Kansen voor cultuur op het thema eenzaamheid

Aflevering 2 CultuurDeelJe-podcast
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Waar liggen kansen voor kunst en cultuur in de Week tegen Eenzaamheid? Gesprek met Maarten Boxem, beleidsadviseur WMO in de gemeente Groningen.

Transcriptie

Introductie

Bas Verberk
Welkom bij de CultuurDeelJe-podcast. Een podcast van het LKCA, waarin ik elke maand in gesprek ga met iemand uit of rond de politiek. In de eerste week van oktober is het de ‘week tegen eenzaamheid’; daarom ging ik in gesprek met Maarten Boxem, beleidsadviseur in de gemeente Groningen in het sociaal domein. Ik vroeg hem onder andere naar de tekorten in het sociale domein en de rol die kunst en cultuur daarin zouden kunnen spelen. Veel luisterplezier!

Ik zit aan tafel met Maarten Boxem uit Groningen. Jij bent beleidsadviseur Wmo bij de gemeente Groningen. Dat zeg ik goed, hè?

Maarten Boxem
Dat is helemaal juist. Dat klopt.

Bas Verberk
Zou je mij als leek kunnen uitleggen wat een beleidsadviseur Wmo bij de gemeente doet?

Maarten Boxem
Dan beginnen we eigenlijk met het woordje Wmo. Want beleidsadviseur, dat is denk ik wel bekend. Je geeft advies over beleid van de gemeente. Dat beleid wordt dan vastgesteld door college en raad en wij adviseren ze. Dat doe je op verschillende terreinen; zo zal er een beleidsadviseur voor kunst en cultuur zijn en ik ben dat dan toevallig voor de Wmo. De Wmo is niet per se ouderenhulp, maar zeg maar de hulp en ondersteuning aan inwoners vanaf achttien jaar, die niet onder de Wet langdurige zorg vallen.

Input voor beleid

Bas Verberk
Maar jij zegt: een beleidsadviseur geeft advies aan het college en dat legt dan een stuk voor aan de raad. Maar wie schrijft dan het beleid?

Maarten Boxem
Dat doe ik. Of tenminste, niet ik alleen natuurlijk, dat doe ik samen met een team. Management kijkt ernaar, de directie kijkt ernaar en je hebt vaak ook wel kaders. Maar goed, de voorstellen voor de kaders komen ook van ons vandaan. En de kaders worden weer vastgesteld door de gemeenteraad.

Bas Verberk
Oké. Je schrijft uiteindelijk ook het voorstel voor het beleid, maar waar haal je je input vandaan?

Maarten Boxem
Goede vraag. Een groot voorbeeld is bijvoorbeeld de VNG, die eenzelfde soort functie vervult als LKCA, waar het gaat om voorbeelden ophalen uit gemeenteland, de ontwikkelingen volgen vanuit het ministerie, komen met voorbeeldbeleid, voorbeeldbrieven, voorbeelden van andere gemeenten. Maar je spreekt natuurlijk vooral ook je eigen bestuurders, je haalt informatie op bij inwoners, uit partijen waarmee je samenwerkt, instellingen. Je hebt zelf misschien ook bepaalde ambities of visies die je erin zou willen verwerken, maar je bent uiteindelijk wel afhankelijk van wat een college wil; dat gaat uiteindelijk de allerlaatste stem daarin.

Bas Verberk
Maar je haalt dus uit heel veel verschillende bronnen input op.

Maarten Boxem
Ja.

Bas Verberk
Dan schrijf je zo’n stuk en vervolgens moet zo’n gemeenteraad daar toch nog over in debat.

Maarten Boxem
Dat verschilt, of de gemeenteraad daarover in debat moet. Als het gaat om zaken waar geen geld voor is, dan zou een gemeenteraad in debat moeten. Op het moment dat je zegt: goh, ik wil iets doen aan de kaders van ons beleid, dan zul je naar de gemeenteraad moeten voor toestemming daarvoor. Maar het gros van onze voorstellen komen niet verder dan het college, omdat het college daar dan over gaat. Echte uitvoeringszaken komen niet eens tot bij het college. Dan informeer je het college wel, of de wethouder dan vooral, maar die zijn dan niet groot genoeg om te zeggen: hier moeten we een stemming over doen. Want dat doe je eigenlijk, zodra je iets voorlegt aan de gemeenteraad, dan ga je stemmen of er een meerderheid voor is. In het college is dat eigenlijk precies hetzelfde, dan ga je ook stemmen of er een meerderheid voor is. Ja, dat doe je alleen bij belanghebbende zaken.

