Op de maat van amateurkunstenaars: hoe schrijf je muziek voor een amateurorkest?

Een zesdelig kader ter inspiratie voor kunstdocenten die met amateurs werken
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Amateurkunst bloeit dankzij makers die spelers motiveren en samenbrengen. Maar hoe schrijf je muziek die spelers verenigt, uitdaagt en laat floreren? Thomas Geudens, programmadirecteur Music & Drama, dirigent en postdoctoraal onderzoeker, deed hier onderzoek naar. De uitkomsten leveren een inspirerend kader op voor elke kunstdocent die met amateurs aan de slag gaat.
Foto: Thomas Geudens

Het was elke zomer hetzelfde liedje: als dirigent zocht ik voortdurend naar geschikt repertoire voor de orkesten die ik dirigeerde. Veel muziek bleek te gemakkelijk, of net te complex, of simpelweg niet geschikt voor mijn ensembles. Daarom begon ik steeds meer zelf te arrangeren, om de bladmuziek dichter bij de muzikanten te brengen.

Hoewel we bij een orkest vaak aan een podium vol virtuoze professionals denken, bestaat het overgrote deel van het orkestlandschap uit amateurs. Schrijven voor amateurs vraagt specifieke kwaliteiten: je creëert in de eerste plaats sterke artistieke ervaringen voor de spelers, en niet enkel voor het publiek. Bovendien moet je werk geschikt zijn voor verschillende groepssamenstellingen en niveaus.

Amateurs komen immers vooral naar de repetitie om samen te spelen, plezier te maken, en ook iets bij te leren. Dat leren gebeurt meestal impliciet, zonder formele doelstellingen of evaluatiemomenten, maar tijdens het samenspelen en vanuit de muziek. Geen enkele dirigent kiest Pirates of the Carribbean vanwege de vele maat- en tempowisselingen. Het is gewoon leuke muziek – maar aan het einde van de rit heb je toch maar mooi wekenlang samen aan tempo gewerkt.

Tijdens mijn doctoraatsonderzoek ging ik op zoek naar hoe je schrijft voor amateurs. Of het nu gaat om muziek, theater, of dans: materiaal creëren voor amateurs is een ambacht waar wereldwijd talloze arrangeurs, schrijvers en choreografen mee bezig zijn. Met het principe schoenmaker, blijf bij je leest in het achterhoofd, concentreerde ik me op amateurorkesten.

Grounded theory

Eerst interviewde ik acht componisten aan de hand van een vragenlijst en de bladmuziek van één van hun werken. Op basis van die gesprekken bouwde ik een grounded theory: een zesdelig begrippenkader om over schrijven voor amateurs te spreken. Ik doopte het met het Engelstalige acroniem FACETS (Flexible, Ambitious, Clear, Enjoyable, Tailor-ade, en Safe).

Vervolgens vroeg ik twee orkesten om hun bladmuziek aan te vullen met notities en stickers, en ging per instrumentengroep met hen in gesprek. Opvallend vaak vertrok hun perspectief vanuit de eenvoudige vraag: ’vind ik dit leuk om te spelen?’. Deze inzichten, aangevuld met mijn praktijkervaring, verfijnden het begrippenkader verder.

Dit zijn de zes facetten in het FACETS-kader:

1: Flexibel maatwerk

Een eerste aspect is dat componisten rekening houden met grote verschillen in de samenstelling van ensembles, en weten dat niet alle spelers even ervaren zijn. Ze voorzien daarom zowel materiaal dat uitdagend of solerend is, als rollen die minder ervaring vereisen en gericht zijn op samenspelen.

2: Haalbare uitdagingen

Om dat waar te maken, gaan ze tijdens het schrijven op zoek naar de juiste balans tussen hun muzikale verbeeldingskracht en de belangen van de uitvoerders. In mijn studie gaven muzikanten aan daarbij best wel wat uitdaging aan te kunnen.

Componisten geven toe dat ze zich geregeld moeten inhouden, maar toch een muziekstuk willen maken dat authentiek, interessant, expressief en betekenisvol is. Ze kijken voorbij de beperkingen van het ensemble en proberen vooral alle mogelijkheden volop te omarmen. Ze gebruiken de grootte van de groep om muzikale ideeën mogelijk te maken die de capaciteiten van de individuele uitvoerders overstijgen. Het geheel is groter dan de som van de delen.

3: Intuïtieve duidelijkheid

Het concert aan het einde is essentieel, maar het zijn vooral de wekelijkse repetities die boeiend en motiverend moeten blijven. Een goed stuk voor amateurs is daarom vlot leesbaar en begrijpelijk, en valt al bij al intuïtief op zijn plaats tijdens het repeteren. Een gezonde dosis voorspelbaarheid of muzikale gemeenplaatsen kunnen hierbij helpen. Het combineren van meerdere moeilijkheden tegelijk wordt expliciet vermeden.

4: Betekenisvol en leuk

Muzikanten schreven het wel honderden keren op hun bladmuziek: ze vinden het fantastisch telkens als ze een melodie kunnen spelen. Wie schrijft voor amateurs, is dus verplicht om speelkansen en speelplezier eerlijk over alle partijen te verdelen. Lang moeten rusten wordt daarbij best vermeden.

Het zijn overigens niet enkel de melodieën die de goedkeuring van muzikanten wegdragen. Ze reageerden telkens heel positief op muzikale elementen die ze intuïtief betekenisvol vinden: duidelijke motieven, passages met een humoristisch of expressief karakter, en alles wat beweegt of groovet.

5: Op maat van het instrument

Een heel specifieke competentie voor orkestarrangeurs is dat ze op maat van alle instrumenten moeten kunnen schrijven, en daarbij het natuurlijke toonbereik, karakter, volume en timbre van de verschillende instrumenten blijven respecteren. Ze denken daarbij best voldoende groot; voor zich ontwikkelende instrumentisten is het belangrijk om goed door te kunnen spelen. Specifiek bij blaasinstrumenten is het dan weer belangrijk om rekening te houden met het fysieke uithoudingsvermogen van de spelers, en niet voortdurend hoog én snel én hard te willen.

6. Veilig in gebruik

De meeste componisten zijn ook dirigenten, en kunnen zich het repetitieproces tijdens het schrijven al goed voorstellen. Ze maken hun partituur zo op dat ze voor alle muzikanten veilig voelt om te repeteren, en de muzikale flow ten allen tijde gegarandeerd blijft. Dat betekent dat muzikanten dezelfde tonen delen en zo elkaar versterken, of er in kleine nootjes alternatieve voor afwezigen worden voorzien.  

Het klinkt allemaal best evident, en wanneer ik over mijn bevindingen met collega’s in de koorwereld of het amateurtheater spreek, klinkt veel hen bekend in de oren. In alle kunstdisciplines zoeken makers naar manieren om kunst te creëren die amateurs in de kan inwijden, hen kan begeesteren, en zich verder laten ontwikkelen.

Hopelijk helpt dit onderzoek om beter te begrijpen hoe je schrijft voor amateurs, zowel voor buitenstaanders als wie zelf in de sector actief is. Een compositie voor amateurs is zeker niet enkel gericht op klank, maar is ook een impactvol pedagogisch element tijdens de repetities en optredens.

Toch merk ik een terughoudendheid om deze spelersgerichte aanpak te benoemen. Misschien uit angst om als een tweederangs ‘toegepast’ kunstenaar te worden weggezet? Hopelijk helpen de inzichten hierboven om onze praktijk met meer vertrouwen bespreekbaar te maken en door te geven aan nieuwe generaties.

Verder lezen

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel