Blended learning: online en offline onderwijs combineren

Inhoudelijke terugkoppeling LKCAtelier van 8 juli
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Van fysiek leren gingen we afgelopen coronajaar noodgedwongen over op online leren. Als je het beste van beide combineert, heb je blended learning. Wat is dit, wat is dit niet en wat komt erbij kijken?

Blended learning is een containerbegrip geworden dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Daarom kadert Barend Last, specialist blended learning bij de Universiteit Maastricht, het begrip. In zijn definitie draait het om verrijkte leerlinggerichte leerervaringen door activerende strategieën en de combinatie van fysieke interactie met ict. De leerling en het leerproces staan dus centraal, en niet de techniek. Interactie maximaliseren is het doel van blended learning. Tussen leerlingen en leerkracht, tussen leerlingen onderling, tussen leerlingen en de leerinhoud en natuurlijk ook met experts van buiten, zoals medewerkers van culturele instellingen.

Blended learning en hybride lesgeven

Eén van de misverstanden rondom blended learning is de combinatieklas waarvan een deel fysiek les krijgt en tegelijkertijd ook een deel online. Dat is geen blended learning maar hybride lesgeven. Weliswaar gaat het om de combinatie van online leren met fysiek leren, maar vanuit het perspectief van de leerling is het er maar eentje. Een ander misverstand is dat blended learning geschikt zou zijn als verkapte bezuinigingsmaatregel. ‘Dat is dus niet zo, want het vraagt alleen maar meer van docenten. Daarmee is blended learning eerder duurder dan goedkoper’, verzekert Last.

Maar wat is dan de meerwaarde van blended learning als al goed onderwijs wordt gegeven? Daar heeft de specialist een helder antwoord op. ‘Omdat ict extra kansen biedt. Wel staat die ict altijd in dienst van de leerdoelen en onderwijsvisie. Van daaruit moet je ook redeneren, en niet vanuit technologie. Begin dus ook niet met het inzetten van tools maar denk eerst na over wat je wilt bereiken. Die boodschap geef ik altijd mee als leerkrachten aan de slag gaan met blended learning.’

Goed onderwijs blijft het allerbelangrijkste volgens Barend Last. ‘Blended learning is geen knopje dat onderwijs meteen beter maakt. Sowieso is het etiketje – online, blended, hybride, fysiek – van ondergeschikt belang.’ En zie hier de parallel met cultuureducatie, daarin wordt soms ook te snel de ‘wat’-vraag gesteld zonder het ‘hoe’ en ‘waarom’ om de inzet van cultuureducatie scherp te hebben.

Handige schema’s voor blended learning

Ontwerpmodellen bieden uitkomst. Eén van de meest gangbare in het primair en voortgezet onderwijs is het rotatiemodel. Daarbij maakt de leerkracht een schema van wat er online en fysiek gebeurt. Een voorbeeld is de flipped classroom: leerlingen bestuderen thuis online, op een moment dat hen past en hoe vaak ze maar nodig hebben, de instructie om vervolgens samen in de klas met de verwerking aan de slag te gaan.  

Bij een flexibel model maakt de leerkracht het schema, maar kiezen leerlingen zelf welke onderdelen ze wel en niet volgen. Nog een stap verder is het zelfblendmodel, waarbij de leerling zelf kiest om de onderdelen online of fysiek te volgen. Dat betekent veel werk voor de leerkracht, want die moet alle lessen op meerdere manieren voorbereiden. Beide modellen zijn zeer geschikt voor gepersonaliseerd leren.

Bij het ontwerpen van blended learning is het handig om de leerroute of les visueel in kaart te brengen. In een schema geef je aan welke onderdelen online en fysiek zijn, welke momenten interactief, wat synchroon en asynchroon, en waar je formatief aan het evalueren bent. Zo is een quiz online, interactief, synchroon en formatief. ‘Met zo’n schema zie je ook snel waar je je les kunt verrijken en verbeteren.’

Blended learning en cultuuronderwijs

Last noemt enkele voorbeelden voor cultuuronderwijs, zoals een virtuele museumexcursie of Make-it@Home. Bij dit laatste krijgen leerlingen een doe-het-zelf-pakketje thuisgestuurd. Met een instructievideo gaan ze thuis zelf aan de slag om vervolgens op school hun producten te bespreken, al dan niet met extra uitleg.

Het is niet eenduidig te zeggen wat wel en niet goed werkt bij online of fysiek onderwijs. Wil je gebruikmaken van de nabije omgeving? Dan lijkt fysiek de beste keuze. Daar staat echter tegenover dat je online veel makkelijker de buitenwereld binnenhaalt. Je bereik is groter en het biedt culturele instellingen de mogelijkheid hun schaal te vergroten van lokaal en regionaal naar landelijk.

Nieuwe mogelijkheden met blended learning

Met online middelen sluit je ook mooi aan bij de doelgroep. Een les voor vmbo-leerlingen werd een groot succes dankzij de inzet van Instagram. En toen een leerkracht in het voortgezet onderwijs worstelde met Teams, adviseerden de leerlingen om Discord (een app voor gamers) te gebruiken.

‘Deze voorbeelden passen in de zelfdeterminatietheorie’, legt Barend Last uit. ‘Je appelleert aan het gevoel van autonomie, competentie en verbondenheid bij de leerlingen. En daarmee vergroot je hun motivatie. Je geeft leerlingen inspraak door ze kanalen te laten kiezen waarin zij vaardig zijn en ook nog in contact komen met elkaar en de leerkrachten.’

Belangrijkste voorwaarde voor het succesvol inzetten van blended learning, blijft toch de vraag wat je wilt bewerkstelligen met de lessen. Oftewel: wat zijn je beoogde leeruitkomsten? Blended learning biedt enorm veel mogelijkheden die allemaal de moeite waard zijn om in een brainstorm voor nieuwe activiteiten en projecten te onderzoeken.
Lees ook: Barend Last, ‘Blended leren: een label als belemmering

Lees en kijk verder

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 4.8 / 5. totaal 8

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Praat verder over dit onderwerp met deze expert(s):
Vera Meewis (zij/haar/haar)
Vera Meewis (zij/haar/haar)
Functie: Specialist Onderzoek
Expertise: Cultuureducatie met Kwaliteit,onderzoek
verameewis@lkca.nl
030 - 711 51 68
Bekijk alle experts
Gepubliceerd:
Deel dit artikel