Het gunstige gezondheidseffect van kunst is the best kept secret in de wetenschap
Dit is een artikel uit de Cultuurkrant, editie 37.

‘Gunstig voor immuunsysteem, cardiovasculair systeem en stressniveau‘
In deze verontrustende tijden is elke ondersteuning van onze algehele gezondheid, lichamelijk, mentaal en sociaal, meer dan welkom. Het middel daarvoor is relatief eenvoudig (én goedkoop, én zonder bijverschijnselen). Dansen, muziek maken, naar het theater gaan, een boek lezen, een trui breien – het helpt. Nee, dit is geen praatje van ‘linkse hobbyisten’. Het is keiharde wetenschap.
In de loop der jaren hebben duizenden wetenschappers keer op keer aangetoond dat kunst een gunstige invloed heeft op onze gezondheid. Een invloed die zo evident is dat de Britse hoogleraar psychobiologie en epidemiologie Daisy Fancourt kunst identificeert als de ‘vergeten vijfde pijler’ die ons welzijn stut, naast de bekende vier: gezonde voeding, veel (meer) beweging, voldoende slaap en voldoende ontspanning.
Onomstotelijk bewijs
Fancourt inventariseert in Kunst als medicijn, de wetenschap van kunst en gezondheid de resultaten van duizenden neuro- en gedragswetenschappelijke, psychologische, biomedische, immunologische, fysiologische en epidemiologische studies. Alles bij elkaar leveren die onomstotelijk bewijs dat kunst ons leven werkelijk op álle fronten verrijkt. ‘Wat mij vooral heeft verrast zijn de biologische effecten: kunstparticipatie heeft evident een gunstige uitwerking op het immuunsysteem, het cardiovasculair systeem, de productie van stresshormonen. Dat zijn opwindende, objectieve data. En dit is nog maar het begin, we weten nog lang niet alles.’
In haar eigen leven was kunst een gegeven. Ze groeide op in een familie van musici en een conservatoriumstudie lag voor de hand. Haar interesse in het onderzoek naar de gunstige gezondheidseffecten van kunstparticipatie en -consumptie ontstond toen zij tijdens muziekprojecten in ziekenhuizen zag wat zingen en muziek deed: Alzheimerpatiënten leefden op, mensen met brandwonden en post-operatieve patiënten ervoeren minder pijn.’Onze activiteiten werden vaak gezien als entertainment, niet als daadwerkelijk heilzaam. Voor mij was dat aanleiding me verder in die ziekenhuisverhalen te verdiepen.’
In de loop der jaren heeft Fancourt naam gemaakt als internationale autoriteit in haar vakgebied, als auteur en co-auteur van honderden studies. Haar interesse ligt vooral in het onderzoek naar de langetermijneffecten van kunst. In haar eigen onderzoeken, gericht op jonge mensen, zag zij dat de relatie tussen kunst en (mentale) gezondheid bij hen sterk is. ‘Kinderen van 10 en 11 die regelmatig worden blootgesteld aan kunst en cultuur hebben later, in hun pubertijd, minder last van hyperactiviteit, terwijl hun concentratie en regulatie van emoties, gedachten en gedrag beter is.
We vermoeden dat de effecten bij ouderen overeenkomen, al zijn de mechanismen misschien anders. Schoolgaan alleen al kan een manier zijn om vriendschappen te sluiten. Voor ouderen is community art dat eerder, maar daar moeten ze eerst zelf actie voor ondernemen.’
Om een kip-eivraag uit te sluiten (voelt iemand zich beter door cultuurparticipatie, of participeert iemand omdat hij zich goed voelt?) heeft Fancourt in haar analyse gekeken wat de effecten van kunst- en cultuurparticipatie zijn, los van beïnvloedende factoren als gender, demografie, gezondheid en sociaal-economische status. ‘Dan nog zien we steeds positieve effecten. De relatie tussen kunst en gezondheid is evident.’

