Hoe overbrug je de afstand tussen mbo-leerlingen en het museum?

Wil je als museum mbo-leerlingen bereiken, zorg dan dat ze persoonlijk betrokken raken bij de kunstwerken. Geef de leerlingen het gevoel dat ze erbij horen; geef ze zeggenschap! Dat adviseert Fien Kester op basis van haar masteronderzoek.

Cultureel Kapitaal
Gepubliceerd:
Deel dit artikel

Musea zijn op zoek naar de mensen die nog niet komen. Maar om hen aan te spreken, moeten we weten hoe zij kunst beleven.

We weten al veel over de museumbezoeker. Het zijn vooral oudere hoger opgeleiden en ze zijn vaker vrouw dan man. Maar musea zijn op zoek naar verbreding. Educatie en toegankelijkheid voor een breed publiek krijgen een steeds grotere rol. Inclusie en diversiteit zijn speerpunten in de culturele sector. Ter voorbereiding van het nieuwe stedelijk cultuurbeleid in Rotterdam, ging de adviesraad bijvoorbeeld in gesprek met mbo-studenten. In 2018 nam ik, als afronding van mijn masterstudie, mbo’ers van 16 tot 20 jaar mee naar twee musea met in mijn hoofd de vragen: hoe ervaren zij kunst  en hoe ga je daar als museum mee om?

Geef aandacht, leg uit

Om erachter te komen hoe de mbo’ers kunst ervaren stelde ik vragen over hun verwachtingen en observeerde ik hun gedrag tijdens de bezoeken aan Museum Boijmans van Beuningen en Museum Volkenkunde. Na elk bezoek interviewde ik de leerlingen individueel. Zo verdiepte ik me in hun belevingswereld en in hun perceptie en ervaring met kunst.

In eerste instantie voelden de jongeren zich helemaal niet aangesproken door klassieke schilderijen. Om kunstwerken te begrijpen, moeten ze beschikken over (kunsthistorische)kennis die ze niet hebben. Daardoor krijgen ze het gevoel er niet bij te horen en er niets over te kunnen zeggen: ‘’Met kunst moet alles altijd een betekenis hebben. Ik maak er liever zelf een verhaal van zodat het klopt voor mijzelf dan dat ik de betekenis van een kunstenaar volg.’  

Als het niet lukt om er zelf een verhaal van te maken distantiëren zij zich van de kunst en wordt het saai om deze te bekijken: ‘Het was veel van hetzelfde. En misschien komt het ook gewoon door al die oude schilderijen waardoor het saai werd.’ Maar op het moment dat ze aandacht krijgen van een rondleider die hen contextuele uitleg geeft, voelen ze zich ineens gezien. Ze geven hun mening en beginnen erover te praten.

Belangrijk: leg associaties met het eigen leven

De mogelijkheid om associaties te kunnen maken met zichzelf blijkt belangrijk. De ondervraagde jongeren interpreteren de wereld om hen heen vanuit hun eigen ego. Om de kunst te leren begrijpen maken zij associaties met hun eigen leven. Zo ontdekt een meisje een verwantschap met de schilderijen van Mondriaan, omdat hij aan het begin van zijn carrière ‘ook nog niet begrepen werd’ – iets dat zij nadrukkelijk ook voelde. Een andere jongere vindt een aanknopingspunt bij Brueghel’s Toren van Babel. Zij houdt zich afzijdig van de gesprekken over kunst maar begint uitgebreid te vertellen over Babylonische spraakverwarring die zij herkent uit haar eigen religieuze achtergrond.

Uit de gesprekken naderhand blijkt dat de schilderijen waar zij deze associaties mee kunnen maken duidelijk meer indruk maken en blijven hangen in hun geheugen.

Herkenbaarheid helpt

De smaak, voorkeuren en interesses van deze jongeren kun je ook verklaren in termen van ontspanning, ontsnapping en ontdekking; een museum bezoek je voor afleiding en vermaak. Maar het gevoel er niet helemaal bij te horen lijkt hiervoor in de weg te staan. Vaak weten de respondenten niet hoe ze zich moeten gedragen en kopiëren ze het gedrag van andere bezoekers. Daardoor zijn ze meer met zichzelf bezig dan met hun omgeving. Een jongere zei bijvoorbeeld: ‘Ik heb altijd het idee, als ik te snel doorloop bij een schilderij waar veel mensen heel interessant naar staan te kijken, dat ze dan denken dat ik vast geen interesse heb in kunst of zo.’

Dit probleem verdwijnt op het moment dat zij zich betrokken voelen bij een kunstwerk of een ruimte door bijvoorbeeld zintuiglijke stimulatie of herkenbaarheid.

Het betreden van The Infinity Room van Yayoi Kusama is daar een mooi voorbeeld van. Ik zag dat de jongeren gemakkelijker actief bezig zijn met de ervaring als ze lichamelijk betrokken zijn bij het kunstwerk en geen voorkennis nodig hebben.

Ook herkenbare thema’s uit de hedendaagse kunst kunnen zorgen voor aanknopingspunten. Dan leggen de leerlingen interessante associaties en verbindingen tussen zichzelf en de kunst en dit zorgt voor grote ontdekkingen. Een mooi voorbeeld daarvan kwam ik tegen toen een meisje met een Nigeriaanse achtergrond zei: ‘Als het over de cultuur van mijn voorouders gaat dan wil ik het weten. Als een museum mij daar iets over leert, dan ga ik er heen. Dan weet ik dat ze mij respecteren en iets weten over mijn cultuur en mijn land. Dat vind ik leuk.’

Conclusie: stimuleer persoonlijke betrokkenheid

Deze jongeren moet je uitnodigen om betrokken te zijn. Stimuleer hen tijdens een museumbezoek om in hun persoonlijke omgeving te duiken. Dit lijkt aan te sluiten op de manier van naar kunst kijken van Hobbes en Kroeze (Cultureel kapitaal, 2017). Zij zeggen dat een persoonlijke verbinding met een kunstwerk kan ontstaan door de juiste vragen te stellen en door mensen aan te moedigen om niet te snel te oordelen. Door het gesprek over kunst aan te gaan op basis van individuele betekenis in plaats van formalistische waarden gaat de kunst leven en krijgt de toeschouwer een gevoel van zeggenschap. Het is de kunst om de afstand tussen hen en het kunstwerk te overbruggen.

We kunnen ons afvragen of dat alleen maar voor deze mbo-leerlingen geldt. Wellicht geldt het voor een bredere groep. Duidelijk is in ieder geval: als je als museum een nieuwe groep aan wilt spreken, lijkt het creëren van persoonlijke betrokkenheid des te belangrijker.

Het onderzoek van Fien Kester (Including a new audience A study into the perception of art of culturally inexperienced young adults) kun je hier lezen.

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 0 / 5. totaal 0

Reageer

Uw bericht kan gewijzigd worden door de beheerder