Cultuur als spel – en het belang van spelen

Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Cultuur en spel zijn nauw met elkaar verweven. Maar hoe zit dat precies? Geert Drion gaat te rade bij het werk van Johan Huizinga – dat verrassend actueel blijkt. Hij ziet urgente aanknopingspunten voor kunstdocenten en cultuurprofessionals.

Door: Geert Drion

We leven in een ludische (spelende) tijd, zo wordt wel gezegd. Je ziet het niet alleen aan de wereldwijde opkomst van TikTok, Instagram en gaming; praktisch alle communicatie in onze samenleving is doordrenkt van spel en make-belief – kijk naar televisie, reclame, sport, de openbare ruimte – met een voortdurend appèl om mee te spelen. Wat is de betekenis van spel in onze cultuur? Biedt dit aanknopingspunten voor ons werk als kunstdocenten en cultuurprofessionals?

Onlangs verscheen een eerste integrale Engelse vertaling van Herfsttij der Middeleeuwen, het grote cultuurhistorische werk van Johan Huizinga. Voor mij een goede aanleiding om een ander boek van Huizinga onder de aandacht te brengen, alweer bijna een eeuw geleden verschenen: Homo Ludens: proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Het boek is verrassend actueel en geeft antwoorden op voor ons belangrijke vragen.

Timmerdorp Groningen door Zeptonn
Timmerdorp Groningen, Flickr.com: Zeptonn

Cultuur als spel

Homo Ludens (spelende mens) gaat over de relatie tussen spel en cultuur. De vraag die Huizinga bezighield was niet zozeer wat de culturele betekenis is van spel, maar in hoeverre de cultuur zélf een spelkarakter draagt. Anders gezegd: Huizinga wil cultuur zien als spel. Wat bedoelde hij daarmee en waarom is dat voor ons, cultuurpractitioners, -docenten en -organisatoren, interessant?

De sociale functie van spel is onmisbaar voor elke gemeenschap zegt Huizinga: ‘om de zin die het inhoudt, om zijn betekenis, zijn uitdrukkingswaarde, om de geestelijke en sociale verbindingen die het schept, kortom als cultuurfunctie’. Maar Huizinga gaat nog een belangrijke stap verder als hij zegt dat cultuur alleen kan ontstaan uit spel.

Als voorbeeld noemt Huizinga de taal: ‘Achter iedere uitdrukking van het abstracte zit een beeldspraak en in iedere beeldspraak zit een woordspel. Zo schept de mensheid (…) telkens weer een tweede gedichte wereld naast die der natuur.’ Zo beschrijft hij dat via de verbeelding alle ‘grote activiteiten van het cultuurleven’ (inclusief religie, recht, orde, verkeer, bedrijf en wetenschap) zijn geworteld in een ‘bodem van speelse handeling.’

Spelen en de kunsten

Wat zegt Huizinga over spel en de kunsten? Interessant is dat Huizinga aan het spelen een eigen categorie toekent, die zich niet laat vangen in tegenstellingen zoals wijsheid-dwaasheid, waarheid-onwaarheid, goed-slecht. Spelen is, kortom, niet herleidbaar tot iets anders dan zichzelf. Het spel ‘speelt zich af’. Je voelt dat we hiermee in de buurt komen van de kunsten.

De banden tussen spel, de kunsten en esthetiek zijn volgens Huizinga dan ook ‘hecht en veelvuldig’. Hij beschrijft die relatie in Homo Ludens uitgebreid. Zo ziet hij dat alle spel ‘doorstrengeld is van ritme en harmonie’. En ook de verbeelding is voor Huizinga een essentieel kenmerk van elke vorm van spelen. Want spelen is per definitie niet-echt: we zijn in een ‘alsof-wereld’ die is begrensd in tijd en ruimte waarin het spel zich afspeelt. Preciezer gezegd: het spel en de spelers zijn tegelijkertijd in de gewone wereld en de speelwereld – en zijn zich daarvan ook bewust. Juist die dubbele ervaring is voor spelen essentieel.

Vrijheid en dubbelheid

Daarin lijkt de speelervaring sterk op de kunstervaring: beide kenmerken zich door een dubbelheid die is verbonden met reflectiviteit: mensen kunnen zowel de werkelijkheid ervaren en tegelijkertijd die ervaring ervaren. En zij kunnen zich daarbij ook nog verplaatsen in de ander.