Bas Verberk
Waar ik een beetje naar zoek is: jij bent eigenlijk de expert en de wethouder is dat een stuk minder. Die is gewoon bestuurder, maar die heeft misschien een heel andere achtergrond. En raadsleden zijn dat vaak nog minder. Hoe kunnen die raadsleden dan een goed oordeel vormen over dat stuk wat jij hebt geschreven? Jij kan toch het beste weten wat goed zou zijn?

Maarten Boxem
Dan zou je zeggen: ik heb de wijsheid in pacht. Dat zou ik ook niet willen zeggen. Het klopt wel wat jij zegt; kijk, een wethouder komt vanuit een andere achtergrond vaak. Soms is hij ook helemaal nieuw op het domein waar hij op terechtkomt. Hij heeft daarnaast ook nog heel veel andere onderwerpen en zeker bij kleinere gemeenten is dat natuurlijk het geval; je hebt een kleiner college, dus de wethouder zal heel veel onderwerpen onder zich hebben vallen, dus die heeft ook niet altijd tijd om zich helemaal in te werken, in te lezen in een onderwerp. Dan komt het dus wel neer op de ambtenaren om te voorzien in goede adviezen en zo volledig mogelijk te zijn in je informatie en daarbij ook gewoon alle opties af te wegen. Want dat zien ze het liefst wel, ze willen liever niet zien dat jij als ambtenaar zegt: nou ja, dit is de koers die ik voorstel, stem maar in of schiet het maar af. Ze willen liever zien dat je zegt: dit is de keuze die we voorleggen. Er zijn ook andere keuzes die je had kunnen maken, maar die adviseren wij niet om die en die reden. Of je laat het open en zegt: kies maar gewoon uit bepaalde opties en hier heb je de voors en tegens.

Tekorten in sociaal domein

Bas Verberk
Oké, helder. Nu is er op het moment veel in het nieuws dat gemeenten stoeien met tekorten, in het sociale domein vooral. Dat horen we dan als leus of lezen we als kop, maar wat betekent dat nu precies, dat tekort in het sociaal domein?

Maarten Boxem
Het verschilt per gemeente. Het is wel zo dat gemeenten over het algemeen voor de jeugdhulptaken te weinig geld hebben en dat daar dus ook een correctie op is gekomen vanuit Den Haag. Dat heeft ook wel wat voeten in de aarde gehad, er is op een gegeven moment een brief naar allerlei kranten uitgegaan vanuit gemeenten geschreven, waarin ze zeggen: wij weigeren eigenlijk nog verder mee te werken, of dit gaat gewoon verder niet langer goed, als er niet wat meer geld bij komt. Maar dat geld is niet voldoende. Deze week stond ook alweer in de krant dat de bezuinigingen maken dat dat ook ten koste gaat van voorzieningen in de gemeenten. Dat merk je dus wel, als er tekorten zijn binnen het sociaal domein, op een gegeven moment kun je dat niet opvangen. Je hebt de reserves om dat op te vangen, maar een gemeente mag niet rode cijfers schrijven. Dus je gaat het dan merken, dat het ook elders invloed heeft.

Bas Verberk
Ja. Dan moet er dus bezuinigd worden, zeg je en soms gebeurt het op voorzieningen. Nu is in de cultuursector natuurlijk iedereen heel erg bang dat de bibliotheken en de muziekscholen allemaal omvallen. Jij als beleidsadviseur, zou je zoiets adviseren aan je wethouder, om zo’n voorziening weg te bezuinigen? Of zie je daar dan nog grotere nadelen aan?

