Veelgestelde vragen over Thema's

Met ingang van 1 juli 2021 treedt de Wet Bestuur Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. De wet is bedoeld om de kwaliteit van besturen te verbeteren en misstanden (wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, e.d.) te voorkomen. De wet is er gekomen om een beter bestuur te krijgen van grote verenigingen en stichtingen die met publiek geld werken (woningbouwverenigingen, ziekenhuizen, scholen etc). Maar een aantal bepalingen uit de nieuwe wet is ook relevant voor (kleinere) verenigingen en stichtingen in onder meer de cultuursector. Lees het artikel over WBTR

Cultuurcoach

De cultuurcoach stimuleert deelname aan cultuur en verbindt cultuur met andere sectoren in de gemeente. De cultuurcoach kan in dienst zijn bij de gemeente, maar bijvoorbeeld ook bij een culturele instelling. Het rijk en de gemeente financieren de cultuurcoach. Naast het primair onderwijs, kunnen cultuurcoaches vanaf 2019 ook aan de slag in andere sectoren zoals zorg, welzijn of het mbo.

Lees meer

Hoe zet je een cultuurcoach in als gemeente?
Vacatures voor cultuurcoaches kun je vinden op culturele-vacatures.nl. Iedere gemeente vult de functie anders in, dus je kunt daarnaast het beste contact opnemen met een beleidsmedewerker cultuur van je gemeente (of de gemeente waar je zou willen werken) om te vragen hoe de functie lokaal wordt ingezet, wie opdracht- of werkgever is en of er vacatures zijn. Op deze pagina vind je meer informatie over de achtergrond en inbedding van de regeling: Hoe zet je een cultuurcoach in als gemeente?

Participatiewet en cultuur

Op 1 januari 2015 trad de Participatiewet in werking. Deze wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten krijgen jaarlijks een vast budget om uitkeringen te betalen en zijn verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de wet. De Participatiewet is voor de cultuursector interessant, omdat steeds meer gemeenten de relatie tussen kunst en activering onderkennen. Actieve deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten kan mensen activeren.

Meer informatie

Ondernemen met de Participatiewet Meer over de Participatiewet (Rijksoverheid.nl)
Gemeenten verkennen nieuwe werkwijzen om specifieke groepen te bedienen. In geval van de Participatiewet moeten onderwijs, zorg en arbeidsmarkt goed op elkaar aansluiten. Gemeenten zoeken samenwerking met relevante partners in de regio. Ook onderkennen steeds meer gemeenten de relatie tussen kunst en activering. Aangezien gemeenten voorkeur hebben voor een integrale aanpak, kunnen initiatieven van kunstprofessionals op zichzelf interessant zijn of fungeren als aanvulling. Kunst en cultuur vallen deels binnen het wettelijke kader en verantwoordelijkheden van gemeenten. Gemeenten kunnen kunst en cultuur ook inzetten bij de uitvoering van gemeentelijke beleidsprogramma’s. Gemeenteraden kunnen hierop aansturen in beleidskaders. Colleges kunnen kunst en cultuur meenemen in vastgesteld beleid.

Meer informatie

Ondernemen met de Participatiewet (LKCA.nl, 14 december 2017) Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)
Voor mensen die worden gerekend tot de ‘kwetsbare groepen’ in de samenleving, is het vaak eerst nodig om hun eigen kracht en kwaliteiten te versterken, voordat zij actief aan de samenleving deelnemen. Door projecten op te starten waarin actieve cultuurparticipatie een rol speelt, verbetert de algemene mentale veerkracht. Dit helpt mensen bij het ontwikkelen van competenties die ook op de arbeidsmarkt van pas komen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan Theatertrainingen, bij uitstek geschikt om mensen te helpen hun presentatietechnieken te verbeteren (een vorm van sollicitatietraining). Bij theater wordt gewerkt aan zelfvertrouwen en samenwerking. En bij beeldende vorming ligt de nadruk op zelfstandig werken, plannen en zelfreflectie.