Essentieel voor elk spel is, tot slot, vrijheid: een afgedwongen spel is immers geen spel. Ook daarin is er een sterke parallel met de kunsten. Niets is dodelijker voor een kunstervaring dan een vooraf opgedrongen resultaat. Precies op dat punt (zo voeg ik daar graag aan toe) onderscheidt de kunst zich van kitsch en commercie.

Vals spel

Hoe inspirerend Homo Ludens ook is, het is jammer dat Huizinga niet precies aanduidt wat hij met ‘cultuur als spel’ bedoelt. Hij lijkt cultuur toch vooral te bekijken door een antropologische bril: als de verzameling symbolen, rituelen, conventies en instituties die een bepaalde manier van leven mogelijk maakt en tot uitdrukking brengt. Een soort sediment dat ontstaat uit de speelse interactie tussen mensen, waarop mensen die speelsheid kunnen voortzetten.

Over dat laatste maakt Huizinga zich trouwens in 1938 grote zorgen: hij zag het opkomend nazisme als vals spel dat de vitaliteit van de cultuur bedreigt. Interessante vragen in dit verband: kun je de huidige vormen van populisme ook zien als vals spel? Is het toeval dat populisten een hekel hebben aan de verbeelding van het onbekende? Wie het weet mag het zeggen.

Betekenis voor ons werk

Het punt dat ik nu wil maken is dat het werk van Huizinga een verrassend modern perspectief biedt op de relevantie van ons werk in deze ludische tijd van spel en make-belief.

Want wat beklijft is de intrigerende gedachte dat spelen de bakermat is van cultuur. Daarmee is Huizinga een voorloper van het moderne idee dat je cultuur niet alleen als sediment, maar ook als proces kunt zien. In dat proces zijn speelse ontmoeting, verbeelding en vrijheid onmisbaar, en daarin hebben de kunsten mogelijk een belangrijke rol. Het is de moeite waard om veel beter te gaan onderzoeken hoe we met ons werk dat culturele proces in de praktijk kunnen verbinden en verrijken.

Het tweede wat beklijft is dat niet élk spel bijdraagt aan een spelende, open cultuur. Dat laatste lijkt mij voorbehouden aan spel dat de verbeelding opent in plaats van sluit, dat vragen stelt en de antwoorden in het midden laat, dat verwondert en het andere invoelbaar maakt. Die speelsheid zit misschien wel veel meer van nature in de mens dan wij als kunstenaars en organisatoren denken. Het is zaak daarbij aan te sluiten en erop in te spelen. Ook daarin hebben we nog veel te leren.

Meer lezen:

Baricco, A, The Game (2018)
Bauman, Z.: Culture in a Liquid Modern World (2011)
Caillois, R.: Man, Play and Games (1965)
Eco, U.: De structuur van de slechte smaak (1988)
Gadamer, H-G.: De actualiteit van het schone (1977)
Huizinga, J.: Homo Ludens (1938)
Mul, de J. (e.a.): Homo Ludens 2.0 (2013)
Sutton-Smith, B.: The Ambiguity of Play (1997)

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 3.5 / 5. totaal 8

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder
Reacties (2)
Alexander Lagaaij 11-10-2020

Mooie overwegingen, Geert. Mag ik er aan toevoegen de lol van het spel. Het opgaan in een spel is een haast extatische ervaring waarin tijd en ruimte vloeibaar worden en waarin plezier zichzelf voedt. Een gezonde cultuur blijft zichzelf ook voeden. We zouden van de huidige tijd kunnen zeggen dat ze te serieus is. Of dat de clowns gevaarlijk zijn in plaats van grappig.

reageer
Merlijn Twaalfhoven 09-10-2020

Mooi artikel. Ik mis wel de faalruimte die ontstaat in spel. Je mag mislukken. En als je soms faalt, leer je daar dan misschien wel meer van dan als alles haalbaar is? Rutger Bregman schreef het treffend op: ‘We leven in een tijd waarin miljoenen mensen twijfelen aan de zin van hun bestaan. Volgens de Wereld- gezondheidsorganisatie is depressie inmiddels volksziekte nummer één. Ons grootste tekort vind je niet op een begro- ting, maar in onszelf. Het is een tekort aan zingeving. Een tekort aan spel.’

Lees het artikel van Rutger Bregman over spel ‘Waarom onze kinderen steeds minder spelen (en wij met een burn-out thuis zitten)’, 17 juli 2017, De Correspondent: http://bit.do/aanons34

reageer
Gepubliceerd:
Deel dit artikel