‘Dansen, muziek maken, naar het theater gaan, een boek lezen, een trui breien – het helpt’
Kunst op Recept
Een instrument dat langzaam ingang vindt in de zorgsector is ‘art prescription’, in het Nederlands: kunst op recept. Ook in ons land verwijzen eerstelijnszorgverleners in diverse regio’s al door naar welzijnscoaches in het kader van Kunst op Recept. Fancourt doet onderzoek naar Kunst op Recept en ook Social prescribing in bredere zin. Zij heeft de resultaten van deze verwijspraktijk in veertig landen onder de loep gelegd. ‘In wezen is het niet anders dan het voorschrijven van een medicijn. Het is vooral belangrijk voor mensen met sociale of psychologische behoeften.
In het Verenigd Koninkrijk ben ik directeur van het programma en we runnen veel klinische trials en cohortstudies, waarbij we hebben vastgesteld dat het welbevinden van de mensen verbetert en het beroep op de diensten van de NHS, het–piepende en krakende–gratis Britse zorgstelsel, afneemt, naast andere voordelen. Ook elders zijn veel pilotstudies verricht, met spectaculaire resultaten. In Griekenland bijvoorbeeld kregen 400 patiënten met depressieve klachten een doorverwijzing voor kunstparticipatie, wat na twaalf weken al een duidelijke verbetering liet zien.’
Natuurlijk is kunst geen ‘duizenddingendoekje’. Fancourt laat in het boek ook zien hoe kunst ook kan schaden. Toch is het wetenschappelijk bewijs voor de gunstige effecten van kunst op het algehele welbevinden–fysiek, mentaal en sociaal–overdonderend. Het vooroordeel dat kunst een luxe is, iets voor de elite, blijft echter hardnekkig. Kunst blijft vaak de sluitpost voor landelijke, regionale en lokale begrotingen. Terwijl het zo simpel kan zijn. Goedkoop ook. ‘Kunst is niet alleen musea bezoeken, naar de opera gaan of boeken lezen, maar ook weven, koken en bakken, bloemschikken. Iedereen kan creatief zijn.’
Art Cure (zoals het boek in het Engels heet) kreeg bij verschijnen juichende kritieken en werd door boekhandelaren uitgeroepen tot beste non-fictieboek van de maand. Fancourt schreef haar boek dan ook in een toegankelijke stijl en zonder jargon, zodat iedereen het kan lezen. Vooral ook politici die geen tijd hebben. ‘De bewijzen voor het fundamentele effect van kunst zijn de best kept secrets in de wetenschap. Ik voel het als een morele verplichting om zo veel mogelijk mensen te laten weten dat dit gaande is.’
Oók, of júist, voor kunstenaars is het boek belangrijk, onder andere om subsidiënten en sponsoren beter te kunnen uitleggen wat zij doen en met welk effect. Dat kunst daadwerkelijk de vijfde pijler is onder ons welbevinden. ‘De kunstsector kan met de bewijzen uit dit boek actiever het gesprek met politici opzoeken. Maar ik zie ook een rol voor het bredere publiek. Als dat weet wat kunst voor het welzijn kan betekenen, kan het én zelf veranderen, én de politiek beïnvloeden.’
Daisy Fancourt
Daisy Fancourt is hoogleraar psychobiologie en epidemiologie aan het University College London. Haar onderzoek richt zich vooral op de effecten van sociale factoren op gezondheid, waaronder eenzaamheid, sociale isolatie, buurtvoorzieningen, kunst en kunst op recept. Fancourt is directeur van het WHO Collaborating Centre for Arts & Health en wordt gerekend tot de meest geciteerde wetenschappers ter wereld.
Kunst als medicijn : de wetenschap van kunst en gezondheid van Daisy Fancourt komt naar verwachting in mei uit. Het boek is nu al te bestellen bij Uitgeverij Ten Have
Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)