Maarten Boxem
Nou ja, kijk, de impact ervan moeten we, denk ik, goed onder ogen zien. Het sociaal domein is sinds 2015 de belangrijkste portefeuille voor een wethouder. Eerder ging het meeste geld om in Sociale Zaken, en na de transities in 2015 gaat het meeste geld van gemeenten om in het sociaal domein. Dat betekent ook dat de tekorten daardoor echt fors kunnen oplopen en dat je daardoor dus ook die effecten zo groot kunt krijgen. Dan ga ik als Wmo-beleidsadviseur niet over: waar moet je dan die tekorten uit dekken? Vaak zie je dan in gemeenteland dat wordt gevraagd aan alle afdelingen: we hebben dit als bezuinigingsopgave en we willen van jullie allemaal voorstellen horen van hoe we die tekorten kunnen dekken. Dan is het logisch dat ik niet vanuit mijn expertise iets zeg over een andere afdeling, dat daar wel iets van af kan. Dat zal dan vanuit die afdeling gedaan moeten worden. Natuurlijk, je gaat ervan uit dat alles wat wij als gemeente doen nuttig is, dat het zinvol is. Het is maatschappelijk geld, dus op het moment dat jij zegt: we gaan bezuinigen, dan betekent dat ook dat je iets niet gaat doen of iets minder gaat doen, en dat is per definitie iets wat niet wenselijk zou zijn.

Bas Verberk
Ga je ook kijken naar of je het anders kan doen? Nu hoor ik heel erg, per afdeling wordt dan gekeken: wat doen wij en wat zouden we minder kunnen doen? Maar ik kan me voorstellen dat het wegbezuinigen van een bibliotheek of muziekschool ook effect heeft op andere afdelingen. Dus het welzijn van kinderen die wel of niet in kunst en cultuur participeren, of die wel of niet kunnen lezen of schrijven of bij een bibliotheek een boek gratis kunnen lenen. Dus dat raakt ook een ander domein.

Maarten Boxem
Klopt. Wat dat betreft, die transities zijn natuurlijk ook in een tijd gekomen dat er hiervoor ook bezuinigingen waren. Het was crisis in Nederland, de gemeenten krijgen dan altijd aan het einde de klappen. Dus gemeenteland heeft toen al heel veel bezuinigingen doorgevoerd, ook op kunst en cultuur, op sport, op welzijn. Dat is natuurlijk wel heel krom, dat je dus enerzijds zegt: dat hele veld daaromheen, daar snijden we in. En vervolgens geven we een opdracht aan gemeenten om vorm te geven aan de ondersteuning en de jeugdhulp, met een korting en waarbij Den Haag zegt: eigenlijk willen we dan wel dat jullie het anders gaan doen. Dus dat jullie gebruikmaken van wat er in een gemeente is. En wat er in die gemeente is, is dan al een flink stuk verschraald.

Bas Verberk
Wat er was.

Maarten Boxem
Dat risico loop je nu weer, natuurlijk. Dat je misschien net weer een beetje bent opgekrabbeld en dat dan… Want ik denk ook, sport speelt net zo goed een rol. Kijk, met de Wmo ga je kijken: kunnen we mensen zo goed mogelijk laten participeren? En kunnen we de mensen die een beperking of een handicap hebben, of tijdelijk even minder goed mee kunnen, wel zo normaal mogelijk mee kunnen laten doen aan de maatschappij? Daar hoort dus ook bij dat je deel kunt nemen aan sport, aan kunst en cultuur maar dat je ook gaat kijken waar iemands interesses liggen, om van daaruit te kijken: kunnen we jou dan niet in beweging krijgen? Wat je dus ziet de afgelopen tijd, is dat met name mensen vanuit die andere afdeling, van sport, kunst en cultuur, ik zoek ze ook zelf op, naar je toe komen om te kijken of er niet verbindingen zijn te leggen. Want die horen natuurlijk ook van de opgave om meer naar het alledaagse te gaan. Het is de bedoeling dat er minder naar de zorg toe gaat, dan doen we eigenlijk zoals we het altijd deden, maar dat we ook vooral kijken: wat zijn nog meer partijen die een rol kunnen spelen? Dan kijk je wel naar kunst en cultuur, maar ook naar sport, naar welzijn, naar vrijwilligers en die zoeken dan wel de verbinding met de Wmo, of je zoekt zelf die verbinding. Dan zou het heel jammer zijn als die mensen gewoon veel minder instrumenten in handen gaan krijgen.

Let’s Gro

Bas Verberk
Ja, dat is wel een beetje wat ik bedoelde met dat je niet alleen maar kijkt naar wat kunnen we minder gaan doen, maar dan heb je het ook over: wat kunnen we anders gaan doen? Je had in 2017 een evenementje dat heette Let’s Gro, of Let’s Grow, ik weet niet hoe je het uit moet spreken?