Meer voorbeelden

Ondernemen met de Participatiewet (LKCA.nl, 14 december 2017) Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)
In Zwolle werkt Social Enterprise Binthout samen met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In plaats van gekapte stadsbomen te versnipperen geeft Binthout ze een nieuw leven in design. De gemeente slaat een dubbele slag: Binthout geeft uiting aan het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid en het creëert werkgelegenheid. Een ander designvoorbeeld is Design X Ambacht. Het is een initiatief van Siza, een zorgorganisatie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt (actief in verschillende gemeenten). Toonaangevende designers ontwikkelen samen met mensen in de werkplaatsen van Siza designproducten. In een leerwerkomgeving ontwikkelt men vaardigheden e technieken, een nieuw perspectief voor de eigen mogelijkheden en goede producten.

Meer voorbeelden

Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)
Als cultuur wordt ingezet om bij te dragen aan maatschappelijke doelstellingen, kun je als gemeente denken aan bijvoorbeeld WMO-gelden. In de gemeente Brummen bepaalde de gemeenteraad bijvoorbeeld dat 5% van het WMO-budget beschikbaar is voor innovatie en vernieuwing. Kunst- en cultuurprojecten kunnen hierop ook een beroep doen.

Meer voorbeelden

Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)

Jeugdwet en cultuur

De Jeugdwet ondersteunt kinderen en ouders bij het opgroeien en opvoeden. Sinds 1 januari 2015 valt iedereen tot 18 jaar die tijdelijk of langer hulp nodig heeft, onder deze wet. Ook jeugdigen met psychische problemen, stoornissen of een lichte verstandelijke beperking.
Gemeenten vullen de gehele jeugdzorg lokaal in en hebben daarvoor partners nodig met goede initiatieven. Dat biedt kansen, ook voor de cultuursector. Interessante vragen voor gemeenten zijn  ‘hoe houd je jeugdigen vitaal en betrokken om zorgvragen te voorkomen of uit te stellen?’. Of ‘hoe versterk je de eigen kracht van de jeugdige, zijn gezin en de sociale omgeving?’ . De culturele sector kan bijdragen aan dergelijke vragen. Actieve deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten heeft een positief effect op mensen, waardoor ook culturele instellingen als partner kunnen optreden om de Jeugdwet uit te voeren. Actieve cultuurparticipatie werkt preventief: hoe beter de jongere zich voelt en ruimte krijgt en hoe meer hij/zij over een informeel (zorg)netwerk beschikt, hoe minder de vraag naar zorg zal zijn. De handreiking vanuit de kunst kan ook concreet zijn: dans is bijvoorbeeld beweging en daarmee een manier om jonge mensen te mobiliseren en overgewicht te voorkomen. Actieve cultuurparticipatie draagt bij aan een positief zelfbeeld, activeert deelnemers en kan een preventieve werking hebben vanwege de empowerment, beweging en de contacten die het oplevert. Dit sluit aan bij de belangrijkste aandachtspunten van de Jeugdwet: voorzieningen en hulpverleners moeten zich gaan richten op de versterking van de eigen kracht van jeugdigen en hun opvoeders.

Lees meer

Stut Theater in Utrecht en Stichting Formaat in Rotterdam maken theatervoorstellingen voor scholen en doen workshops met jongeren. Daarbij staan het eigen verhaal en de persoonlijke ervaringen van de jongeren centraal, en ‘repeteren’ de jongeren voor de werkelijkheid. Website Stut Theater Website Formaat Een andere manier om kinderen in de jeugdzorg en jonge vluchtelingen te inspireren biedt Kunstkameraden van stichting de Cultuurkantine in Breda. De Cultuurkantine maakt koppels van kunstenaars en kinderen. Door kunst te maken krijgen kinderen de ruimte om hun verhaal te vertellen en te laten zien wie ze zijn. (Uit: Inspiratiegids voor lokaal beleid. Preventie, zelfregie en participatie met kunst en cultuur in het sociaal domein, van LKCA) In 2017 startte RICK het project KunstWerk in Weert: een kleinschalig, maar uitdagend initiatief om WAJONGeren werkfit te maken. Door middel van kunst ontdekken WAJONGeren hun talenten en werven ze sociale skills die nodig zijn voor het zichzelf beter presenteren en handhaven in de arbeidsmarkt. RICK richt zich met name op het stimuleren van vaardigheden, zoals zelfverzekerder worden, het concentratievermogen vergroten, leren presenteren, feedback ontvangen en geven, en het beter formuleren van meningen. Meer voorbeelden vind je in het onderzoek Buitengewoon, over de betekenis van kunst en cultuur voor veerkracht van jongeren.

