Van verloren naar kansrijk

Interview met Douwe Zeldenrust, directeur van Keunstwurk.
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Wat er ook gebeurt, kinderen en jongeren die in deze coronatijd opgroeien, mogen geen culturele achterstand oplopen. Dat vindt Douwe Zeldenrust, directeur van Keunstwurk, de provinciale organisatie voor kunst en cultuur van Friesland. Met een campagne ter promotie van het amateurverenigingsleven hoopt hij ook hen na de crisis weer op het goede pad te helpen.

Dit interview verscheen eerder in Cultuurkrant 2021, nummer 2.
Lees verder onder de afbeelding

Douwe Zeldenrust – foto: Jantina Talsma

Hoe het er precies voorstaat met de amateurverenigingen in Friesland? Douwe Zeldenrust, directeur van Keunstwurk heeft dit nu niet scherp. “Vorig jaar hebben we bij alle verenigingen geïnformeerd hoe het ging. Gesprekken op afstand gaven een weinig positief beeld. De situatie wisselde per maatregelenronde, met afwisselend meer en minder mogelijkheden. Hoe graag we deze verenigingen ook fysiek hadden willen bezoeken om een beeld te krijgen van de stand van zaken, het ging niet. De leden kwamen zelf niet eens bij elkaar. Nu de maatregelen versoepelen, pakken we de draad weer op. ”
In Friesland was het niet veel anders dan in de rest van Nederland. Voorstelling na voorstelling werd uitgesteld. De blik is nu op de zomer gericht, maar de vraag is hoeveel tegen die tijd mogelijk is. Veel amateurkunstverenigingen beschouwen het seizoen 2020-2021 als verloren, weet Zeldenrust. “Hoe langer de crisis duurt, hoe meer leden dat ook zal gaan kosten. Velen van hen hebben tot nu toe braaf hun contributie doorbetaald, maar de vraag is hoelang dat nog zo blijft.”
Daarom komt Keunstwurk in actie. “We willen de laatste week van augustus betitelen als de week van de verenigingen. We trekken het breder: het gaat niet alleen om amateurkunst, maar ook om sport, bijvoorbeeld. Sluit je na al die coronamaanden thuiszitten weer aan bij een gezamenlijk initiatief, is de boodschap.”

“Het zal voor veel amateur-
organisaties lastig worden hun bestaansrecht te garanderen”

Hoe houd je de moed erin, na zo’n lange tijd afwachten tot er weer meer mag?

“We hebben het te accepteren. In het begin zagen we om ons heen dat er veel nieuws werd opgezet, met online repetities en concerten, maar die positiviteit vervloog bij veel mensen behoorlijk. Iedereen snakt naar perspectief. We willen elkaar weer ontmoeten, samen nieuwe dingen kunnen creëren en die aan het publiek laten zien.
Ik probeer onverminderd positief te blijven. Natuurlijk raakt de coronacrisis ons, maar tegelijkertijd geeft deze periode ons ook tijd voor bezinning. Iedereen is nu zo op zichzelf gericht. Als we straks weer onze gang kunnen gaan, laten we dat dan meteen weer los? Ik vraag het me af. De mogelijk verplichte anderhalve meter afstand en het testen kunnen een drempel gaan vormen. Het zal voor veel amateurorganisaties lastig worden hun bestaansrecht te blijven garanderen.”

Is de cultuursector veranderd door de coronacrisis?

“Ik geloof niet dat we teruggaan naar het oude leven. De behoefte om mooie dingen te zien is het afgelopen anderhalf jaar alleen maar groter geworden. Veel theaters zijn omgebouwd tot intiemere zalen, musea kiezen vaker voor een eenrichtingsroute, voorstellingen zullen vaker in de open lucht worden gespeeld. Als we die nieuwe ervaring goed vormgeven, hoeven we weinig bereik te verliezen.”

Waar zit de grootste uitdaging voor de amateurkunst?

“Ik maak me vooral zorgen om kinderen en jongeren. Niet alleen hun schoolwerk stond de afgelopen periode onder druk: ook op het gebied van kunst en cultuur hebben zij zich veel minder kunnen ontwikkelen. Dat gaat ongetwijfeld zorgen voor minder instroom bij verenigingen en gaat ten koste van actieve cultuurparticipatie – vandaar onze campagne.
Het gat gaan we vullen door meer samen te werken en van onderaf te gaan werken. Met Keunstwurk gaan we met onze cultuurverbinders al meer de regio in door verenigingen actief op te zoeken, zodat ze samen gaan nadenken over hun toekomstperspectief. Dat is in deze tijd extra belangrijk.”

Weten Friese amateurinstellingen zich financieel gesteund?

“De meeste coronagelden gaan naar grote instellingen. De grootste pijn zit bij zzp’ers, zoals kunstvakdocenten, cultuurmakers, kleine instellingen en verenigingen. Het geld komt lang niet altijd bij de goede spelers terecht. In Leeuwarden gaat het goed: daar is onlangs een loket geopend waar amateurverenigingen zich kunnen melden. In andere gemeenten zie ik dat minder. Wij wijzen verenigingen ook op de provinciale mogelijkheden.”

Wat is je wens voor na deze coronaperiode?

“Het zou een mooi gebaar zijn als alle kinderen en jongeren straks een jaar lang gratis naar het museum kunnen en we ze gratis kunstlessen kunnen geven. We moeten hen omturnen van een verloren naar een kansrijke generatie. De komende tijd moeten we de krachten bundelen om kinderen en jongeren maximaal de ruimte te geven zich blijvend te ontwikkelen. Daarbij moet iedereen zich aansluiten: festivals, theaters, makers, kunstvakdocenten, overheden, scholen, kunstencentra en ook verengingen. Met een nieuwe gezamenlijke beweging met alle neuzen dezelfde kant op.”

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 3.3 / 5. totaal 4

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Gepubliceerd:
Deel dit artikel