Maarten Boxem
Ja, dat is het grapje. Groningen, Gro, Let’s Gro. Het idee is wel: laten we groeien. Dus dat taalgrapje zit daarin.

Bas Verberk
Ja. Dus misschien kun je een beetje vertellen wat dat project inhield? Als het goed is, was dat een voorbeeld van verbinding zoeken tussen het sociaal domein en de kunst-en-cultuursector. Ik was benieuwd wat dat heeft opgeleverd. We zijn nu twee jaar verder.

Maarten Boxem
Ja, wat wij eigenlijk hebben gedaan, is gekeken van: kunnen we die partijen die zich in dat veld begeven, niet aanspreken en kijken, wat doen jullie nu al wat betreft de inwoners met een beperking of met handicap?

Bas Verberk
En dan bedoel je de culturele partijen?

Maarten Boxem
De culturele partijen. Wat doen jullie nu al? Of, wat zouden jullie nog kunnen gaan doen? Daar zijn wel wat voorbeelden uit naar voren gekomen, waar ik wel persoonlijk heel blij van werd. Dat ik dacht: ja, ze zoeken dat wel op. Maar ook wel dat de zorg kunst en cultuur inzet, dat je dus dagbestedingsplekken hebt waar de bewoners kunst maken, en ook echt gewoon mooie kunst maken. Dan heb je het over mensen die in beschermd wonen zitten, dat zijn mensen bij wie soms sprake is van psychische problematiek, die hun hoofd heel erg vol hebben en daardoor tijdelijk even niet in een normaal huis kunnen wonen, een andere setting nodig hebben. Dat zijn dan uitspattingen die eruit komen op papier, dat zijn fantastische kunstwerken.

Bas Verberk
En wat levert het dan op?

Maarten Boxem
Ja, wat levert het op? Het levert in ieder geval op dat die mensen iets kwijt kunnen wat zeg maar borrelt in ze. Sowieso wil je dat dagbesteding – of dat nu op een beschermd wonen-sector is of dat dat gewoon bij een instelling is voor mensen met een handicap of met een verstandelijke beperking of noem maar op – ook gewoon zinvol is. Dat mensen niet ergens in een hoekje worden gezet en dan een bal moeten overgooien of een pak papier krijgen: zet maar wat op papier. Je wilt dat de mensen daar daadwerkelijk gewoon, ook voor hun gevoel zinvolle tijdsbesteding hebben en dat zij daar voldoening uit halen.

Bas Verberk
Met professionele kunstenaars ook?

Maarten Boxem
Het liefst inderdaad met professionele kunstenaars, want het geeft gewoon veel meer voldoening, op het moment dat jij iets in elkaar zet of zelf fabriceert wat net overstijgt wat je normaal gesproken zou verwachten van jezelf. En dat je dus ontdekt: hé, ik kan eigenlijk veel meer. Of: ik wist niet dat ik dit ook in mij had. Dat geeft een gevoel van trots en een gevoel van vertrouwen. Ik geloof wel echt dat mensen daarvan groeien. Een ding moet ik wel zeggen dat het heeft opgeleverd, dat is een theatergroep, die heette Geestkracht 11. Dat was een theatergroep bestaande uit mensen met psychische problematiek, die bij een zorgaanbieder theater konden maken. Het punt is met mensen die theater willen maken, als jij psychische problematiek hebt, weet jij niet of jij een goede dag hebt of wanneer je een slechte dag hebt. Het kan maar zo zijn dat op het moment dat jij moet optreden of gaat oefenen, dat jij een slechte dag hebt en dat je dus gewoon je bed niet uitkomt. Of denkt: laat het maar eventjes voor wat het is. Dan kunnen die mensen dus niet terecht bij een gewone theatergroep, want daar wordt dat misschien niet geaccepteerd, als je meerdere keren verstek laat gaan. Daar wordt dat wel geaccepteerd, daar zitten gewoon allemaal mensen met diezelfde problematiek. Dus ze hebben lotgenotencontact, ze weten ook van elkaar… Er is begrip, op het moment dat iemand een mindere periode doormaakt. Zij haalden daar heel veel voldoening uit, maar wel op hun eigen manier en onder hun eigen voorwaarden. Wat Let’s Gro heeft opgeleverd, die zorgaanbieder was al gestopt met financiering, want die zei: wij krijgen hier vanuit het zorgkantoor geen geld meer voor, want het is geen behandeling. Behandeling hoort eindig te zijn en dit is iets wat gewoon al jaren loopt. Dus er is dan gewoon geen financiering meer voor, zoek maar een andere manier. Dan wordt er gekeken naar de gemeente, maar het is ook weer geen Wmo. Wat we dus voor elkaar hebben gekregen, is dat wij hebben gezegd vanuit de gemeente: nou, dan subsidiëren wij die club nog een tijdje, zodat er in ieder geval een begeleider op gezet kan worden. Daarnaast hebben ze ook een ruimte nodig, waar ze kunnen spelen en oefenen. Een van de culturele instellingen heeft gezegd: ik wil ze wel onder mijn dak nemen, want ik wil sowieso al veel meer kijken of ik hier niet ook een wat bredere maatschappelijke rol kan vervullen. Dus het heeft in ieder geval opgeleverd dat die geadopteerd is, zeg maar.