Ouderen en cultuur

Door te investeren in cultuurparticipatie kunnen gemeenten bijdragen aan het welzijn en de gezondheid van ouderen. Hierdoor kan de zorgvraag afnemen. Cultuurparticipatie vermindert eenzaamheid en de kans op sociaal isolement of gezondheidsproblemen bij ouderen. Er zijn geen wettelijke kaders die gemeenten verplichten om de cultuurdeelname van ouderen te bevorderen. Er liggen wel veel kansen als het gaat om integrale beleidsvorming.
Drempels voor ouderen om mee te doen aan cultuur zijn vaak van financiële of geografische aard. Bekendheid met het aanbod speelt ook een rol. De gemeente kan hier een faciliterende rol in spelen. Meer weten? Lees dan de publicatie Nooit te oud voor cultuur. Handreiking lokaal beleid ouderen en cultuur (LKCA, 2016).
Cultuurparticipatie kan een middel zijn om de doelstellingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet publieke gezondheid (Wpg) te realiseren. De Wmo vraagt van gemeenten om de maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid van hun burgers te stimuleren. Cultuurparticipatie hoort daarbij; als bezoeker, vrijwilliger of door actieve kunstbeoefening. Samen met relevante partners kunnen gemeenten ouderen met een fysieke, mentale, sociale of financiële beperking daarbij over een drempel helpen. Dat vermindert eenzaamheid en de kans op sociaal isolement of gezondheidsproblemen, wat weer aanknopingspunten biedt bij de Wpg.

Meer weten

Cultuur en ouderen op LKCA.nl Inspiratiegids voor Lokaal Beleid (LKCA, 2016)
Een Age Friendly City is letterlijk een leeftijdsvriendelijke stad. Vergrijzing is één van de grote maatschappelijke uitdagingen voor gemeenten. Cultuurparticipatie heeft een belangrijk positief effect op de vitaliteit, de gezondheid en het welzijn van ouderen. De steden Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht en het Fonds voor Cultuurparticipatie tekenden daarom in 2015 het convenant Lang Leve Kunst. Op weg naar Age Friendly Cities. Hiermee zetten ze zich in voor lokale verduurzaming van cultuurparticipatie door ouderen binnen zowel het cultuur- als Wmo-beleid. Met Cultuur+Ondernemen ontwikkelden ze strategieën voor een duurzame financiering om het draagvlak voor dit thema te vergroten. Niet alleen grote steden staan voor een opgave als het gaat om vergrijzing. Op het platteland speelt dit net zo goed.

