De Kennissynthese cultuurbeoefening 2026: drie dingen die opvallen 

Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel
Deze week verscheen de geactualiseerde versie van de Kennissynthese cultuurbeoefening, een verzameling van Nederlands onderzoek over cultuurbeoefening op school en in de vrije tijd. De nieuwe editie is aangevuld met onderzoeken uit 2025 en onderzoeken die eerder niet meegenomen waren.  Het resultaat? Een vollediger beeld van de cultuurbeoefening in de afgelopen twaalf jaar. In dit artikel: drie inzichten die ons opvallen.

LKCA ontwikkelde de kennissynthese in samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE; Wim Burggraaff) en Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). De onderzoeksvraag: wat zijn belangrijke bevindingen uit de recente onderzoeksliteratuur over cultuurbeoefening in Nederland en Caribisch Nederland, over de ontwikkeling van cultuurbeoefening in de afgelopen twaalf jaar?

1: De cultuurcoach: een belangrijke ondersteuner 

In 2024 hadden 257 gemeenten één of meer BRC-gefinancierde cultuurcoaches. Dit zijn ondersteuners die zich inzetten om zoveel mogelijk mensen te laten deelnemen aan kunst en cultuur. In totaal gaat het om 1147 cultuurcoaches verdeeld over 477 fte. Dat is een stijging tegenover 2023: toen waren er 453 fte aan cultuurcoaches.  

Voor cultuurcoaches is het tot stand brengen van lokale verbindingen het uitgangspunt, maar verschilt het per gemeente en soms zelfs per cultuurcoach met welke organisaties en sectoren dat gebeurt. 

Onderzoekers van het Mulier Instituut stellen in ieder geval vast dat de cultuurcoach een belangrijke rol speelt in het leggen én versterken van lokale verbindingen. Circa 88% van de cultuurcoaches doet dat met het primair onderwijs en zo’n 54% met het voortgezet onderwijs. Daarnaast wordt veel en in toenemende maten samengewerkt met welzijn (63%) en de buurt (60%). 

2: De emancipatie van kunst- en cultuurvormen 

Er lijkt sprake te zijn van een emancipatiebeweging van kunst- en cultuurvormen die tot nu toe weinig of geen zichtbaarheid hadden binnen het overheidsbeleid en de gesubsidieerde culturele sector. Twee belangrijke factoren achter deze beweging, die zich vooral via erfgoedbenadering voltrekt, zijn UNESCO en het Verdrag van Faro.  

Door deze kunstvormen en hun ontstaansgeschiedenis te documenteren en te archiveren, worden zij geïnstitutionaliseerd. Het zichtbaar maken van hun geschiedenis draagt bij aan de erkenning van hun bestaansrecht, Iets krijgt betekenis en legitimiteit wanneer het een geschiedenis heeft. 

3. De niet-beoefenaar 

Binnen het onderzoek naar kunstbeoefening in de vrije tijd is er in toenemende mate aandacht voor de zogenaamde ‘niet-beoefenaar’. Aandacht die voortkomt uit de wens van beleidsmakers om kunst- en cultuurbeoefening voor iedereen toegankelijk te maken.

Volgens de Monitor Amateurkunst 2023 beoefent 45% van de Nederlandse bevolking vanaf zes jaar geen kunstzinnige, creatieve of muzikale activiteiten in de vrije tijd. Ze noemen daarvoor drie redenen. Verreweg de meest genoemde reden is gebrek aan interesse of belangstelling voor culturele activiteiten en de voorkeur voor andere vrijetijdsactiviteiten.

Daarnaast is tijdgebrek een belangrijke reden. Deze redenen worden ook steevast genoemd in andere vragenlijstonderzoeken. En dit beeld zien we ook binnen de erfgoedsector. Tijdgebrek is de meest genoemde belemmering om je actief bezig te houden met cultureel erfgoed.  

Vond je dit artikel interessant?

Gemiddelde 5 / 5. totaal 1

Reageer (je reactie verschijnt na goedkeuring, vanwege spam)

Reacties (0)
Bijgewerkt op:
Gepubliceerd:
Deel dit artikel