Bas Verberk
Je ziet dus het succes, dit is een mooi voorbeeld. Je ziet dat het iets oplevert en ook het Let’s Gro, dit onderwerp was zinvol, maar er was een maar op dit onderwerp begrijp ik?

Maarten Boxem
Ja.

Keukentafelgesprekken en preventie

Bas Verberk
Is het niet zo dat je nu, doordat je de successen ervan ziet, het structureel onderdeel maakt van Wmo-beleid?

Maarten Boxem
Ja. Tenminste, dat proberen we wel. Kijk, met het Wmo-beleid heb je te maken met gebiedsteams of wijkteams, het heet overal anders. Dat zijn eigenlijk de mensen die – sorry, ik ga wat met jargon gooien – de keukentafelgesprekken voeren. Daar wordt dus dat gesprek gevoerd over: wat is jouw probleem? Waar wil je aan werken? Wat zijn je doelen? Om dan te kijken of iemand in aanmerking komt voor begeleiding. Het liefst wil je dat die teams daar direct al bij denken: hé wacht, kunnen we dan ook niet gebruikmaken van de sportvereniging, of de kunst-en-cultuurinstelling die daar om de hoek zit, of dat er iemand gekoppeld wordt aan vrijwilligerswerk? Daar wil je dat die beïnvloeding plaatsvindt. Dat is nog wel een lange weg die je moet gaan, want dat betekent dat je… Zij moeten zo veel kennis hebben, niet alleen van alle problemen waar ze tegenaan kunnen lopen, maar ook van alle oplossingen die aangedragen kunnen worden. Dus je overlaadt ze echt met allerlei informatie en dan hoop je dat dit stukje ook blijft hangen en dat ze dus dit ook meenemen in hun tas, wanneer ze op bezoek gaan of wanneer ze een inwoner spreken.

Bas Verberk
Het is wel een beetje reactief, hè? Je gaat eerst langs bij iemand als je weet dat er iets aan de hand is, maar je kunt ook zeggen: in een vorm van meedoen aan de samenleving kun je ook bijna soort van preventief zeggen van, wij vinden het belangrijk dat mensen deelnemen aan kunst en cultuur, en sport hoor ik je ook zeggen, want dat is goed voor de geestelijke en fysieke gezondheid. Is dat ook iets wat je meeneemt in de overweging?

Maarten Boxem
Ja, absoluut. Alleen, dan krijg je van: hoeveel waarde zet je op preventie? Ik heb weleens gevraagd: kunnen we daar ook niet een prijskaartje aan hangen? Heel veel welzijnsinstellingen doen dat, die hebben dan ontmoetingscentra waar ook activiteiten plaatsvinden op het gebied van kunst en cultuur, of waarmee ze misschien ook mensen die ze aan het bewegen willen krijgen… Wat je dus zag voor die transitie in 2015, zo’n welzijnssector ligt gewoon altijd onder vuur, want altijd zijn er mensen die zeggen: ja, maar dit is belangrijk, dus hier moet je in investeren en misschien moet je die partijen juist wel meer geld gaan geven, omdat er ook een preventieve werking van uitgaat. En je hebt ook partijen die zeggen: ja, het is allemaal een beetje wollig, het is een beetje wazig, hier heb ik niks mee en ik betwijfel of er echt een preventieve werking van uitgaat, dat kan ook wel met minder geld.