Meer informatie en inspiratie

Website Age-friendly community Nederland Age Friendly Cultural Cities (Fonds voor Cultuurparticipatie) Infographic opbrengsten 5 jaar Age Friendly Cultural Cities (Fonds voor Cultuurparticipatie)
Maak je gebruik van een artistiek professional dan ontstaat er een dienstbetrekking en krijg je te maken met een arbeidsovereenkomst, loonbelasting en een aantal andere verplichtingen. Bij een opdrachtovereenkomst hoeven geen belasting en premies te worden afgedragen, maar er geldt een belangrijke uitzondering voor personen die optreden. Kijk op belastingdienst.nl voor de artiestenregeling  en voor de loonheffing artiesten.
Artistieke begeleiders hebben in principe recht op een vergoeding, maar er zijn ook onbetaalde begeleiders. De hoogte van het honorarium is niet aan regels gebonden en varieert nogal. De cao kunsteducatie geeft kaders, daarnaast zijn er richtlijnen voor met name de discipline muziek. CAO kunsteducatie op Cultuurconnectie.nl Honorariumtabel op Nieuwgeneco.nl
De Code Diversiteit & Inclusie is een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering. Het doel van de code is dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert. Een basisvereiste is dat de sector gelijkwaardig toegankelijk is voor iedereen: als maker, producent, werkende en publiek. Zo wordt de sector van iedereen. Iedereen draagt er op eigen wijze aan bij. Iedereen wordt gewaardeerd, gerespecteerd, gehoord en voelt zich thuis in de sector. Raadpleeg de Code Diversiteit & Inclusie (PDF) en de website www.codedi.nl.
De Code Diversiteit & Inclusie is een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering. Het doel van de code is dat de culturele en creatieve sector de brede diversiteit van de Nederlandse samenleving representeert. Een basisvereiste is dat de sector gelijkwaardig toegankelijk is voor iedereen: als maker, producent, werkende en publiek. Zo wordt de sector van iedereen. Iedereen draagt er op eigen wijze aan bij. Iedereen wordt gewaardeerd, gerespecteerd, gehoord en voelt zich thuis in de sector. Download de Code Diversiteit & Inclusie (PDF).
Vul de online Scans Diversiteit & Inclusie in om te zien hoe divers en inclusief jouw organisatie is, maar ook in hoeverre jouw organisatie strategie en beleid heeft gevormd.
Wil jij actief en concreet werken aan diversiteit en inclusie binnen jouw culturele organisatie? Volg dan de vijf stappen uit de nieuwe Code Diversiteit & Inclusie.
De Code Diversiteit & Inclusie reikt jaarlijks rond november de &Awards Organisatieprijs en Persoonsprijs uit. Dit zijn prijzen voor een culturele organisatie en een professional die met succes bijdragen aan meer diversiteit & inclusie in de organisatie en/of de samenleving. Jaarlijks kun je instellingen of personen nomineren. Houd de website codedi.nl en de nieuwsbrief van Code Diversiteit & Inclusie in de gaten voor de nominaties en winnaars.
Onder de tab ‘Toppublicaties’ op deze themapagina Diversiteit & Inclusie vind je enkele relevante onderzoeken voor cultuureducatie en cultuurparticipatie. De Boekmanstichting bundelt bestaand en nieuw onderzoek in een literatuurlijst op een themapagina diversiteit en inclusie in de Cultuurmonitor.
Auteursrecht is het recht van een maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een kunstwerk is het wettelijke eigendom van de maker en blijft dat tot 70 jaar na diens overlijden. Auteursrecht is wettelijk vastgelegd. Als je een werk (een kunstwerk, foto, toneeltekst, compositie, film, script, etcetera) wilt gebruiken waar auteursrecht op rust, heb je toestemming nodig van de maker. De maker heeft recht op betaling voor het gebruik van zijn prestatie. De maker kan een betaling vragen of een verbod tot openbaarmaking/uitvoering opleggen. Of de maker een professionele kunstenaar of een amateur is, is daarbij niet van belang. Verder kan een maker eisen dat bij openbaarmaking zijn/haar naam wordt vermeld. Ook kan hij/zij zich altijd verzetten tegen vervorming en verminking van het werk. Overdracht van auteursrechten In de praktijk maken veel makers gebruik van de mogelijkheid om hun auteursrechten geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een professionele beheerder, die namens de maker toestemming verleent om hun werk openbaar te maken of te verveelvoudigen. Vaak omdat die beheerder beschikt over een netwerk om het werk te promoten, zodat het vaker (en uiteraard tegen betaling) wordt gebruikt. Beheerder muziek Buma/Stemra Beheerder visuele producten Creative Commons Creative Commons is een platform dat auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid biedt om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit 6 standaardlicenties bepaalt de maker in welke mate zijn of haar werk verder verspreid en bewerkt mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Meer informatie Auteursrecht.nl
Als je met een groep mensen culturele projecten wilt gaan doen, een koor, dansgroep, schilderclub wilt beginnen, wat zijn dan de mogelijkheden? Wanneer richt je een culturele vereniging op, wanneer een stichting? Een belangrijk verschil is dat een vereniging leden kent en een stichting niet. Of is een informele club beter? Vereniging Een vereniging bestaat uit leden. Een aantal van hen vormt (meestal bij toerbeurt) het bestuur. Doordat mensen lid zijn van de vereniging is er meer betrokkenheid en binding. Je kunt een niet-officiële vereniging oprichten zonder tussenkomst van een notaris. In dat geval zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk, bijvoorbeeld bij vorderingen. Je kunt een vereniging ook bij een notaris oprichten. De vereniging is dan rechtsbevoegd. Het bestuur kan verplichtingen aangaan zonder dat de bestuursleden aansprakelijk zijn. Verenigingen zijn verplicht statuten op te stellen. Je kunt alleen subsidie aanvragen bij overheden of fondsen als de vereniging een officiële