Onderwijsinspectie peilt niveau Kunstzinnige oriëntatie
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 37.

‘Hopelijk draagt dit bij aan een hogere status voor de kunstzinnige vakken’
Ruim 2.500 leerlingen uit groep 8 voerden vorig jaar diverse kunstzinnige opdrachten uit voor drama, dans, muziek of beeldende vorming. Kunstvakdocenten hadden deze samen met onderzoekers speciaal ontworpen voor het peilingsonderzoek kunstzinnige oriëntatie.
Deze peiling wordt uitgevoerd op verzoek van de onderwijsinspectie (lees beneden verder). Doel is om zicht te krijgen op hoe leerlingen presteren in dit leergebied en hoe scholen het vormgeven.
Tessa Jenniskens, socioloog en onderzoeker bij KBA Nijmegen, werkte eerder mee aan peilingsonderzoeken in andere leergebieden, maar dit was andere koek. “Voor ons was kunstzinnige oriëntatie een onontgonnen gebied, want hoe meet je nou of leerlingen dat wel of niet beheersen?” De inhoudelijke input daarvoor leverden de Groningse cultuurwetenschapper Theisje van Dorsten en emeritus-hoogleraar Barend van Heusden.
Gelaagdheid
Van Dorsten en Van Heusden gingen eerst na hoe het de vorige keer was gedaan. Maar de vorige peiling voor kunstzinnige oriëntatie was alweer tien jaar geleden. Het bleek lastig om de opdrachten van toen weer uit de kast te halen. ‘We vonden ze niet meer zo geschikt’, vertelt Van Dorsten. ‘De nadruk lag erg op technische vaardigheden. Er was weinig ruimte voor leerlingen om zelf betekenis te geven aan een onderwerp, terwijl juist die eigen expressie belangrijk is in dit leergebied.’
Naast techniek en verbeeldingskracht is ook reflectie, op eigen en op professionele kunstuitingen een belangrijke vaardigheid binnen het leergebied. ‘Die gelaagdheid van het leergebied wilden we laten terugkomen in de opdrachten’.
Uiteindelijk zijn rondom het thema vriendschap vier grote praktische opdrachten (één per discipline) ontwikkeld met ruimte voor deze drie aspecten. Daarnaast waren er kleine technische opdrachten, waarbij leerlingen niet zelf iets hoefden te verzinnen, maar iets moesten namaken of -doen. Op enkele scholen zijn de opdrachten in een pretest uitgeprobeerd om na te gaan of ze werken.
Rubric
Hamvraag bij dit alles is: kun je kunstzinnige prestaties wel meten? Anders dan bij rekenen of lezen zijn er immers geen goede of foute antwoorden. TvD: ‘We hebben een rubric (een beoordelingsmatrix, red.) gemaakt waarbij we de drie aspecten, techniek, verbeeldingskracht en reflectie, hebben opgedeeld in onderdelen. Met bij elk beschrijvingen van welke uitingen en creaties daarbij horen.’
TJ: ‘Daarbij onderscheiden we in de beschrijvingen drie niveaus: beginnend, gevorderd en expert. Waarbij we met expert bedoelen: de vaardigheden die je van een leerling uit groep 8 mag verwachten.’
In nauwe samenwerking met de kunstvakdocenten is de rubric verder aangescherpt. TvD: ‘Dit was echt een iteratief proces van inhoud naar de praktijk en weer terug. Zo is de rubric steeds preciezer geworden en passend bij de praktijk.’
Terwijl de leerlingen de opdrachten uitvoerden, observeerden onderzoekers hen, met de rubric in de hand. Voor het onderdeel tekenen konden ze de beoordeling naderhand doen, bij de andere drie gebeurde dit ter plekke. De onderzoeksresultaten worden op dit moment verwerkt, dus er valt nog niets te zeggen over hoe Nederlandse leerlingen presteren. Maar Van Dorsten en Jenniskens noemen al wel andere opbrengsten. ‘Nadenken over hoe je kunstzinnige prestaties kunt meten, levert voor het leergebied heel veel op’, verwacht Van Dorsten. Die kunnen straks gerichter gaan werken aan de ontwikkeling van kunstzinnige vaardigheden en kennis.

© Mariska de Groot
Kennistoets
Behalve praktische opdrachten kregen leerlingen ook een kennistoets. Ook daarvoor zijn nieuwe vragen ontwikkeld. TvD: ‘We hebben andere kunstvoorbeelden gekozen, die inclusiever en diverser zijn en bovendien meer voorbeelden die dichter bij de leefwereld van kinderen zelf liggen.’ In de vragen gaat het over bijvoorbeeld genres en stijlperiodes, maar ook hoe een kunstenaar uitdrukking heeft gegeven aan een bepaald idee. Daarnaast is leerlingen gevraagd hoe ze over kunst en de functie daarvan denken.
TJ: ‘Daarbij gaat het niet om goed of fout, maar om het beeld dat kinderen van kunst hebben.’
Ten slotte vullen leerlingen nog vragenlijsten in over of ze bijvoorbeeld in de vrije tijd weleens met kunst bezig zijn. TJ: ‘We gaan kijken in hoeverre die leerlingkenmerken verband houden met prestaties.’
Datzelfde geldt voor schoolkenmerken. Het onderzoek vond plaats op zo’n honderd basisscholen verspreid door het land plus tien cultuurprofielscholen. TJ: ‘We zijn benieuwd of we daar andere resultaten vinden dan op de andere basisscholen. Ons onderzoek levert zo hopelijk informatie op over aan welke knoppen je als school kunt draaien.’
Serieus nemen
De peilingsonderzoeken hebben doorgaans effect op de schoolpraktijk: ze laten zien hoe een leergebied ervoor staat en wat eventueel beter kan. Van Dorsten hoopt dat dit peilingsonderzoek bijdraagt aan een hogere status voor de kunstzinnige vakken. ‘Ik zou graag zien dat die net zo serieus genomen wordt als de andere vakken.
Met kunstzinnige oriëntatie kun je het cultureel bewustzijn van leerlingen ontwikkelen: wie ze zelf zijn en hoe ze in de wereld staan. Je biedt de kunstzinnige vakken niet aan om leerlingen op te leiden tot professionele kunstenaars, maar om hen te helpen zich te ontwikkelen als mens en hun plek in de wereld te bepalen. Bepaald niet onbelangrijk dus.’
Jenniskens, die veel onderzoek deed naar kansengelijkheid in het onderwijs, stelt dat het leergebied bovendien wezenlijk is voor gelijke kansen. ‘Het doet recht aan de niet-cognitieve talenten van kinderen. Leerlingen die moeite hebben met taal of rekenen, kunnen zich misschien wel goed uiten in de kunstvakken. Daarnaast vergroot het de blik op de wereld, ook en juist voor kinderen die vanuit thuis minder bagage mee krijgen. Ik hoop dat ons onderzoek scholen helpt om die kansen nog beter te benutten.’
Peilingsonderzoek
De Inspectie van het Onderwijs laat regelmatig peilen hoe leerlingen uit groep 8 presteren in de wettelijke leergebieden. In 2025 zijn de kennis, vaardigheden en houding van leerlingen in het leergebied kunstzinnige oriëntatie gemeten. Daarnaast kijken onderzoekers of er verbanden zijn tussen prestaties en kenmerken van leerlingen, leraren en scholen, en naar wat effectief onderwijs in kunstzinnige oriëntatie bevordert of belemmert. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksinstituut KBA Nijmegen, Rijksuniversiteit Groningen, het Kohnstamm Instituut en Cito. Het rapport verschijnt voorjaar 2027.
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)