Aandeel beoefenaars lid van vereniging, club of gezelschap

Gepubliceerd:
Deel dit artikel
41% van de beoefenaars van kunstzinnige en creatieve activiteiten is lid van een vereniging, club of gezelschap.

1989-2007: Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek (AVO), SCP/CBS
2009-2011: Monitor Amateurkunst (MAK), Kunstfactor
2015-2017: Nieuwe Monitor Amateurkunst (NMAK), LKCA

Toelichting

Verenigingskoepels en anderen waarschuwen dat verenigingen kampen met vergrijzing en terugloop van leden. Het Aanvullend Voorzieningen Onderzoek (AVO) van het SCP laat inderdaad een dalende trend zien vanaf 1999, van 41% in 1999 tot 26% in 2007. Tussen 2009 en 2011 is in de Monitor Amateurkunst (MAK) geen verder afname te zien.

De AVO en de MAK vroegen met één vraag naar het lidmaatschap van een club of verenigingen. De Nieuwe Monitor Amateurkunst (NMAK) vraagt naar deelname aan verenigingen én naar deelname in informele groepen. Onder andere door deze andere vraagstelling zijn de percentages hoger dan de MAK in voorgaande jaren.

In 2015 is 35% van de beoefenaars van kunstzinnige en creatieve activiteiten lid van een vereniging en/of informele groep en in 2017 is dit aandeel gestegen tot 41%. Wel blijft het aandeel beoefenaars dat lid is van een vereniging stabiel op zo’n 23 à 24%. Er lijkt dan ook een toename te zijn van een deelname aan informele groepen.

De verschillende resultaten van MAK en NMAK zijn het gevolg van afwijkende vragen en opzet. Al lijkt de MAK een aannemelijke voortzetting van de AVO-reeks, ook die resultaten zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar.

Lees verder

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Gepubliceerd:
Deel dit artikel