rechtspersoon is. De subsidiegevers willen inzicht in de financiën van de vereniging. Een vereniging oprichten heeft vooral voordelen als er een vaste groep deelnemers is, zoals bij een orkest. koor, fanfare of dansgroep. De artistiek leider (dirigent, regisseur etc.) is geen lid van de vereniging. Stichting Bij een stichting is er geen sprake van leden. Er is wel een bestuur dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de doelstellingen. Het bestuur kan betaalde en/of onbetaalde medewerkers aantrekken om die doelstellingen te bereiken. Het bestuur zorgt voor een sluitend project, al dan niet met behulp van subsidie. Een stichting mag niet gericht zijn op het maken van winst. Een stichting kan bijvoorbeeld werken aan theaterproducties met wisselende acteurs. Vaak zijn er wel vaste artistiek begeleiders en/of is er technische ondersteuning. Omdat er geen vaste groep leden is, hoef je niet steeds voor iedereen een rol te vinden. Wel moet je voor elke muziek-, dans- of theaterproductie een nieuwe groep mensen werven. Meestal betalen zij voor deelname. Een stichting kan ook exposites van beeldende kunst of fotografie organiseren of onderdak bieden aan kunstbeoefenaars die individueel of in groepsverband willen werken. Club of informele organisatie Bij een club of een ander type informele organisatie zijn er geen leden. Mensen kunnen vrijblijvend meedoen. Meestal maak je afspraken over bijvoorbeeld het delen van kosten en taakverdeling. Meedoen is heel laagdrempelig en er is geen administratieve rompslomp. De huur gaat bijvoorbeeld op naam van een deelnemer die daarmee ook aansprakelijk is. Handige links Verschil vereniging of stichting Vereniging of stichting oprichten bij de notaris  Inschrijven bij de Kamer van Koophandel  De vereniging bij de Kamer van Koophandel Culturele stichting oprichten Zelf een stichting oprichten?
Sociaal culturele instellingen, amateurmuziek- en amateurtoneelverenigingen hoeven geen btw af te dragen over de inkomsten uit uitvoeringen, sponsorbijdragen en advertenties. (zie website van de belastingdienst) Val je buiten de genoemde categorieën, dan kun je vragen om vrijstelling van btw. Je komt hiervoor in aanmerking als je
  • geen winstoogmerk hebt;
  • de concurrentiepositie van ondernemers die wel winst beogen niet ernstig verstoort.
Verder moet de organisatie gericht zijn op
  • maatschappelijk werk
  • sociale zekerheid
  • bescherming van kinderen en jongeren
  • het leveren van culturele diensten
9% tarief Het is niet mogelijk om vrijstelling te krijgen voor diensten die belast zijn met 9% btw. Podiumoptreden valt onder 9% tarief btw. Voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s of culturele ANBI’s) en sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) gelden speciale belastingregels. Meer informatie hierover op de website van de Belastingdienst.
LKCA is verantwoordelijk voor de landelijke kennisdeling binnen het programma. Daarvoor worden actuele ontwikkelingen bijgehouden vanuit cultuureducatie, onderwijs, beleid, wetenschap en praktijk. Ook houden we in de gaten wat er internationaal gebeurt. Deze kennis delen en halen we met betrokken organisaties als penvoerders, overheden en onderwijsorganisaties. Die kennis wordt gedeeld via onze website, publicaties en bijeenkomsten.
Met het subsidiegeld van Cultuureducatie met Kwaliteit profiteren kinderen en jongeren van goed cultuuronderwijs. Dat geldt voor leerlingen op de basisschool en in het voortgezet onderwijs, maar ook voor studenten in het mbo of kinderen in de voorschoolse en -buitenschoolse opvang. Door de kwaliteit van cultuureducatie te versterken leren kinderen en jongeren belangrijke kennis en vaardigheden en kunnen ze zich ontwikkelen tot creatieve, evenwichtige en zelfbewuste mensen die klaar zijn voor hun toekomst en plek in de samenleving. Sinds 2013 zijn dankzij de subsidie in het hele land projecten gestart voor een periode van vier jaar. In 2025 is de vierde periode van het programma van start gegaan. In de afgelopen periodes zijn veel doorlopende lijnen, instrumenten en projecten in het hele land ontwikkeld en is gewerkt aan een stevige culturele ondersteuningsstructuur voor het onderwijs. Meer hierover is te lezen in de publicatie ‘Kijk eens wat er kan’. Op de website van Cultuureducatie met Kwaliteit vind je alle informatie over het programma, de scholen die meedoen, de opbrengsten en praktijkverhalen.
Cutuureducatie met Kwaliteit is een programma waar meerdere regelingen onder vallen. Zo is er de matchingsregeling voor penvoerders in Europees Nederlands en een aparte regeling voor Caribisch Nederland. Daarnaast zijn er specifieke aandachtsgebieden, zoals vmbo en mbo, waar regelingen voor zijn. Al deze regelingen zijn te vinden bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.
In het kader van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit zijn er meerdere netwerken met penvoerders op verschillende onderwerpen of doelgroepen. Zo zijn er netwerken voor de penvoerders algemeen, voor gebruikers van Evi, voor mbo, vo en voor het jonge kind. Binnen deze netwerken wordt kennis gedeeld vanuit LKCA over diverse ontwikkelingen, maar delen penvoerders ook hun kennis en ervaringen. Het is belangrijk om elkaar op regelmatige basis te ontmoeten om zo op de hoogte te blijven van elkaars ontwikkelingen. Via een speciale Teams-omgeving worden ook berichten en documenten gedeeld.
In de publicatie Niet bang zijn voor open deuren! uit 2019 zijn elf projectoverstijgende succesfactoren bij elkaar gebracht en beschreven die nog steeds van toepassing zijn. Daarnaast is het belangrijk dat penvoerders een structurele plek innemen in de ondersteuningsstructuur van gemeenten en provincies om scholen en culturele instellingen te kunnen ondersteunen. Zo kunnen zij een bijdrage leveren aan het culturele ecosysteem van kinderen en jongeren.

