCA Publicatie
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Nederland: leerplankader

Op verzoek van OCW heeft SLO een leerplankader kunstzinnige oriëntatie voor basisscholen ontwikkeld. Stéfanie van Tuinen en René Leverink schetsen de diverse fasen van en overwegingen in het ontwikkelproces. Gekozen is voor een focus op het creatieve proces en competenties die leerlingen hierbij verwerven.

Australië: nationaal curriculum

Het Nederlandse leerplankader is niet bindend, maar richtinggevend. Anders is dat in Australië. Hier is als onderdeel van het nationale curriculum een gezamenlijk leerplan voor beeldende kunsten, dans, drama, mediakunsten en muziek ontwikkeld. John O’Toole beschrijft de vele inhoudelijke discussies die daaraan voorafgingen.

Duitsland: per deelstaat

In Duitsland is de situatie weer anders. Hier ontwikkelden diverse deelstaten afzonderlijk een leerplan. Ernst Wagner en Katrin Zapp zien desondanks overal een competentiegerichte aanpak. Uit hun analyse blijkt dat de leerplannen een gedegen wetenschappelijke, vakinhoudelijke onderbouwing ontberen.

Rode draden en trends

In zijn inleidende artikel pakt Folkert Haanstra de rode draden bijeen. Een algemene trend is bijvoorbeeld de verschuiving van kennis naar competenties. Ook ziet hij overal de drie inhoudelijke hoofdaccenten – productie, receptie en reflectie – terug. ‘Blijkbaar is er toch zoiets als een internationale ‘latente consensus’ over wat leerlingen geacht worden te leren in de kunstvakken’, schrijft Haanstra.

Interdisciplinair opleiden

Peter Hermans de nieuwe competentiesets en kennisbases onder de loep die in 2013 verschenen voor de bachelorfase van de docentenopleidingen in de kunstvakken. Hij verbaast zich erover dat docenten beeldende kunst en vormgeving voortaan geacht worden interdisciplinair te (kunnen) werken. Volgens hem is dat een onterechte en onverantwoorde eis.

Lezen of leven?

Het nummer besluit met een prikkelend essay waarin Ronald Hünneman de claim onderuit haalt dat het lezen van literatuur iemands inlevingsvermogen vergroot. Hij betoogt dat dit effect gestoeld is op ondeugdelijke vooronderstellingen en onderzoeksmethodes en bepleit als alternatieve theorie het enactivisme. Hij concludeert dat om sociaal gedrag te verwerven je beter in het echte leven dan in de literatuur kunt vertoeven.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0