Bas Verberk
Je hebt eigenlijk behoefte aan harde cijfers?

Maarten Boxem
Ja, eigenlijk zou je dat een keertje in cijfers willen vatten, inderdaad.

Bas Verberk
Zoiets van, hoe meer mensen deelnemen aan cultuur, hoe lager de kosten in de zorg.

Maarten Boxem
Precies. Dat je zegt: doordat we hier een euro in steken, levert het elders weer anderhalve euro op.

Week tegen eenzaamheid

Bas Verberk
In de eerste week van oktober is het de ‘Week tegen eenzaamheid’. Is dat iets wat jij ook oppakt binnen de gemeente Groningen, waar jullie in die week dan extra aandacht aan besteden of waar jullie extra plannen uitvoeren?

Maarten Boxem
Absoluut. Eenzaamheid is een thema dat hoog op de agenda staat in Groningen. Dat is niet iets wat ik oppak, een collega heeft dat als specialisme. Dat maakt het ook weleens moeilijk; wie moet je binnen een gemeente nu hebben? Het liefst heb je gewoon één aanspreekpunt, dat vervolgens zelf wel weer doorverwijst naar degene die je moet hebben. Maar in ons geval is dat een andere collega, die houdt zich daarmee bezig. Daar worden wel extra acties op ingezet, want juist zo’n ‘Week van de…’ is wel een goed moment om iets weer even uit te lichten.

Bas Verberk
Ja. Nu is dat voor jou misschien lastig om te beantwoorden, maar het LKCA is natuurlijk een kennisinstituut. Groningen heeft ook een regionale partner, Bij VRIJDAG, die hebben ook trainingen en publicaties in huis die gericht zijn op beleidsmakers eigenlijk en beleidsadviseurs, om hen handvatten te geven voor hoe je nu kunst en cultuur kunt gebruiken bij de aanpak van eenzaamheid, of in de Wmo. Maak je ook gebruik van zulk soort instellingen?

Maarten Boxem
Het is grappig dat je dat zegt, want VRIJDAG is nu juist die partij die Geestkracht 11 heeft geadopteerd. Die heeft gezegd: wij willen gewoon veel meer die rol pakken. Wij hebben ze ook in contact gebracht met onze Wmo-aanbieders en we hebben gezegd: dat betekent dus ook dat jullie partijen zoals VRIJDAG moeten opzoeken.

Bas Verberk
Dus dan kun je sturen met geld, eigenlijk.

Maarten Boxem
Dan kun je sturen met geld, voor een deel. Je kunt niet zeggen: je bent verplicht om dat geld daaraan te besteden, want je geeft opdracht en je geeft een grote zak geld voor de brede opdracht. Maar daarmee proberen we ze wel meer in beweging te krijgen om te zorgen dat zij gaan kijken van: hoe kunnen we het ook anders doen?

Partner of productaanbieder

Bas Verberk
Waar de vraag ook een beetje vandaan komt: veel van die culturele instellingen vinden het moeilijk om hun ideeën onder de aandacht te brengen bij beleidsmakers. Dus dan ligt er een handreiking of dan is er een training speciaal voor beleidsmakers, en dan is dat niet bekend. Hoe kun je dat als culturele instelling dan het beste doen? Stel, Vrijdag wil jou op de hoogte stellen van een nieuwe handreiking. Een mailtje sturen is ook zo beperkt, wat zou de beste manier zijn daarvoor?

Maarten Boxem
Ja, dat is lastig, je wordt heel veel benaderd door partijen die allemaal zeggen: wij hebben een product wat wij onder de aandacht willen brengen. Je kunt niet met alle partijen gaan zitten. Je gaat natuurlijk wel eerder zitten met een partij die bekend is en waarbij je een positief gevoel hebt. Dat je denkt: wij werken gewoon samen, wij zijn partners. Als die dan een uitnodiging stuurt of iets toestuurt en je hebt sowieso regelmatig een gesprek met ze, dan is het heel gek dat je daar dan niets mee doet. Dus dat zou ik dan wel als tip geven: kijk of je dus vooral je bekendheid kunt vergroten onder beleidsmakers en dat je dus ook gaat kijken wat je voor elkaar kunt betekenen. Zo’n partij als Vrijdag, die heeft Geestkracht 11, die theatergroep dan onder zijn hoede genomen, daardoor denk je als beleidsmaker: hé, dat is toch wel een instelling die met goede dingen bezig is, die een partij kan zijn die je ook op andere terreinen misschien een keertje kan helpen. Dan ben je ook eerder geneigd om die dan ook zelf weer tegemoet te komen ergens in.