De term kwaliteit spreekt niet voor zichzelf. Het is een ambigu begrip. De betekenis ervan is nooit gegeven, maar wordt altijd bepaald door mensen. Iedereen vindt kwaliteit belangrijk, maar maatstaven kunnen verschillen. Kwaliteit vul je in al naar gelang je situatie, invalshoek, voorkeur, verantwoordelijkheid, handelingsperspectief of belangen. Het (waarde)oordeel over kwaliteit is kortom afhankelijk van wie het uitspreekt.

Kwaliteit is in iedere sector van belang, maar nog net iets meer in het onderwijs, omdat alle kinderen recht hebben op goed onderwijs. De rijksoverheid maakt daarom via basiseisen, in de vorm van kerndoelen, duidelijk wat zij verwacht. Bovendien stelt het ministerie van OCW aanvullende regels en verplichtingen op, zoals toetsen, een leerlingvolgsysteem, referentieniveaus en leerlijnen. Schoolbesturen zijn formeel verantwoordelijk voor onderwijskwaliteit. Zij sturen vooral op opbrengsten (Cito-scores, doorstroomtoetsen).

Scholen hebben veel vrijheid om hun onderwijs naar eigen inzicht in te vullen. Die autonomie kan echter ingeperkt worden door mechanismen van verantwoording en toezicht. Besturen moeten leeropbrengsten verantwoorden aan het ministerie, individuele scholen aan hun bestuur. De Inspectie van het onderwijs beoordeelt scholen regelmatig (vierjaarlijks) op kwaliteit. Kwaliteit kan hierdoor gekwantificeerd raken; verworden tot een beleidstarget met meetbare prestatie indicatoren, met name gericht op effectiviteit.

De kans is groot dat er minder tijd en aandacht aan cultuuureducatie besteed wordt. Professionals zullen over het algemeen een veel bredere kwaliteitsopvatting hebben, die uitgaat van ontwikkeldoelen en van waarom ze in het onderwijs werken.

Uit een analyse van Frissen et al. (2015) van het discours over kwaliteit blijkt dat bestuurlijke partijen dominant zijn in het gesprek over onderwijskwaliteit. Het ministerie van OCW, de Inspectie van het onderwijs en de onderwijsbesturen verenigd in de PO-Raad voeren de boventoon, spelers in het primaire proces (schoolleiders en leraren) zijn ondervertegenwoordigd. Er is een brede dialoog tussen alle betrokkenen nodig om het kwaliteitsbegrip, ook van cultuureducatie, vanuit een variëteit aan perspectieven in te vullen.

Door internationale vergelijkingen als de PISA-test is veel aandacht komen te liggen op kennis en vaardigheden die eenvoudig toetsbaar en vergelijkbaar zijn, zoals bij taal en rekenen. Door die internationale vergelijking zien we dat in alle landen gewerkt wordt aan de positie die zij innemen op deze vergelijkingslijst, en dus aan taal en rekenen. Het afnemen van taal- of rekenvaardigheid wordt vaak direct gekoppeld aan deze toetsen. Pas in 2023 is PISA begonnen ook creativiteit te meten en op internationaal niveau te vergelijken. Aan deze eerste editie deden acht landen mee, waaronder Nederland. Mogelijk dat in de toekomst hierdoor ook meer aandacht zal ontstaan voor de ontwikkeling van creativiteit.
Er is al veel kennis over de kwaliteit(en) van cultuureducatie. In verschillende bronnen als artikelen en onderzoek vind je een veelvoud aan factoren die van invloed zijn op kwaliteit. Kwaliteit wordt echter vrijwel nooit normatief ingevuld. Tussen de regels door lees je vaak wel meer impliciete opvattingen over wat goed zou zijn, maar dit wordt nauwelijks expliciet gemaakt. De rode draad in literatuur over kwaliteit is ‘keuzes maken’. Welke keuze je ook maakt, het is cruciaal om hier bewust mee om te gaan. Op keuzes, en onderliggende criteria en waarden kun je reflecteren en met elkaar in gesprek gaan. Reflectie en dialoog zijn belangrijk, op uitvoerend én bestuurlijk niveau. Professionals zitten niet zonder meer op één lijn. Ze zijn verwikkeld in micropolitieke processen van overleg, gezamenlijk visie en plannen maken, afstemming, onderhandeling, uitruil en machtsstrijd. Van belang voor gedeeld begrip is de uitoefening van gedeeld en gespreid leiderschap, en gezamenlijke of participatieve besluitvorming. Voor cultuureducatie wordt het sturen op kwaliteit in het algemeen overgelaten aan de schoolleider en de cultuurcoördinator, ieder vanuit een eigen logica. Bij veranderingen of vernieuwingen in de schoolorganisatie speelt de schoolleider altijd een cruciale rol. Een schoolteam dat wil werken aan de kwaliteit van cultuureducatie zal oog moeten hebben voor de diversiteit in perspectieven, voorkeuren, waarden en opvattingen die er leven in de groep, en daarover in gesprek gaan. Dat kwaliteit geen gegeven is geldt namelijk zeker voor cultuureducatie dat een grote verscheidenheid kent in inhouden, didactieken en toetsvormen. Niet iedere leerkracht voelt zich ook even bekwaam om les te geven in de diverse disciplines.
In de eerste ronde (2013-2016) verstrekte het Fonds voor Cultuurparticipatie aan 54 projecten subsidie voor Cultuureducatie met Kwaliteit. In de tweede ronde (2017-2020) werden 46 projecten gehonoreerd. In de derde periode waren er 47 penvoerders, en in de vierde periode 48. Instellingen, scholen en overheden werken samen aan de uitvoering van de plannen. Op de website van Cultuureducatie met Kwaliteit staat een overzicht van alle culturele instellingen die betrokken zijn bij een gehonoreerd project.