Leereffecten van kunsteducatie

leereffecten van kunsteducatie

Welke bestaande kennis is er over leereffecten van kunsteducatie? Wat leerlingen leren van kunsteducatie, is niet eenduidig te benoemen. Het hangt af van allerlei factoren, met name van de didactisch aanpak. De ene keer leren leerlingen van kunst, de andere keer leren ze iets over kunst of juist met kunst.

Leereffecten kun je onderverdelen in:

  • Kunstzinnige / intrinsieke effecten: opbrengsten met betrekking tot kunstzinnige kennis, vaardigheden en houdingen;
  • Niet-kunstzinnige / extrinsieke effecten: andere opbrengsten van het leerproces, niet specifiek voor kunstonderwijs.

Deze grens is niet scherp te trekken. Effecten vloeien in elkaar over. Het ligt er bovendien aan hoe je een effect opvat. Je kunt creativiteit bijvoorbeeld zien als:

  • Een vermogen in het domein van de kunsten;
  • Een algemene gedraging om nieuwe, zinvolle ideeën en oplossingen te produceren;
  • Kenmerk van een leeromgeving.

Factoren die verschil maken

Er is bij onderwijs in de kunsten niet één vaste route die voor alle leerlingen naar een en hetzelfde eindpunt leidt. Leereffecten zijn altijd afhankelijk van de (voor)kennis, mate van ervaring en achtergrond van je leerlingen. En van jouw doelen, methode of didactische aanpak. Wat jij gelooft dat goed of waardevol is voor je leerlingen - je opvattingen daarover - bepaalt welke kennis je overdraagt en welke niet.

Per kunstdiscipline (muziek, beeldende kunst, drama, dans) zijn leereffecten anders. Het maakt uit of er sprake is van een individuele of een collectieve leeractiviteit. En er is verschil tussen disciplines met een fysiek product of met uitvoering als doel. Naast discipline zijn ook de duur en intensiteit van een les of project van invloed op de te bereiken effecten. Werkelijk partnerschap tussen leerkrachten, kunstdocenten en makers vanuit allerlei disciplines leveren de rijkste effecten op.

Legitimatie voor kunst in het onderwijs

Een legitimatie puur op extrinsieke effecten kan kunsteducatie in een zwakke positie brengen. Kunst wordt dan ‘hulpmiddel’ ter ondersteuning van wat ‘echt belangrijk’ is. Het is sterker om kunsteducatie te legitimeren vanuit de intrinsieke waarde van kunst als onderdeel van de menselijke ervaring. Kunsteducatie ondersteunt de ontwikkeling van het hele kind, en bereidt kinderen voor op een leven vol plezier en kansen om te leren. Natuurlijk kunnen kunstzinnige werkvormen ook als didactisch middel gebruikt worden, bijvoorbeeld om lesstof beter te onthouden.