Bas Verberk
Dus je moet je meer opstellen als partner en wat minder als alleen maar productaanbieder?

Maarten Boxem
Ja. Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld waarbij mensen met dementie in contact worden gebracht met musea. Je ziet vaak dat mensen met dementie nog heel goed helder zijn, wanneer het gaat om dingen die echt lang geleden hebben plaatsgevonden, dus het langetermijngeheugen. Als je daar dan op inspeelt bij die doelgroep krijg je ze nog in beweging, dan kun je ze boeien. Wat is dan mooier dan dat je ze beelden van vroeger kunt laten zien of ze verhalen van vroeger kunt laten vertellen of kunt vertellen? Daar ligt denk ik de waarde. Dit is dan één voorbeeld, maar ik denk dat je moet gaan kijken: wat doen wij, waar ligt onze kracht, waar ligt onze kennis waarbij wij ook andere doelgroepen daarvan gebruik kunnen laten maken?

Over LCGW
Bas Verberk
Ik heb nog één vraag. Je zit ook in het bestuur van het LCGW. Ik kon niet helemaal vinden wat de afkorting precies betekent, maar als ik het goed begrijp is het een netwerk van ambtenaren zoals jij.

Maarten Boxem
Klopt.

Bas Verberk
Dus jullie hebben een platform waarop je met elkaar kunt sparren, informatie delen, netwerken. Is kunst en cultuur binnen dit netwerk ook weleens een onderwerp waar jullie het over hebben met elkaar?

Maarten Boxem
Ja, absoluut. LCGW is inderdaad de volledige naam en welzijn is eigenlijk een oude term. Tegenwoordig hebben we het veel meer over het sociaal domein. Het sociaal domein is daarmee ook veel breder geworden, dat is ook de focus die het LCGW heeft: dus de focus op het brede sociale domein en daarmee dus ook inderdaad op wat Wmo en kunst en cultuur voor elkaar kunnen betekenen. Binnenkort hebben we daar ook een bijeenkomst voor. Dus daar wordt zeker wel nagedacht over raakvlakken, er wordt ook zeker wel de verbinding gezocht. We hebben ook wel theatermakers vaak bij onze congressen. We hebben jaarlijks altijd een congres, vaak tweedaags en daar is ook altijd wel ruimte voor theatermakers of mensen uit de theaterwereld die daar dan ook als spreker zijn.

Bas Verberk
En mensen die echt goede ideeën hebben over hoe je kunst en cultuur kunt inzetten, kunnen die bijvoorbeeld ook langskomen op zo’n congres of bijeenkomst?

Maarten Boxem
Ja, liever nog: wees een partij die dan op zo’n congres een sessie verzorgt. Want het liefst wil je er gewoon meerdere, je wilt een gevarieerd programma aanbieden met meerdere sessies, waarbij mensen zelf kunnen bedenken: ik wil nu hier wel iets van horen. Hoe fantastisch zou het zijn als daar ook een instelling bij zit die zegt: wij zijn hierin al goed op weg. Of: wij denken een heel goed product of idee te hebben. Wat is dan mooier dan met mensen die daarvoor kiezen, die zeggen: ik wil daar wel over nadenken, ik wil wel geïnspireerd worden, dat je elkaar daarmee informeert, inspireert en verder helpt.

Bas Verberk
Nou, dan krijg je waarschijnlijk honderden mailtjes na deze podcast.

Maarten Boxem
We hebben een betaalde kracht, dus ik wens hem alvast veel succes.

Bas Verberk
Oké. Heel erg bedankt voor dit interview en voor alle informatie.

Maarten Boxem
Tuurlijk.

Afsluiting

Bas Verberk
Bedankt voor het luisteren naar de CultuurDeelJe-podcast. Wil je automatisch een melding krijgen als er een nieuwe aflevering verschijnt? Abonneer je dan via Spotify of iTunes. Wil je meer weten over de waarde van kunst en cultuur in het sociale domein? Kijk dan eens op onze website onder het kopje ‘vrijetijd’ of download de handreiking met de titel Kom Erbij.
Tot de volgende keer!

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel