Spel als creatieve prikkel

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 16 september
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Creativiteit is een vaardigheid die aan te leren is. Een van de manieren om dat te doen is via speelse werkvormen. Met spel kun je leerlingen prikkelen om voorbij het voor de hand liggende te denken.

‘Er was eens…. een letter E. Maar hoe ziet die eruit? Er zijn immers vele manieren om een letter vorm te geven.’ Mech Benjaminsen (voorzitter van Stichting Creëer en Leer, onderwijsontwikkelaar en icc-trainer) trapt meteen speels af. Ze geeft deelnemers de opdracht om binnen vijf minuten zoveel mogelijk vormen van de letter E te knippen uit papier. ‘Ga niet nadenken over wat mooi is of niet, het gaat erom zo snel en veel mogelijk letters te knippen.’

Vervolgens kiest elke deelnemer uit de eigen verzameling een exemplaar om te uploaden naar een padlet. Zo ontstaat in no time een rijke verzameling van dikke, bibberige, knoestige, strakke, bolle en hoekige E’s (en ook e’s natuurlijk). ‘Deze veelheid geeft aan dat je samen dus heel creatief kunt zijn’, zegt Benjaminsen.

Associëren zonder rem

Uit die verzameling kun je subgroepjes maken, bijvoorbeeld letters die in vorm bij elkaar horen. Of letters die zich uitstekend lenen als beginkapitaal van een sprookje, zoals de hoofdletter E met uitgeknipte kantelen aan de drie uiteinden. ‘En bij wat voor soort verhaal zou deze letter passen?’ Benjaminsen wijst een dikke rafelige E aan. Deelnemers krijgen associaties van griezelverhalen en sneeuwstormen.

Een enkele deelnemer zegt zich onzeker te voelen bij dit spel, zeker bij het zien van al die mooie letters van anderen. Maar de meesten vinden het een fijn laagdrempelig spel. ‘Je stapt er zo in. Als je had gevraagd om je mooiste letter E te maken, was het lastiger geweest.’ Een ander beaamt dat. ‘Er is geen rem, leerlingen hoeven niet bang te zijn dat ze het niet kunnen.’

Speelse werkvormen zonder criteria

Die eerste fase van lekker breed verzamelen van ideeën, divergeren dus, is belangrijk, benadrukt Benjaminsen. ‘Dat is de fase van alles is goed, geen waardeoordeel en laat het maar komen. Dat moet je heel duidelijk maken aan leerlingen, zodat ze zich veilig voelen om met suggesties te komen.’

Spel en speelse werkvormen scheppen ruimte en vrijheid om dat te doen. Pas daarna kun je convergeren: uit die veelheid enkele oplossingen kiezen die passen bij wat je wilt of nodig hebt. Dan kun je criteria als originaliteit en uitvoerbaarheid toepassen. ‘Maar als je die criteria meteen al in je hoofd hebt, kom je nauwelijks meer tot ideeën.’  

Zoeken naar originele oplossingen

‘Creativiteit is het vermogen om vanuit eigen bagage op eigen wijze en onderzoekend te komen tot niet vanzelfsprekende ideeën, oplossingen en resultaten.’ Benjaminsen geeft meteen toe dat haar definitie een hele mond vol is. Kernelement is het kunnen zoeken naar originele oplossingen. En dat vraagt om even los te komen van gangbare denkpatronen.

Met vaste denkpatronen is niets mis, in tegendeel. Ze stellen ons in staat snel te handelen en dingen op de automatische piloot te doen, zoals letters decoderen. Maar creativiteit vraagt om los te komen van die vaste denkpatronen. ‘Je maakt geen gebruik van de uitgesleten paden, maar legt nieuwe wegen aan.’

Kennis als grondstof voor creativiteit

Voorwaarde om dat te kunnen doen, zijn kennis en bekwaamheid. Wie niet kan knippen of niet weet wat letters zijn, kan het spel niet meespelen. ‘Kennis belemmert creativiteit dus niet, zoals veel mensen denken, maar vormt juist de grondstof voor creativiteit.’ Benjaminsen noemt als voorbeeld de wandelende strandbeesten van Theo Janssen, die behalve beeldend kunstenaar ook natuurkundige is en vanuit die kennis vernuftige schepsels wist te creëren. ‘Hoe meer kennis je hebt, hoe meer verbanden je kunt leggen en vanuit hoe meer perspectieven je naar iets kunt kijken.’

‘Maar je kunt vaardigheden toch ook al doende verwerven?’ vraagt een deelnemer. ‘Het kan gelijk op gaan’, legt Benjaminsen uit. ‘Je moet leerlingen wel een basisbagage meegeven. Wat ook werkt, is bij een creatieve opdracht leerlingen direct te voeden met voorbeelden. Zoals de geheugenbibliotheek die Karin Kotte benut in haar procesgerichte didactiek. Dat vergroot de kans dat leerlingen met originele(re) ideeën komen. Anders blijven ze steken in een stereotype letter E.’ Overigens is het wel goed te bedenken dat je originaliteit op ieders niveau moet bekijken: een basisschoolleerling hoeft uiteraard niet meteen een Picasso te zijn. 

Verdiepende vragen stellen

En dan is het tijd voor een tweede spel. Dit keer gaan de deelnemers flexibel en creatief associëren. Bij een padlet vol foto’s van vissen heeft Benjaminsen een rijtje begrippen gezet. Kies een willekeurige vis plus kaartje en teken uit die combinatie een nieuwe vissensoort. Dat leidt bijvoorbeeld tot een kwal met een visgraatvlecht, een bloemkoolvis of een schildpad in een baleinen korset.  

De deelnemers vinden het spel grappig, maar constateren ook dat ze iets teveel blijven steken in eerste, vaak wat al te letterlijke ideeën. Ze bedenken hoe het beter zou kunnen. Bijvoorbeeld door dezelfde combi meermalen te doen, met telkens andere oplossingen. Of door als begeleider/leraar verdiepende vragen te stellen. Hoe zou jouw vis kunnen vliegen? Waar leeft jouw vis? Hoe zou een zeepaardje omgaan met een grote bek? Benjaminsen beaamt dat. Het spel is vooral bedoeld als prikkel en opwarmer. ‘Dit zijn vaardigheden die je veel en vaak moet oefenen. Want creativiteit is, gelukkig, aan te leren.’

Lees ook

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.8 / 5. totaal 8

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Marian van Miert
Marian van Miert
Functie: Specialist Cultuureducatie
Expertise: cultuur- en erfgoedinstellingen,primair onderwijs
marianvanmiert@lkca.nl
030 - 711 51 45
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel