Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 38.

‘Geen fundament, geen notenschrift’
Mijn buurjongen is vijftien en speelt bijna elke dag piano. Hij heeft geen les op een muziekschool of van een privédocent. Nee, hij zit in de huiskamer, zet zijn koptelefoon op en pakt zijn telefoon erbij. Hij typt de titel van een liedje in, voegt er ‘piano’ aan toe, en binnen twee seconden begint de les via Piano with Nate of TutorialsByHugo. Het is gratis en hij kan het doen wanneer het hem uitkomt.
Op zijn scherm vallen gekleurde balkjes naar beneden richting de toetsen op de piano. Blauw voor de linkerhand, groen voor de rechter, als een soort muzikale regen die precies laat zien welke toets hij wanneer moet indrukken. Hij kijkt, hij probeert en hij herhaalt. Lukt het niet, dan probeert hij een ander liedje, want de keuze is eindeloos. En na een paar weken kan hij iets spelen. Niet perfect, maar goed genoeg om tevreden te zijn.
Coach op afroep
Ik vraag hem of hij wel eens heeft gedacht aan pianoles van een live persoon. “Niet echt”, zegt hij, “ik vind het prima zo”. Niet dat hij denkt dat les niets toevoegt. Integendeel, hij gelooft best dat een docent hem verder kan helpen. Maar hij voelt geen noodzaak, want alles wat hij wil is al binnen handbereik en hij wil geen vaste tijd en geen verplichting.
Wat opvalt, na wat doorvragen, is dat er toch iets ontbreekt. Hij zegt het zelf bijna terloops. Soms zou het handig zijn als iemand even meekijkt. Iemand die zegt: probeer dit met een andere vinger. Of: zo kun je het makkelijker onthouden. Geen wekelijkse les, maar hulp op het moment dat hij vastloopt. Geen docent dus, maar een coach op afroep.
Steeds meer jongeren leren op deze manier. Volgens de meest recente Vrijetijdsomnibus (CBS en Boekmanstichting) ligt het aandeel amateurkunstbeoefenaars dat online middelen gebruikt om te leren op 22 procent, terwijl het aandeel dat lessen of cursussen volgt daalde van 33 procent in 2018 naar 17 procent in 2024.
Laagdrempelig
Aan één kant vind ik het prachtig. Je zou kunnen zeggen dat de democratisering van cultuurbeoefening een feit is. Laagdrempelig en gratis les, op elk niveau en in vele stijlen, bij jou thuis, wanneer je maar wil. De drempels die we jarenlang als vanzelfsprekend beschouwden – geld, tijd, locatie – zijn grotendeels verdwenen.
Tegelijkertijd wringt er ook iets. Want ik zie dat hij op deze manier geen fundament legt onder zijn pianospel. Want wat hij leert, is spelen op motorisch geheugen. Hij krijgt geen basis mee over houding, techniek of hoe muziek is opgebouwd. Hij leert geen notenschrift en gaat straks waarschijnlijk vastlopen omdat hij niet alles meer kan onthouden.
Die basis heb je niet meteen nodig, maar maakt het verschil als je verder wil komen.
Wat hij ook nodig heeft, maar misschien nog niet beseft, is iemand die hem af en toe uit zijn eigen patroon haalt. Zoals het nu gaat blijft hij doen wat hij al kan of wat heel dicht binnen zijn bereik ligt. Terwijl een goede leraar hem net even wat verder zou duwen dan hij zelf zou doen, en hem bijvoorbeeld muziek zou laten horen die hij nog niet kent. Er zou een wereld voor hem open kunnen gaan.
Toch blijven mijn gedachten vooral hangen bij die ongelofelijke motivatie die mijn buurjongen laat zien, en waardoor die wordt aangewakkerd: spelen en leren op je eigen moment, in je eigen tempo, met precies de inhoud die jij wilt. Dat is een manier van leren die we zouden moeten koesteren en misschien wel kunnen integreren in de offline lescultuur.
Flexibiliteit
Ons systeem is nog steeds gebouwd op vaste lessen, vaste tijden, en vaak ook vaste leermethodes. Terwijl veel mensen op zoek zijn naar flexibiliteit, directe toepasbaarheid en autonomie. Misschien zit de toekomst niet in kiezen tussen live en online, maar in combineren.
Stel je voor: hij leert nog steeds via die filmpjes. Dat blijft zijn ingang, zijn motivatie, zijn plezier. Maar eens in de zoveel tijd kijkt er iemand met hem mee. Niet om het over te nemen, maar om te verdiepen, om nieuwe ideeën aan te reiken, om te helpen met techniek en om inzicht te geven.
Misschien is dat de echte vraag voor het huidige muziekonderwijs. Laten we stoppen met ons afvragen waarom jongeren geen muziekles meer volgen, en beginnen met de vraag: hoe leren jongeren tegenwoordig het liefst? En wat hebben ze daarin nog nodig?
Muziekschool van de toekomst
Misschien is de muziekschool van de toekomst geen gebouw meer waar je naartoe gaat, maar een netwerk dat je inspireert en verder helpt. Dan is de docent van de toekomst niet iemand die wekelijks voor je zit, maar iemand die op afroep verschijnt, precies op het moment dat je vastloopt.
Een verbeterde versie van Nate en Hugo. In, of eventueel buiten je broekzak, maar in ieder geval binnen handbereik.
Bronnen
- VTO2024: Vrijetijdsomnibus 2024 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2024)

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)